Vooruit © vrt

Leestijd 5 — 8 minuten

De gebeurtenissen van maart tot mei

Op 6 maart overlijdt op 88-jarige leeftijd acteur Ward De Ravet. Hij was verbonden aan de Antwerpse KNS en het Dramatisch Gezelschap van de BRT. Zijn bekendste tv-rol is die van Sander Slisse in Slisse en Cesar (1977). Guy Cassiers oogst boegeroep bij de première van zijn regie van Götterdämmerung in de Berlijnse Staatsoper. Dirigent Daniel Barenboim zegt daarover in De Morgen: “Tegenwoordig is de opera de enige tak van de podiumkunsten waarbij het publiek nog zo extreem reageert. Er lijken slechts twee opties: “boe!” en “bravo!” Vreemd, want de toeschouwers komen doorgaans uit de hogere klasse. Misschien is de opera de enige plek waarin zulke mensen de kans hebben om eens heel hard te roepen.’ (7 maart) In De Standaard zegt Guy Cassiers over het werken met Barenboim: “Naast zo’n fenomeen lijkt geen mens zich nog normaal te gedragen. Van een gezamenlijk werkproces is dan geen sprake meer. Op het moment dat de maestro binnenkwam voor de orkestrepetities, bleek mijn werk afgelopen. Had hij een ander beeld van de psychologie van een personage, dan werd daar gewillig op ingegaan. Ik ben er niet de man naar om met een dirigent in de clinch te gaan. Maar het gevolg is wel datje de kwaliteit van de opvoering ziet stagneren in de laatste rechte lijn naar de première. Alleen in de wandelgangen kan je dan nog bijsturen.’ (9 maart) Voormalig directeur van de Beursschouwburg Cis Bierinckx volgt Sally De Kunst op als artistiek leider van het kunstenfestival Belluard Bollwerk International in het Zwitserse Fribourg. Midden maart keurt de Vlaamse regering de conceptnota van minister van Cultuur Joke Schauvliege voor een vernieuwd Kunstendecreet goed. Voor taan zullen organisaties niet meer per discipline maar volgens een cluster van functies worden beoordeeld: creatie, productie, presentatie, participatie en reflectie. Hans Croiset (77): “Ik wil alles weten en daarom lees ik veel te veel buitenlandse en Nederlandse kranten, maar wat ik lees, is eigenlijk overal hetzelfde. Behalve de analyses in de Süddeutsche Zeitung en in Die Zeit: die zijn zo fantastisch, die kom je in Nederlandse kranten nooit tegen. Aan de wijze waarop ze daar over theater schrijven, kun je merken dat het echt uit hun ziel komt. Theater is in Duitsland zo’n belangrijk onderdeel van de samenleving, daar steunt de politiek niet alleen de kunsten, daar zorgt de politiek ook dat de kunsten er kunnen zijn.’ (Vrij Nederland, 16 maart) Directeur Jan Zoet verlaat op 1 april de Rotterdamse Schouwburg om directeur te worden van de Amsterdamse Toneelschool. In hun voorstelling Spielzeit stellen Kim Hertogs en Kaat Haest gewetensvragen over onder andere economie en ecologie. Kim Hertogs: “Je kunt je natuurlijk ook afvragen waarom we geen politieke partij oprichten of waarom we niet op een boot zitten richting Palestina. Waarom we dus niets doen dat écht zinvol is. Want dat doen we niet, we maken maar een voorstelling. Ik ben me er dus zeer van bewust dat we salonecologisten zijn. Wij verdienen genoeg om biologische producten te kopen, want als je arm bent, ga je geen biologische ajuinen kopen die drie keer zoveel geld kosten.’ (De Morgen, 9 april) Op de opmerking van Theatermaker (april) dat er een generatie acteurs opstaat “die het gezeur zat is en gruwt van subsidie’, antwoordt Jan Zoet: “Het is belangrijk dat je onafhankelijk van subsidie je eigen gang gaat en niet blijft hangen in het verleden. Maar ik vind het te ver gaan en principieel fout om te zeggen datje niet afhankelijk bent van investeerders. Want die hebben de verantwoordelijkheid om de samenleving leefbaar te maken en van geluk te voorzien. Wij hebben dat geregeld via de belasting. Dat is niet slechter dan wat er in Amerika gebeurt. Sterker nog, het geld is daar ongelijk verdeeld en het systeem is zeer inefficiënt. In een grote Amerikaanse kunstinstelling werkt vijftig procent van de mensen aan de fondsenwerving. Is dat duurzaam?’ Midden april wordt de website van Jan Fabre gehackt door Anonymous. In een filmpje op YouTube vraagt het internationale hackerscollectief dat de Vlaamse overheid haar subsidies aan Fabre zou intrekken omdat de kunstenaar in zijn werk met katten gooit en vogelspinnen door een veld met rechtopstaande scheermesjes laat lopen. ‘Is there a way where you can call animal abuse art? Dear people, you should not hesitate that the answer to this question is no. We are Anonymous. We are a legion. We do not forgive, do not forget. Expect us, Jan Fabre.’ Wim Opbrouck stopt vanaf 2015 als artistiek leider van het NTGent. In De Morgen van 19 april zegt hij: “Tot nu toe is het erg goed gelukt, we zijn in volle koers naar 2015, maar ik voel dat de combinatie tussen acteren en beleid voeren steeds moeilijker wordt. Stoppen met spelen is gewoon geen optie, dus op termijn wil ik gewoon weer speler tussen de spelers kunnen zijn.’ Voor zijn opvolging zijn gesprekken aan de gang met zijn voorganger Johan Simons, momenteel intendant bij de Münchner Kammerspiele. In Theatermaker (april) blikt Wim Vandekeybus terug op zijn eerste voorstelling What the body does not remember uit 1987: “Ik was niet met dans bezig, ik was op zoek naar spektakel. En ik was bezig met het thema catastrofe. Ik las met de spelers het boek De fatale strategieën van socioloog Jean Baudrillard, dat destijds zoiets was als de Bijbel. Ik zocht naar een eigen code, een code die leesbaar was, maar niet herkenbaar.’ De Gentse Vooruit – in 1913 opgericht als Feestlokaal van Vooruit – viert vanaf 1 mei zijn honderdste verjaardag. De Standaard verzamelt op 30 april enkele reacties. Jan Hoet: “Wat mij altijd gefascineerd heeft, is de ongelooflijke sprong die Vooruit maakte: van partijhuis en huis van de arbeider, tot huis van de kunsten.’ Sp.a-minister Freya Van den Bossche wenst Vooruit toe “dat de coöperatieve gedachte waaruit het huis ontstond welig kan blijven tieren. Het geeft een nieuw elan aan het gebouw en de organisatie.’ Fotograaf Michiel Hendryckx laat zich kritisch uit: “De manier waarop Vooruit geëvolueerd is, neem ik de opeenvolgende directeurs kwalijk. Ze erfden een gebouw dat met spaarcenten van de Gentse arbeiders opgetrokken is. Maar van dat collectieve ideaal en het aantrekken van een breed publiek komt nog weinig in huis. De ziekte van het “feestlokaal” is die van de sp.a: het is vervreemd van de basis.’ Nadat het voor structurele subsidie binnen het Kunstendecreet uit de boot was gevallen, krijgt Musical van Vlaanderen van Geert Allaert 850.000 euro uit de projectenpot – een kwart van het beschikbare bedrag – voor zijn musical Assepoester. Het artistieke advies was negatief. Volgens de woordvoerder van minister van Cultuur Schauvliege heeft zij het positieve zakelijke advies gevolgd met het oog op het belang van de eigen mu-sicalproductie in Vlaanderen. In De Morgen (10 mei) schrijft Bart Eeckhout: “Aan deze bijzonder genereuze subsidiemaatregel, waarin minister Schauvliege opvallend weinig ruchtbaarheid gegeven heeft, kleeft de kwalijke geur van onbehoorlijk bestuur. De belofte om meer middelen te besteden aan losse kunstprojecten is een schijnmanoeuvre gebleken. De projectsubsidiepot wordt misbruikt om een gebuisde maar politiek bevriende organisatie te redden na een eerder negatief advies.’ Hans Bourlon van concurrent Studio 100 reageert: “Ik zou verlegen zijn om subsidies aan te vragen voor onze musicals, aangezien we al meer dan tien jaar aantonen dat we het zonder kunnen.’ (De Morgen, 11 mei) Jan Fabre zegt in De Morgen (11 mei) dat de installatie met langs scheermessen manoeuvrerende spinnen een oud werk is dat jarenlang in het M HKA en het S.M.A.K. heeft gestaan zonder dat iemand er naar heeft omgezien. “Spinnen,’ zo zegt hij, “zijn intelligente wezens. Die kruipen overal over, zonder zich te verwonden. Ben ik een dierenbeul omdat ik als kind niets liever deed dan spinnen hun poten uittrekken? Dat zou ik nu niet meer doen, maar toen wilde ik de mechaniek van het leven ontdekken.’ Jan Zoet wordt op 1 juni als directeur van de Rotterdamse Schouwburg opgevolgd door Ellen Walraven. Eerder was zij dramaturg en zakelijk leider bij ’t Barre Land, en dramaturg bij Toneelgroep Amsterdam. Van 2006 tot 2010 was ze algemeen en artistiek directeur van De Balie. (jr)

JE LEEST ONZE ARTIKELS GRATIS OMDAT WE GELOVEN IN VRIJE, KWALITATIEVE, INCLUSIEVE KUNSTKRITIEK. ALS WE DAT WILLEN BLIJVEN BIEDEN IN DE TOEKOMST, HEBBEN WE OOK JOUW STEUN NODIG! Steun Etcetera.

artikel
Leestijd 5 — 8 minuten

#133

15.06.2013

14.09.2013

Johan Reyniers

Johan Reyniers is schrijver en dramaturg. Hij was de directeur van de Leuvense organisatie voor hedendaagse dans Klapstuk (1993-1998) en artistiek directeur van het Kaaitheater (1998-2008). In 2008 werd hij hoofdredacteur van Etcetera. Sinds 2014 is hij hoofddramaturg bij Toneelgroep Amsterdam.

NIEUWSBRIEF

Elke dag geven wij het beste van onszelf voor steengoede podiumkunstkritiek.

Wil jij die rechtstreeks in je mailbox ontvangen? Schrijf je nu in voor onze nieuwsbrief!