© Duncan Elliott

A Possibility of an Abstraction – Germaine Kruip

Het theater als oogkas [NL]

Tien jaar na A Possibility of an Abstraction daagt kunstenares Germaine Kruip op het Kunstenfestivaldesarts opnieuw de grenzen van het theater uit. Haar beeldende, synesthetische diptiek A Possibility houdt het midden tussen een concert, een schildering, een installatie en zelfs een film. Een streling voor oog en oor die bewijst dat zintuiglijke kunst ook heel reflectief kan zijn.

Dat A Possibility zich niet naar de theaterconventies zal schikken, wordt meteen duidelijk. De voorstelling begint niet met een plotse black-out, wel met een zeer geleidelijk, amper merkbaar dimmen van de lichten. In dit halfdonker laat zich traag en vaag een lichtcirkel op het podium ontwaren. Net voor het bijna donker wordt, bemerk ik in mijn ooghoek enkele spots aan de onderzijde van de balkons, die niet naar het podium, maar naar het publiek gericht staan. Terwijl de cirkel zich steeds witter op de zwarte achtergrond aftekent, beginnen de spots zachtjes delen van de zaal op te lichten.

Kruip – beeldend kunstenares met een achtergrond in scenografie die nu voor de tweede keer het theater induikt – bespeelt onze capaciteit tot kijken en zien. Staan de spots aan, dan zien we minder. Dimmen ze, dan keert het contrast op het podium terug. Een beeld verschijnt en verdwijnt dan weer. Het fluctuerende spel werkt verzwelgend – soms moet je eventjes wegkijken om de contouren helderder te kunnen zien.

Ook de cirkel zelf pulseert, lijkt van groter naar kleiner, van wit naar zwart naar wit te gaan, en doet daarmee ook haar grijze achtergrond – die eigenlijk altijd constant blijft – voortdurend in het tegendeel veranderen. Het beeld lijkt bijna als een groot oog, met een iris die – simultaan met (de ogen van) de toeschouwer – geleidelijk aan het licht went. Het is de kijkervaring opgeschaald: de theaterzaal als een oogkas, het publiek als collectief netvlies.

In de eerste helft van de voorstelling exploreert Kruip letterlijk de grijze zones van de theaterdiscipline. Er is geen kleur, slechts zwart en wit en eigenlijk vooral alle grijstinten daartussen. Naast de afwezigheid van ‘kleur’ speelt ze met absolute immaterialiteit: er is geen decor, er zijn geen personages, geen dialoog, geen props… Er is slechts licht en al wat het aftekent. Dit theatrale licht is hier trouwens geen dienstbaar licht: het is een licht dat niks laat zien, niks zichtbaar maakt, behalve zichzelf.

De cirkel wordt vervolgens vervangen door een rechthoek, een veelhoek, een ruit, een lijn. Elke vormelijke figuur ontketent daarbij een eigen abstract lichtspel. Associaties met het werk van Mark Rothko en James Turrell zijn evident. Het is alsof de gigantische grijs-zwart geschilderde ‘vlakken’ uit de Rothko Chapel en Turrells immersieve installaties – waarbij ruimtes met licht worden bespeeld – elkaar op dit podium ontmoeten.

“Kruip exploreert letterlijk de grijze zones van de theaterdiscipline. Er is geen kleur, slechts zwart en wit en eigenlijk vooral alle grijstinten daartussen. Naast de afwezigheid van ‘kleur’ speelt ze met absolute immaterialiteit: er is geen decor, er zijn geen personages, geen dialoog, geen props.”

© Duncan Elliott

Het scènebeeld wordt ondersteund door een zoemend geluid – nu eens klinkt het zanderig, dan weer wordt het aangevuld met een lang aanhoudende pianotoon. Maar even vaak is het gewoon stil. En ook het licht wordt soms afgewisseld door duisternis. Nooit is er op deze momenten van donker en stilte ook effectief niets. Licht en beelden blijven op het netvlies gebrand, geluiden zoemen na op de trommelvliezen.

Halverwege de voorstelling doet een plotse, felle lichtflits het publiek bruusk opschrikken – het meditatieve dagdromen wordt instant doorprikt. Door het snijdende geluid van brekend glas is het alsof de scène ontploft. Gedurende enkele seconden ben ik volledig verblind, verdoofd – knipperen helpt niet.

Dit moment is een letterlijk breekpunt: vanaf nu wordt alles sneller, feller, luider. De ‘ontploffing’ leidt langzaamaan het volgende bedrijf in, waarin niet meer het oog, maar vooral ons oor wordt bespeeld.

In dit tweede deel van de diptiek dalen enkele glinsterende metalen horizontale staven in verschillende formaties op het podium neer. Vier percussionisten bespelen ze. Ze hebben stokken en hun handen als instrumenten. Ritmisch tikkend en slaand op de staven doen ze de theaterzaal transformeren van een oogholte tot een gigantische klankkast: het metalen geluid weergalmt doorheen de ruimte en wij worden mee deel van dit instrumentele geheel.

Waar A Possibility in de eerste helft vooral beeldend of schilderachtig aandoet, heeft de tweede helft iets weg van een experimenteel concert. Door het gebrek aan plot en personages kan je het niet als een conventionele theatervoorstelling analyseren. Ergens halverwege – het moet in één van de donkere stiltes zijn geweest – denk ik plots aan een boek dat recent mijn pad kruiste.

In Immediacy, or the style of too late capitalism analyseert Anna Kornbluh het hedendaagse kunstenveld. Haar hypothese: onze wereld en de kunst die ze voortbrengt laat zich vandaag vooral kenmerken door ‘onmiddellijkheid’. Onze gecommercialiseerde en gecommodificeerde wereld, gedicteerd door snelheid, veelheid en de alomtegenwoordigheid van prikkels, stelt aan kunstwerken de eis dat ze toegankelijk, herkenbaar, hapklaar en licht verteerbaar moeten zijn. Volgens Kornbluh heerst er een “afkeer van afstand”: weg met plot en narratief, ervaring gaat boven interpretatie, helderheid boven abstractie. Waar kunst vroeger vaak een metafoor was voor de werkelijkheid, wordt ze nu vooral een directe reproductie ervan. Fictie moet zo dicht mogelijk bij de realiteit blijven – denk aan de populariteit van het autotheater en de autobiografie of de ‘memoir’. In het steeds ‘immersiever’ worden van kunstwerken – denk installatie- en performancekunst – leest Kornbluh een voorkeur van kunstenaars voor een direct emotioneel effect en claims op authenticiteit boven abstractie of complexiteit.

“Volgens Anna Kornbluh heerst er een “afkeer van afstand”: onze gecommercialiseerde wereld stelt aan kunstwerken de eis dat ze toegankelijk, herkenbaar, hapklaar en licht verteerbaar moeten zijn. Op het eerste zicht lijkt A Possibility geheel in dat straatje te passen.”

© Duncan Elliott

Op het eerste zicht lijkt A Possibility geheel in het straatje van de immersieve (performance)kunst te passen. Eerst en vooral is er geen plot of verhaal dat tussen het werk en de wereld bemiddelt: het visueel-auditief tweeluik lijkt op een directe zintuiglijke ervaring uit. Zoals de toeschouwer in beeld en geluid wordt ondergedompeld, ligt de nadruk vooral op directe aanwezigheid. Kruip zet voornamelijk in op affect, perceptie en intensiteit, boven representatie of narratief.

En toch… Kornbluhs stelling biedt ook een mogelijkheid – jawel, pun intended – om A Possibility anders te lezen. In mijn ogen bewijst Kruip dat bemiddeling niet noodzakelijk narratief hoeft te zijn. Hoewel het scherpe geluid- en verblindende lichtspel directe aanwezigheid veronderstelt, weigert Kruip ermee aan directe betekenisvorming te doen. Dat de abstracte vormelijkheid van A Possibility niet wordt vergezeld van een plot, narratief en pasklare inhoud, draagt net bij aan de ambiguïteit, het mysterie van het theatrale gebeuren. Wat we precies zien en horen is niet onmiddellijk doordringbaar, niet hapklaar verteerbaar. Doorheen het esthetisch-affectieve cultiveert Kruip onze aandacht, stuurt ze op een reflectie van onze affectieve ervaring aan: hoeveel van wat ik zie is effectief op scène te zien, en hoeveel hiervan bestaat in en door mijn eigen subjectieve waarneming? Denk hierbij aan de op het netvlies gebrande licht-indrukken en het galmend natrillen van de metalige geluidsgolven. Zowel het kijken naar het grijze vormenspel als het beluisteren van de muzikale ritmische patronen zijn dan een actieve training van onze zintuigen – een dankbaar tegengewicht voor de hedendaagse brain rot waar we onze hersenen vandaag zo vaak aan overgeven.

A Possibility ontwikkelt zich traag en ingetogen, met voldoende stiltes, pauzes en donker – momenten waarop je als toeschouwer kan stilstaan bij wat je zag. De initieel ogenschijnlijk onbemiddelde/on-middellijke voorstelling blijkt dus eigenlijk extreem gemedieerd: in het faciliteren van deze momenten van reflectie, en in de asymmetrie tussen effectief (aanwezig op scène) en affectief (subjectief waargenomen) zit een vruchtbare afstand, waarmee Kruip zich tegen de hedendaagse stijlstempel van ‘onmiddellijkheid’ verzet.

“A Possibility ontwikkelt zich traag en ingetogen, met voldoende stiltes, pauzes en donker – momenten waarop je als toeschouwer kan stilstaan bij wat je zag. De initieel ogenschijnlijk onbemiddelde/on-middellijke voorstelling blijkt dus eigenlijk extreem gemedieerd.”

Een ultiem moment van reflectie – tevens een van de sterkste momenten van de voorstelling – creëert Kruip wanneer ze heel even de machinerie achter het theatergebeuren ontbloot. Ze hijst het theatergordijn op en toont de backstage: bakken met kabels, bedradingen en spots staan er in een work-in-progress-formatie opgesteld. Kruip toont de tools die onze reflectie sturen, onthult het proces van mediatie dat onze aandacht bespeelt. De boetseerbaarheid van onze perceptie wordt haar theatrale materiaal.

Via Anna Kornbluh lukt het om de vinger te leggen op datgene waarin A Possibility zich werkelijk onderscheidt. Waar veel kunst zich kenmerkt door een aversie tot afstand, toont Kornbluh net de waarde van het tegendeel. Voor werkelijk begrip is afstand soms noodzakelijk, en dat toont het indrukwekkende A Possibility treffend, op een beeldend-metaforische manier. Net zoals we soms even moesten wegkijken om de vage lichtcirkel in het begin beter te kunnen zien, slagen we er soms slechts door afstand, door omwegen, in om grip te krijgen op de bijzonderheid van wat we waarnemen, wat ons overkomt en voorkomt.

JE LEEST ONZE ARTIKELS GRATIS OMDAT WE GELOVEN IN VRIJE, KWALITATIEVE, INCLUSIEVE KUNSTKRITIEK. ALS WE DAT WILLEN BLIJVEN BIEDEN IN DE TOEKOMST, HEBBEN WE OOK JOUW STEUN NODIG! Steun Etcetera.

recensie
Leestijd 7 — 10 minuten

#182

15.04.2026

14.09.2026

Tilde De Vylder

Tilde De Vylder is architecte en filosofe. Ze is ook mede-oprichter van atelier tilafolie en safe(r) space collectief LEDA.collective.

Dit artikel maakt deel uit van: Dossier: Kunstenfestivaldesarts 2026

NIEUWSBRIEF

Elke dag geven wij het beste van onszelf voor steengoede podiumkunstkritiek.

Wil jij die rechtstreeks in je mailbox ontvangen? Schrijf je nu in voor onze nieuwsbrief!