Vier zusters – Luna, Winter, Toulouse en Jules De Cock
Zussen spelen
Catho De Cordt
BIPAM
Hoe ziet het theater in Thailand eruit? Voor kunstenaar, curator en festivaldirecteur Sasapin Siriwanij is het een vraag die haar hoofd elke keer weer doet tollen. Over hedendaagse performancekunst in Thailand spreek je niet in dezelfde taal die je zou gebruiken in het globale noorden. Voor onafhankelijke kunstenaars is er vrijwel geen geld, geen goed uitgeruste infrastructuur en geen steun van de overheid. Maar ondanks de eindeloze cyclus van vermoeidheid blijft er een mysterieus geloof en plezier in de kunst, schrijft ze in haar eerste column.
Thailand.
De meesten van jullie denken wellicht aan de bruisende hoofdstad Bangkok. Streetfood. Tropisch weer. Stranden die het hele jaar door warm zijn. Het nachtleven. Of de idyllische groene rijstvelden die verscholen liggen in de bergen in het noorden. En misschien, heel misschien, enkele performances om bij te wonen.
Maar hoeveel daarvan is echt hedendaagse performancekunst, en niet gewoon het zoveelste culturele spektakel?
Als Thaise podiumprofessional die de wereld rondreist voel ik altijd het gewicht om mijn land te moeten representeren, veelal tegen mijn wil. Hoe ziet het theater in Thailand eruit? Natuurlijk is deze vraag meestal gewoon bedoeld als vriendelijke, en op zich sensicale, gespreksopener, maar ze doet mijn brein altijd rondtollen, in een spiraal terechtkomen, uitstretchen tot een ingewikkeld web van gedachten, in een poging die vraag ook maar enigszins te beantwoorden.
Ik moet bekennen dat ik ondertussen enkele mooi verpakte antwoorden heb bedacht, die makkelijk terug te geven en te begrijpen zijn, zoals bijvoorbeeld dat de Thaise performancescène vooral bestaat uit kleiner tot gemiddeld groot werk, dat gecreëerd wordt in intieme plekken, door kunstenaars met een sterke creativiteit en maatschappijkritische inslag. Maar vaker wel dan niet gebeurt het tegenovergestelde: als je me ooit deze vraag hebt gesteld en je zag me even pauzeren, met een gefronste blik op mijn gezicht, weet dan dat ik alleen maar even mijn tijd nam om een manier te zoeken waarop ik het voor jou begrijpelijk kan maken zonder mijn werkelijkheid thuis te verloochenen.
Maar hoe kan een eenvoudige vraag zo complex zijn? Hoe ziet het theater in Thailand eruit?
Wel, dat komt vooral omdat we, wanneer we over theater spreken, ervan uitgaan dat er een omgeving is waarin er zoiets als ‘theater’ bestaat. We spreken dan over theatergebouwen, met een black box en misschien nog een repetitiestudio erbij. Een aparte, kleine plek voor de box office. Een kleine kantoorruimte voor het team. Een theater met een tribune en een lichtrooster. Of tenminste genoeg stoelen voor het publiek. Een theater dat zich in een netwerk van andere theaters bevindt. Precies zoals het zou moeten zijn. En natuurlijk worden de mensen betaald voor wat ze doen, anders zouden ze het niet hun job of carrière noemen!
Zoals eerder vermeld vermoedde ik al dat mijn brein weer zou beginnen tollen bij de gedachte aan deze vraag. Dit keer probeerde ik slimmer te zijn en vroeg ik enkele dierbare collega’s en vrienden om enkele essentiële tips over hoe je theater maakt in Thailand, specifiek bedoeld voor buitenstaanders die het Thaise kunstenlandschap niet goed kennen. Laten we beginnen met deze twee korte opinies, eentje van een opkomende manager/theatermaker en eentje van een producer met een lange staat van dienst.
“Je moet verdomd goed nadenken over geld en tijd. Je hebt spaargeld nodig, cashflow en veel vrije tijd – want laat ons eerlijk zijn, theater maken (en specifiek kleinere producties of shows in een black box) betaalt de rekeningen niet. Voor mensen die niet uit een rijke thuis komen of startkapitaal hebben, kan de liefde voor theater als een vloek voelen. In een land waarin iedereen zich in een kapitalistisch systeem uit de naad werkt, en waarin bedrijven én de overheid kunst vooral zien als een export- of verkoopproduct, raak je non-stop gestresst over het werk en geld.”
“Vind eerst een realistische plek om je werk te tonen – begin zelfs niet met dromen over een degelijk, goed uitgerust theater.”
Deze twee opinies lezen is beter dan ik die gewoon zeg “er is geen infrastructuur voor theater”. Ik word een plaat die blijft hangen wanneer ik zeg dat er geen geld en geen ruimte is voor ons om te werken, maar dat is al de realiteit sinds ik twintig jaar geleden de smaak voor theatermaken te pakken kreeg.
Er is theater (oké, ‘de kunstvorm’, niet het gebouw). Maar je zegt dat er geen ruimte en geen geld is?
Precies. Ik moet dat punt blijven herhalen, zodat het duidelijk is dat het intellectueel oneerlijk is om over hedendaags Thais theater te spreken in dezelfde taal die je zou gebruiken in het globale noorden.
Eerst de ruimtekwestie: er zijn amper goed uitgeruste en voldoende grote theaters in Bangkok. En wat beschikbaar is, wordt meestal voorbehouden voor performances en kunstenaars die door de overheid worden gesteund (meestal uit traditionele kunstvormen), of ze worden commercieel verhuurd. Onafhankelijke performanceartiesten, die maatschappijkritisch werk maken, hebben geen recht op deze infrastructuur. Zij wijken liefst uit naar kleine ruimtes die gesubsidieerd worden of niet veel huur vragen, maar die zijn zeldzaam, bovendien hebben ze het moeilijk om te overleven. Vaak onderhandelen kunstenaars en producers noodgedwongen met galerijen, cafés of eender welke ruimte waarvan ze de eigenaar kunnen overtuigen om hun show voor een kleine fee te hosten.
En geld. Schijnbaar IS er geld. Want er is een ministerie van Cultuur, toch?
Wel, feitelijk klopt dat, al gedraagt het ministerie van Cultuur zich, zoals elk ministerie in dit land eigenlijk, liever als toezichthouder dan als pleitbezorger voor zijn burgers. Stel je voor dat je een jong kind bent, dat volledig afhankelijk is van de wil van zijn ouders. Zo behandelt de Thaise regering haar burgers, en ook haar kunstenaars.
“In dit land een subsidie vinden, dat is een zware strijd, alsof je een naald in de oceaan zoekt. Niet zozeer omdat geld niet bestaat, het is gewoon ongelooflijk moeilijk om er toegang toe te krijgen, tenzij je een uitzonderlijk profiel hebt of de juiste mensen kent op de juiste plekken of in het ministerie van Cultuur.”
“Een beurs van de overheid, dat betekent bergen papierwerk, genoeg om je al knock-out te slaan nog voor je bent beginnen.”
Niet alleen moeten artiesten dealen met een omgeving die vijandig is tegenover kunst, ze moeten ook strijden tegen de ouderwetse, passieve mentaliteit van de overheid en hun manier van beleid voeren. Er is geen strategie om te bepalen wie een beurs krijgt en wie niet, alle soorten artistieke voorstellen komen op dezelfde stapel terecht als sportinitiatieven, culturele evenementen en prestigieuze activiteiten die de koninklijke familie moeten verheerlijken. Geld wordt dus willekeurig toegekend, vaak met kwantiteit als belangrijkste criterium, en niet op basis van wat elk project nodig heeft om zijn missie te vervullen. Hoe meer projecten de overheid trots kan aankondigen aan het publiek, hoe beter (“kijk eens hoeveel activiteiten we kunnen subsidiëren met amper dit bedrag – yay!”). En wat het papierwerk betreft, de vele voorbereiding zou niemand deren, ware het niet dat de overheid zich vooral laat leiden door scepsis, wantrouwen en irrelevantie.
Om welke reden dan ook, de liefde voor theater is er. En precies omdat de lokale gemeenschap zo gelooft in haar magie en kracht zoekt ze consistent manieren om kunst mogelijk te maken in deze woestijn. Maar de vraag is hoe diep je elke keer weer bereid bent om in het water te duiken, zo vertelt een producer.
“Elke keer moet ik bij mezelf checken hoeveel energie ik heb om iets te creëren, en hoezeer ik bereid ben om mezelf uit te putten. Want alles moet elke keer weer van nul worden opgebouwd: een team samenstellen met de kunstenaar (wie willen ze, en als er te veel mensen zijn, hoe gaan we ze dan betalen?), een locatie vinden (er zijn amper theaters en ze zijn zelden voldoende uitgerust), de PR (hoe doe je trouwens PR, in deze zee van digitale content en sociale-media-overprikkeling) en het meest belangrijke: hoe ga je tickets verkopen? Daar alleen aan denken is al hondsvermoeiend.”
Een producer of kunstenaar zijn in Thailand betekent dat we ons in een eindeloze cyclus van vermoeidheid bevinden, ook al maken we diep betekenisvol werk dat ons en het publiek veel voldoening schenkt. Het wordt existentieel als je wil creëren zonder financiële steun, zonder geschikte infrastructuur, en mogelijk ook zonder publiek dat komt kijken. Ooit performde ik in een show waar een totaal van één toeschouwer kwam opdagen. Het werk zelf was niet het probleem. Dat heeft een impact op je zelfvertrouwen, zo vertelt deze jonge kunstenares, die een verschil voelt tussen haar thuiscontext en de vele Aziatische landen waar ze al tourde met haar werk.
“Als je de huurkosten voor de zaal, je werk, je tijd en de teleurstellende ticketverkoop in rekening brengt, dan heb je echt een subsidie nodig om het project op de been te houden. Zonder hebben we nog nooit break-even kunnen draaien. En als je dat afweegt tegen de tijd, energie en geld die je erin stopt, dan komt steeds weer die ongemakkelijke vraag op de proppen: wat is dit eigenlijk waard?”
Ok, misschien krijg je stilaan genoeg van al deze financiële miserie. Tijd voor een sassy en superpraktische tip van een opkomende kunstenaar om je budget en team te managen:
“Zorg voor genoeg geld zodat je niet afhankelijk bent van de ticketinkomsten. Als je te kort komt, schrap je eigen loon. Nog altijd te weinig? Betaal je medewerkers niet. Kom je nog altijd niet rond? Doe iedereen geloven dat dit een passieproject is.”
Dit advies deed me grinniken, niet zozeer om hoe het klinkt, maar omdat het niet meer waar kan zijn. In mijn ervaring is dit al de realiteit sinds ik begon als een jonge kunstenaar, met een klein team in mijn vroegste producties, tot op vandaag, nu ik een internationaal platform en festival leid. Dezelfde regels gelden nog altijd: je eigen loon, of dat van je team, is de eerste plek om geld te gaan zoeken. Het is een strategie om de boel in beweging te houden. Als je zover hebt gelezen, dan zul je onderhand begrijpen dat geen enkele professional in de onafhankelijke scène ooit betaald wordt volgens een professionele standaard. Zelfs mensen die de titel van artistiek leider dragen, mezelf incluis, hebben nog nooit het privilege van een salaris gehad. Eigenlijk voelen we ons altijd een beetje schuldig als we iemand uitnodigen om aan een project mee te werken. En als het uitzonderlijke geval zich voordoet dat we toch genoeg middelen hebben om iedereen fatsoenlijk te betalen, dan zijn we overenthousiast, alsof het een verjaardagsfeestje is.
Maar oké, passie doet veel, en dankzij dit mysterieuze geloof en plezier in de kunsten blijven mensen in Thailand samenkomen om theater te maken. So far so good, als je dat goed kan noemen tenminste. Dus de volgende keer dat je met een Thaise artiest praat, verval niet meteen in je business-as-usual-mentaliteit en zie in de persoon voor je iemand die alles vrijwel van nul heeft opgebouwd en dat nog steeds doet.
Sasapin Siriwanij
Bangkok, maart 2026
Speciale dank aan: Siree Riewpaiboon, Varissara Borkird, Siraphop Attohi, Chatchai Sukanan, Naruebet Jaksusuwan, Khettawan Chantanakool, Pachaya Akkapram, Jarunun Phantachat, Parnrut Kritchanchai, Nuttapol Kummata and Nattaporn Thanhahuad
Vertaling: Charlotte De Somviele
KRIJG JE GRAAG ONS PAPIEREN MAGAZINE IN JOUW BRIEVENBUS? NEEM DAN EEN ABONNEMENT.
REGELMATIG ONZE NIEUWSTE ARTIKELS IN JOUW INBOX?
SCHRIJF JE IN OP ONZE NIEUWSBRIEF.
JE LEEST ONZE ARTIKELS GRATIS OMDAT WE GELOVEN IN VRIJE, KWALITATIEVE, INCLUSIEVE KUNSTKRITIEK. ALS WE DAT WILLEN BLIJVEN BIEDEN IN DE TOEKOMST, HEBBEN WE OOK JOUW STEUN NODIG! Steun Etcetera.