Leestijd 4 — 7 minuten

Audiolexicon

ALLES wat je graag over geluid wilde weten, maar na zoveel programmaboekjesjargon en zelfzekere receptiepraat niet meer luidop durfde vragen: een audiolexicon voor BEGINNERS.

aanslag – attaque – attack: Begin van een continue klank, waarvan men ontdekt heeft dat het de klankbronherkenning vergemakkelijkt. Zo werd aangetoond dat bij het afsnijden van de aanzet van een trompetnoot, het instrument nog erg moeilijk geïdentificeerd kan worden.

akoestische arena: Overspant het gebied waarbinnen één bepaalde geluidsbron voor mensen hoorbaar is. Zo legden kerkklokken in de negentiende eeuw de grenzen van Franse dorpen vast. Op kleinere schaal verklaart dit waarom tafelgenoten er in een slecht ontworpen restaurant niet in slagen met elkaar een verstaanbaar gesprek te voeren: zij bevinden zich in aparte akoestische arena’s. Niet alleen de akoestische eigenschappen van de geluidsbron zelf, maar ook achtergrondgeluiden beïnvloeden vorm en grootte van een akoestische arena.

akoestische ecologie: Discipline die analyseert hoe we natuurlijke en kunstmatige geluiden rondom ons interpreteren en hoe we erdoor beïnvloed worden. Alle signalen, ook die van de luisteraar zelf, worden gezien als deel van een ecologie – een systeem dat voortdurend aan verandering onderhevig is.

akoestische gemeenschappen: Groepen van mensen die dezelfde akoestische informatie delen: brandalarm, kerkklokken, donderslagen, het geluid van krekels, de trein,… Veel van deze auditieve signalen zijn sociaal ingebed, veelal met een gedeelde betekenis: voor een sirene die dichterbij komt, maken bestuurders in een mum van tijd de rijbaan vrij. Dat wil niet zeggen dat een geluid voor ieder lid van een akoestische gemeenschap altijd dezelfde betekenis krijgt. Het spreekt vanzelf dat bij uitstek deze geluiden die een sociale functie hebben, voortdurend aan verandering onderhevig zijn. Het geluid van een klepel tegen een klok geeft de een simpelweg het uur te kennen, houdt de ander wakker uit zijn slaap en doet een enkeling nog steeds richting kerk vertrekken. Bepaalde geluiden raken overstemd, worden vervangen, verdwijnen of worden om folkloristische, toeristische of persoonlijke redenen bewaard. Vandaag breekt de digitalisering van muziek en de verspreiding ervan op het internet de constructie en het functioneren van akoestische gemeenschappen volledig open. Denk bijvoorbeeld aan de invloed die bepaalde akoestische online communities (zouden kunnen) hebben op evoluties in de muziekindustrie.

ambient: Term geïntroduceerd door Brian Eno, om muziek of een muziekervaring te benoemen die bewust niet op de voorgrond wil treden. In plaats van een ruimte of moment te domineren, geeft ambient music hoogstens een auditieve kleurtint aan een atmosfeer. Incorporeert elementen van uiteenlopende stijlen – waaronder jazz, electronica, New Age, moderne klassieke muziek, zelfs noise. Ook wel musique d’ameublement genoemd, naar een gelijknamig werk van Satie. Hij beschreef meubelmuziek in 1920 als slechts één van de omringende geluiden, die – zonder echt te overstemmen – nog net de kracht hadden het gekletter van bestek te maskeren, onhandige stiltes tussen gasten op te vullen en het relatief jonge straatlawaai van orgeldraaiers en andere artiesten te neutraliseren.

architerrorisme: Term gebruikt door de Amerikaanse kunstenaar Mark Bain, die daarmee een eigenschap van zijn werk aangeeft. Bain tracht namelijk architectuur te ‘bespelen’ – door resonantie van gebouwen en materialen oneigenlijk te gaan gebruiken en zo in te zetten als artistiek medium. Ruimtes die zo geterroriseerd worden dat ze beginnen te trillen en te zingen, worden op zulke ogenblikken niet zozeer visueel, dan wel auditief vormgegeven en gepercipieerd. Een ruimte in een huis moet haar zichtbare functies verplicht afstaan, om te verworden tot louter klankkast van een veel groter instrument dat de macht genadeloos heeft overgenomen. Visuele architectonische vormen worden overstemd, toeschouwers geblinddoekt, luisteraars binnen een resonante architectuur losgelaten.

aurale claustrofobie: Gevoel van benauwdheid dat kan optreden door fysieke eigenschappen van bepaalde geluiden. Men krijgt de indruk dat de ruimte rondom verkleint. De excessieve geluidschaos in grootsteden is een goed voorbeeld: gevangen tussen wolkenkrabbers worden straatgeluiden voortdurend weerkaatst en komt een ongrijpbare soundscape genadeloos op je af. Elk geluid verliest hier de kans om nog echt gehoord te worden – tenzij het erg krachtig is.

Geluid hoeft trouwens niet altijd excessief te zijn om claustrofobisch te worden. Zo kunnen sommige mensen geen enkel geluid door hoofdtelefoons verdragen, of werd bij een enkele luisteraar benauwdheid opgetekend tijdens het beluisteren van de zeer onschuldige Boléro van Ravel. De term kan ook wel eens teruggevonden worden in muziekrecensies.

 

JE LEEST ONZE ARTIKELS GRATIS OMDAT WE GELOVEN IN VRIJE, KWALITATIEVE, INCLUSIEVE KUNSTKRITIEK. ALS WE DAT WILLEN BLIJVEN BIEDEN IN DE TOEKOMST, HEBBEN WE OOK JOUW STEUN NODIG! Steun Etcetera.

artikel
Leestijd 4 — 7 minuten

#108

15.09.2007

14.12.2007

RECENT VERSCHENEN

artikel

RECENT VERSCHENEN

NIEUWSBRIEF

Elke dag geven wij het beste van onszelf voor steengoede podiumkunstkritiek.

Wil jij die rechtstreeks in je mailbox ontvangen? Schrijf je nu in voor onze nieuwsbrief!