© Kurt Van der Elst

Leestijd 7 — 10 minuten

Folks&Fools – Lobke Leirens & Maxim Storms

Und fur duch?

In hun nieuwste voorstelling houden Lobke Leirens en Maxim Storms vast aan hun kenmerkende stijl, maar tegelijkertijd gebeurt er iets nieuws en spannends op de scène. Vervreemding en een onvermogen tot communicatie slaan om in een absurd soort tederheid. Een publiek ontroeren met alienprinsessen en dansende laserkegels? Leirens en Storms kunnen dat!

Een duo in limbo

Wanneer de theaterspots de scène belichten, verschijnen ze uit het niets. Samen maar toch apart: Lobke Leirens en Maxim Storms lopen ter plekke, als op een loopband. Storms vooraan, Leirens een eindje achter hem, synchroon bewegend. Hun zwartgeschminkte ogen zijn wijd opengesperd, hun monden vertrokken in een verwonderde, hulpeloze uitdrukking die zo grotesk is dat ze grappig wordt. Hun kostuums suggereren een soort ridderfiguur met een legging – gescheurd aan de knieën zoals dat onlangs in de mode was, een borstlap met een maliënkolderachtig patroon, lange mouwen in een glitterstof en een dito kap die strak rond het hoofd zit en zo hun mimiek versterkt.

In die visueel sterke openingsscène verdringen Leirens en Storms elkaar letterlijk met ellebogenwerk: dan jogt de ene voorop, dan weer de ander. Muziek ondersteunt hun ritmische, zichzelf herhalende actie. Op het podium hangen twee zwarte banieren haaks tegenover elkaar, achteraan zijn de plooien van donker gordijn zichtbaar. Na een tijd verschijnt er sporadisch een groene, horizontale laserlijn op de vloer. Een obstakel? Een gids? Het duo ploetert mechanisch verder, zonder echt vooruit te gaan – soms zelfs blind, hun kap over de ogen getrokken.

Dit is de vierde voorstelling die Leirens en Storms samen maken, en de typerende elementen uit hun gezamenlijke oeuvre zijn duidelijk aanwezig: hun expressieve mimiek, het tijdloze universum waarin ze zich doelloos voortbewegen, de spaarzame scenografie, de repetitieve handelingen, het feilloze gevoel voor ritme dat de voorstelling aandrijft, en hun eigengereide humor die balanceert tussen doldwaas en duister. Je zou kunnen denken dat ze zich vasthouden aan een – goed werkende – geijkte formule. Krijgen we meer van hetzelfde voorgeschoteld in Folks&Fools?

Ridders of narren?

De ridderfiguren roepen een wereld op van avontuurlijke tochten. Want ridders, zo leert de literatuur, gaan op queeste. Zo’n queeste staat bol van beproevingen, waarna de ridder zijn identiteit ontdekt en als een gelouterde held terugkeert naar zijn gemeenschap. Hoofse codes worden bevestigd, de orde wordt hersteld. ‘Het avontuur behoedt het individu voor vervreemding en de gemeenschap voor desintegratie’, schrijft Marie-José Heijkant in Queeste1. De beproevingen in Folks&Fools komen niet van buitenaf. Ze concentreren zich binnen de aanvankelijk claustrofobische wereld van Leirens en Storms en worden dus door henzelf gecreëerd. Er zijn geen vastliggende codes, er is geen gemeenschap om naar terug te keren. Dus waar naartoe?

Door een subtiele verandering in houding of mimiek en de komische effecten die ze sorteren, doen de ambigue ridderfiguren al gauw denken aan narren. Terwijl de ridder de gedragscodes hoort te bestendigen, haalt de nar ze onderuit. Het publiek heeft het raden naar de spelregels die in deze voorstelling gelden. De fools zingen kinderlijke liedjes, bewegen zich voort als stuurloze pionnen op een schaakbord, proberen elkaar in te halen of te imiteren, … maar waarom? En zijn ze elkaars tegenspelers (zoals in de voorstelling Another One) of trekken ze aan hetzelfde eind?

De rol van de gekkende nar gaat Leirens en Storms uitstekend af. Geslaagd is bijvoorbeeld de scène waarin ze een bruin, stronkvormig voorwerp in twee trekken, en dat vervolgens – uitgestreken gezichten – met een omgekeerd zakje oprapen. Het publiek herkent meteen schaterend het wat gegeneerde gedrag van hondeneigenaars die een drol opruimen. Deadpan pipi-en-kakka-humor die wérkt! En tegelijkertijd vormt dit tafereel de spiegel die de nar ons voorhoudt. We kijken naar een uitvergroting van ons eigen, onbenullige gedrag.

Through the Looking-Glass

Het motief ‘spiegelen’ komt regelmatig terug in de voorstelling. Zo belichten de theaterspots reflecterende vierkanten op de banieren en op de vloer. De spelers zien er zichzelf in. Ze ontdekken zichzelf erin, zou je kunnen zeggen, met de narratieve structuur van de queeste in het achterhoofd. In een latere scène lopen Leirens en Storms zijlings voorbij zo’n spiegelende banier, waardoor hun lichaam verdubbelt en vervormt. En dan zien we hen erachter verdwijnen. Through the Looking-Glass, zoals in de verhalen van Lewis Carroll. Maar terwijl Carroll inzet op het contrast tussen de ‘gewone’ wereld voor de spiegel en de omgekeerde wereld met zijn omgekeerde wetten achter de spiegel, gelden die laatste in Folks&Fools overal.

Het verkennen van de ruimte achter de banier zet een kentering in gang. Het duo gaat naast elkaar liggen, fel uitgelicht: Leirens op haar rug, Storms op de buik. Hun hoofden vlak naast elkaar, maar dan in de omgekeerde richting kijkend met een bedremmelde blik. Hun lichamen haast één, als dat van een tweekoppig fabeldier. Het is een ontroerend moment, want je voelt dat er hier iets gebeurt, dat er een toenadering is. En tegelijkertijd doet de mimiek van de spelers het publiek luidop lachen. Leirens en Storms tonen hier alweer hoe goed ze zijn in het sorteren van een ambigu effect.

Er volgt een prachtige scène waarin de groene laserlijnen centraal op het podium een driedimensionale kegel vormen, omhuld door witte en zwarte rook. Dat zou als een lachwekkend effectje in een hele slechte sf-film kunnen uitdraaien, maar het is een verrassend poëtisch beeld. Elke laserlijn loopt onderaan uit in een klein bolletje, en het lijkt bijna alsof de kegel bestaat uit levende organismen. Wanneer het duo beurtelings de kegel aanraakt, ‘reageert’ die door een groene, pulserende vlek te vormen op de plaats van de aanraking. Het zorgt voor een E.T.-momentje. De kegel blijkt niet alleen aanraakbaar, maar ook permeabel. Een voor een stappen Leirens en Storms erdoor.

Vervolgens gaan ze neerzitten om hun onderlinge interactie te ‘oefenen’. Op het gordijn achteraan zien we de donkere schaduwen van twee figuren. Happend naar adem en met een starre blik elkaars knieën betastend, proberen ze zich tot elkaar te verhouden. Uiteindelijk bezwangeren ze elkaar – ook een vorm van verdubbeling – in een nogal flauwe scène waarin een witte vloeistof rijkelijk sputtert uit de oranje bulten op hun achterhoofd. Verbaasd met een hand over hun dikke buiken wrijvend lopen ze rond. Wat te doen met ander, nieuw leven?

Een eigen taal

De poging tot communicatie tussen het duo onderling en met het publiek verloopt het grootste deel van de voorstelling bijna woordeloos. Af en toe klinkt uit de luidsprekers een nogal zakelijke meisjesstem, die willekeurige hoofdstukken aankondigt zoals Chapter 9 Thunder In The Tummy of Chapter 60 A Random Riddle, alsof het om resultaten van een tombola gaat. Een poging tot lineair narratief wordt zo opgeworpen en tegelijkertijd onderuitgehaald. Een rechtlijnige logica hoort duidelijk niet thuis in het narrenspel van Leirens en Storms. (Zelfs de rechte laserlijnen en de lichtvlakken op het podium worden steeds vloeiender, organischer).

Pas in de helft van de voorstelling spreken Leirens en Storms elkaar aan in een soort nonsenstaal die op Nederduits lijkt. Niet écht middeleeuws, maar uit tijd en context losgeweekt. ‘Ich eb ietsekens gefunden’, luidt het triomfantelijk. Dat ‘ietsekens’ blijkt ‘nietskens weerd’, want ‘tis praal’. De narren vertellen de waarheid in hun grappige taaltje: de uiterlijke schijn van de ridders is waardeloos. De gevestigde orde slaat nergens op. Maar wat is dan wél de moeite waard?

‘Iere? Ja!’

 Opnieuw verschijnt de laserkegel op de scène, vergezeld van dromerige muziek. De kegel draait om zijn as en lijkt te dansen. De suggestie van een levend organisme wordt zo versterkt. Vervolgens buitelen twee waanzinnig uitgedoste figuren de scène op in wat een nieuw, laatste deel van de voorstelling inluidt. Leirens en Storms hebben nu een prinsesachtige jurk aan met een hoop tule, een latex masker dat nog het best beschreven kan worden als een alienmuizenkop, en korte neparmpjes met kleine klauwtjes eraan vast. Voor wie thuis is in Vlaamse kinderprogramma’s uit de jaren negentig: zo ziet prinses Prieel uit Kulderzipken er vermoedelijk uit tijdens een lsd-trip.

De twee “alienprinsessen” gaan naast elkaar op de vloer zitten – eindelijk rust. Om de boel nog gekker te maken, beginnen ze te praten in hun imitatie-Nederduits. De conversatie is nonsensicaal en grappig. Ritmisch typend op een gifgroen toetsenbord dat enkel verbonden is met een sliert roze nepbloemen, sporen ze elkaar aan om sneller te typen en pogen tevergeefs ‘ein gewichtige frage’ te stellen. Het lijkt een parodie op onze wanhopige manieren om met elkaar contact te maken terwijl we naast elkaar zitten te tokkelen op onze laptops. Ondertussen zien we hun schaduwen op het gordijn achteraan het podium. Niet eens meer als duidelijk herkenbare figuren, maar als een soort rorschachvlek. Het is duidelijk aan het publiek om zelf betekenis te zoeken in deze geflipte fantasiewereld met zijn geheel eigen non-logica. En net zoals bij een rorschachtest is de vraag: wat zegt dat over ons?

In de slotscène gebeurt er iets nieuws. Het duo raakt elkaar voorzichtig aan. De een streelt de ander onder de kin met een latex nepklauwtje. Letterlijk vragen ze naar elkaars voorkeuren en geven ze aan wat goed voelt: ‘Fur ich?’ ‘Und fur duch?’ Die vragen beurtelings herhalend, koesteren ze elkaar (‘Iere?’ ‘Ja!’), tot ze door de laserkegel omhuld worden. En zo is de queeste rond. Ze maken niet louter verbinding met elkaar, maar gaan ook op in een groter en ander organisme. Het is een beklijvend beeld vol absurde poëzie en tederheid.

Wezenlijk

De slotscène van Folks&Fools getuigt van een interessante evolutie binnen de voorstelling zelf, maar ook binnen het gezamenlijke oeuvre van Leirens en Storms. Net als in hun vroeger werk zien we geen echte personages op de scène staan, maar een soort marionetten die lijden aan een diepe vervreemding van elkaar en de wereld. Hier transformeren ze echter langzaam van menselijk (de ridders/narren) naar niet-menselijk (de alienprinsessen), en maken ze een verbinding met elkaar en met een totaal andersoortig wezen (het laserorganisme). Hoe gekker de scènes worden en hoe meer los ze losstaan van onze realiteit, hoe beter dat lukt.

Terwijl de zoektocht naar verbinding in hun vorige voorstellingen altijd tevergeefs leek, maken ze hier een wezenlijk contact. Als publiek verlaat je de zaal daardoor niet met een wrang gevoel. Zonder dat het wollig wordt – want daarvoor is deze fantasiewereld te gek en ongrijpbaar, is dit een warme voorstelling.

Folks&Fools doet denken aan andere recente voorstellingen die vernieuwend aanvoelden, zoals Indoor Weather van Bosse Provoost en Ezra Veldhuis (waarin Leirens meespeelt), of The Incantation Ploy van Carly Rae Heathcote. Ook deze makers onderzoeken hoe ze kunnen omgaan met vervreemding, een gelijkwaardige verhouding tot andere (niet-menselijke) wezens, en de grenzen van onze verbeelding en communicatie.

De wezens in Folks&Fools pogen om een verbinding te maken met elkaar. Ze kijken naar zichzelf én naar de ander. Ook op ons, het publiek, doen ze een appel om verder te kijken dan we gewend zijn. Niet alleen in de spiegel, maar erachter en er ver voorbij.

1Marie-José Heijkant, ‘Avonturiers op zoek naar de essentie van het leven’ in Queeste, tijdschrift over middeleeuwse letterkunde in de Nederlanden, jaargang 1998. Laatst geraadpleegd op https://www.dbnl.org/tekst/_que002199801_01/_que002199801_01_0007.php op 14 oktober 2021.

JE LEEST ONZE ARTIKELS GRATIS OMDAT WE GELOVEN IN VRIJE, KWALITATIEVE, INCLUSIEVE KUNSTKRITIEK. ALS WE DAT WILLEN BLIJVEN BIEDEN IN DE TOEKOMST, HEBBEN WE OOK JOUW STEUN NODIG! Steun Etcetera.

recensie
Leestijd 7 — 10 minuten

#165

03.09.2021

30.11.2021

Natalie Gielen

Natalie Gielen is redactiemedewerker van Etcetera. Daarnaast werkt ze freelance als auteur, redacteur, producent en outside eye in de kunsten.

NIEUWSBRIEF

Elke dag geven wij het beste van onszelf voor steengoede podiumkunstkritiek.

Wil jij die rechtstreeks in je mailbox ontvangen? Schrijf je nu in voor onze nieuwsbrief!