Willy Thomas

Leestijd 6 — 9 minuten

Jusqu’ici tout va bien

State of the union door Willy Thomas, op 25 augustus uitgesproken bij de opening van het Theaterfestival in Gent

Beste Liefhebbers, de hele wereld zet zijn muts naar rechts / in Nederland en Vlaanderen wordt het theater aanzienlijk beter

Dit is het verhaal van iemand die van de 20ste verdieping naar beneden valt en bij elke verdieping denkt: jusqu’ici tout va bien, tot hier gaat alles goed…

Men heeft de reflex om bij een val de ogen te sluiten; Steve Paxton heeft mij geleerd de ogen altijd open te houden.

Men heeft de reflex om de val te willen breken terwijl iedereen weet dat dat niet zo verstandig is.

In de Brusselse ‘local’ gazettenwinkels, snackbars, bakkerijen, beenhouwerijen, volkscafés en bij andere kleine zelfstandigen, waar men nog niet moet bellen om te consumeren, stinkt het naar het zweet van racistische adrenalinestoten. Als je ‘s ochtends, bij de ontbijtinkopen, geen stoppen in de oren hebt, ben je voor de middag niet thuis; zwetend van argumentatie of met twee blauwe ogen omdat je dat andere ook had aangeboden. De witte Brusselse wijkbewoners zijn bang, gefrustreerd. Opgehitst en geruggesteund door het gros van de politiek – of was er slechts één racistische partij – in wiens kraam dit ‘gezonde’ volkse racisme geweldig past, kunnen ze nu legitiem – en dat is het grote verschil – zeggen wat ze vroeger misschien wel heel geniep eens durfden denken maar waarvan ze wel wisten dat het niet zo proper was.

Aan de andere kant heeft een tweede of derde generatie verse Brusselaars niet zoveel zin meer om die context te negeren en het muilezelsjuk van hun vaders over te erven. – Vaders, die met alle respect voor onze beschaving en met grote dankbaarheid hier werk kwamen verrichten waar we zelf te mooi voor waren; arbeid die onze status was ontgroeid. -De messen zijn gewet. De arena is klaar.

Jusqu’ici tout va bien, tot hier gaat alles goed.

Natuurlijk is het waar, natuurlijk weten we het allemaal natuurlijk is het zo dat het uiterlijk een grote rol speelt als je een appartement wil huren, als je werk wil vinden. Ja, het is waar dat je niet zomaar om het even waar iets kan gaan drinken of om het even waar kan gaan dansen. Ja, het is waar dat er in Brussel nog altijd mensen zijn die weigeren Frans te spreken of weigeren Nederlands te spreken en dat de Vlamingen geen flauw benul hebben wat er langs Franstalige kant gebeurt en omgekeerd. Dat is toch al altijd zo geweest, dat is toch allemaal niet zo erg. Zolang iedereen in zijn klein hoekske zijn klein verhaaltje mag vertellen is er toch niets aan de hand ?

We kunnen de wereld toch niet op onze schouders dragen, laat staan dat we er iets aan kunnen veranderen! Wij zijn toch niet verantwoordelijk voor al het leed van de wereld. Wij zijn tenslotte geen racisten, wij zijn toonbeelden van tolerantie en met onze kunsten dienen we het hoogste goed: de vrijheid.

Ieder de zijne natuurlijk; we kapselen ons in en verstikken in onze ‘vrijheid van hier tot daar en géén mm. verder’. Veilig vrij zijn heet dat. Kunst bedrijven met condoom, alsof we bang zijn besmet te worden door iemand anders’ woorden, door lucht, terwijl lucht juist het sterkste, het wezenlijkste, het elementairste wapen is. De natte droom van de oorlogsfreak; de territoriale vacuümpomp.

Lucht die we nodig hebben om woorden te laten ontploffen, om muziek in golven om te zetten. Lucht die de kortste weg vindt naar het centrum van onze geestesvermogens. Lucht maakt mij lyrisch, omwille van het oor; geef mij een oor…Het oog is vervelender, bedrieglijker, dat luie oog dat alsmaar ook wat wil. Dat ‘Ha-en-Ooo-oog’ dat verwend wil worden, gestreeld, dat wil consumeren. Dat schele paar ogen dat de realiteit voor fictie neemt en de fictie als norm voor haar eigen realiteit neemt, dat zich meet aan uiterlijkheden. Het esthetische verwart mij. Het blijft een masker dat opsmuk heet. Ik kan geen maskers verdragen behalve die van bvb. de Zapatista’s, die ze dragen om gezien te worden.

Jusqu’ici tout va bien, tot hier gaat alles goed.

Wat kan ik doen? ‘Kakken in uw schoen’, zou mijn dochtertje nu zeggen. Het gaat toch niet meer over ‘kunnen’; de omstandigheden maken dat de vraag naar de mogelijkheid de onwil reeds in zich draagt. Wie zich afvraagt wat hij kan doen dekt zich in met de onmogelijkheid, ziet zichzelf bijgevolg als een soort slachtoffer van de welvaart waar hij, hoe kan je ‘t helpen, in terechtgekomen is. Op z’n minst een cynische attitude. Het kapitalisme heeft van zijn schaapjes wolven gemaakt; een bedreigde diersoort die ‘kost wat kost’ moet behouden blijven. Daarom moeten we er ook voor zorgen dat er genoeg schaapjes overblijven om de wolfjes te voeden.

Zo blijft iedereen die bescherming geniet tevreden en wie tevreden is wil dat zo houden en zal niet zoveel bewegen, elke luchtverplaatsing netjes afmeten, genietend van het gemeenschappelijk briesje dat maatschappijtje heet.

Ik zou graag het moment nog meemaken waarop al die onbeweeglijke, loodzware tevredenheid geconfronteerd wordt met de beweging van alles wat ontevreden is.

Meer en meer wordt ontevredenheid een universele kwestie, ‘universalism of the unsattisfied’, zoals Stuart Hall (van de Open University) het onlangs noemde. Misschien is hier ruimte en lucht voor de ontwikkeling van een

netwerk van woede, over alle grenzen heen, een trans-nationaal gedachtengoed dat via een nieuwe lezing van de geschiedenis, ontdaan van haar clichés, tot een geëmancipeerde beweging kan leiden. Een beweging van ‘niemanden’ misschien, zoals Oddyseus’ strijd met de Cycloop; toen de Cycloop vroeg wie zijn oog had uitgestoken antwoordde Ody-seus:’Niemand’. Wanneer de Cycloop zich later bij de Goden ging beklagen dat ‘Niemand’ zijn oog had uitgestoken kon hij niet geholpen worden omdat de Goden meenden, dat als niemand het oog had uitgestoken, zij ook niemand konden straffen.

Jusqu’ici tout va bien, tot hier gaat alles goed.

Zo stellen we ons vandaag in Brussel op; niemand, ontevreden en met een grote wil om te bewegen. De gemeenschappelijkheid ligt in de uitgangspunten en al de rest zijn werelden van verschil, schatten van verschil zou ik moeten zeggen; olie voor vastgeroeste denkpatroontjes. Het plezier van het ont-moeten, van het niet moeten en van de drang straks samen op de scène iets te laten gebeuren, met z’n allen, niet ‘hand in hand’ en zonder vlag. In het besef afhankelijk te zijn van elkaar en met vertrouwen ten aanzien van ieders verantwoordelijkheid.

(En de traditie, het Theater? Dat is een hoer die gratis haar diensten aanbiedt als we dat wensen. En de normen en de wetten? Elke waarde die aan om het even welke kwaliteit werd gegeven kent zijn opponent. De omschrijving via normering van wat kwaliteit zou zijn lijkt me dan ook moralistisch.)

De verschillen hoeven niet op te lossen in elkaar. We moffelen niet weg, we laten zien wat het is hoe het is. Dat is dan ook een totaal verschillend uitgangspunt dan dat waar de integratiepolitiek van vertrekt. Integratie vertrekt vanuit een eenzijdig standpunt; wij zijn hier thuis, we hoeven ons dan ook niet in te laten met het begrijpen van diegenen die hier om wat voor reden dan ook naartoe zijn gekomen; zij moeten zich aanpassen. Dat is waar normen toe leiden; tot de geslotenheid van het systeem; de prikkeldraad rond de bedreigde diersoort. Protectionisme van de eigen, geroofde, tevredenheid. Tot eenzijdigheid waarin het vocabularium van de politiek het zo weet te verpakken dat iemand die asiel aanvraagt dat wel kan krijgen als hij kan bewijzen dat hij om politieke redenen voor zijn leven vreest in zijn thuisland, want democratie is toch het hoogste goed! Maar als de honger, levensvijand nummer 1, je naar hier heeft gedreven, heb je wel het verkeerde zeil opgezet.

economy rules the political mules

Vorig jaar krijgt de Brusselse middenstand het op de heupen van de clochards die op de banken zitten of liggen en zie, het stadsbestuur wil prompt alle banken in de binnenstad laten verwijderen. Wegens protest en ‘te schadelijk’ voor het imago komt er gelukkig niets van terecht. Dit jaar, toevallig vlak voor het toeristische hoogseizoen protesteert de middenstand tegen de bedelaars omdat die hun klanten zouden wegjagen en zie hun wil wordt wet: bedelen is vanaf nu verboden in ‘t stad. Protest? Een beetje… Van de ene dag op de andere zijn alle bedelaars die ik zowat dagelijks ontmoet criminelen geworden. Een paar zigeuners die over het nieuws hadden gehoord houden me tegen en vragen of er iets over in de krant staat. Ik zeg: ‘neen, maar in Le Soir…’ ‘Ça coute combien un journal?’

Het is toch zo simpel vandaag voor onze bestuursvaderen. Problemen? Oogt het niet lekker? Geen punt, we criminaliseren het en klaar is kees.

Zo geeft wereldwijd het kapitalisme meer en meer de politie het heft in eigen handen. De ‘Crime Bill’ in Amerika, de ‘Criminal Justice Bill’ in Groot Brittanniëzijn prachtvoorbeelden van de nieuwe aanpak: de grove borstel. ‘The right to remain silence’ vervalt, huiszoekingsbevel wordt afgeschaft, kliklijnen operationeel gemaakt, meer gevangenissen gebouwd, de nu reeds beruchte ‘three times you’re out’-regel (in Amerika; drie misdrijven = levenslang)

Op die manier slaagt men er op de koop toe in de goegemeente te laten geloven dat men iets onderneemt om de veiligheid te bevorderen. Men vertelt niet dat criminaliteit ook oorzaken heeft, dat criminaliteit ook als een vorm van opstand kan worden gezien, als een keuze waartoe men gedwongen kan worden…

jusqu’ici, tot hier

boven mijn hoofd zie ik een indrukwekkende troepenbeweging. Ontevredenheid past niet. Als je geen wolf wil zijn, ga dan naar de schapen. Het is tijd om te kiezen. Er is een oude ‘waarde’ opgedisseld, een oer-oude wet uit een nooit geschreven schaamteloos boek: de wet van de sterkste!

Kan ik niet nog, of liever wil ik dan nog, nog altijd, nog langer, nog eventjes, nog een heel klein beetje langer op mijn gat blijven zitten met dat hopeloze gevoel dat al ons beter en beter wordend theater daar niets tegen vermag?

Dames en Heren, het is tijd om te bewegen en vergeet niet, vooraleer u uw muts een tik geeft naar welke kant ook; neem steeds uzelf als norm voor de kwaliteit van uw leven.

Er zijn er al teveel ‘killed by charity’.

 

artikel
Leestijd 6 — 9 minuten

Willy Thomas

Willy Thomas startte als speler bij HTP van Jan Decorte (1981) en richtte in 1984 Dito'Dito op, samen met Guy Dermul en Mieke Verdin. Sinds juni 2016 is hij artistiek leider van ARSENAAL/LAZARUS.

artikel