Ruiken

Hildegard De Vuyst, An-Marie Lambrechts

Leestijd 4 — 7 minuten

Kijken naar elkaar

Alize Zandwijk is van bij de start verbonden aan Toneelgroep Amsterdam waar ze steevast produkties maakt met jongeren. Na Iphigenia in Aulis, vorig seizoen, ensceneerde ze dit seizoen Voorjaarsontwaken van Wedekind. Volgend seizoen staat King Lear op het programma. Daarvoor werkte Zandwijk in het margetheater, o.a. bij Piek, Utrecht, en het kindertheater, o.a. bij De Blauwe Zebra, waarvoor ze De Beer van Tsjechov regisseerde, begin dit seizoen nog te zien op het Stekelbeesfestival.

Ben je direct van start gegaan met de tekst van Wedekind of ben je daar pas later aan toe gekomen ?

“Nee, die was er vanaf het begin. Vanaf het moment dat ik auditie doe, weet ik welk stuk ik zal doen. Casten gebeurt dan niet zozeer naar een bepaalde rol toe maar wel vanuit hoe iemand uit zijn ogen kijkt, vanuit zijn hele manier van zijn, zijn humor.”

Hoe ga je dan precies te werk ?

“Ik werk meteen vanaf de eerste repetitie gericht naar het stuk. De allereerste keer lezen we het hele stuk door. Iedereen schrikt dan aardig van die hele lappen tekst; voor scholieren zijn die ook vaak oninteressant. Dan begin ik met drie weekends improvisatie, waarna ik met mijn ‘gekapte’ versie aankom. De rolverdeling heb ik ondertussen al een beetje in mijn hoofd. Toch moet je het als regisseur altijd doen met het materiaal dat de mensen je in het werkproces aandragen. Ik merk vaak al van bij de audities wat iemand kan en wat ie niet kan; ik boor in eerste instantie niet aan wat iemand niet kan. Het is dus een wisselwerking. Alleen heb je op een zeker moment zo veel materiaal uit de improvisaties en ook uit het werken met de tekst; ik ben het dan die dat aangeboden materiaal ordent en selecteert.”

Wat voor soort acteren staat je voor als je begint te werken met zo een groep jongeren ? Wat zijn de stappen in het traject die leiden tot dat heldere, eenvoudige acteren dat ver weg staat van conventionele theatraliteit ?

“In het begin vond ik dit stuk heel erg ouderwets; het is van het begin van deze eeuw en de vraag is nu niet meer hoe je aan een kind komt maar wel b.v. hoe je ervan af komt. Daarom heb ik voor mezelf heel lang zitten zoeken naar datgene wat dit stuk nu interessant maakt om te spelen. Ik heb me dan heel lange tijd afgezet tegen het stuk: ik werkte dan met de jongeren aan heel overdreven types, Moritz als bang studentje b.v. Daar ben ik dan op een zeker moment van afgestapt. Ik begon dan te kijken naar hoe mensen naar elkaar keken en bewust of onbewust ontstond daar vaak een soort sexualiteit. Dat kijken naar elkaar en die stiltes daarbij, daarin moest ik het zoeken. Ik heb dan een aantal films gezien waarin het mij ook trof hoe kinderen heel veel naar elkaar kijken. Zo heb ik heb met de hele groep gekeken naar dat jongetje uit Crazy Love.”

Die open blik waarmee de mensen naar het publiek toe spelen, werk je daar bewust naar toe ?

“Nee, dat ben ik. Dat komt omdat ik hou van openheid en actualiteit. In Iphiginea werd bijna alles naar het publiek toe gespeeld. Dat is niet een bewuste keuze, dat ontstaat gewoon als ik regisseer. Heel veel mensen denken dat het zo open en fris is omdat het scholieren zijn, maar ik denk dat het altijd kan. Scholieren kunnen net zo op slot zitten of theatrale ‘acteuters’ zijn als acteurs. Ze hebben net zo veel theatraliteit in zich zitten als anderen, maar die room ik er meteen van af. Dat gebeurt gewoon in mijn werkwijze: ik kap direct die onechte theatraliteit eraf als ik ze tegenkom. Je komt zoveel acteurs tegen die op de scène zoveel ‘doen’; daar hou ik niet van. Het enige wat iemand die jong is voor heeft op een oudere, acteur of geen acteur, is dat hij een jongere uitstraling heeft en dat is altijd ontwapenend. Acteurs hebben ook al zoveel gespeeld dat ze veel moeilijker open te krijgen zijn als jongeren. Ik denk aan de andere kant wel dat ik iets bij jongeren aanboor en dat heeft te maken met een soort gestrengheid. Het is vanaf het begin duidelijk dat ze iets moeten doen, dat er een appèl op hun gedaan wordt. Dat dwingt tot nadenken en dan boor je iets bij hen aan. Mensen zijn lui en dat is iets wat ik absoluut de grond in boor. Het is ook zo dat ik heel lang de tijd heb: ongeveer vijf maanden werken we elk weekend en langzamerhand wordt duidelijk waar ik naar toe wil. Op twee maanden produktietijd zou ik dat nooit halen.”

“Belangrijk voor mij is dat ze de betekenis van de tekst tegenspelen en niet nog eens de betekenis spelen van de tekst die uit hun mond komt. De speler moet innerlijk voortdurend bezig zijn, maar het spel mag niet meegaan met de emotie of met wat die tekst zegt. De tekst vertelt die emotie al. Dat is een stijl waar ik van hou. Daardoor komen die teksten er ook zo nuchter, zonder die of die invulling, uit. Ik haat ook geschreeuw op toneel: je moet als acteur van binnen heel veel doen en er dan een minimum uit laten komen, juist omdat je nog moet kunnen werken op de fantasie van het publiek. ”

Voorjaarsontwaken

auteur: Frans Wedekind;

regie: Alize Zandwijk;

decor: Jan van den Berg;

kostuums: Nelleke Zandwijk;

choreografie: Jolanta Zalewska;

met Joost Buitenweg, Wouter Dolmans, Sabruia van Halderen, Nathalie van der Klugt, Howard Ralph Sidney Komproe, Roos Ouwehand, Carlo Scheldwaeht, Aietta Smits, Ingrid Wender en Dirk Zeelenberg.

Gezien op 8 april in Casino, Den Bosch, organisatie Jeugdtheaterfestival.

Nog te zien van 15 tot en met 27 augustus, behalve op maandagen, in de Stadsschouwburg, Amsterdam. Tickets: tel. 00 31 20/ 24.23.11

interview
Leestijd 4 — 7 minuten

#26

15.06.1989

14.09.1989

Hildegard De Vuyst, An-Marie Lambrechts

interview