© Mahieu Yvan

Leestijd 8 — 11 minuten

Ta Mal Ou – Louise Bergez en Laurens Aneca/Malpertuis

Een diagnose, een diagnose, mijn koninkrijk voor een diagnose

De Belgische gezondheidszorg hoort bij de wereldtop. Dat wordt tenminste algemeen zo aangenomen, schermend met cijfers allerhande: de levensverwachting is hoog, veel ziektes kunnen uitstekend behandeld worden, het systeem is gebouwd op solidariteit waardoor onze zorg vlot toegankelijk is, artsen, verpleegkundigen en andere zorgprofessionals zijn grondig opgeleid en we zijn mee met de allernieuwste technologieën, als we ze al niet zelf ontwikkelen.

En toch valt er veel te zeggen over wat er beter zou kunnen aan die uitstekende gezondheidszorg. Ook dat is algemeen geweten. Zeker wie te maken krijgt met complexe, chronische klachten, dreigt weleens de weg te verliezen tussen zoveel kennis, kunde en solidariteit. Waartoe dat zoal kan leiden, wordt voelbaar gemaakt in Ta mal ou, de theatersolo die Louise Bergez (spel) en Laurens Aneca (regie) samen creëerden, op een even bedwelmende als effectieve soundtrack van Jasper Segers.

“Bergez lijdt zelf aan een chronische ziekte en heeft jarenlang gezocht naar antwoorden. Met deze voorstelling deelt ze die queeste met een breed publiek. Al die tijd liep ze langs dokters, steeds gespecialiseerder, alternatieve genezers, nog eens langs de huisarts, wachten, blijven proberen, op zoek naar antwoorden.”

Het onderwerp is geen toeval. Bergez lijdt zelf aan een chronische ziekte en heeft jarenlang gezocht naar antwoorden. Met deze voorstelling deelt ze die queeste met een breed publiek. Al die tijd liep ze langs dokters, steeds gespecialiseerder, alternatieve genezers, nog eens langs de huisarts, wachten, blijven proberen, op zoek naar antwoorden of toch tenminste naar iemand die écht naar haar verhaal en klachten luistert, nog maar eens naar het ziekenhuis, maar alsmaar meer verloren, op den duur ook zichzelf volstrekt verliezend. Uiteindelijk vond ze antwoorden, maar de weg ernaartoe heeft overbodig veel wonden geslagen.

In de voorstelling begint ze bij haar huisarts, die wel haar bloeddruk neemt en ook eens naar haar ademhaling luistert, maar niet naar haar verhaal. Of toch niet echt. Wanneer ze het vertelt heeft hij meteen een pilletje klaar, maar dat was niet het antwoord dat ze zocht. Haar zoektocht gaat verder. Langs de psychiater, die bijna van haar tafel valt omdat ze maar blijft schrijven, maar ook zij vergeet te luisteren. Bij de volgende afspraak, met de gastro-enteroloog, is er voor een verhaal al helemaal geen ruimte, die wordt immers ingenomen door wat flauwe grappen en een vette lach, maar een pointe in de richting van een afdoende diagnose blijft ook nu uit. Idem bij de endocrinoloog, die zich verliest in veel dure woorden om te verhullen dat ook hij niet écht kan ontdekken wat er aan de hand is. Ze eindigt haar zoektocht voorlopig bij een alternatieve genezer, maar los van het advies om alleen nog groene groenten en vooral veel appels te eten, legt ook hij de sleutel tot haar gezondheid weer bij de zieke zelf.

“Er bestaat een woord voor in de theorievorming rond chronische gezondheidszorg: ziektewerk. Het is de tijd en energie die met name chronisch zieke mensen steken in hun ziekte. In doktersbezoeken, behandelingen en therapieën allerhande, en in het piekeren over hun toekomst en over de vraag waarom dit nu precies hen moest overkomen en hoe het hierna verder moet.”

Steeds hopelozer wordt de zoektocht. De irritante aspecten ervan, de herhaling, telkens weer die ritjes naar het ziekenhuis, de wachtzalen, plompverloren in die oh zo excellente gezondheidszorg van ons.  Bergez en Aneca steken al dat kafkaiaanse gesteggel op de scène niet weg, wel integendeel. Er bestaat een woord voor in de theorievorming rond chronische gezondheidszorg: ziektewerk. Het is de tijd en energie die met name chronisch zieke mensen steken in hun ziekte. In doktersbezoeken, behandelingen en therapieën allerhande, medicatie innemen maar ook in het feit dat alledaagse zaken (werktijden, deurbreedtes, badkamers) aangepast moeten worden, en in het piekeren over hun toekomst en over de vraag waarom dit nu precies hen moest overkomen en hoe het hierna verder moet. Het draagt allemaal bij aan het isolement waarin chronisch zieke mensen heel vaak terechtkomen. Ze zitten met veel vragen, krijgen weinig antwoorden, en ondertussen tikt de klok, ongenadig en onomkeerbaar.

Hoe hoogstpersoonlijk en bijzonder pijnlijk het thema ook mag zijn dat ze aankaart, Bergez staat hier ook als een topactrice. Ze staat er helemaal alleen, zonder decor of rekwisieten, met een vleeskleurig pak aan en witte laarzen. Onafgebroken in het midden van de scene, in dezelfde spot, die af en toe uitgaat om dan weer aan te springen, op naar een volgende consultatie. Bergez speelt alle personages met alleen haar lijf. Uitgerekend dat onophoudelijk sputterende lijf. Vrijpostig én beheerst: geen seconde verliest ze haar geloofwaardigheid. Het is mime van de bovenste plank. Wat een talent.

“Hoe hoogstpersoonlijk en bijzonder pijnlijk het thema ook mag zijn dat ze aankaart, Bergez staat hier ook als een topactrice. Ze speelt alle personages met alleen haar lijf. Uitgerekend dat onophoudelijk sputterende lijf.”

Zelf noemen de makers hun voorstelling een “comic strip with a beating heart”. De personages zijn inderdaad vet uitvergroot, op het karikaturale af soms. Sommige scènes zijn pure slapstick. Wanneer Bergez haar gezicht laat opblazen en een zoveelste allergieaanval simuleert, levert dat een grotesk en onvergetelijk beeld op. Dat is eerder dienend dan storend, want op die manier ontstaat een speelveld waarin ze zich als speelster helemaal kan uitleven. De vadsige gastro-enteroloog, de volstrekte nerd van een endocrinoloog, de huisarts die nooit tijd heeft, de steevast terugkerende vraag naar “cash of bancontact?”: Bergez schakelt schijnbaar moeiteloos tussen de personages en tekent ze feilloos tegenover elkaar af.

En dan moet het strafste nog komen, want gaandeweg zien we vooral hoe de ziekte het overneemt, hoe de antidepressiva die ze krijgt wel een krampachtige lach op haar gezicht toveren, zonder ook maar een sprankel licht in haar hoofd teweeg te brengen. Onvergetelijk is de zoveelste scene bij een arts, waar ze helemaal niks meer zegt, maar zonder woorden haar onmacht uitschreeuwt, haar lijden, haar niet te peilen verlangen om gehoord te worden en een antwoord te krijgen. Het lachen om de karikaturen is ons tegen dan allang vergaan en heeft plaats geruimd voor gedeelde verontwaardiging. Ze zou een vinger, een oor, een been over hebben voor iemand die mee met haar op pad gaat, zover als nodig is, tot er antwoorden zijn.

“De logheid van ons zorgsysteem maakt slachtoffers. Ta mal ou toont dat op onvergetelijke wijze. Dat Bergez hier put uit eigen ervaringen maakt de ervaring ongetwijfeld extra beklijvend, maar ook los daarvan is de voorstelling gewoon steengoed gemaakt.”

Maar die komen niet. De gezondheidszorg is te gefragmenteerd en daardoor niet in staat om mensen als een geheel te zien. Ook de vaststelling dat de gezondheidszorg nog steeds een overwegend mannelijk bastion is, sluimert onder de voorstelling. Onderzoek baseert zich nog steeds voornamelijk op het mannelijke lichaam als norm, een vaststelling die anno 2026 ronduit bevreemdend is. Tot slot is ook de gezondheidszorg georganiseerd volgens de principes van de markt. Meetbare prestaties zijn de norm. Dokters worden betaald om, liefst snel, een (of geen) diagnose te stellen, eerder dan om veel tijd te investeren in een klacht die ze niet meteen kunnen thuisbrengen.

Het zijn geen nieuwe analyses. Ze worden in de gezondheidszorgsector ook breed gedeeld, gedocumenteerd en er worden inspanningen geleverd om het tij te keren. In opleidingen wordt steeds meer aandacht geschonken aan het holistisch mensbeeld en het vermijden van tunnelvisies. Maar de gezondheidszorg is een groot en log systeem en de waan van de dag is er machtig.

“Op verschillende manieren komt ook het deuntje ‘Altijd is kortjakje ziek’ terug. Midden in de week maar ’s zondags niet. Het is een verwijzing naar het verwijt dat ze soms krijgt, dat ze haar ziekte inbeeldt, om niet te hoeven werken, of op zijn minst dat ze geobsedeerd is door haar potentiële diagnose.”

Die logheid maakt slachtoffers. Ta mal ou toont dat op onvergetelijke wijze. Dat Bergez hier put uit eigen ervaringen maakt de ervaring ongetwijfeld extra beklijvend, maar ook los daarvan is de voorstelling gewoon steengoed gemaakt. Naast het spel en de strakke regie is daarbij een grote rol weggelegd voor de soundtrack van Jasper Segers. Die bestaat uit verschillende, schijnbaar losstaande elementen. Via bruitage horen we hoe ze ’s ochtends haar tandenpoetst, hoe ze pillen slikt, hoe ze voet voor voet zet op weg naar dokter zoveel. Of hoe ze dossiers intikt als ze in de huid van een van haar dokters is gekropen, of op een error in het systeem stuit, en nog een, maar de errors worden steevast weggeklikt, helaas. Op verschillende manieren komt ook het deuntje “Altijd is kortjakje ziek” terug. Midden in de week maar ’s zondags niet. Het is een verwijzing naar het verwijt dat ze soms krijgt, dat ze haar ziekte inbeeldt, om niet te hoeven werken, of op zijn minst dat ze geobsedeerd is door haar potentiële diagnose. Maar het zou zomaar ook kunnen verwijzen naar de ambtenarij van het systeem. Er zit een irritant kind in de soundtrack, dat na-na-na zingt tot je er gek van wordt. Je kan maar een ding doen en dat is er niet naar luisteren, exact wat de zorgverleners waarmee het hoofdpersonage in aanraking komt, steeds consequenter doen. En dan is er nog het nummer Falling Forever van Dua Lipa, een heerlijke oorwurm die voortdurend opduikt: how long / how long / are you good at holding on?

“We zien een mens die strompelt, een lichaam dat opgeeft. Ja, hoelang kan je dit blijven volhouden? De ziekte neemt over, de dokters blijven tekortschieten ondanks al hun excellentie en de wereld draait maar door.”

Het lijken losstaande elementen, maar gaandeweg ontpoppen ze zich tot tegenspelers van formaat voor Bergez. Ze bokst er tegenop, een tour de force als speelster, maar haar personage verliest onvermijdelijk het gevecht. We horen nog wel hoe ze haar tanden poetst, maar ze doet het al lang niet meer. De voetstappen blijven cassant klinken, maar we zien een mens die strompelt, een lichaam dat opgeeft. How long? Ja, hoelang kan je dit blijven volhouden.

De ziekte neemt over, de dokters blijven tekortschieten ondanks al hun excellentie en de wereld draait maar door.


De verdere speeldata van deze voorstelling vind je hier.

JE LEEST ONZE ARTIKELS GRATIS OMDAT WE GELOVEN IN VRIJE, KWALITATIEVE, INCLUSIEVE KUNSTKRITIEK. ALS WE DAT WILLEN BLIJVEN BIEDEN IN DE TOEKOMST, HEBBEN WE OOK JOUW STEUN NODIG! Steun Etcetera.

recensie
Leestijd 8 — 11 minuten

#182

15.04.2026

14.09.2026

Tom Rummens

Tom Rummens ruilde een loopbaan van meer dan twintig jaar in de cultuursector in voor een opleiding verpleegkunde. Hij is gefascineerd door het kruispunt tussen zorg, ethiek en maatschappij en publiceert regelmatig over deze thema’s.

 

Dit artikel maakt deel uit van: Dossier: Theater aan Zee 2026

NIEUWSBRIEF

Elke dag geven wij het beste van onszelf voor steengoede podiumkunstkritiek.

Wil jij die rechtstreeks in je mailbox ontvangen? Schrijf je nu in voor onze nieuwsbrief!