© Jona Harnischmacher

EXIT – Circumstances / Piet Van Dycke

Een pulserende bewegingspoëtica

Met ‘EXIT’ maakt Piet Van Dycke samen met acrobaten William Blenkin, Luuk Brantjes, Christopher Mc Auley en Samuel Rhyner een woordeloze circusvoorstelling waarin de symbiose tussen dans en acrobatie centraal staan. Aanwezigheid en afwezigheid, ingang en uitgang, laag en hoog, voor en achter, boven en onder zijn de kernfactoren die de vier mannelijke acrobatische performers wegwijs bieden doorheen de kunstig ineen gestoken scenografie. Van Dycke slaagt erin te entertainen, zonder zich te verliezen in louter visueel en acrobatisch spektakel.  

Eén van de vier performers komt de zaal binnengewandeld via dezelfde deuren waardoor het publiek dat zopas ook deed. Hij scheert langs de toeschouwers naar het podium, waarop een grote vierhoekige stellage staat, bestaand uit vijf deuren en één verdieping. De performer gaat trefzeker de middelste deur door en verlaat vervolgens, opnieuw langs het publiek heen, de zaal. Met die simpele actie van binnenkomen en terug weggaan wordt meteen een eerste verwijzing naar de titel EXIT gemaakt. Vervolgens komen ook de overige drie performers langs het publiek het podium op. Ook zij gaan één voor één de middelste deur door en ook zij keren terug naar de gang vanwaar ze kwamen. Ze verschijnen en verdwijnen beurtelings. Zoals de titel meedeelt, is aan- en afwezigheid, vertaald naar het betreden en verlaten van de zaal, het meest centrale onderwerp van de voorstelling. Het thema ‘ruimte’, dat later in de voorstelling verder wordt geëxploreerd, sluit daar naadloos bij aan.  

Na het spel van opkomen en afgaan een aantal keer te hebben herhaald, blijven de performers op het podium. Maar daarom blijven ze nog niet per se in het zicht van het publiek: op snel tempo marcheren ze telkens opnieuw in en uit de stellage, gebruik makend van de vijf deuren (drie ervan zien we frontaal, de overige twee zijdelings). Het binnen- en buitentreden markeert het verschil tussen interne en externe ruimte van de scenografie. De deuren trekken de scheidingslijn. Voor het publiek blijft de interne ruimte abstract en onbekend. Wat krijgt de kijker niet te zien en hoe functioneert die interne ruimte? Staat het doorlopende oversteken van de scheidingslijn symbool voor de transformaties die later zullen komen? Een antwoord daarop komt er niet, maar het zet wel aan tot vragen. Welke deuren kiezen de performers en welke niet? Welke wegen willen ze bewandelen wanneer er keuze is tussen vijf opties en met wie willen ze die keuzes delen? Wanneer helpen ze de ander en wanneer werken ze die tegen? Kiezen ze ervoor zichzelf of juist de ander vooruit te helpen? Kiest de groep ervoor om collectief of individueel te werken? De veelvuldigheid aan keuzes en beslissingen die gemaakt worden, zorgt voor een meerduidig antwoord op de vragen. Zo is er niet één antwoord maar een overspoeling aan keuzemogelijkheden. De dramaturgie van deze voorstelling is er een die meerdere interpretaties toelaat.

Wanneer de centrale deur op de kop wordt gedraaid, gebeurt er iets surreëel met de ruimte. Plots wordt iets helder over de verwachtingen die we als mens (en als kijker) in de dingen kunnen hebben – bijvoorbeeld dat een deur een deur is en ook een deur zal blijven.

Hoe langer de performers zich door de scenografie begeven, hoe meer de details in hun bewegingen zichtbaar worden. Zo wordt de illusie gecreëerd dat de spelers de scenografie in stijgende lijn leren navigeren. Er ontstaan korte interacties tussen de vier performers. Die ontmoetingen zijn soms choreografisch, soms acrobatisch. Daartussen zitten nu en dan innovatieve acrobatische bewegingen die een symbiose tussen de twee invalshoeken wekken. Net zoals de deuren open geduwd en toegetrokken worden, duwen en trekken de performers elkaar. Zoals vaker in circus, streeft ook EXIT naar een evenwicht tussen duwen en trekken, dragen en gooien, vertrouwen en loslaten, collectiviteit en individualiteit. Alle vier sturen ze elkaar, geven de ander richting en houden deuren open of toe. Er worden ook deuren gesloten, pal voor de neus van een medespeler. Maar kort daarop wordt die bij een andere deur verwelkomd. Wie beslist waar en wanneer een ander al dan niet toegelaten wordt in een ruimte of plaats? Wie oefent de macht uit over (een) ruimte of plaats?  En daarmee over mensen? Op deze manier worden ook vragen rond agency en macht gethematiseerd. 

De performers wisselen verschillende keren van shirt. Eén persoon verandert en de rest volgt. Of iedereen verandert terwijl één performer weigert. Net zoals de kostuums doorheen de voorstelling transformaties ondergaan, verandert ook de ruimte. Wanneer de centrale deur op de kop wordt gedraaid, gebeurt er iets surreëel met de ruimte. Plots wordt iets helder over de verwachtingen die we als mens (en als kijker) in de dingen kunnen hebben – bijvoorbeeld dat een deur een deur is en ook een deur zal blijven. Deze deur is niet normaal of éénduidig. Met de omgekeerde deur wordt een nieuwe verdieping toegevoegd die de nog onontdekte ruimte bovenin de scenografie toegankelijk maakt, een vruchtbare toevoeging aan de bestaande ruimtes. Nu de ruimte op het podium getransformeerd en gegroeid is, verandert ook het kijken. Er ontstaan nieuwe mogelijkheden en daarmee andere verwachtingen bij de kijker. Kunnen er zaken mislopen door het verhoogde risico? Krijgt het publiek een nieuwe bewegingstaal te zien? De nieuwe ruimte ontdekken vraagt nieuwe werkwijzen voor de acrobaten. Een uitdaging die collectief moet worden ingevuld, want alleen lukt het niet.

Wanneer de performers de logica van de nieuw gecreëerde ruimte (de toegevoegde verdieping) begrepen lijken te hebben, ondergaat de ruimte nog een transformatie: de omgekeerde deur begint overlangs te roteren. De wentelende deur wordt een nieuwe techniek, gebaseerd op twee circustechnieken: de bascule (teeterboard): een soort overgrote wipplank met aan weerszijden een acrobaat die telkens de ander de lucht in duwt door op de plank te springen en het dodenrad (Wheel of Death): een gigantisch roterend apparaat met twee cirkelvormige uiteinden waarop men loopt en springt. Ondanks de twee ultiem risicovolle en spectaculaire circustechnieken waarop het gebaseerd is, maakt de roterende deur EXIT niet tot een circusshow die spektakel schreeuwt. Daar zijn twee redenen voor. Enerzijds is het apparaat tamelijk jong (Piet Van Dycke/Circumstances ontwierp en onderzocht het apparaat) en anderzijds lijkt Van Dycke er in EXIT een eerder bescheiden en toch sterk pulserende bewegingspoëtica in te zoeken, in plaats van te focussen op spektakel. In dat opzet is hij succesvol.

De organische kwaliteit van de menselijke bewegingen staat lijnrecht tegenover de mechanische rotaties van de deur en zorgt voor een visueel schouwspel. Ondanks die tegenstelling lukt het de performers om met vloeiende bewegingen in interactie te treden met het toestel. Ze laten zich sturen door het apparaat, dat soms veel weg heeft van een roterend ruimteschip, mede dankzij het licht en schaduwspel van de lichttechnieken. De acrobaten helpen elkaar met het behulp van het apparaat omhoog (en in veiligheid) door gewicht of tegengewicht te bieden. Op die manier dragen ze zorg voor elkaar en wordt voorkomen dat iemand valt, want het risicogehalte is sinds de toegevoegde rotatie sterk gestegen. Na de twee ruimtelijke transformaties en een overzicht van wat de mogelijkheden blijken te zijn van de roterende deur eindigt EXIT zoals het begon: de performers verlaten de zaal. Een laatste verwijzing naar de titel EXIT. 

Met EXIT vindt Piet Van Dycke een nieuwe circustechniek uit die hijzelf en de performers op doeltreffende, originele en beeldende wijze exploreren. EXIT brengt door de ruimtelijke transformaties en de doorlopende afwisseling tussen aanwezigheid/afwezigheid, binnentreden/buitengaan, boven/onder, voor/achter, collectiviteit/individualiteit een circusvoorstelling over hoe het betreden en verlaten van ruimtes transformaties teweeg kan brengen. Als mens dienen we de ruimte die we hebben te delen met anderen. Nieuwe plaatsen creëren of ontdekken doen we volgens EXIT beter samen dan alleen. 

JE LEEST ONZE ARTIKELS GRATIS OMDAT WE GELOVEN IN VRIJE, KWALITATIEVE, INCLUSIEVE KUNSTKRITIEK. ALS WE DAT WILLEN BLIJVEN BIEDEN IN DE TOEKOMST, HEBBEN WE OOK JOUW STEUN NODIG! Steun Etcetera.

recensie
Leestijd 6 — 9 minuten

#170

15.12.2022

14.03.2023

Samuel Pennynck

Samuel Pennynck studeert Theaterwetenschappen aan de UGent, is analoog fotograaf en liep in 2022 stage bij Etcetera.

Dit artikel maakt deel uit van: Dossier: Het TheaterFestival 2023

NIEUWSBRIEF

Elke dag geven wij het beste van onszelf voor steengoede podiumkunstkritiek.

Wil jij die rechtstreeks in je mailbox ontvangen? Schrijf je nu in voor onze nieuwsbrief!

Wat is de toekomst van cultuurspreiding in Vlaanderen? De nieuwe Strategische Visienota Kunsten van minister Caroline Gennez wil expliciet meer inzetten op spreiding in landelijke gebieden en een breed bereik.

 

Ga mee in debat met Kunstenpunt en Etcetera op dinsdag 26 mei in de Beursschouwburg. Reserveer hier je gratis ticket.

Moderator: Ciska Hoet. Panel: onder andere Wouter Hillaert (cultuurjournalist) en Rolf Quaghebeur (kabinetsadviseur bij Minister van Cultuur Gennez). Volledige panel wordt snel bekendgemaakt.