© Laura Van Severen

Leestijd 5 — 8 minuten

Indoor Weather – Bosse Provoost & Ezra Veldhuis / Toneelhuis

Indoor Weather van Bosse Provoost en Ezra Veldhuis is een poëtisch landschap dat vervelt als een dier, woekert als een plant, en zich uitbreidt tot buiten de vergulde toneellijst van de schouwburg. In dit muterende ecosysteem zoeken menselijke en minder menselijke figuren hun plek. Hoe kan de mens zich op een meer gelijkwaardige manier verhouden tot de wereld? Provoost en Veldhuis maken er een visueel prikkelende en intrigerende voorstelling over die tegelijkertijd worstelt met de grenzen van wat we ons (niet) kunnen verbeelden.

Wanneer het publiek binnenkomt is de voorstelling eigenlijk al begonnen. De zaal van de Bourla wordt gevuld met een machinaal geluidstapijt, een dreunende bas afgewisseld met een fragment uit een soort showtune. Een felle witte spot gaat aan en uit boven de hoofden van het publiek. Perfomer Nathan Ooms ligt op zijn rug op de scène. Een tweede performer (Benjamin Cools, onherkenbaar met zijn hoofd dat verdwijnt in een wirwar van elektriciteitsdraden) sleutelt aan een constructie van toneelspots die aan een trek boven de scène hangt. Vanachter een gordijn verschijnt de arm van performer Lobke Leirens die met een grote stok op de vloer bonkt. In de zaal loopt Kristien De Proost in een soort hazmat pak met een stofzuiger op haar rug op het eerste balkon, waar ze het rode pluche van de zeteltjes schoonmaakt. Ze doet denken aan de opruimers van nucleair afval na de kernramp in Tsjernobyl of aan de dokters en verplegers op de covid-afdelingen. Vanuit de toneeltoren klinkt af en toe het geluid van een dier (of monster) dat kauwt waarna er gruis op de scène valt. Niet alleen de personages zijn gemuteerde half-menselijke figuren, ook de zaal komt duidelijk tot leven.

Dispositief

Aan de grond van deze bevreemdende beelden ligt een ecologisch vraagstuk. Dat we de mens niet langer als maat van alle dingen kunnen beschouwen, wordt steeds duidelijker. De meest recente klimaatrampen maakten pijnlijk voelbaar hoe we deel uitmaken van verschillende veranderlijke ecosystemen die we niet zomaar aan onze wil kunnen onderwerpen. In de voorstelling van Provoost en Veldhuis vertaalt deze problematiek zich naar de vraag hoe we de theatermachine van de klassieke schouwburg zelf kunnen (her)denken als een levend ecosysteem dat niet louter ten dienste staat van de maker en het publiek, maar dat ook een eigen (vaak onzichtbaar) leven heeft. Indoor Weather probeert op die manier te ontsnappen aan het dwingende dispositief van de klassieke theaterzaal. ‘Het theater maakt de wereld zichtbaar,’ schreef Bart Verschaffel al in zijn tekst over theatraliteit. Niet omdat het theater de wereld ensceneert, maar omdat het traditioneel een ruimte is waarin het heersende perspectief op de wereld zichtbaar wordt. In de klassieke schouwburg groeide dat perspectief vanuit de ‘blik van de absolute macht’ die historisch toebehoorde aan de vorst. Later werd het belichaamd door het denkende ‘ik’, het cogito, dat de wereld tracht te kennen en construeren vanuit zijn eigen perspectief. Is die dwingende blik van het klassieke theater nog houdbaar in een tijd waarin de machtsrelatie tussen de mens en de natuur steeds meer onder druk komt te staan?

Cyclisch

Indoor Weather vindt een antwoord in de poëzie als scènische vorm. Het is mooi om te ervaren hoe de voorstelling subtiel is opgebouwd volgens een poëtische logica waarin herhaling, ritme en synesthesie een belangrijke rol spelen. Naarmate de voorstelling vordert, wordt duidelijk hoe ieder element en personage in een eigen cyclus zit die telkens met kleine variaties herhaald wordt. Zo staat Nathan Ooms op van de scène om te dansen tussen de op- en neer bewegende trekken waarna hij opnieuw gaat liggen. Benjamin Cools loopt heen en weer over de scène terwijl hij verder bouwt aan zijn constructie van lampen, daarbij geholpen door het kauwende wezen in de toneeltoren dat af en toe, naast kruimels, ook een kleurfilter voor een spot laat vallen. Lobke Leirens beweegt angstig van de ene kant van de scène naar de andere terwijl ze schichtig de kruimels van het monster opeet. Een gifgroene lichtvlek verschijnt op de vloer van het podium, wordt groter en verdwijnt.

In het universum van Provoost en Veldhuis is alles met elkaar verbonden en is het onderscheid tussen levende wezens en niet-levende dingen niet meer duidelijk te herkennen. Daarin schuilt een ander, meer holistisch wereldbeeld waarin de mens zich bewust is van de manieren waarop hij in verbinding staat met de rest van de wereld. Hiërarchie maakt in Indoor Weather plaats voor een meer horizontale structuur waarin de performers op gelijke voet staan met alle andere theatertekens en waarin alles op elkaar inwerkt. Het verschijnen en verdwijnen van een lamp achter een toneeldoek valt bijvoorbeeld samen met het aanzwellen en dempen van het geluid, de bewegingen van een performer beïnvloeden de geluiden die uit een speaker komen, de mist op het toneel veroorzaakt een ruis op de stem van een performer. Een bijzonder opvallend element daarbij is het licht dat voortdurend de temperatuur en gevoeligheid van de beelden beïnvloedt en verandert. Het zijn variaties die het organische karakter van de beelden versterken: je kijkt naar iets dat groeit, beweegt, muteert.

Taal

Ook taal is in Indoor Weather niet belangrijker dan de andere lagen van de voorstelling. Terwijl Kristien De Proost rondloopt en de zaal lijkt te stofzuigen, reciteert ze fragmenten uit de gedichtencyclus Det (It) van de Deense dichter Inger Christensen. Det is een monumentaal en ambitieus werk uit 1969 dat onder andere gaat over het ontstaan van de dingen, hoe we de wereld ordenen en er taal aan geven. Hoewel de cyclus een belangrijke inspiratiebron was voor de makers ligt de tekst eerder als een soort ‘ruis’ bovenop de beelden. Dat is waarschijnlijk een bewuste keuze. Het voelt niet alsof je als toeschouwer de tekstfragmenten per se moet kunnen begrijpen in relatie tot de beelden. De tekst klinkt eerder alsof iemand ergens een radio heeft laten aanstaan waar je soms flarden van opvangt. Dat geeft een soort spookachtig en bij momenten melancholisch effect: alsof je een stem hoort uit een andere (vorige) wereld, een echo van iets wat voorbij is. Maar het heeft ook als nadeel dat je maar weinig toegang krijgt tot een tekst die waarschijnlijk voor veel toeschouwers (deze recensent incluis) nog onbekend is.

Grenzen van de verbeelding

Indoor Weather zit boordevol mooie en indrukwekkende beelden, te veel om allemaal op te noemen. Enkele voorbeelden die in mijn herinnering blijven spelen: de lampenconstructie van Cools die halverwege de voorstelling ‘tot leven komt’ en als een soort lichtorgel naar boven wordt gehesen, Nathan Ooms die danst tussen en met de trekken in een variërend lichtspel, een enkele witte spot die in de verduisterde zaal schijnt en het plafond van de Bourla, haar vergulde balkons en de hoofden van het publiek akelig doet oplichten. ‘So changed, now that it only looks the same. So transfigured. Already much more difference between life and life than between death and life,’ schrijft Christensen in Det. Het vat ook mooi de kracht van de voorstelling: de zoektocht naar een manier om het bekende op een nieuwe manier te bekijken, het verbeelden van variatie en verschil (hoe klein ook) en het exploreren van de werelden die daar mogelijk in schuil gaan.

Tegelijkertijd is de voorstelling ambitieus in het proberen verbeelden van wat misschien niet of moeilijk te verbeelden valt. Hoe toon je het moment waarop deze wereld muteert in een andere? Hoe ziet het leven van niet-levende dingen eruit? In de poging om dit gedachte-experiment om te zetten in een beeldtaal, balanceert Indoor Weather tussen de openheid van de poëzie en de (voor mij) meer gesloten iconografie van science fiction die een specifiekere invulling geeft aan het idee van (ecologische) mutatie. Bijvoorbeeld wanneer een van de performers muteert in een bijna dierlijk wezen dat een gifgroene vloeistof uitbraakt op de scène. Soms voelt het alsof er zo twee sporen in de voorstelling kruipen: een lijn die vertrekt vanuit het science fiction genre en een meer abstracte, poëtische lijn die vanuit Christensen vertrekt.

Natuurlijk zijn we als mens beperkt in ons vermogen om de toekomst op (heel) lange termijn te verbeelden. Dat maakt het uitgangspunt van deze voorstelling ook spannend en interessant. Het is vooral in de momenten waarop Indoor Weather de dingen laat “zijn” in hun onverwachte ontmoetingen en interacties met de performers en met elkaar dat de voorstelling begint te leven in de verbeelding van de toeschouwer.

JE LEEST ONZE ARTIKELS GRATIS OMDAT WE GELOVEN IN VRIJE, KWALITATIEVE, INCLUSIEVE KUNSTKRITIEK. ALS WE DAT WILLEN BLIJVEN BIEDEN IN DE TOEKOMST, HEBBEN WE OOK JOUW STEUN NODIG! Steun Etcetera.

recensie
Leestijd 5 — 8 minuten

#165

03.09.2021

30.11.2021

Esther Tuypens

Esther Tuypens is theaterwetenschapper.

recensie

NIEUWSBRIEF

Elke dag geven wij het beste van onszelf voor steengoede podiumkunstkritiek.

Wil jij die rechtstreeks in je mailbox ontvangen? Schrijf je nu in voor onze nieuwsbrief!