© Delphine Lebon

I LOVE ME(N) – Dorelia Schraven

Ik haat mannen… niet

Nog voor Dorelia Schraven begint te spreken, heeft ze al een personage neergezet: ze staat alleen op het podium met haar armen omhoog in een strak Juicy Couture-setje. Haar one-woman-show I LOVE ME(N) begint met verschillende uitdagende poses en dansbewegingen, ze twerkt en laat zich zakken in een split in een striptease-geïnspireerde routine, nog zonder muziek. “Superposities”, zegt Schraven zelf: een begrip uit de kwantummechanica dat duidt op het gelijktijdig bestaan van meerdere verschillende toestanden. Ze verwijst naar Schrödinger’s kat die, zolang er geen waarneming plaatsvindt, tegelijk levend en dood is. Ze begint te spreken over mannen. “Ik haat mannen… niet.”

Schraven vertrok voor I LOVE ME(N) vanuit interviews met haar mannelijke ex-partners. Het terugkijken naar vroegere seksuele of romantische partners is een strategie die vaker opduikt in kunst, vooral bij vrouwelijke kunstenaars die seksualiteit en intimiteit onderzoeken; ik denk bijvoorbeeld aan het tentvormige Everyone I Have Ever Slept With 1963–1995 van Tracey Emin uit 1995 of verschillende werken van Sophie Calle zoals Prenez Soin de Vous uit 2007. Het meest persoonlijke wordt daar een spiegel voor grotere maatschappelijke vragen over verlangen, patronen, identiteit.

Schraven zoekt doorheen de voorstelling geregeld de interactie met het publiek. Op een bepaald moment kiest ze een man uit om op scène een van deze interviews met een ex-partner als dialoog met haar te herspelen, hij krijgt een blad papier in zijn handen en moet voorlezen wat zij heeft uitgeschreven. Ze vraagt hem om niet ‘een man’ spelen, maar het ‘archetype man’. Zelf stapt Schraven evengoed in het archetype ‘vrouw’; zodra hij iets zegt, giechelt ze, reageert ze naïef of bijna kinderlijk. Die stereotiepe, binaire man-vrouw verhouding lijkt een bewuste keuze en maakt de machtsdynamieken hier helder zichtbaar. De uitvergroting is op zichzelf grappig, maar toch wringt de manier waarop het archetype ‘vrouw’ hier wordt gerepresenteerd bij mij. Ook haar eerdere ‘superposities’ zijn erg geseksualiseerd en flirten met de esthetiek van strippers, videoclips, Instagram of OnlyFans.

“I LOVE ME(N) wil onderzoeken hoe mannen en vrouwen gevangen kunnen zitten in verwachtingen, maar reproduceert tegelijk de herkenbare beelden en clichés van diezelfde verwachtingen.”

Soms kan imitatie of parodie een krachtige vorm van kritiek zijn, omdat ze herkenbare beelden toont en die vervolgens uitholt. Wat wel nodig is op dat moment is een verschuiving, een breuk, een deconstructie, iets om de kijker opnieuw te doen kijken. I LOVE ME(N) wil onderzoeken hoe mannen en vrouwen gevangen kunnen zitten in verwachtingen, maar reproduceert tegelijk de herkenbare beelden en clichés van diezelfde verwachtingen. Daar mis ik soms een volgende stap, een duidelijkere mediatie van die clichés.

Toch is de dialoog tussen Schraven en de mannelijke vrijwilliger een van de meest treffende momenten van de voorstelling. “Nu wordt het allemaal super meta”, zegt ze, wanneer ze in haar tekst, uit de mond van de man, begint te twijfelen over zichzelf. Abrupt onderbreekt Schraven de scène wanneer de uitspraken van de man te confronterend, complex, gevaarlijk worden. Maar net op dat punt onstaat een interessante spanning: de willekeurige mannelijke vrijwilliger die zich door Schraven gedwongen moet verplaatsen in haar archetype van de man, en dan op een bepaalde manier medeplichtig wordt.

Later vertelt Schraven over andere mannen die zich bij haar verontschuldigd hebben, maar stelt uiteindelijk dat deze excuses theatraal oninteressant zijn. Ik ga niet akkoord, want in deze anekdotes—of bekentenissen—vind ik net het meeste connectie met de voorstelling. Ze speelt hoe ze heeft gereageerd op deze verontschuldigingen: het minimaliseren, wegrelativeren, zeggen “goh, maakt niet uit, is echt oké”. Die reflex kwam bij mij heel erg binnen. Ook hoe ze beladen onderwerpen aansnijdt en die dan snel weglacht—“anyway”—is raak. Wanneer ze dichtbij zichzelf blijft, is het ontwijken van deze spanning meer effectief. Het illustreert zeer herkenbaar het ontkennen van de eigen kwetsbaarheid, zeker in verhouding tot de personen die haar hebben gekwetst; een soort zelfontkenning.

“I LOVE ME(N) is heel direct. Het spel is onmiddellijk, brutaal, gepantserd”

Even scherp is het moment waarop ze ze haar hakken inwisselt voor sneakers en wild ter plekke begint te joggen terwijl ze vertelt over een pretentieuze regisseur die niet kon stoppen met praten over zichzelf en Kafka, en op wie ze zo verliefd was dat ze fantaseerde geslagen te worden door hem. Hier richt Schraven haar blik niet alleen op de ander, maar ook heel uitgesproken—en humoristisch—op zichzelf, en op haar eigen (taboe)verlangens.

Ik vond daarnaast in I LOVE ME(N) ook veel betekenis in de tussenruimten, in de momenten die niet grappig waren, waar er meer werd geïmpliceerd in kleine expressies, zoals de onzekere manier waarop ze de verontschuldiging van haar ex accepteert. Opvallend is dan ook wat ze niet zegt. Ze gebruikt nooit de woorden ‘grensoverschrijdend gedrag’ of ‘seksueel geweld’, ze heeft het niet over ‘daders’ en ‘slachtoffers’.

Schraven zegt zelf dat ze bang is van mannen en tegelijk ook van hen houdt. Als vrouw leid je in deze patriarchale maatschappij soms een paradoxaal bestaan.”

Schraven beweegt met veel zelfvertrouwen doorheen veel verschillende rollen en sporen, wisselt monologen af met pianospel en zang, als een collectieve ademhalingsoefening. I LOVE ME(N) is heel direct. Het spel is onmiddellijk, brutaal, gepantserd; maar wat Schraven vertelt blijft dicht bij de gevoeligheid van herinneringen en interpersoonlijke relaties. In een tijd waarin het lijkt alsof spreken over seks en seksueel geweld meer kan, is die openheid—“radicale eerlijkheid” noemt ze het in het begin—in realiteit niet vanzelfsprekend. Schraven lijkt te kiezen voor de vorm van cabaret en comedy om deze onderwerpen meer verteerbaar te maken.

Ik vroeg me gaandeweg af wat de kat van Schrödinger met dit alles nog te maken had. Uiteindelijk zag ik de tegenstrijdigheden die terugkeren in I LOVE ME(N). Schraven zet het sexy masker op, de knipoog—letterlijk—om het daarna te laten breken in een onzeker zelfbewustzijn.  Ze zegt zelf dat ze bang is van mannen en tegelijk ook van hen houdt. Als vrouw leid je in deze patriarchale maatschappij soms een paradoxaal bestaan.Meerdere dingen kunnen tegelijk waar zijn. 


Deze recensie maakt deel uit van de Summerschool op TAZ 2026. Lees hier de andere recensies uit deze reeks.

JE LEEST ONZE ARTIKELS GRATIS OMDAT WE GELOVEN IN VRIJE, KWALITATIEVE, INCLUSIEVE KUNSTKRITIEK. ALS WE DAT WILLEN BLIJVEN BIEDEN IN DE TOEKOMST, HEBBEN WE OOK JOUW STEUN NODIG! Steun Etcetera.

recensie
Leestijd 5 — 8 minuten

#182

15.04.2026

14.09.2026

Flora Bonneure Vanclooster

Flora Bonneure Vanclooster is curator en beeldend kunstenaar. Haar praktijk beweegt tussen beeldende, audiovisuele en performatieve kunsten, en verkent regelmatig thema’s als representatie en mediatisering in relatie tot het (vrouwelijk) lichaam. Ze realiseerde projecten en teksten bij onder meer Komplot, Edmond Brussels, KASK & Conservatorium, Kunsthal Gent en Art au Centre.

NIEUWSBRIEF

Elke dag geven wij het beste van onszelf voor steengoede podiumkunstkritiek.

Wil jij die rechtstreeks in je mailbox ontvangen? Schrijf je nu in voor onze nieuwsbrief!