Pericles (Globe) Foto Patrick Meis

Luk Van den Dries

Leestijd 4 — 7 minuten

Zuidelijk Toneel Globe: Pericles

Pericles is een heel raar stuk. Een apart stuk: in de meeste verzamelbundels staat het helemaal achteraan. In de ‘First Folio’ (Shakespeares verzameld werk) is het niet te vinden. Er is iets met dat stuk: met de datum (wanneer schreef Shakespeare het, als puber of als oude man?), met de auteur (en is het wel van Shakespeare, of heeft hij het slechts hier en daar bewerkt, of zijn er meerdere auteurs?). Geen al te belangrijke vragen (in de middeleeuwen werd er niets ondertekend, was kunst openbaar bezit) als het maar een goed stuk is. Maar daarover is men het precies wel eens: het is niet zo mooi als Hamlet, niet zo boosaardig als Richard III, niet zo sprookjesachtig als Midzomernachtsdroom, en wat is vorst Pericles vergeleken bij King Lear.

Het is een uitgesproken rommelig stuk met veel tijdsprongen, veel personages die tot overmaat van ramp verspreid zitten over de hele wereld, Europa, Afrika, Amerika en Azië. Het ligt voor de hand dat een en ander misloopt: er zinken nogal wat schepen, men raakt mekaar kwijt, enz. Om dat allemaal samen te houden en tot een goed einde te brengen moet Shakespeare scherpe bochten nemen: hij doet doden weer opstaan, hoereklanten bekeren; als het rap moet gaan laat hij mimestukjes opvoeren, dat scheelt in tekst; de deussen ex machina zijn niet uit de lucht. En tenslotte is er nog de verteller Gower (in Globes voorstelling vervangen door Shakespeare zelf) die probeert de brokstukken te lijmen.

Waarom kiest Globe uit de 37 stukken die Shakespeare schreef nu uitgerekend Pericles? Omdat het een vergeten stuk is; een lelijk eendje in het werk van de meester; precies omdat het zo rommelig is? Het weze gezegd, Globe neemt niet de makkelijkste weg: men speelt niet één stuk van Heiner Müller, wel vier na elkaar; twee jaar geleden brachten ze al het voor Shakespeares gewone doen anarchistische Troilus en Cressida. Maar wat is de verdienste van de moeilijkste weg (toch niet de moeilijkheid zelf)?

Punten en komma’s

Wat vangt regisseur Paul Vermeulen Windsant met deze tekst aan? Hij verplaatst enkele punten en komma’s in een poging deze eenvoudige geschiedenis wat aan te dikken naar de maat van de hedendaagse toeschouwer. Zo speelt in Globes voorstelling niet Pericles de hoofdrol, maar Shakespeare zelf. Dé Shakespeare, met het hoge kale voorhoofd en een prachtig zeventiende-eeuws kostuum. Rechtsvooraan, achter een katheder, staat hij dat ongelooflijke verhaal bij elkaar te fantaseren, zijn pen houdt nauwelijks de gedachtenkronkels bij. Regelmatig, als iets hem niet zint, komt hij tussenbeide: hij moeit zich met de spelers of richt zich tot het publiek ter verklaring van enkele al te bruuske verhaalwendingen:

“We spotten weer met afstand en met tijd. Zie hoe ik mijn schelp door zeeën glijd. Het gaat vanzelf. Zo danst de fantasie Van land tot land, door louter poëzie.” (vertaling: Gerrit Komrij)

Die expliciete tussenpositie van de schrijver Shakespeare verandert het perspectief van het Pericles-gegeven: van reisverslag of avonturenroman wordt het veeleer een schrijversstory. Het gaat niet meer om de perikelen van Pericles, maar om het gevecht van Shakespeare met de eigen verbeelding en de daaruit ontgroeide personages. Dat veroorzaakt natuurlijk de nodige spanningen en misverstanden die in de buurt liggen van wat Pirandello (Zes personages op zoek naar een auteur) hierover deed: op het einde komen de personages, kapot van het reizen en het immense verdriet, in opstand tegen de sensatiezucht van hun schepper.

Shakespeare die zijn eigen stuk regisseert en daarbij op de vingers wordt gekeken door zelf geschapen creaturen: een fictioneel kluwen vergelijkbaar met de Don Carlos produktie van het afgelopen Festival van Avignon: Schroeter zorgde daar voor verwarring met het door mekaar halen van Schillers Don Carlos en Pirandello’s Ce soir on improvise. Wie is wie; hoeveel maskers draagt een personage/acteur? Oude vragen, toch nog actueel.

Zwembad

Een tweede accentverschuiving, gevolg van de eerste, grijpt in de Pericles-figuur. Pericles wordt in handen van de wel erg fantasierijke schrijver, een sullige held, een Robinson Crusoë op de dool in een 50m zwembad. Aangespoeld op de lege ruimte van het toneel (het eiland in Defoes roman) begint hij aan zijn Wanderjahre: een woelige avonturenreeks die hem in alle delen van de wereld brengt. Geen al te mooie wereld: incest, koppensnellers en hoererij. Maar de Bildungsromance loopt toch nog goed af: op het einde van de reis vindt Pericles zijn doodgewaande vrouw en zoekgeraakte dochter terug. Goed en niet goed, want in Globes opvatting is zoveel familiegeluk teveel voor één man: Pericles sterft aan een beroerte.

Nu, in die zoektocht naar het geluk is Globes Pericles niet bijster actief; daarmee verschilt hij van de hierboven aangehaalde literaire voorbeelden, Robinson Crusoë en Wilhelm Meister, die tenminste nog vochten voor een bestaan. Niet zo bij Pericles: het overkomt hem allemaal. Verwonderd kijkt hij om zich heen naar al die zetstukken die de scène komen opgewaaid of uit de toneeltoren gevallen. Het gebeurt, buiten zijn wil. Stormen, honger en miserie: hij laat zich drijven. Slechts even wordt hij boos wanneer hij door heeft dat alles een opgezet spel is van een doortrapte schrijver, een emotie die hij bekoopt met de dood.

Incestueuze theatraliteit en personages die ‘handlungsunfähig’ zijn, niet bij machte in te grijpen op de realiteit: twee thema’s die te herkennen zijn als typisch Globisch. Tenslotte nog een derde kenmerk om het imago te completeren, nl. de uitgelaten sfeer waarin men deze kommer en ellende presenteert. Het plezier van de bonte avond, de grappen en grollen, de goede en minder goede nummers; de carnavaleske troep waarmee ook De Hamletmachine werd versierd. Dat daarbij slecht geacteerd wordt? Dat men zich op de scène beter amuseert dan in de zaal?

 

PERICLES

auteur: William Shakespeare, vertaling: Gerrit Komrij, groep: Globe, regie: Paul Vermeulen Windsant, dramaturgie: Rob Klinkenberg, decor: Paul Gallis, spelers: Ton Selter, Theu Boermans, Liesbeth Coops, e.a.

Je leest onze artikels gratis omdat we geloven in vrije, kwalitatieve, inclusieve kunstkritiek. Als we dat willen blijven bieden in de toekomst, hebben we ook jouw steun nodig! Steun Etcetera.

recensie
Leestijd 4 — 7 minuten

#1

15.01.1983

14.04.1983

Luk Van den Dries

Luk Van den Dries is hoogleraar aan de Universiteit Antwerpen en redacteur van Etcetera. Hij wijdde zijn doctoraat aan de opvoeringsgeschiedenis van Heiner Müller in Vlaanderen en is gespecialiseerd in het naoorlogse Vlaamse theater.