© Kurt Van der Elst

Evelyne Coussens

Leestijd 3 — 6 minuten

Doe de groeten aan de ganzen – Freek Vielen / hetpaleis & De Nwe Tijd

Het is niet omdat een jeugdvoorstelling een stekelig onderwerp durft aan te kaarten dat ze vanzelf gewaagd of geslaagd is. Doe de groeten aan de ganzen (+6), een voorstelling van De Nwe Tijd over de dood, ontsnapt ternauwernood aan de valkuil van het uitleggerige sentiment. Gelukkig is er circusartiest Danny Ronaldo, die onder het motto show, don’t tell de productie voorziet van een portie zwijgzaamheid.

Auteur en regisseur Freek Vielen van De Nwe Tijd maakte eerder bij HETPALEIS het wonderschone Niets: een bewerking van Janne Tellers gelijknamige jeugdboek waarin een groep kinderen op een gruwelijke manier op zoek gaat naar de zin van het leven. Wat prikkelde aan Vielens tekst was dat die op verschillende betekenisniveaus functioneerde: naast het plot driven verhaalaspect en de filosofische lading van het avontuur ontdubbelde de tekst zich ook op een metatheatraal niveau, met acteurs die al spelend de zin bevroegen van hun eigen spel. Het is wellicht begrijpelijk dat Doe de groeten aan de ganzen, dit keer niet voor elf- maar voor zesjarigen, dat metatheatrale aspect achterwege laat. Maar dat de telst zich verliest in een wat clichématige metaforiek is zonde voor een doorgaans beslagen auteur als Vielen.

‘Broer’ duikt als eerste op, voor een houten schutting die helemaal vooraan op het speelvlak is geplaatst, waardoor acteur Tim David bijna op de schoot zit van zijn jonge publiek. Hij heeft een zakje bij met daarin een vogeltje dat uit het nest is gevallen, een gevederd alter-ego voor zijn eigen zieke persoontje. ‘Ik zou een vogel willen zijn’, verheldert broer daar nog eens bovenop, en ‘een nestje bouwen met Zus’. Snel krijgt hij het gezelschap van zijn levenslustige, zorgzame Zus (Margo Verhoeven) die een feestje organiseert – om de eerste verjaardag te vieren van het overlijden van de hond. Een zacht gefluit van achter de schutting kondigt de komst aan van een onwelkome gast: het is de Dood zelf, die het bestaat op te duiken op zijn eigen party. Geen man met de zeis, geen spookachtig geraamte, maar veel enger: een grote, wat gebogen figuur met een stompe neus en droeve, melancholische ogen. Danny Ronaldo ontpopt zich echter tot de meest vertederende Dood die we ooit zagen.

Zijn verschijning brengt een welkom fysiek aspect binnen in de voorstelling. Waar het voorheen een beetje een praterige filosofieles dreigde te worden (‘Waar ga je heen als je sterft?’ ‘Naar het land van gisteren’ ‘Doordat hij in het land van gisteren is kan ik op elk moment aan Bobby denken’) kunnen er nu ook een aantal dingen gebeuren. Zus heeft onmiddellijk begrepen wie de ongenode gast is en wat de reden is van zijn komst. Maar ze krijgt hem, ook na een erg geslaagde deurenkomedie, gewoon niet meer weg. Ze beseft dat de Dood verjagen alleen lukt door haar broer met hem mee te geven, en dus besluit ze haar strategie te wijzigen: ze probeert de Dood zo lang mogelijk op hun feestje te houden. Wat volgt is een zeer geestige middensequens vol clownerie en goochelarij. We leren de Dood leren kennen als een schuwe, wat verlegen figuur die voortdurend wil helpen maar niet anders kan dan dingen vernietigen. Prachtig, hoe hij een toetertje kapotblaast en vervolgens bedremmeld scuus mompelt.

Hier gebeuren een aantal mooie dingen zonder dat ze benoemd worden. De kinderen zingen ‘Lang zal hij leven’ en maken op een ongeremde manier plezier met de Dood. Wanneer er een eerste ei voor de verjaardagstaart breekt, lossen ze het probleem op zoals alleen kinderen dat kunnen: ze besluiten alle eieren op de grond te laten belanden – door ermee te jongleren, te baseballen of te petanquen – en gewoon op de grond het taartbeslag te mengen. Uiteraard hangt de tijd als een zwaard van Damocles boven hun hoofd. De roep van de ganzen, de trekvogels die de tijd vooruittrekken, kondigt aan dat er aan elk feestje een eind moet komen.

Wanneer de Dood een melancholisch eenmansorkest opzet van zachte kopers is het eindspel aangebroken – Broer en Zus springen enthousiast bij met hun instrumenten, tot Broer uitgeput in elkaar zakt. In de afwikkeling laat zich opnieuw het contrast voelen waarop de hele productie wiebelt: dat tussen ontroering en sentiment. Sentimenteel is de expliciete manier waarop Zus het het vertrek van Broer aan het publiek uitlegt, en waarbij de beeldspraak van het vogeltje nog eens ten overvloede wordt geduid. Diep ontroerend is het feit dat de droeve clown nog eenmaal terugkeert, alleen, om zijn hand op de schouder van Zus te leggen en eenvoudigweg te zeggen: scuus.

Doe de groeten aan de ganzen werkt het best in die momenten: in beeldende zwijgzaamheid, wanneer het niét probeert om alles in het woord te vatten.  

recensie
Leestijd 3 — 6 minuten

#156

15.03.2019

14.05.2019

Evelyne Coussens

Evelyne Coussens is freelance cultuurjournalist voor De Morgen en verschillende cultuurmedia, waaronder Ons Erfdeel, rekto:verso en Staalkaart. Ze is lid van de grote redactie van Etcetera.

recensie