Leestijd 4 — 7 minuten

Die kutculturootjes

In een interview voor dit nummer vertelt David Zambrano over de grote financiële crisis van ’89 in de States. De Republikein Jesse Helms wilde toen niet alleen een halt toeroepen aan de financiering van kunst met belastinggeld, hij zag liefst ook alle ‘pornografische’, ‘homoseksuele’ of ‘ antichristelijke’ kunst verdwijnen. Veel van die avant-gardekunstenaars werden destijds gesteund door sigarettenmagnaat Philip Morris, die zo’n vijftien miljoen dollar per jaar over had om het positieve, vooruitstrevende imago van zijn bedrijf te onderstrepen. Toen bleek dat Morris ook steun verleende aan Helms (senator van North Carolina, een van de grootste tabak-producerende staten), laaide het debat hoog op.

Kan een bedrijf tegelijk mecenas spelen en een politicus backen die de kunsten aan banden wil leggen? Konden kunstenaars dit geld aannemen?

We hebben er alle belang bij het huidige model te verdedigen van overheidssteun op basis van de expertise van een adviesorgaan. Wanneer organisaties en kunstenaars zijn aangewezen op private middelen, bestaat immers het risico dat vooroordelen en economische belangen doorwegen. En wanneer de kunsten hun autonomie verliezen, is censuur nooit ver weg. In Egypte, waar theatermaker Ruud Gielens woont en werkt, heeft de overheid zoveel schrik voor de tegenstem dat ze onlangs een wet invoerde die buitenlandse ngo’s verbiedt de ‘vrije’ kunstenaars te ondersteunen. Gielens concludeert datje sowieso een luis in de pels bent: ofwel wordt je stem niet gehoord, ofwel wordt ze gesmoord.

Onze (vooralsnog democratische) regering beschouwt kunstenaars meer en meer als paria’s. Het is nochtans de taak van een democratie om ‘de luis in de pels’ te omarmen, zoniet bepalen de kapitaalkrachtigen wat goed is en wat steun verdient. En zij laten zich graag leiden door rapporten en excelsheets die de ‘maatschappelijke meerwaarde’ of het ‘nut’ van een investering berekenen. Cijfers als voorwaarde voor steun, cijfers als voorwendsel voor meer efficiëntie (lees: besparingen). Net als in het onderwijs en de zorgsector is het nutsdenken in de kunsten ver doorgedrongen. Maskeert de drang om ook hier alles in cijfers en resultaten te gieten een gebrek aan visie? Zijn we niet, druk bezig met dossiers schrijven, budgetten opmaken en coproducenten overtuigen, de essentie uit het oog verloren?

Voor de kunstensector dreigt de invloed van de managementcultuur te leiden tot de vorming van een landschap dat bestaat uit enkele topinstellingen en een aanbod van beproefde formules, u gebracht door een handjevol gevestigde namen (die zelf ook ooit pas afgestudeerd waren, natuurlijk). Maar er ligt nog een heel landschap tussen kunst maken en kunst tonen. Wat het publiek te zien krijgt, is het resultaat van een intens proces dat zich vaak over meerdere jaren en residenties heeft voltrokken.

Al dat zoeken resulteert niet noodzakelijk in een voorstelling, vaak wordt pas na een bepaalde tijd duidelijk wat het teweegbrengt. In het artikel over de Werkgemeenschap, opgericht in de geest van mei ’68, geven de pioniers het voorbeeld van het Nederlandse Werktheater, dat van het Ministerie van Cultuur een studiejaar kreeg. Daar zijn heel goede maatschappelijke ideeën en sterke acteurs uit voortgekomen. Een werkplek als Platform-K, waarover in dit nummer een reportage staat, timmert langzaam aan een dansscène die bevolkt wordt door andersvaliden. Daarvoor moet het van nul starten met het organiseren van workshops in zorgcentra en scholen om vervolgens het gescoute talent te vormen opdat het kan doorstromen naar de scène.

Net als de ‘kutmarrokaantjes’ van Theo Francken levert de culturele sector op het eerste zicht geen economisch voordeel op (al weten we ondertussen dat elke euro die naar kunst gaat er anderhalve opbrengt), maar niet alles van waarde kan uitgedrukt worden in geld, toch? Is het toeval dat in een tijd die zo gericht is op prestaties en aantoonbaar succes de kranten vol staan van berichten over ploetermoeders, dertigers met burn-outs en mensen die op zoek gaan naar een zinvoller manier van leven? Het debat dat losbarstte na de aankondiging van besparingen gaat om veel meer dan het behoud van kunst en cultuur, het gaat om de vraag in wat voor maatschappij we willen leven.

JE LEEST ONZE ARTIKELS GRATIS OMDAT WE GELOVEN IN VRIJE, KWALITATIEVE, INCLUSIEVE KUNSTKRITIEK. ALS WE DAT WILLEN BLIJVEN BIEDEN IN DE TOEKOMST, HEBBEN WE OOK JOUW STEUN NODIG! Steun Etcetera.

artikel
Leestijd 4 — 7 minuten

#139

15.12.2014

—

14.03.2015

Lene Van Langenhove

Lene Van Langenhove is communicatiemedewerker bij de Brusselse vzw Atelier Groot Eiland en schrijft freelance over cultuur en mensen met een sterk verhaal.

NIEUWSBRIEF

Elke dag geven wij het beste van onszelf voor steengoede podiumkunstkritiek.

Wil jij die rechtstreeks in je mailbox ontvangen? Schrijf je nu in voor onze nieuwsbrief!