Leestijd 3 — 6 minuten

Kunst en landschap

Leerervaringen: Tom Struyf

‘Hoe blijf je je praktijk voeden als kunstenaar? Wanneer verwierf je nieuwe inzichten en sloeg je een andere richting in?’ Die vragen legden we voor aan vier podiumkunstenaars. Sara De Roo, Mokhallad Rasem, Tom Struyf en Jonathan Burrows beantwoordden ze elk vanuit een heel eigen perspectief. Hun bijdrages getuigen er vooral van hoe leerrijk omwegen kunnen zijn.

Ik was veertien en legde de tuin van mijn ouders aan. Ze hadden een huis gekocht waar ze twee jaar lang in verbouwden, en ze vonden het goed dat ik zo iets omhanden had. Ik legde een vijver aan, vroeg een serre voor mijn verjaardag en begon als een bezetene planten te kweken. Maar er was ook al toneel: op school kreeg ik een uur dramatische expressie, en ook daar haalde ik mijn hart aan op. Toen ik zestien was, wilde ik dus naar de tuinbouwschool én naar de kunsthumaniora. Een geslaagde toelatingsproef bij die laatste maakte een abrupt einde aan mijn tuindroom. Mijn pad lag elders. Na de kunsthumaniora volgde de toneelschool en kwam ik in het theater terecht. Ik wilde niets liever, en de tijd ging snel. Zoals veel van mijn collega’s werkte ik onafgebroken en fanatiek. Behalve een milde weemoed bleef van het groen in die tijd niets over.

Na tien jaar theater maken was ik moe gewerkt en gedacht. De romantiek van het toneel was ik allang kwijt, en ik maakte een donkere voorstelling over iemand die overprikkeld in een verhitte wereld op zoek gaat naar zichzelf. Het was rond die tijd, ergens op vakantie in de bossen, dat zich een vraag opdrong die ik mezelf nooit eerder had gesteld: zou ik nog iets kunnen doen in het groen? Met alleen al de gedachte leek ik een nieuwe adem te hebben gevonden. Ik ging op zoek naar cursussen maar had geen zin in een hobby, en dus werd het een vierjarige opleiding tot landschapsontwerper. Het was geen omscholing: ik begon vanuit goesting. Theater zou ik blijven maken, en ik was vooral benieuwd waar de twee domeinen elkaar zouden tegenkomen.

De opleiding was verfrissend, maar ook zwaar en confronterend. Enerzijds was het een openbaring om me buiten het kunstenveld te begeven, nieuwe dingen te leren samen met mensen die ik anders nooit zou hebben ontmoet. Ik voelde hoe geprivilegieerd ik was om alle voorbije jaren mijn eigen hart en zin te hebben kunnen volgen – iets wat in de theatersector normaal is, of zelfs de regel: je doet wat je doet omdat je het moet doen, omdat er zich verhalen aan je opdringen waar je niet omheen kunt – ook al verdien je er geen cent aan. Terwijl ik in het theater had geleerd dat het goed was uit de band te springen, kreeg ik in mijn nieuwe opleiding een onvoldoende omdat ik me niet aan de opdracht hield en buiten de opgegeven kaders trad. ‘Je bent geen kunstenaar’, zei een docent me letterlijk. Het was een kras op mijn ziel en een les in bescheidenheid: ik was niet anders dan de anderen. Ik moest me voegen naar programma’s van eisen en budgetramingen, maar dat ging niet zonder slag of stoot. Ik miste de artistieke vrijheid van weleer. Bijna was ik gestopt, tot ik op de valreep een lezing volgde van Hannah Schubert, een bevlogen landschapsarchitect wier werk (zoals het project Tweede natuur) ik evenveel een kunstwerk als een landschapsontwerp vond. Mijn motor sloeg weer aan. Ik begon aan een nieuwe theatervoorstelling over een klein dorpje in de VS te midden van een fascinerend landschap, en op school vroeg ik of ik mijn eindexamen over dezelfde plek mocht maken. De vlam sloeg over op mijn docenten, en tot mijn vreugde haakten theater en landschap al tijdens het laatste jaar van mijn studie naadloos in elkaar.

Intussen ben ik bijna twee jaar afgestudeerd en combineer ik twee jobs met één grote gemene deler: ik ontwerp, geef vorm. Aan de scène en aan het landschap. De combinatie houdt me in evenwicht, denk ik. In het theater is alles gekunsteld, gecreëerd, bedacht. Een landschap of zelfs een tuin heeft zoveel kunstmatigheid niet nodig: daar gebeurt het vanzelf. Het is een verademing om buiten het repetitielokaal dicht bij basale processen te staan, zoals stekjes die wortel schieten of de cyclus die een boom in een jaar tijd aflegt. In mijn nieuwe job maak ik dat bewuster mee, als een spiegel, een vertraging. Bezig zijn met planten, met je handen in de aarde woelen, is de beste meditatie die er is – het helpt om in het hier en nu te zijn, samen te vallen met wie je bent. En laat dat nu juist het geheim zijn als je op het toneel staat: binnen het pakket aan kunstmatige voorwaarden je vrijheid vinden, en loslaten.

 

Lees ook de leerervaringen van Jonathan Burrows, Sara De Roo en Mokhallad Rasem.

JE LEEST ONZE ARTIKELS GRATIS OMDAT WE GELOVEN IN VRIJE, KWALITATIEVE, INCLUSIEVE KUNSTKRITIEK. ALS WE DAT WILLEN BLIJVEN BIEDEN IN DE TOEKOMST, HEBBEN WE OOK JOUW STEUN NODIG! Steun Etcetera.

artikel
Leestijd 3 — 6 minuten

#166

01.12.2021

14.03.2022

Tom Struyf

Tom Struyf is theatermaker en landschapsontwerper. Zijn voorstelling Finding Willard gaat in november 2022 in première.

NIEUWSBRIEF

Elke dag geven wij het beste van onszelf voor steengoede podiumkunstkritiek.

Wil jij die rechtstreeks in je mailbox ontvangen? Schrijf je nu in voor onze nieuwsbrief!