The Harvest of Broken Promises – Pankaj Tiwari
Vechten tegen de vergetelheid
Bas Blaasse
‘Géometrie de vies’, Michael Disanka & Christiana Tabaro © Kasau Wa Mambwe
In zijn derde en laatste column geeft Michael Disanka zijn stoutmoedige dromen vrij spel. Hij droomt van een theater dat de wonden van een verkeerd vertelde geschiedenis heelt, een theater dat nooit in de pas loopt, niet met het Westen en niet met het Oosten, dat zegt: “sta op, Congolezen”, en dat de toekomst van de mensheid in het Zuiden ziet liggen, in Mbanza-Ngungu, in het Théâtre du Scratching.
Voor dit laatste artikel uit deze driedelige reeks luister ik naar de stem die opwelt uit de diepten van mijn ziel om gehoor te geven aan mijn diepst verborgen dromen. Dromen doden, zijn ze het summum van illusie of scheppende verbeelding; wie zal het zeggen? Een eindeloze projectie, dat is de toekomst, een peilloze leegte die de ruimte verslindt, die de watervallen van de tijd opslokt in haar afgrond en zelfs alle zin tenietdoet waarvan de grootheid van de mens en zijn hoogst denkbare ontplooiing afhangen.
Ver van alle laster, ver van het opgedrongen gezwets in verhalen die woorden laten dansen op het ritme van de leugen, ver van verlammende vetes, geef ik mijn dromen vrij spel, zodat niemand ze nog kan verstoren, niet door binnen te dringen, niet door in te breken in de droesem waar ze vandaan komen.
Soms word ik wakker vol ontgoocheling, met kletsnatte voeten, alsof het een ochtend is na een regenachtige nacht in een buitenwijk van Kinshasa. Ik voel me schuldig dat ik een koppige droom heb gedroomd die me niet wil loslaten. Een droom die wil dat mijn naam groter wordt dan de Congostroom, en dat het theater het hart vormt van een grote politieke hervorming van het Congolese volk. Ach, was het niets meer dan een stoutmoedig droompje vol vuur, waarin Mbanza-Ngungu en haar Théâtre du Scratching de hoofdstad zouden worden van de hedendaagse schepping, een bron waaruit eeuwig vruchtbare menselijk daden ontspringen.
Het is een zware droom in een land dat uitgeput is door voortdurende oorlogen, verstikt door grootschalige en alledaagse corruptie, aan alle kanten leeggebloed en zelfs verraden door zijn eigen zonen en dochters, een plek waar zich een gruwelijk universum aftekent waarin de een altijd zwaardere ballen wil hebben dan de ander, en de andere helft ertegenover de borst vooruitsteekt om spieren te tonen die ze niet heeft. Wat is dan nog de plaats van kunst in het algemeen, en van theater in het bijzonder, in een apocalyps waarin we al zijn meegesleurd sinds man en vrouw de natuurlijke kringloop hebben afgezworen voor lineaire groei en ontwikkeling? Nu we vanuit het Noorden het fysieke hebben uitgeput, de zin hebben neergesabeld, de werkelijkheid hebben ontkend, het verschil hebben verworpen, de menselijkheid van elkaar hebben gedevalueerd en het natuurlijke hebben verdronken in een fictie van deconstructie, zitten we dan niet midden in de cosmocide die de dichter al had voorspeld?
Met mijn vriend Attacha Kimbembi, bijgenaamd Mashini, regisseur bij het Théâtre National Congolais, zag ik theater lang als een droom. De auteur droomt en spuwt woorden uit, weeft een plot en verzint werelden vol mogelijke levenspaden; de regisseur droomt voort op de droom van een ander, zet situaties naar zijn hand, en “zet mens en materiaal in” ten dienste van zijn eigen droom. Als een ware dirigent in zijn eigen droomwereld bespeelt en beheerst hij de dramaturgische tijd en tart hij het mogelijke; en de acteur, dier van betekenis, vreet het podium op, lebt in geleende tijd en speelt met zijn eigen lichaam door van huid te wisselen, veranderend van emotie naar emotie zoals een kameleon van kleur verschiet. Hij draagt het gewicht van de dromen van anderen, maakt ze zich eigen en vindt ze opnieuw uit voor zijn eigen droom van onsterfelijkheid. Zelf draag ik deze drie hoeden en daarom blijf ik dromen, omdat het de enige weg is die me de kans biedt om mezelf te verwezenlijken als een Benoe. Dus droom ik…
Ik droom van theater dat put uit oude levenssappen, dat het zijn raakt op de plek van zijn diepste onbeduidendheid en het tot menselijkheid verheft; theater dat betekenis tot in het oneindige vermenigvuldigt en wezens laat reiken naar absolute menselijkheid. Theater dat zindert van leven, overvloeit van menselijkheid.
Ik droom van theater als de thuisbasis van mijn ware passies, waar de menselijkheid van de ander in mijn ogen onschatbaar wordt. Theater dat de wonden geneest van onze verdraaide en verkeerd vertelde geschiedenis, dat waarheden herstelt en hoofden opgeheven krijgt die te lang gebogen bleven. Een theater dat zelfs zegt: sta op, Congolezen.
Ik droom van een theater dat niet moerassig vastloopt in het gekunstelde kronkeldenken van een geleende filosofie, een denkwereld waar de mens uit het Zuiden immers al lang de rug naar heeft gekeerd; een theater waarin afrikanisme, feminisme, antiracisme en alle ideeën over gerechtigheid, vrijheid, maatschappelijke verandering en vooruitgang niet langer worden gereduceerd tot doodgeanalyseerde verdienmodellen. Een theater dat het uitschreeuwt, omdat de wereld van de vooruitgang uiteindelijk alles zal commercialiseren als het kabaal van deze schreeuw onze menselijkheid niet bekrachtigt.
Ik droom van dit theater dat nooit in de pas loopt, niet met het Westen en niet met het Oosten, dat grenzen tart, normen doorbreekt en laat zien dat de toekomst van de mensheid híér ligt, door naar het Zuiden te wijzen.
Ik ben een dromer, en al mijn dromen worden uiteindelijk werkelijkheid, mits ik er een beetje aan werk. Als handarbeider van de waarheid in daden, taal en uitdrukking werk ik vurig en moedig, met een hoop die zich vernieuwt als de goedheid van de goden.
Dromen, is dat dan de eindbestemming van de theatermaker die ik wil worden? Veroordeeld zijn om onophoudelijk te dromen, in een rusteloze zoektocht naar andere mogelijkheden dan die we aantreffen op platgetreden paden, waar het aloude primeert op het zijn? Eeuwig in wording zijn? En waarom zou je de eigenheid van de een ontkennen om de kwalen van buitenstaanders op te dringen aan de mensen van hier, en hen zo compleet te ontmenselijken?
De tijd heeft het failliet van die onderneming al bewezen. Het is misschien tijd om ons weer onder te dompelen in de klassiekers, om ze juist in de afbrokkeling van deze wankele wereld te werpen die onherroepelijk naar haar ondergang afglijdt, want het verleden is de enige tastbare tijd waarin het bestaan ligt besloten. Hebben we geen nieuwe droom nodig?
Ik geloof er zo rotsvast in dat het simpelweg onmogelijk is om mijn geest niet te laten meezwerven met mijn vruchtbare verbeelding. Ik surf op de golven van de hoop en nodig het geluk uit aan mijn tafel, voor meer kwaliteit van aanwezigheid. Ik ben de herziene versie van mezelf, de god van mijn wording, eindeloos vernieuwbaar, de smaken van goedheid herkauwend die mijn goddelijke voorouders me hebben nagelaten.
Ziehier mijn droom als theatermaker: vormloos, veelvormig, herinnerend, een plek van dichotomieën en paradoxen, een beest zonder kop of staart. Mijn theater is een monster van prikkelende betekenis. Zoals het licht aan de duisternis ontspruit en er weer stuimig in terugvalt wanneer de dag op zijn uiterste krachten loopt, zo wordt het tijd dat de waarheid zegeviert in onze harten, in onze monden en in elk van onze daden, zodat men zich zal herinneren dat mijn naam Michael Fabrice Disanka Ntumba Kabeya is, zoon van Kabeya Mwena Kavula en Marguerite Disanka Ntumba, en vader van Bwinja Disanka Mukuna.
Kinshasa,
16 september 2026, 04:14 uur
Michael Disanka
KRIJG JE GRAAG ONS PAPIEREN MAGAZINE IN JOUW BRIEVENBUS? NEEM DAN EEN ABONNEMENT.
REGELMATIG ONZE NIEUWSTE ARTIKELS IN JOUW INBOX?
SCHRIJF JE IN OP ONZE NIEUWSBRIEF.
JE LEEST ONZE ARTIKELS GRATIS OMDAT WE GELOVEN IN VRIJE, KWALITATIEVE, INCLUSIEVE KUNSTKRITIEK. ALS WE DAT WILLEN BLIJVEN BIEDEN IN DE TOEKOMST, HEBBEN WE OOK JOUW STEUN NODIG! Steun Etcetera.