© Delphine Lebon

Alles moet weg – Dries Verhoeven [NL]

Geen diefstal, maar verzet

“Alles moet weg.” We kennen de slogan allemaal van winkels die bij een sluitingsuitverkoop hun winst nog even snel willen opkrikken. In de voorstelling van Dries Verhoeven, die in 2024 op het Holland Festival in première ging, krijgt die zin een veel scherpere, subversieve lading. Gebaseerd op onderzoeksinterviews en teksten van Jean Genet, Karl Marx en Slavoj Žižek, biedt de voorstelling inzicht in het hoe en waarom van een winkeldief. Want hoewel de persoonlijke kick zeker meespreekt, zien de geïnterviewden stelen vooral als een politieke daad: het is hun strijd tegen supermarkten en wat zij zien als een verrot kapitalistisch systeem. Verhoeven, die dit jaar ook het Nederlands paviljoen op de Biënnale van Venetië verzorgde, bracht deze maatschappijkritische voorstelling op Theater aan Zee voor het eerst naar België.

In een oude loods aan de rand van Oostende staat een rechthoekige, transparante container diagonaal in het midden van een grote, lege, donkere zaal. Eromheen hangen tv-schermen van verschillende afmetingen aan het plafond, langs de randen van de speelvlakte. In een grotendeels zwart-witte bewakingscamera-esthetiek zenden ze livebeelden uit vanuit de container. De wanden van de container, ingericht als een exacte kopie van een supermarktgang, zijn voorzien van overvolle schappen. Dat maakt het lastiger om door de glazen wanden te kijken; in plaats daarvan moeten we vertrouwen op de camera’s voor het volledige – of althans het gecureerde – beeld. Hoewel we ons vrij door de ruimte kunnen bewegen, staat het merendeel van het publiek, inclusief ikzelf, uiteindelijk naar de schermen te kijken, met de rug naar de container gekeerd. Op de schermen zien we een vrouwelijke performer gekleed als Sneeuwwitje, van wie de bovenste helft van het gezicht schuilgaat achter een masker dat lijkt op Miss Piggy uit The Muppet Show.

Op symbolisch niveau put het kostuumontwerp uit zowel de onschuld van Sneeuwwitje als de empowerende rauwheid van Miss Piggy, waardoor zowel de tactieken als de karaktertrekken van het personage van de winkeldief visueel worden uitgelicht. Tegelijkertijd geeft het de figuur een zekere uniforme anonimiteit, wat onderstreept dat het de voorstelling te doen is om de sociopolitieke aspecten van de winkeldief, eerder dan om individuele lotgevallen. Maar er zit ook een heel praktische kant aan het masker: omdat de voorstelling zes uur achter elkaar doorloopt, wisselen drie performers elkaar elk uur af. De uniforme anonimiteit beperkt persoonlijke expressie tot een minimum. Het versterkt de voornamelijk discursieve functie van het stuk en maakt duidelijk dat klassieke dramatische identificatie niet is waar de voorstelling op uit is. In plaats daarvan zijn we, zoals in veel van Verhoevens werk op de grens tussen theater en beeldende kunst, getuige van een installatieperformance die net zo goed in een galerie als in een schouwburg had kunnen staan.

“Zoals in veel van Verhoevens werk op de grens tussen theater en beeldende kunst, zijn we getuige van een installatieperformance die net zo goed in een galerie als in een schouwburg had kunnen staan.”

Om het halfuur komt een nieuwe groep bezoekers binnen. Je mag zo lang blijven als je wilt, maar de meesten vertrekken na ongeveer een uur, als ze de cyclus één keer hebben doorlopen. Omdat je tijdslot zelden samenvalt met het begin van zo’n cyclus, zie je waarschijnlijk ten minste twee verschillende performers. Als mijn gezelschap en ik ’s middags binnenstappen, is de winkel in de container al behoorlijk overhoop gehaald. Terwijl de schappen nog vrij vol staan, liggen boodschappen zoals blikken bonen, zakken tortilla’s en pakken spaghetti half open op de vloer. De performer pakt een product uit het schap, draait de pot open, spuugt erin, draait het deksel er weer op en zet het terug. Niet bepaald een ethische handeling, maar protesteert ze hiermee tegen het gebrek aan ethiek bij supermarkten? Waarom zijn tampons niet gratis? Waarom mogen supermarkten aan het eind van de dag eten weggooien? Hoe kun je het verantwoorden om 300 euro per kilo voor peterselie te vragen? Waarom hebben we geen recht op biologische producten? De winkeldieven die in de voorstelling worden geciteerd, zien zichzelf als een moderne Robin Hood: stelen van miljardairs en hun multinationals om terug te geven aan het volk. Dit is geen diefstal, dit is verzet.

“Terwijl ik naar de performer luister, bekruipt me de gedachte dat die politieke verantwoording weleens niets meer zou kunnen zijn dan een uitvlucht voor doodgewone criminaliteit.”

Ik moet eerlijk bekennen: terwijl ik naar de performer luister, bekruipt me de gedachte dat die politieke verantwoording weleens niets meer zou kunnen zijn dan een uitvlucht voor doodgewone criminaliteit. Ze begint tomatenpuree over haar armen te smeren, en de rommel in de winkel begint me te irriteren. Is het niet te makkelijk om altijd de miljardairs de schuld te geven? Als grote groepen mensen zich bij de winkeldiefstalbeweging zouden aansluiten, zoals het personage suggereert, drijft dat de prijzen dan uiteindelijk niet alleen maar verder op? “Als je het niet begrijpt, werkt het systeem voor jou”, echoot ze plotseling mijn eigen gedachten. En natuurlijk: terwijl de voedselprijzen de afgelopen jaren gestaag zijn gestegen, is de kloof tussen arm en rijk alleen maar groter geworden. Het is waarschijnlijk ook geen toeval dat de familie Colruyt tot de rijkste van België behoort, en dat Frits van Eerd, eigenaar van Jumbo, in de top 20 van rijkste Nederlanders staat. Er valt zeker iets te zeggen voor de diagnose van de winkeldieven, maar rechtvaardigt het hun middelen?

Toch voelt het niet juist om de voorstelling tot enkel die vraag te reduceren. De winkeldieven zijn eerder een symptoom van een systeem dat ongelijkheid genereert terwijl het verhandelt in een van onze meest primaire levensbehoeften: voedsel. De voorstelling maakt ons hier bewust van. Hoewel de analyses van de winkeldieven provocerend en soms wat kort door de bocht kunnen overkomen (de invloed van oorlog en conflicten op de voedselprijzen blijft bijvoorbeeld onvermeld), kun je niet om de kwesties van klasse, gender, gelijkheid en ecologie heen die de verhalen opwerpen. De fysieke barrière van de container en de indirecte communicatie die dit oplevert, creëren samen met het gebrek aan emotie en identificatie een afstand tussen performer en publiek die sterk doet denken aan de strategieën van het brechtiaanse epische theater. De voorstelling zet niet in op empathie met de winkeldieven; het doel is maatschappijkritiek en bewustwording van een structureel probleem in onze samenleving.

“De voorstelling zet niet in op empathie met de winkeldieven; het doel is maatschappijkritiek en bewustwording van een structureel probleem in onze samenleving.”

Daar slaagt Alles moet weg grotendeels in. Ondanks de voornamelijk discursieve structuur, en hoewel ik liever een beter, directer zicht in de container had gehad, is het spel van de performers met de verschillende camera’s dynamisch en goed gecomponeerd. Het beweegt zich slim tussen een (manipulatieve) bekentenis en het gevoel begluurd te worden. Andere, meer humoristische momenten – zoals wanneer we horen over de methodes van een winkeldief – geven het materiaal een nodige luchtigheid en brengen de onderliggende menselijke dimensie naar boven. Uiteindelijk gaan de vragen die de voorstelling oproept ons allemaal aan.


Lees de originele versie van deze recensie hier.

Lees de Artiesteningang van Dries Verhoeven hier.

JE LEEST ONZE ARTIKELS GRATIS OMDAT WE GELOVEN IN VRIJE, KWALITATIEVE, INCLUSIEVE KUNSTKRITIEK. ALS WE DAT WILLEN BLIJVEN BIEDEN IN DE TOEKOMST, HEBBEN WE OOK JOUW STEUN NODIG! Steun Etcetera.

recensie
Leestijd 6 — 9 minuten

#182

15.04.2026

07.09.2026

Eivind Haugland

Eivind Haugland is a freelance dramaturg and critic, educated from the University of Trondheim, Norway, and the University of Music and Drama in Hamburg, In his home country, he was active in the independent theatre and dance field, and chaired ASSITEJ Norway. From 2015, Haugland worked as a dramaturg at theatres in Austria and Germany, including Badisches Staatstheater Karlsruhe and Schauspiel Frankfurt. In 2025 he moved to Ghent, from where he currently is writing about European theatre for Norwegian theatre magazines such as Norsk Shakespearetidsskrift and Scenekunst.no. He is also one of the festival curators for FIND 2027 at Schaubühne am Lehniner Platz in Berlin.

Dit artikel maakt deel uit van: Dossier: Theater aan Zee 2026

NIEUWSBRIEF

Elke dag geven wij het beste van onszelf voor steengoede podiumkunstkritiek.

Wil jij die rechtstreeks in je mailbox ontvangen? Schrijf je nu in voor onze nieuwsbrief!