© Luc Schaltin

Leestijd 4 — 7 minuten

Enkidu Khaled – God 99 – Bar by bar, night by night, story by story, onward!

Voor God 99 – Bar by bar, night by night, story by story, onward! vertrekt Enkidu Khaled van de roman Allah 99, het debuut van de Irakese schrijver Hassan Blasim. Drie performers (Enkidu Khaled, Joachim Robbrecht, Nele Vereecken) en een dj (Sara Dziri) ensceneren Blasims tegelijk rauwe en fantasierijke universum.

Mise-en-abyme

De verteller in Blasims boek, ook Hassan genaamd, is een Irakese dierenarts die net als de auteur zelf naar Finland vluchtte en er probeert te overleven als schrijver. Op scène wordt hij vertolkt door Joachim Robbrecht die de toeschouwer minzaam en schijnbaar lichtvoetig door Blasims labyrint van verhalen leidt. Hassan begint in Finland te werken aan een groot interviewproject waarin hij verhalen verzamelt van mensen uit het Midden Oosten. Samen met zijn eigen herinneringen aan het thuisland schetsen ze een beeld van de dagelijkse werkelijkheid van de inwoners van Irak, eerst onder het regime van Saddam Hussein, daarna onder de Amerikaanse bezetting en later tijdens de terreur van IS. Het is evenwel een beeld van de werkelijkheid dat continu flirt met de verbeelding. Blasims verhalen worden bevolkt door onwaarschijnlijke personages en eindigen meermaals met een absurdistische clou. Wat is echt, wat is fictie? Hierin vindt het werk van Blasim dat van Khaled: hoe geef je de werkelijkheid weer wanneer die de absurditeit van de fictie overtreft? 

De vorm die daaruit voortvloeit is een soort mise-en-abyme van verhalen. Het ene verhaal knoopt vast aan het volgende en aan het volgende in een lange ketting die je van de souk al-Ghazl in Bagdad naar nachtclub De Grot in Helsinki leidt. Het geeft enerzijds gestalte aan het ontheemde gevoel van de verteller die nergens helemaal thuis is en zich met zijn land van herkomst verbindt via een groeiend netwerk van verhalen. Anderzijds is het ook een vorm van vertellen die bewust geen duidelijk begin- of eindpunt heeft en waarin ook een centrum ontbreekt. Net als in Blasims roman is het in de voorstelling niet altijd duidelijk wie er precies aan het woord is. De performers vertolken verschillende personages en vertellers, vaak zonder duidelijke overgang. Bijvoorbeeld wanneer Robbrecht het verhaal van de YouTube-man vertelt, die in Bagdad beroemd werd met video’s waarin hij zijn diefstallen filmt. Hier verschuift het vertelstandpunt eerst van Hassan naar een verkoper op de markt die Hassan het verhaal ooit vertelde en dan naar de YouTube-man zelf die uiteindelijk in de ‘ik’ vorm vertelt hoe hij stierf in de gevangenis. Het vertellen wordt zo een soort van afdalen in een eindeloos web van verhalen.

Tomaten

In die desoriënterende structuur ligt een antwoord op de ontwrichte werkelijkheid van een gebied dat al decennialang getekend wordt door oorlog en terreur. Naarmate de voorstelling vordert, vullen Khaled en Sara Dziri het podium met stokfiguurtjes gemaakt van tomaten en satéstokjes. Hoewel ze niet echt op mensen lijken, roepen deze grillige figuren toch een associatie op met de vele slachtoffers van bomaanslagen, die ook in verschillende verhalen uit de voorstelling terugkomen. Wat later trekt Khaled een netje over zijn hoofd gevuld met tomaten die zijn gezicht helemaal verbergen en die hij doorboort met verschillende stokjes. Een echo van het verhaal over de man die maskers maakt voor verminkte slachtoffers van aanslagen, zodat hun families afscheid kunnen nemen van de gezichten die ze kenden. Met zijn grimmige masker op danst Khaled vervolgens op de beats van Dziri. De voorstelling vindt zo op nog momenten een soort luchtigheid (bij gebrek aan een beter woord) in de gruwel. Dat zit in de soms komische pointes van sommige verhalen, maar ook in het spel van de acteurs.

Naast Robbrecht vertolkt ook Nele Vereecken een aantal personages uit het boek. De belangrijkste daarvan is Alia, een vertaler uit Irak met wie Hassan een langlopende correspondentie heeft. Gezeten in een soort zetel die gemaakt lijkt van boomwortels en met een krat tomaten op de schoot is ze een stem die Hassan ondervraagt, aanvult of soms terechtwijst. Later vertolkt Vereecken onder meer twee Finse bedpartners van Hassan. Ook daar stapt ze in en uit de personages om de vertelling van Hassan te sturen met vragen of om ze te onderbreken. Dat levert vaak subtiele humor op en fijn spel. En het is ook een slimme manier om het collectief delen en creëren van verhalen te tonen op scène. Alsof je samen rond een tafel of kampvuur zit en oude verhalen opnieuw met elkaar deelt.  Daarnaast geeft deze vorm ook meer nuance aan de vrouwelijke personages in sommige scènes. Waar die in het boek soms wat eendimensionaal zijn (misschien vooral opgevoerd om een seksuele escapade te beschrijven) krijgen ze in de voorstelling meer spreekrecht doorheen de stem van Vereecken.

Palomar

Enkidu Khaled zelf is heel de voorstelling aanwezig op het podium, als een soort schaduw van Hassan. Zonder veel tekst manipuleert hij de scène: door tomatenfiguurtjes te maken, door dingen te filmen die geprojecteerd worden op een scherm of door soep te maken waardoor de zaal gevuld wordt met de geur van ajuin en kruiden. Het zorgt voor visueel mooie momenten. Bij een scène in een nachtclub bijvoorbeeld dient Khaled, die op zijn buik op de grond ligt en knutselt met een tomaat, als zetel waarop Vereecken en Robbrecht naast elkaar zitten. Of wanneer Robbrecht als de YouTube-man over een van zijn diefstallen vertelt terwijl Khaled de lampen boven de scène dreigend heen en weer laat wiegen. Misschien is Khaled met zijn veelal stille aanwezigheid de belichaming van Mr. Palomar, het personage uit de gelijknamige roman van Italo Calvino. In Blasims boek is Mr. Palomar een constante, denkbeeldige aanwezigheid voor Hassan. En ook in de voorstelling komen het boek en het personage een paar keer terug. Een grappig moment is wanneer Hassan het verschil beschrijft tussen de Finse cover van Calvino’s boek, waarop het beeld prijkt van een rijzige, goed geklede man, en de Irakese cover waarop Mr. Palomar een kleine, dikke man met een snor is.

In Calvino’s boek probeert Mr. Palomar de werkelijkheid te beschrijven zoals hij die concreet kan waarnemen. Hij maakt uitgebreide en gedetailleerde observaties van de meest banale dingen. Van de golven in de zee, de planten in zijn tuin tot verschillende soorten kaas. Daarin ligt een spanning tussen het observeren van de wereld en er zelf deel van uitmaken, tussen het beschrijven van de dingen en ze mee vormgeven, in taal of op een andere manier. Eenzelfde spanning zit ook in Blasims boek en in Khaleds voorstelling. Met dat verschil dat de realiteit van oorlog en terreur zich misschien niet zomaar laat beschrijven en dat de vraag naar hoe iemand zich tot die realiteit moet verhouden via taal of kunst, veel moeilijker te beantwoorden is. God 99 is een interessante zoektocht naar een vorm die de ervaring van de realiteit kan verbinden aan de fictie. De voorstelling grijpt op een mooie manier terug naar de gedeelde ervaring van de orale verteltraditie en verleent haar zo een nieuwe urgentie. Het resultaat is een weefsel van verhalen waarin tegelijkertijd een onzekere werkelijkheid weerklinkt als het verlangen naar verbinding.

JE LEEST ONZE ARTIKELS GRATIS OMDAT WE GELOVEN IN VRIJE, KWALITATIEVE, INCLUSIEVE KUNSTKRITIEK. ALS WE DAT WILLEN BLIJVEN BIEDEN IN DE TOEKOMST, HEBBEN WE OOK JOUW STEUN NODIG! Steun Etcetera.

recensie
Leestijd 4 — 7 minuten

#165

03.09.2021

30.11.2021

Esther Tuypens

Esther Tuypens is theaterwetenschapper.

NIEUWSBRIEF

Elke dag geven wij het beste van onszelf voor steengoede podiumkunstkritiek.

Wil jij die rechtstreeks in je mailbox ontvangen? Schrijf je nu in voor onze nieuwsbrief!