(c) Tine Declerck

Lieze Roels

Leestijd 5 — 8 minuten

Trials of Money – Christophe Meierhans

Een (dubbel)zinnig proces

Met participatieve voorstellingen als Some Use for Your Broken Clay Pots (2014) en Verein Zur Aufhebung des Notwendigen (2015) bewees Christophe Meierhans al eerder dat hij het collectieve experiment niet schuwt. Ook in zijn recentste creatie Trials of Money doet de Zwitserse kunstenaar een beroep op de verantwoordelijkheidszin van de toeschouwer. In deze ambigue performance schuift het ding dat wij ‘geld’ noemen niet langer over de toonbank, maar wordt het genadeloos neergepoot in de beklaagdenbank. Wat volgt is een vier uur durende speculatieve rechtszaak, waarin zowel toeschouwers als performers proberen te bepalen in hoeverre geld (on)schuldig is voor de huidige staat van onze wereld.

Wie in de Van Dale of op het wereldwijde web naar een definitie van geld zoekt, komt al snel bij eenzelfde banale omschrijving uit: ‘geld is het algemeen aanvaarde ruilmiddel waarmee we goederen, diensten en schulden (terug)betalen.’ Het klinkt schijnbaar vanzelfsprekend – geld als een zogenaamd neutrale entiteit die de economische uitwisseling tussen mensen vergemakkelijkt en bestendigt. Maar is geld in zijn hedendaagse context werkelijk zo eenduidig of onschuldig? De uitgebreide case files die bij aanvang van Trials of Money op iedere toeschouwerszetel verspreid liggen, doen anders vermoeden. Voordat we echter de kans krijgen om dit dossier aandachtig door te nemen, verschijnt Meierhans ten tonele om de spelregels van deze fictieve rechtszaak toe te lichten. Op neutrale toon en blote voeten legt hij uit dat Trials of Money geen alledaags tribunaal zal verbeelden. Waar in reële rechtszaken enkel mensen (natuurlijke personen) of organisaties (rechtspersonen) gedagvaard kunnen worden, wordt in deze theaterzaal een ‘semi-humane persoon’ berecht – een ding dat wij als mensen in het leven riepen, maar dat vandaag de dag onze controle dreigt te ontglippen. In onze geglobaliseerde wereld is er niet langer één centrale autoriteit die geld in de hand houdt of een halt kan toeroepen. Toch betekent dit niet dat deze semi-humane persoon volledig autonoom rondzweeft op aarde. In wezen blijft geld afhankelijk van ons bestaan: zodra de mensheid ophoudt het te gebruiken, verdwijnt het. Anders gesteld: wij handelen geld en geld handelt ons.

Aangezien geld deels gestalte krijgt in relatie tot zijn gebruikers wordt het in Trials of Money (opmerkelijk genoeg) ook nooit als een zelfstandig personage verbeeld. In plaats daarvan treden negen getuigen aan die ons, al wisselend gespeeld door vier performers, informeren over hun ervaringen en definities van geld. Met behulp van twee microfoons mag het publiek hen bijkomende vragen stellen. Op basis van die vraaggesprekken en de bijgevoegde informatie in het dossier kunnen toeschouwers beslissen of ze geld willen aanklagen, dan wel verdedigen.

Persoonlijke verhalen en structurele systemen

De personages die in Trials of Money als getuigen worden opgeroepen, vloeiden voort uit interviews die Meierhans de voorbije jaren afnam en vormen een ruwe dwarsdoorsnede van onze globale samenleving – en de uiteenlopende houdingen tegenover geld die daarin te vinden zijn. Zo krijgen we het schrijnende verhaal te horen van Patrick Blancheaud, een dakloze man die sinds enige jaren in de straten van Brussel rondzwerft. Uit zijn relaas wordt duidelijk hoe akelig snel we door een plots verlies van kapitaal aan de rand van de maatschappij kunnen verzanden. Een echtscheiding, een drankprobleem en een daaropvolgend ontslag – meer was er niet nodig om Blancheauds draad met de samenleving door te knippen en hem zijn handelingsvermogen te ontnemen.

Naast een persoonlijke getuigenis als die van Blancheaud, die eerder inspeelt op de individuele implicaties van geld, schotelt Trials of Money ons ook enkele verklaringen voor die vooral lijken te dienen om het publiek bij te scholen over de structurele systemen waarin geld opereert. De statige getuigenis van de vice-algemeensecretaris van de Zwitserse Nationale Bank – op komisch-theatrale wijze neergezet door Meierhans – leert ons bijvoorbeeld hoe geld op institutioneel niveau functioneert. Wanneer het vraaggesprek tussen publiek en Meierhans echter dreigt af te drijven, springt een van de andere performers in en vuurt een resem kritische vragen af op deze deskundige getuige. Op die manier kan ons alsnog duidelijk gemaakt worden hoezeer het dominante monetaire systeem steunt op een dubieuze en abstracte schuldeconomie, die in realiteit nooit in staat zal zijn haar structurele schuld af te lossen. De plotse ingreep in de dialoog tussen toeschouwers en performer is meteen ook een toonbeeld van de sérieux waarmee Meierhans zijn tribunaal aanstuurt. We zijn hier duidelijk niet aanwezig om een vrijblijvend gesprekje te voeren, maar om écht na te denken over de huidige status van geld – en om dat te kunnen doen, moeten we over de juiste feiten beschikken.

Tussen didactiek en theatrale verbeelding

Het doorgedreven onderzoek dat aan deze voorstelling voorafging en de veelheid aan informatie die in Trials of Money vervat zit, is op z’n minst indrukwekkend en verrijkend te noemen. Maar de nauwgezette zoektocht naar de (on)schuld van geld maakt Trials of Money ook een wispelturige voorstelling, die voortdurend schippert tussen didactische dialoog en theatrale verbeelding. Die frictie vloeit vooral voort uit de verschillende performatieve conventies die Meierhans aanwendt. Zo bestaat er een duidelijk vormelijk onderscheid tussen de scènes waarin een performer zijn of haar getuige inleidt en de momenten waarop dit personage daadwerkelijk verbeeld wordt: de feitelijke introducties op hun personage leveren de performers steeds als ‘zichzelf’ en blootsvoets af. Zodra het gepaste schoeisel wordt aangetrokken (denk aan sokken met gaten en afgetrapte sneakers in het geval van Blancheaud) en de getuige het fictieve tribunaal betreedt, schakelt de performer echter over naar een theatrale speelstijl. Met die shift speelt Meierhans in op de verbeeldingskracht van het theater, maar plaatst hij de toeschouwers ook in een ambivalente positie. Enerzijds wordt ons gevraagd mee te stappen in de denkbeeldige wereld van deze rechtszaak en haar personages, anderzijds moeten we ons als kritische gesprekspartners verhouden tot de reële informatie die ons wordt aangereikt in het hier en nu.

In die zin ontwikkelt Meierhans’ voorstelling zich niet alleen als een uitvoerige rechtszaak over de (on)schuld van geld, maar ook als een onbestemde zoektocht naar de geschikte vorm om deze half-menselijke beklaagde op het voorplan te brengen. Naarmate Trials of Money vordert, wordt het bovendien steeds duidelijker hoe moeilijk het is om geld an sich in de gerechtelijke spotlights te plaatsen. Hoewel iedere getuigenis, verbeelding of feitelijkheid ons iets leert over wat geld vandaag de dag is of zou kunnen zijn, bedelven ze de beklaagde ook onder allerlei maatschappelijke en economische referenties. Bijgevolg slagen de toeschouwers er zelden in om hun beschuldigingen te richten tot de semi-humane persoon ‘geld’ en niet tot de persoonlijke getuigenissen of instituties die de performers verbeelden. Steeds weer dwalen onze kritische vragen af naar de verdachte overkoepelende structuren waarin geld opereert: het bankwezen, kapitalisme, de vrijemarkteconomie.

Dit is de zonderlinge paradox van Trials of Money: in haar ambitieuze poging te achterhalen hoe (on)schuldig geld in zijn hedendaagse staat is, dreigt de voorstelling zelf slachtoffer te worden van de monetaire ambiguïteit die ze probeert aan te klagen. Vreemd genoeg schuilt juist in die tegenstrijdigheid ook de relevantie van dit speculatieve denkexperiment. Trials of Money illustreert (ongewild) hoe onmogelijk het is om geld los te koppelen van de obscure en hegemoniale machtssystemen waarin het zich beweegt en maakt ons er zo net van bewust dat een doordachtere omgang met geld een eerste stap kan zijn naar een alternatieve realiteit. Dat de voorstelling eindigt alvorens er een finaal verdict valt, is dan ook een duidelijk appel op de reële verantwoordelijkheid van het publiek. Meierhans’ fictieve tribunaal heeft ons vier uur lang bedolven onder de meerduidige verschijningsvormen van geld. Nu is het aan de toeschouwers om die input voorbij de horizon van het theater (uit) te dragen.

recensie
Leestijd 5 — 8 minuten

Lieze Roels

Lieze Roels studeerde in 2016 af als master in de theater- en filmwetenschap. Momenteel is ze verbonden aan de Universiteit Antwerpen, waar ze werkt aan een onderzoek over new materialism en performancekunst. 

recensie