North Atlantic (Globe/Wooster) – Foto Patrick Meis

Marianne Van Kerkhoven

Leestijd 5 — 8 minuten

Het samenspel van toneelgroep Globe en the Wooster Group: Liz LeCompte

‘Dat nog steeds vastzitten aan het naturalisme is een schande voor het theater.’

We spraken lang met Elizabeth LeCompte over de toekomst en het verleden van de Wooster Group, over de Amerikaanse en de Europese cultuur, over Route 1&9, over het werkproces, het autobiografische, het politieke in hun werk… Ziehier een keuze uit haar antwoorden; flarden uit een gesprek opgenomen voor de Videokrant van Kaaitheater 83. We schrijven 27 april 1983: de repetities (samen met Globe) voor wat North Atlantic zal worden zijn net begonnen; wij van onze kant hebben zo pas Route 1&9 gezien.

Over ‘the last act’ en wat erna komt

Route 1&9 draagt als ondertitel the last act, t.w. 1. het laatste bedrijf van Our Town van Thornton Wilder, waarmee in het stuk gespeeld wordt; 2. de laatste (seksuele) daad, nl. de slotpornofilm in het stuk en 3. omdat de Wooster Group financieel, artistiek en wat publiek betreft zo marginaal werkt dat elk stuk wel eens het laatste zou kunnen zijn. “Ik ben telkens weer verbaasd wanneer er na een stuk nog een komt. Dit project leek mij zeer finaal.”

The last act dus, maar ook: omdat de drie nieuwe stukken gepland voor het volgende seizoen toch wel afgescheiden zijn van de vijf vorige (de trilogie Three Places in Rhode Island, Point Judith en Route 1&9). “Route 1&9 is het einde van het werk op een bepaalde visuele manier. Denk bijvoorbeeld aan het huisje dat in de trilogie voorkomt en ook in Point Judith en waarvan in Route 1&9 nog een skelet overblijft. Het werk van het komende seizoen heeft een nieuw visueel vertrekpunt.”

“Ik weet niet wat de betekenis van dat huisje was. Ik gebruikte het enkel als een structureel element: ik kon erin spelen met formele en visuele metaforen. Doorheen de dingen die ik erin legde werd het ook een soort van model van hoe ik een theaterstuk opbouw. Meestal heb ik vooraf alleen een sterk visueel beeld, maar nu, voor de komende projecten, zijn er gelijktijdig twee vertrekpunten: een beeld, een verhoogd platform op palen, en een tekst, Heksenjacht van Arthur Miller.”

Over citaten en wat eruit voortkomt

Miller voor het komende project, Thornton Wilder in ‘Route 1&9’, O’Neill in ‘Point Judith’, T.S. Eliot in ‘Nyatt School’… Is er dan de nood om met een deel van de Amerikaanse – en Angelsaksische – cultuur te spelen?

“We werken met alle mogelijke teksten, maar ook met theater’resten’, die de mensen kennen, die ze gezien hebben. Dat heeft waarschijnlijk ook te maken met het feit dat je met theater bezig bent: als ik met film bezig zou zijn, zou ik films citeren.”

“Het werkproces zelf beschrijven is moeilijk. Het is telkens anders; een ‘methode’ die nu wel weerkeert is dat we gelijktijdig op verschillende ideeën werken, maar niet tegelijkertijd: bij Route 1&9 bijvoorbeeld werkten we de ene dag op de Black-Face-comedy, de tweede dag op Our Town en de derde op de sequens waar de blinden het huisje opbouwen. We denken er niet aan hoe die dingen in mekaar zullen passen: we houden ze zo lang mogelijk gescheiden. Het is zoiets als drie verschillende sporen volgen en aan het einde komen de sporen samen. Dat samenbrengen doe ik muzikaal, intuïtief en niet met de betekenis als leidraad. Die betekenis blijft in mij aanwezig als een soort sub-tekst, die ik echter nooit aan de oppervlakte laat komen. Ik ben dikwijls zeer verrast over het resultaat en ik denk dat ik daarom blijf doorwerken: zo lang ik die verbazing in mezelf kan behouden. Het is zeer opwindend, maar ook zeer gevaarlijk. Je neemt zeer veel risico’s. En soms vraag ik me af of het niet kinderachtig is.”

Over naturalisme

“Ik ben niet geïnteresseerd in naturalistisch theater of in het personage op zich. In mijn stukken kan je geen emotioneel of psychologisch personage volgen, maar wel een emotionele, psychologische idee. De mensen zijn gewoon zo’n idee te verbinden met een personage en wanneer ze dat – zoals in mijn stukken – niet kunnen, dan vinden ze zo’n voorstelling gefragmenteerd, niet universeel, te specifiek. Bij de Woostergroup zijn het de performers zelf die de dragers zijn van de idee en niet de personages die ze spelen, noch de accessoires waarmee ze werken. Naturalisme is zo eng; het is een enkele smalle strook uit de theatergeschiedenis en ik wil me niet zo opgesloten voelen. Ik wil het naturalisme wel gebruiken in mijn stukken, maar in een veel breder kader, omdat er zo veel méér is. Dat nog steeds vastzitten aan het naturalisme is een schande voor het theater. Film doet het zoveel beter. Indien we ons daar niet van bewust worden, zal er niet veel theater – serieus theater dan – overblijven.”

Over cultuur

“Het is waar, wij Amerikanen hebben een probleem met cultuur. Ergens geloven wij nog steeds dat de Europese cultuur DE cultuur is. En toch is Amerika werkelijk verantwoordelijk voor heel grote muziek; dat beginnen we ons nu pas te realiseren. En in het theater zijn we verantwoordelijk voor de musical, een prachtig ding dat cultureel nog steeds als ‘low’ wordt beschouwd. Kijk naar Route 1&9, die vorm van vaudeville die we daarin gebruiken, ook nog zoiets unieks Amerikaans; en dat wordt verworpen ten voordele van dat soort pseudo-europees naturalisme. Wij zijn nog altijd op zoek naar een Amerikaanse Tsjechov, een Amerikaanse Ibsen. Wij plaatsen mensen op een voetstuk zoals O’Neill die een heel middelmatige schrijver was, en Miller en deze mensen zijn onze culturele helden in plaats van de mensen van de vaudeville, de Amerikaanse musical en de film. In de film wordt dat soort genres al minder ‘low’ gequoteerd, maar niet in het theater.”

Over racisme

“Met Route 1&9 hebben wij geraakt aan iets dat taboe is voor iedereen in Amerika, iets dat een deel is van onze geschiedenis. Het gebruik van die blackface-comedy in het stuk werd als denigrerend beschouwd om zijn humor, zijn expliciete seksuele verwijzingen, zijn scatologie. Indien we het getoond hadden met openlijke afkeuring, indien we gezegd hadden: ‘dit is iets verschrikkelijk lelijks en we willen dat dit nooit meer gebeurt’, dan zou men het aanvaard hebben. Maar dat kon ik niet doen, omdat ik het niet lelijk vind. Ik denk dat die blackface-humor een manier van overleven was voor de zwarten zelf en dat het nobel en mooi is. Maar het is moeilijk om zoiets nù in Amerika te zeggen. De reden waarom het de mensen zo in verwarring bracht, was – denk ik – omdat het niet duidelijk was hoe ik over dat blackface-stuk dacht. Het is niet lelijk of lelijk gemaakt, maar het is wel gewelddadig. Ik heb vertrouwen gehad in mijn intuïtie en dat is belangrijk.”

“De meeste reacties kwamen van blanken; we hebben in feite geen zwart publiek: daar gaat het stuk voor een deel ook over. Het heeft sommige mensen zeer erg gekwetst en ik kan niet doen alsof ze ongelijk hebben. Je wordt er telkens weer mee geconfronteerd. Vanavond zijn er drie mensen weggegaan uit de voorstelling. Men vertelde mij dat het Indianen waren en dat ze het stuk racistisch vonden. Dat is moeilijk. Ook Point Judith was agressief en scatologisch, enz., maar het ging over blanken en ik ben blank.”

Over politiek in theater

“Ik zou zeggen: mijn theater is niet politiek, maar sociaal. Dat is vager. Ik hou van dubbelzinnige dingen. Politiek wil zeggen: het werk in een bepaalde richting sturen, vooraleer je weet welke richting dat zal zijn. Daar houd ik niet van. Ik ontdek tijdens het werken wat er zal gebeuren. Wie ik ben maakt het politiek. Een vrouw vandaag. En ook mijn manier van werken maakt het politiek, in die zin dat ik constant inhamer op wat er met mij gebeurt. Ik onderzoek mijn leven constant; dat moet politiek zijn. En ook de anderen doen dat. Onze stukken zijn in feite een dialoog van alle medewerkers met elkaar. Onze stukken zijn een dialoog.”

Over een paradox

Wat betekent het publiek voor je?
“Heel veel, maar ik probeer er zo weinig mogelijk aan te denken; tot net voor ze het stuk zullen zien. Ik denk alleen maar aan mijn eigen plezier. Ik ben een hedonist. De confrontatie met hen stel ik uit tot de laatste minuut.”

Ben je bang voor hen?
“Oh ja.”

Waarom?
“Omdat ik schuchter ben en dan is het hard. Wat ik toon – en ook alle performers – is zeer persoonlijk, iets heel erg van mezelf. Wij kunnen ons niet verbergen achter een auteur ergens ver weg in een land, die de zinnen geschreven heeft. Elke zin hebben wij gekozen of geschreven en dus… het is hard als je schuchter bent en ik ben schuchter.”

En toch wil je het tonen?
“Ja. (lange stilte) Dat is een paradox.”

gesprek
Leestijd 5 — 8 minuten

#4

15.09.1983

14.12.1983

Marianne Van Kerkhoven

Marianne Van Kerkhoven (1946-2013) was een Vlaamse dramaturge en theatercriticus. Ze was ondermeer actief als huisdramaturg bij het Kaaitheater en publiceerde tal van artikelen over podiumkunsten. Een aantal van haar teksten werd verzameld in Van het kijken en van het schrijven (2001).

gesprek