© Vincent Delbrouck

Leestijd 6 — 9 minuten

Artiesteningang: Benjamin Verdonck

Benjamin Verdonck (1972) leeft en werkt in Antwerpen. Hij is theatermaker, beeldend kunstenaar, schrijver en verzamelaar.

Wat was je vroegste aanraking met de podiumkunsten? 

Een fancy fair op de kleuterschool. We zijn verkleed als smurfen. Het decor is een wand van kippengaas waarop papieren bloemen zijn bevestigd. Ik kom naar de rand van het toneel en zing een lied. Het begint zo: ‘waarom vechten mensen met elkaar, waarom leven jullie in gevaar, waarom doen jullie elkaar zo’n pijn, bij ons is het leven altijd fijn’.

Een schoolvoorstelling in het jeugdtheater. De man van koekenbrood. De acteurs spelen muizen. Het decor is een keukenplank met een blik bonen en een omgevallen ketchupfles. Wanneer halverwege het stuk een ‘echte’ mens de keuken betreedt op zoek naar brood zie je (de verhoudingen in acht genomen) enkel de benen die het hele voortoneel vullen.

Op mijn vijftiende speel ik met een aantal leeftijdsgenoten Voorjaarsontwaken van Frank Wedekind in een regie van Lucas Vandervost. In die periode ontluikt het vermoeden dat kunstenaarschap vrijheid biedt.

Wat wou je als kind worden? 

Dokter of landbouwer.

Beiden met de bedoeling naar Afrika te trekken en daar te gaan werken.

Wanneer wist je dat je het theater in wilde?

Ik zag een overzichtstentoonstelling van Ben Vautier in het Muhka. Er lag een koffer met een ketting rond en een hangslot. Op de koffer stond: ‘si Dieu est partout il est aussi dans ce coffre’. Dat was de eerste keer dat ik dacht ‘ik wil ook kunstenaar worden’.

Dat ik een toneelopleiding volgde was eerder toevallig. Ik werd toegelaten op het Conservatorium in Antwerpen en het kostte me weinig moeite om de opleiding af te maken. Maar de liefde voor het vak en de verantwoordelijkheid die je neemt ten aanzien van je keuze zijn maar heel geleidelijk gegroeid.

Ik heb mijn afstudeervoorstelling herwerkt met muziekmakerij Think of One onder de vleugels van tg Hollandia. We hadden een mooie tournee. We permitteerden ons een naar mijn aanvoelen nogal ongebruikelijke losbandigheid op de scène. Die trokken we ongegeneerd door naast de scène. Dat was de eerste keer dat ik dacht: ‘dit is wat ik wil’.

Van welke voorstelling heb je recent wakker gelegen en waarom? 

SAD SAM MATTHÄUS van Matija Ferlin.

Matija Ferlin bemeestert zijn lichaam. Zijn verschijning is betoverend. Zijn bewegingen zijn aanzetten, mogelijkheden. ‘Kijk’, lijkt hij te zeggen, ‘zo zou het kunnen gaan, vul nu de rest zelf maar in.’ Het is een voorstelling over het lijden van het lichaam. De volledige Matthäus Passion van Bach klinkt. Hij danst, maakt metafysische bespiegelingen en vertelt persoonlijke belevenissen. De voorstelling is op geen enkel moment pathetisch. Het is een drie uur durende, begenadigde staat waarin ik mee verblijf en waarvan ik nog dagen rusteloos ben omdat het werk me aanraakt voorbij een punt waarop ik e iets van moet vinden (goed of slecht, voor of tegen).

Welke voorstelling is onvergetelijk?

Blanc van Vania Vaneau.

Vania Vaneau is danseres. Vanaf haar entree zuigt mijn blik zich aan haar vast. De voorstelling zweeft tussen een verkleedpartij en een sjamanistisch ritueel waarvan je getuige mag zijn. Ik kan niet zeggen waar het over gaat, zelfs niet wat de voorstelling beoogt. Maar elke beweging spreekt tot mij en elke volgende beweging kan alleen maar dié volgende beweging zijn. De interne logica die zich aan mij openbaart, de taal die ik versta zonder haar zelf te spreken.

Een zelfde ervaring had ik bij Moore Bacon! van Kobe Chielens en Bosse Provoost, en Céu van Volmir Cordeiro.

Wat is je favoriete plek? 

Thuis in de keuken.

Waar zou je heel graag eens je werk tonen?

Ik zou graag in een museum staan met doosjes die ik afgelopen tijd maakte. Als er dan iemand langs slentert zou ik haar of hem een doosje tonen. Ik zou ook graag met de trein een tournee maken door Oost-Europa. Daar zijn veel plekken waar ik mijn werk nog niet getoond heb en ik vertoef er graag. Vorig jaar ben ik op wereldtournee vertrokken in Antwerpen. Daar zou ik mijn werk wel eens willen tonen op een plaats die ik nog niet bedacht heb.

Van wie heb je het meest geleerd?

Sam Bogaerts heeft eens een opmerking gemaakt waardoor er een aantal puzzelstukken samenvielen aangaande toneelspelen. (Hij maakte de opmerking erg terloops, ergens in de gang op weg naar ergens anders). En bij Paul Koek was de onstuitbare drang naar onderzoek, naar experiment van groot belang voor mij. Geert Opsomer heeft me het meest geleerd. Hij heeft me tijd en vertrouwen geschonken. In die periode heb ik ontdekt wat voor voorstellingen ik wil maken en op welke manier. Hij heeft enorm veel geluisterd naar mij en heeft me bij elke ontmoeting een schier eindeloze reeks boeken en films aangeprezen. Hij heeft de programmatie van het Nieuwpoorttheater eens twee maanden opgeschort om mij in alle rust in de zaal te laten werken.

Hoe ziet jouw werkplek eruit?

Twee tafels, knutselmateriaal, een boekenkast, twee katten die gegarandeerd middenin je werk gaan zitten en zeven kinderen die op geregelde tijdstippen kijken of ik in mijn atelier bezig ben. (Zo niet kunnen ze ongestoord doorwandelen naar de snoepkast in de keuken).

Heb je een ritueel voor je het podium opgaat ? 

Ik neem me altijd voor een groot feest te geven voor alle medewerkers bij het einde van de speelreeks.

Wat is het mooiste aan je werk? 

Het mooiste aan mijn werk is vrijheid. Ik hoef aan niemand verantwoording af te leggen over wat ik maak.

Het mooiste is ook dat spelen voor een publiek een uitwisseling is van energie.

Ik denk wel eens terwijl ik aan het spelen ben: ‘dat ik dit kan doen is wonderlijk’.

Zijn je ouders fan? 

Natuurlijk.

Heeft theater invloed? 

Natuurlijk.

Dertig jaar geleden ben ik vegetariër geworden uit onvrede met de voedingsindustrie. Op tour heb ik jaren kaasflappen gegeten en omelet. Vorige maand was ik op Theaterfestival Boulevard. De catering was volledig veganistisch voor iedereen!

Ik heb nog altijd geen goed theaterstuk gezien waarin veganisme naar voor geschoven wordt als zinvol. Ik geloof niet eens dat veganisme op zich zinvol is. Het is zinvol in de mate dat je het politiseert, dat je keuze dissensus genereert. Als je keuze onderdeel is van je praktijk (de manier waarop je je organiseert) echoot die ook in je werk.

Hetzelfde geldt voor de manier waarop we ons verplaatsen, de manier waarop we omgaan met materialiteit, racisme, genderongelijkheid, sociale onrechtvaardigheid. Het zijn allemaal processen die eens aangegaan hun weerklank vinden in je werk. En dat werk kan anderen aanspreken op hùn vermogen.

(Toegegeven: Als ik de traagheid zie waarmee die transities zich ontplooien, ben ik huiverachtig. Het kan niet eeuwig vijf voor twaalf blijven.)

Met welke kunstenaars voel je je verwant? 

Ik ben een grote fan van het werk van Thomas Hirschhorn. Ik heb hem een aantal keren gesproken en altijd verlang ik langer in zijn buurt te vertoeven. Ik heb veel bewondering en respect voor wat Jozef Wouters en Menno Vandevelde doen met hun Decoratelier. Ik hou van het totaalwerk van Dennis Tyfus. Ik hou van de megalomane ondernemingen van Thomas Verstraeten. Als Lisbeth Gruwez iemand zoekt om mee te dansen laat ik alles vallen waar ik mee bezig ben. Hetzelfde geldt voor Laure Prouvost. Op het werk van beide dames ben ik verliefd.

Kunnen recensies je iets schelen? 

Natuurlijk.

Niets beter dan in een dagblad te lezen hoe geweldig het was wat je gisteren deed.

Al heb ik in de loop der jaren sommige stemmen meer naar waarde leren schatten dan andere.

Wat is de laatste notitie die je gemaakt hebt? 

‘Vragenlijstje KMSKA terugsturen. Dringend.’

Ik ben artist in residence bij het KMSKA en voor de lancering van hun website kreeg ik een vragenlijst met het verzoek twee vragen te selecteren en die kort en gevat te beantwoorden.

Tenslotte werd ik gepolst naar een toepasselijk citaat. Dat werd: ‘Hij voelde geen vermoeidheid, alleen had hij af en toe spijt dat hij niet op z’n hoofd kon lopen.’ (Georg Büchner, Lenz)

Er is een haiku van beeldend kunstenaar Rafaël Rozendaal:

would you create

something amazing for us

we have no budget

Is kunst je leven? 

Johan Simons gaf me ooit een boek van performancekunstenaar Ben d’Armagnac. Die schreef dat kunst een exponent is van het leven. Wat ik toen (naïevelijk) verstond als: goede kunst komt voort uit goed leven.

Laatst las ik de hartverscheurende brief van Willem de Wolf in Rekto:Verso waarin hij zijn poging om tegemoet te komen aan een bepaald kunstenaarsbeeld betreurt.

Ik ben gezegend met kinderen en de liefste vrouw. Mijn familie en mijn werk komen allebei op de eerste plaats.

Als je een tweede carrière zou beginnen, in welke sector zou dat dan zijn? 

Kan dat nog? O, ik dacht dat de maximumleeftijd daarvoor op 45 jaar lag. Zonder tegenbericht blijf ik dan rondhangen in de cultuursector en verschuif mijn focus wat naar optredens met luide gitaren en zo.

Denk je dat het theater in de toekomst zal blijven bestaan? 

There is freedom waiting for you

On the breezes of the sky

And you ask What if I fall?

Oh, but my darling,

what if you fly?

(Erin Hanson)

JE LEEST ONZE ARTIKELS GRATIS OMDAT WE GELOVEN IN VRIJE, KWALITATIEVE, INCLUSIEVE KUNSTKRITIEK. ALS WE DAT WILLEN BLIJVEN BIEDEN IN DE TOEKOMST, HEBBEN WE OOK JOUW STEUN NODIG! Steun Etcetera.

interview
Leestijd 6 — 9 minuten

#164

01.06.2021

02.09.2021

NIEUWSBRIEF

Elke dag geven wij het beste van onszelf voor steengoede podiumkunstkritiek.

Wil jij die rechtstreeks in je mailbox ontvangen? Schrijf je nu in voor onze nieuwsbrief!