Confessie – Raven Ruëll & Bruno Vanden Broucke
De kunstmarkt maakt de kunstenaar
Klaas Tindemans
© Michiel Devijver
Het heeft altijd iets ontwapenend wanneer jonge mensen zich aan geschiedenis wijden. Zij horen hun tijd niet uit te lenen aan de tijd nu al terug te draaien. Toch doen ze het. Waarom? Waarom en waardoor werd het collectief WOLF WOLF precies getriggerd om maandenlang in het archief van NTGent te duiken? Nooit nooit, de voorstelling die ze uit al die oude dozen hebben opgeduikeld, weifelt waarvoor ze juist de metafoor wil zijn.
Zoals je tegenwoordig wel vaker ziet in theater, blijkt er ook in Nooit nooit slechts een dunne lijn tussen repetities en voorstelling, tussen proces en product, tussen back- en frontstage. Bij aanvang is de afscheiding nog duidelijk, in de vorm van een vlak scherm met grote vakken dat dienstdoet als achterdoek. Ervoor ontvouwen zich enkele erg theatrale toneelscènes met ene Moritz, een rol voor Fabrice Delecluse. Hij is zelf een levend stukje van het NTG-archief en maakt hier na vele jaren zijn comeback als acteur. Zijn karakterkop heeft iets.
Zijn even abstracte als absurde dialogen met een Korin en een Masha (in de donkere sfeer van Kafka, Beckett of Ionesco, net niet met bolhoed) doen eerder denken aan de beginjaren van Arca, aan het kamertoneel van de jaren vijftig. Alle gestes zijn overdreven gestileerd, worden zelfs auditief strak gedirigeerd door rare geluidjes. Het zijn bijna citaten van een vervlogen acteerstijl, dwars tegen de kar van persoonlijke naturel die vandaag steevast binnengereden wordt op scène. Waar zitten we naar te kijken? Pas later wordt duidelijk dat de scènes niet uit een bestaand stuk uit het archief komen. Ze zijn los-vast geïnspireerd op de roman Oorlog en oorlog (2022) van de jongste Nobelprijswinnaar László Krasznahorkai, over een archivaris die bang is dat zijn hoofd van zijn lijf zal loskomen.
Tegelijk blijkt het scherm algauw niet enkel een reliek van de vierde wand, maar ook een transparant projectiescherm voor hét genre van vandaag: de autodocumentaire. Afwisselend met de toneeltjes krijgen we videobeelden van het collectiefje WOLF WOLF tussen de nauwe archiefrekken van NTGent. Ze trekken er dozen open, reiken op trapjes naar de hoogste schappen, steken hun neus in stoffige toneelzaken. Ook dit is kamertjestoneel: een soort van filmisch universum dat het midden houdt tussen een making of en een hippe promotrailer van een populaire band. Voor een vleugje unheimisch mysterie zorgt de sleutelbewaarder van het archief (opnieuw Delecluse). Met een donker ook bespiedt hij alle bezigheid. Waar zijn die jonge gasten naar op zoek?
Zo bespelen Flor Van Severen, Gilles Pollak, Imke Mol, Mitch Van Landeghem en Naomi van der Horst in Nooit nooit een brede spagaat tussen vroeger en vandaag, tussen schijntoneel en performance, tussen spelen en maken, tussen podium en instituut. Terwijl al hun vorig werk, van Who’s Afraid of Virginia Woolf tot Voorjaarsontwaken en Dromers, min of meer samengehouden werd door een plot, krijgen we nu een onvervalste compilatievoorstelling, een postmoderne montage op basis van documenten, citaten, toneel- en andere literatuur en eigen visuele fantasieën – met het idee van het archief als bodemplaat, voor toch nog een beetje vaste grond onder de voeten.
Wanneer de schermwand zich in een knappe scènewissel optrekt tot een laag administratief plafond, krijgen we dat archief ook echt te zien: een rommelig geheel van rekken en dozen, dat zich ook met steeds meer papieren zal bezaaien. Repetitie en voorstelling worden een en dezelfde ruimte, waarin de makers steeds meer vervellen tot hun eigen personages.
“Achter alle humor en zelfs lichte ironie in Nooit nooit lijken minstens een paar spelers precies ook een gewichtige persoonlijke erfenis aan te boren. Niet zij eren het archief, het archief dient hen.”
Van Severen verdwaalt in Shakespeare, om zijn rol finaal terug te vinden in de zoonscène aller tijden: Hamlet en het spook van zijn vader. Ook Van Landeghem blijft maar zoeken naar die ene tekst over ‘de muzikale perfectie van een geweerschot’ die Sara De Bosschere ooit vertolkte voor Het Salon, het experimentele bijpodium van het NTG tijdens de jaren 1990. Aan het eind zal hij die onvindbare tekst dan maar zelf schrijven, om hem in een van de drie à vier finales van de voorstelling als een jeune premier op te voeren op Chopins gevoelige pianoprelude nr 20. Imke Mol getuigt dan weer hoe ze na de dood van haar moeder een garagebox huurde om al haar spullen op te slaan, als in een tombe. Achter alle humor en zelfs lichte ironie in Nooit nooit lijken minstens een paar spelers precies ook een gewichtige persoonlijke erfenis aan te boren. Niet zij eren het archief, het archief dient hen.
Daarin ligt de dubbelheid van de hele voorstelling. Op zich is het duidelijk waar WOLF WOLF inhoudelijk op aanstuurt: een trippeltocht door de brede thematische wei van geheugen, bewaring, de zin en onzin van opslag en herinnering. Een standpunt nemen ze niet echt in, het blijft eerder bij impressionistische associaties. Daar zitten mooie gedachten tussen, zoals het idee dat de heropbouw van een toren zoals hij was, een aanslag is op de toekomst. Dat het gaat om ruimte maken. Pollak maakt die ontruiming overigens heel visueel: als een soort marsmannetje ‘back from the future’ (of gewoon een hersenloze werkmachine?) komt hij archiefdozen weghalen terwijl die nog uitgeplozen worden. Kunnen we dat wel aan, zo’n gedecideerde omgang met verlies en vergankelijkheid, met vrije ruimte?
“Op het podium volgen we eerder losse individuele dwaaltochten dan een echt collectieve zoektocht door de snoepwinkel van het verleden.”
Nooit nooit roept eerder nieuwe vragen en sentimenten dan echt nieuwe inzichten op. Aan alles voel je dat dit de creatie is van een club van best verschillende spelers, die hun drive vooral halen uit intuïtieve spelbenadering, aangeboren acteerplezier en sterke beelden die werken op emotie—minder uit een strak samenhangende dramaturgie. Daar lijkt het onoverzichtelijke NTGent-archief met al zijn lekkers zeker niet bij geholpen te hebben. Ook op het podium volgen we eerder losse individuele dwaaltochten dan een echt collectieve zoektocht door de snoepwinkel van het verleden. Hoogstens lijkt er eensgezindheid rond het idee dat elk menselijk wezen zijn eigen repertoire is. Dat wij het archief zijn, niet wat we opslaan in rekken en dozen en op al onze apparaten.
Precies daarvoor is het toneel, met de toneelspeler als zijn centrale waterdrager, natuurlijk de perfecte metafoor. In elke opkomst ligt de teloorgang al besloten: alles vervliegt meteen als dunne lucht. Wat doe je ertegen? WOLF WOLF speelt een stukje Botho Strauss na, vist brieven van acteurs op van lang geleden, vult de stadsschouwburg met een geest veel groter dan het hier en nu. Dáár vinden alle spelers elkaar duidelijk wel in: in één en dezelfde liefde voor het grote toneel, in spelen als een vorm van je mogen verkleden om des te meer jezelf te kunnen zijn. Zonder complexen weet WOLF WOLF zijn grotezaaldebuut waar te maken met grote gebaren en ook wat kleine ontroering.
Alleen overheerst achteraf toch het gevoel dat het theater hier vooral theater gemaakt heeft van zichzelf, dat de metafoor steeds meer verbleekt is achter het plezier om zichzelf te zien spelen. Zeker tegen het einde schettert de romantiek zo hard van het podium dat het lijkt alsof de makers geloven dat het toneel volstaat om het hele leven te vatten. ‘Je veux mourir sur scène!’, zo schalt Delecluse in een majestueuze jurk het halfrond in. Het lijkt zelfs geen ironie meer. Waar Nooit nooit op zijn beste momenten een prikkelende sfeer van glorende vergankelijkheid weet op te wekken, als iets nieuws van wat oud is, viert het aan het slot precies alleen nog vergane glorie. Of gewoon zichzelf?
Vanaf januari 2026 op tournee.
Nog geen zin om het archief uit te kruipen? Hieronder vindt je een aantal leestips uit het archief van Etcetera:
Johan Thielemans over Het Park van Botho Strauss in regie van Sam Bogaerts
Freddy Decreus over het toneeloeuvre van Hugo Claus
Alex Mallems over de geschiedenis van NTGent
Interview met Hugo Van den Berghe en Walter Tillemans over het directeurschap van een theaterhuis
Frederik Le Roy over de podiumkunsten als temporele training
KRIJG JE GRAAG ONS PAPIEREN MAGAZINE IN JOUW BRIEVENBUS? NEEM DAN EEN ABONNEMENT.
REGELMATIG ONZE NIEUWSTE ARTIKELS IN JOUW INBOX?
SCHRIJF JE IN OP ONZE NIEUWSBRIEF.
JE LEEST ONZE ARTIKELS GRATIS OMDAT WE GELOVEN IN VRIJE, KWALITATIEVE, INCLUSIEVE KUNSTKRITIEK. ALS WE DAT WILLEN BLIJVEN BIEDEN IN DE TOEKOMST, HEBBEN WE OOK JOUW STEUN NODIG! Steun Etcetera.