© Henry Dhondt

Leestijd 12 — 15 minuten

De blauw – Lara Staal & NTGent

De politie, wiens vriend?

In De blauw schetst Lara Staal een portret van de ontstoken relatie tussen politie en jongeren. Het relaas van rouwige agenten wordt afgewisseld met strakke spoken word en af en toe een vonk verbeelding in een bondige voorstelling. Aan De blauw is duidelijk veel luisteren voorafgegaan: een veelheid van verhalen passeren de revue in korte scènes die grote vragen oproepen, maar eenduidige antwoorden schuwen.

Het is twee uur in de namiddag en het publiek heeft plaatsgenomen rond een Oostends skatepark. Jonge tieners in felle sweaters skaten en fietsen, aan de andere kant zitten een paar oudere jongeren te praten. Plots komt een politiecombi met volle snelheid en zwaailichten aangereden in de richting van het publiek. Ik huiver. Ik heb het al vaak gezien: de sirenes die steeds luider klinken, agenten die, soms in volle uitrusting, uitstappen, en hup, daar wordt iemand tegen de muur geduwd. Net als veel mensen in de volkse wijken van een grootstad kom ik de politie meestal tegen in haar ‘ordehandhavende gedaante’: elke interactie is een confrontatie, geroep wordt met geroep beantwoord. In een oogopslag zie ik dat de camionette niet echt is: ‘politie’ is met een knullig lettertype aangebracht op de zijkant, en ook de strepen en het logo komen niet overeen met de officiële iconografie van de Belgische politie. En toch denk ik een paar seconden lang: “oh nee, wat gaat er nu weer gebeuren?”

In de camionette zitten Arber Aliaj en Armin Mola, de twee acteurs die de volgende 75 minuten lang politieagent, journalist, puber, vlogger en rijkswachter zullen spelen. Wanneer ze toekomen, dragen ze facsimiles van kogelvrije vesten, een matrak en een wapen. Gaandeweg kleden ze zich naar hun rol: een strak trainingspak voor ‘een jongere’, een pak en een microfoon voor ‘een journalist’, een blauwe polo voor ‘Günter de wijkagent’.

Net als eerdere voorstellingen van Lara Staal bij NTGent – De Gevangenis, Dissident en SERDI – vertrekt De blauw vanuit een institutioneel pijnpunt, en telkens onderzoekt ze dat in samenwerking met mensen die er rechtstreeks mee te maken hebben. Voor De blauw gingen de makers in gesprek met leden van de politie, jeugdwerkers en jongeren. Staal, Mola, Aliaj en muzikant Joram Kunde Boumkwo destilleerden daar een tekst uit, en Matthias Velle deed de dramaturgie.

“Net als eerdere voorstellingen van Lara Staal bij NTGent vertrekt De blauw vanuit een institutioneel pijnpunt, en telkens onderzoekt ze dat in samenwerking met mensen die er rechtstreeks mee te maken hebben. Voor De blauw gingen de makers in gesprek met leden van de politie, jeugdwerkers en jongeren.”

Behendig wenden Aliaj en Mola tongvallen en lichaamstalen aan om vorm te geven aan een breed palet figuren. Hun spel is energiek en meeslepend. Soms komen die personages terug, maar vaker ontmoeten we ze maar voor de duur van één scène. In De blauw krijgen we dus geen uitgediepte personages die een heikel thema bevechten in een afgelijnd verhaal. De makers kozen ervoor om een caleidoscoop aan perspectieven op te voeren en het publiek zelf conclusies te laten trekken.

Door – bij monde van personages – te verwijzen naar wetenschappelijk onderzoek en historische feiten, ontloopt De blauw grotendeels het risico om te vervallen in loutere anekdotiek. Zo wordt bijvoorbeeld uit het Knack-nummer geciteerd dat aan het licht bracht dat er sinds 2010 120 mensen zijn gestorven na politie-interventies. Een andere scène evoceert dan weer de rijkswacht van weleer. Met aangeplakte borstelige snorren en lederen handschoenen spelen Aliaj en Mola in slow motion mattrakerende rijkswachters na. De handschoenen fungeren als symbool voor de racistische harde hand van de rijkswacht. De agent vertelt dat hij de zoon van arbeidsmigranten is en bij de politie ging om die “van binnenuit te verbeteren”. Een uitspraak van hem blijft hangen: dat we begrip zouden moeten opbrengen voor de wijze waarop zulke herinneringen blijven doorwerken. Kun je wel spreken van een ‘vertrouwensbreuk’ tussen politie en jongeren als er nooit vertrouwen is geweest?

In een wereld, verzadigd met gemediatiseerde politiebeelden en telkens weer meer blauw op straat, zijn veel interacties met agenten gekleurd door een netelige mix aan eerdere ervaringen – zowel persoonlijk als gemedieerd. Het mogen dan wel andere agenten zijn, het uniform is hetzelfde en het instituut dat zij vertegenwoordigen is dat ook. Door een veelheid aan interacties tussen politie en burger te schetsen maakt De blauw inzichtelijk hoe het niet anders kan dan dat politionele interacties voor sommigen onder hoogspanning verlopen.

“Dankzij hun sociologische blik vervallen de makers quasi nooit in een valse gelijkstelling van perspectieven. De voorstelling maakt voortdurend voelbaar dat politie en burger geen symmetrische posities innemen. De politie is een staatsinstituut met geweldsmonopolie. Ook een droevige, vermoeide, gedesillusioneerde agent belichaamt meer staatsmacht dan een blowende tiener die ACAB schrijft op een bushalte.”

Dankzij hun sociologische blik vervallen de makers quasi nooit in een valse gelijkstelling van perspectieven. De voorstelling maakt voortdurend voelbaar dat politie en burger geen symmetrische posities innemen. De politie is een staatsinstituut met geweldsmonopolie. Ook een droevige, vermoeide, gedesillusioneerde agent belichaamt meer staatsmacht dan een blowende tiener die ACAB schrijft op een bushalte. Uiteraard (en gelukkig, zou ik denken) hebben ook boze burgers macht, een macht die politiewerk moeilijk kan maken. Dat is het spel van een democratie.

Het is onvermijdelijk dat de nuance soms verdwijnt in een voorstelling van 75 minuten die zich aan zo’n breed onderwerp waagt. Het merendeel van de burgers die worden opgevoerd zijn kritisch, kwaad of bang. Bij de politie krijgen vooral twijfelende en zelfkritische agenten een stem, veel meer dan agenten die zonder veel scrupules een tentenkamp ontruimen, om maar iets te zeggen. Zo’n minder berouwvolle politionele ‘stem’ komt in De blauw het meest expliciet aan bod in een talkshowscène met Aliaj als journalist en Mola als racistische agent. De agent, Jayden, vertelt hoe hij bekogeld werd met vuurwerk tijdens oudejaarsavond en laat zich vervolgens racistisch uit. Discriminatie binnen het politiekorps doet zich echter niet alleen voor bij agenten die tijdens nieuwjaar met vuurwerk worden bekogeld. Dat blijkt uit wetenschappelijk onderzoek, onder andere van de vakgroep Crime & Society aan de VUB. Racisme en seksisme blijven een hardnekkig probleem binnen de Belgische politiekorpsen: dat is geen individueel standpunt maar een robuust gedocumenteerd feit. De voorstelling alludeert daar ook op in andere scènes.

“Doordat structurele problemen worden verbeeld via individuele personages dreigt institutioneel geweld soms samen te vallen met individuele tekortkomingen. Maar wordt het instituut politie werkelijk veiliger voor gemarginaliseerde jongeren als racistische agenten er geen deel meer van uitmaken?”

De keuze om te werken met personages biedt veel mogelijkheden: verschillende positionaliteiten komen aan bod, het zet de menselijkheid van de leden van de samenleving (en dus ook de politie in de verf), het houdt de discussie behapbaar omdat het over herkenbare mensen gaat. Tegelijk botst die dramaturgische keuze ook op haar eigen grens. Doordat structurele problemen worden verbeeld via individuele personages dreigt institutioneel geweld soms samen te vallen met individuele tekortkomingen. Maar wordt het instituut politie werkelijk veiliger voor gemarginaliseerde jongeren als racistische agenten er geen deel meer van uitmaken?

De politie, wiens vriend?

Theater over de politie is geen ‘nieuw’ fenomeen; het podium lijkt zich bijzonder te lenen voor de ontleding van een instituut dat op zichzelf al erg performatief is. In het echte leven geldt ook dat agenten pas agent worden in hun kostuum – en dus niet, ‘in burger’. Al in 1899 ging Georges Courteline in première met de voorstelling Le Gendarme est sans pitié. Het stuk draait om een machtsbeluste, koppige en starre rijkswachter die zelfs voor de kleinste vermeende belediging van de politie boetes uitschrijft. De tekst staat bol van sneren naar het politiekorps. De voorstelling vond een brede weerklank in de pers, die de titel zelfs gebruikte om buitensporig politieoptreden in het ‘echte leven’ te bespreken.

Ook de afgelopen jaren verschenen tal van voorstellingen met de politie als protagonist – denk maar aan Violences (Léa Drouet, 2020); Mawda, dat betekent tederheid (Marie-Aurore D’Awans & Pauline Beugnies, 2021); Deux flics au vestiaire (Rémi De Vos, 2023); La Beauté du Geste (Nathalie Garraud, 2019); Buster (Romeo Castellucci, 2021); Ma Andi Mangoul (Salim Haouach, 2021); en Have a Safe Travel (Eli Mathieu-Bustos, 2023). Door ‘overlast’ als rode draad te hanteren, kerft De blauw een eigen relevantie temidden van een debat dat ten onrechte als actueel wordt bestempeld: er heeft immers nooit een politie bestaan die niet werd bevraagd, verguisd, bevochten of bewonderd.

De locatie waar De blauw zich afspeelt, wordt door de fictieve agenten aangeduid als een ‘overlastlocatie’. In een skatepark komen jongeren samen, wordt er weleens gesmoord maar evengoed gehinkeld. En dat zint niet iedereen. De voorstelling begint immers met agenten die zeggen dat ze weeral zijn gebeld door Mevrouw Verbiest die klaagt over de overlast die de jongeren in het skatepark veroorzaken. “Overlast voor de bovenklasse, daarvoor belt ge de blauw,” klinkt het in een muzikale compositie van Joram Kunde Boumkwo. Laverend tussen vraag en poëzie, markeren deze muzikale interventies telkens een denkpauze in een voorstelling die verder razendsnel voortgaat. Door de openluchtlocatie dringt de ‘echte’ politionele aanwezigheid tevens door als we in de verte sirenes horen.

“Theater over de politie is geen ‘nieuw’ fenomeen; het podium lijkt zich bijzonder te lenen voor de ontleding van een instituut dat op zichzelf al erg performatief is. In het echte leven geldt ook dat agenten pas agent worden in hun kostuum – en dus niet, ‘in burger’.”

De blauw rijgt eerder (innemende) vignetten aaneen dan dat ze één centrale vraag steeds verder op scherp stelt. In de uitwaaierende dramaturgie is de ‘overlastlocatie’ een vruchtbaar uitgangspunt. Vanuit die publieke ruimte, waar jongeren elkaar ontmoeten en de aanwezigheid van de politie voortdurend wordt bevochten en gelegitimeerd, had de voorstelling bepaalde vragen misschien nog iets scherper kunnen formuleren: voor wie is de politie er? Wie is mevrouw Verbiest, die de politie telkens opnieuw optrommelt? Wat verstaat zij onder overlast? En kan een politiecombi die permanent door een wijk patrouilleert zelf niet als overlast worden ervaren?

Gemarginaliseerde jongeren ervaren politiegeweld vaak als een terugkerend onderdeel van hun dagelijkse omgang met de politie, terwijl een breder publiek dat geweld veeleer aanvaardt omdat die groepen als ‘gewelddadig’ of ‘crimineel’ – of als ‘gespuis’ in de woorden van sommige politici – worden voorgesteld. Dat mechanisme doet zich volgens politicologen Michelle D. Bonner, Michael Kempa, Mary Rose Kubal en Guillermina Seri in heel Europa voor, zo stellen ze in Police Abuse in Contemporary Democracies.

De blauw maakt zichtbaar hoe dat mechanisme al begint bij het woord ‘overlast’. Wie eenmaal als overlast wordt bestempeld, wordt ook gemakkelijker als een legitiem doelwit van politieoptreden gezien. Dat blijkt ook uit een anekdote van een wijkagent. Vier lichtbruine mannen drinken elke dag thee in een geparkeerde wagen. Voor de collega’s die van buiten de wijk komen, zijn ze verdacht. Elke nieuwe patrouille vraagt opnieuw hun identiteitskaart. Verzetten ze zich of stellen ze vragen, dan bevestigen ze alleen maar het vermoeden dat al aan hen kleeft. In Se défendre beschrijft filosofe Elsa Dorlin dit patroon: sommige mensen worden in een positie geduwd waarin elke vorm van zelfverdediging tegen hen kan worden gebruikt. “Plus ils se défendent, plus ils s’abîment.” Hoe meer zij zich verdedigen, hoe meer zij zichzelf beschadigen. Of dit kan worden doorbroken met dialoog, een tas koffie en langere politieopleidingen – wat door de wijkagent in De blauw wordt gesuggereerd – laat ik in het midden.

Is this theatre or is it just reality?

De props van de politie zijn verzadigd met connotaties: blauwe zwaailichten zijn bijna een metoniem voor de politie, en op dat instituut reageren mensen erg verschillend. Bij elke productionele opbouw van De blauw moeten de makers de toevallige aanwezigen dan ook elke keer geruststellen: dit is geen echte combi, dit zijn geen echte agenten, deze matrak is van plastic. Dit is theater.

De blauw waagt zich niet aan de verbeelding van een wereld zonder – of met een andere – politie. Het is de weerslag van een versplinterde ‘vertrouwensbreuk’: van wijkagenten die de grip verliezen op wat zij zinnig vonden aan politiewerk, van mensen die herhaaldelijk worden geprofileerd als verdacht en toch braaf moeten blijven als ze weer eens hun identiteitskaart moeten tonen, van burgers aan wie wordt wijsgemaakt dat meer blauw op straat hun leven zal verbeteren terwijl het beste middel tegen criminaliteit sociale zekerheid en cohesie is.”

Een uur lang weet De blauw te boeien met innemend gespeelde verhalen over de échte politie. Het gaat ambivalente levensverhalen en standpunten niet uit de weg, en geeft en passant veel informatie mee zonder ooit hermetisch te worden. Dat is bij zulke onderwerpen echt niet eenvoudig. Spannender wordt het wanneer de herhaling plaats maakt voor verbeelding: al zijn die momenten schaars en kortstondig. Een jongere die op de grond werd gewerkt door een politieagent, neemt de macht over en pint de agent vervolgens zelf vast. Dat dit een jubelende wraakfantasie is, kan ik begrijpen – maar smijt je in het echte leven een agent tegen de grond, dan hang je en blijft verder alles hetzelfde. Van welke politie dromen we wel? En is er plaats voor politie in de samenleving van onze dromen? Ook in de suggestie blijft De blauw ons dit antwoord verschuldigd.

De blauw waagt zich niet aan de verbeelding van een wereld zonder – of met een andere – politie. Het is de weerslag van een versplinterde ‘vertrouwensbreuk’: van wijkagenten die de grip verliezen op wat zij zinnig vonden aan politiewerk, van mensen die herhaaldelijk worden geprofileerd als verdacht en toch braaf moeten blijven als ze weer eens hun identiteitskaart moeten tonen, van burgers aan wie wordt wijsgemaakt dat meer blauw op straat hun leven zal verbeteren terwijl het beste middel tegen criminaliteit sociale zekerheid en cohesie is.

“Het is rechtvaardig om niet te stelen uit winkels. Het is een daad van naastenliefde om aalmoezen te geven. Maar de winkelier kan ervoor zorgen dat ik in de gevangenis beland. De bedelaar daarentegen zal mij, ook al hing zijn leven af van mijn hulp en onthield ik die hem, niet bij de politie aangeven”, schreef de Franse filosofe Simone Weil in een van haar vele overpeinzingen van wat ‘rechtvaardigheid’ nu is.

Nadenken over de politie is nadenken over hoe we vrijheid, geweld, veiligheid en solidariteit invullen. De politie rukt uit wanneer dealers worden gesignaleerd. Ze rukt niet uit wanneer de Belgische regering een gevaarlijk gebrek aan daadkracht toont tegenover hittegolven en klimaatverandering. Zulke feiten laten zich niet vatten in agenten die de regels al dan niet respecteren. Hanteer je een fundamentelere definitie van geweld, waarin bijvoorbeeld ook de arbitraire blootstelling aan economische en klimatologische precariteit besloten ligt, dan kan zelfs de meest gehoorzame agent gewelddadig zijn. De blauw expliciteert zulke bedenkingen niet, maar door zoveel getuigenissen te ensceneren waar onrecht uit spreekt, roept ze die wel op.


De speellijst van deze voorstelling vind je hier.

JE LEEST ONZE ARTIKELS GRATIS OMDAT WE GELOVEN IN VRIJE, KWALITATIEVE, INCLUSIEVE KUNSTKRITIEK. ALS WE DAT WILLEN BLIJVEN BIEDEN IN DE TOEKOMST, HEBBEN WE OOK JOUW STEUN NODIG! Steun Etcetera.

recensie
Leestijd 12 — 15 minuten

#182

15.04.2026

07.09.2026

Sixtine Bérard

Sixtine Bérard (2000) studeerde kunstwetenschappen aan de UGent. Ze schrijft voornamelijk proza, essays en mails.

Dit artikel maakt deel uit van: Dossier: Theater aan Zee 2026

NIEUWSBRIEF

Elke dag geven wij het beste van onszelf voor steengoede podiumkunstkritiek.

Wil jij die rechtstreeks in je mailbox ontvangen? Schrijf je nu in voor onze nieuwsbrief!