Geert Six

Leestijd 10 — 13 minuten

Zèn in’t volk geschôtn: Geert Six i.s.m. Klaartje Mertens en Wim Vandenbussche

Na zijn vertrek bij het Kortrijkse Theater Antigone blies acteur, auteur en regisseur Geert Six de Unie der Zorgelozen vzw, waarmee hij in 1996 onder meer de voorstelling Breukbare brokken in de bunkering, een reis naar de werkelijke waanzin maakte, nieuw leven in. Klaartje Mertens en Wim Vandenbussche, met wie hij reeds meermaals bij Theater Antigone en bij Theater De Shaduw in Ardooie had samengewerkt, vervoegden hem. Voor het seizoen 2003-04 kregen zij een onderzoeksplek aangeboden in het Gentse Nieuwpoorttheater. Veeleer dan een gezelschap noemt de Unie der Zorgelozen zich ‘een beweging, die het theater wil verankeren in de werkelijkheid’. Die zogenaamde ‘beweging’ bestaat uit een familie van medestanders, die onder meer helpen het materiaal aan te leveren dat door Six en cie in een theatrale vorm wordt gegoten. Wat Six, Mertens en Vandenbussche daarbij delen, is hun fascinatie en hun liefde voor het individu en zijn verhalen.

De voorstelling Zèn in ‘t volk geschôtn, waarmee de Unie der Zorgelozen op de voorbije editie van het festival Theater aan Zee in Oostende de KBC-Jongtheaterwerkprijs won, is er een voorbeeld van hoe dit opzet inhoudelijk kan gerealiseerd worden. De voorstelling is geïnspireerd op Six’ eigen familiegeschiedenis, die op haar beurt onderdeel is van de geschiedenis van de stad Harelbeke. ‘De stad is mijn totem,’ zegt Six. ‘Als we ons de vraag stellen wat mensen doen als er een oorlog uitbreekt – wat het uitgangspunt van Zèn in ‘t volk geschôtn was-, dan word ik daar onvermijdelijk op teruggeworpen, op de stad Harelbeke, op mijn microcosmos.’ Dat Six’ schrijftaal een West-Vlaamse inslag vertoont, is hiermee onlosmakelijk verbonden. De hierbij gepubliceerde tekst Zèn in ‘t volk geschôtn maakte slechts een deel van de gelijknamige voorstelling uit, om precies te zijn het gesproken deel. Six zelf gaf hierin gestalte aan de 82-jarige Maria Dierickx als personage en als vertelinstantie waarrond de andere personages zich uitkristalliseerden. Daarnaast werd Six’ vertelling consequent doorbroken door heftige niet-gesproken scènes waarin Mertens en Vandenbussche – op muziek van The Prodigy – een jonge man en vrouw opvoerden tussen wie de emoties zo hoog opliepen dat de vrouw het met de dood bekocht. Dit ‘visuele verhaal’ liet een aantal mogelijke interpretaties toe. Voor de Unie der Zorgelozen was het ‘een intuïtieve keuze om een gevoel -van brutaliteit vooral- te communiceren dat het gesproken deel opriep maar zelf niet bevatte’. De tekst ontsproot aan Geert Six, maar werd tijdens het werkproces verder uitgewerkt in samenspraak tussen Six, Mertens en Vandenbussche.
Peter Anthonissen

Paspoort Maria

24 JANUARI 1921
ER WORDT EEN MEISKE GEBOREN DA MARIA HEET
ZE GROEIT OP TOT EEN MOOIE DEERNE
IN MEI 1940 TROUWT ZE MET DEN BRAAFSTEN VAN DEN TWEELING
VEREECKE: ARTHUR
MARIA IS SMOORVERLIEFD, HAAR HARTJE BONKT VAN CONTENTEMENT
NE VEREECKE DAT IS VEILIGHEID
DAT IS VOORUITGANG
DAT IS ZEKERHEID, HEEFT HAAR MOEDER GEZEGD
DAT IS ALLES WAT EEN VROUW NODIG HEEFT

Da was gelijk nen trein die binnenrolde
nen bliksem die binnensloeg plotseling waren ze daar…

En we gaan ze wa geven, Tuur
we gaan der invliegen
gelijk in de eersten, heeft vader gezegd,
zegt Jean

Tuur zit aan tafel en zwijgt

Ge gaat gulder just niks, roept Maria vanuit de keuken

Nieje nieje nieje Maria, we moeten het hier organiseren
in de melkkelders, in de koelte, uit het zicht

Over mijn lijk, zegt Maria tegen de tweeling

Maar da was geen avance…
Jean was niet tegen t’houden
Een uur later stond hij daar me ne revolver

Tuur, hier, steekt gij da weg

Dat is veel te gevaarlijk zo’n revolver in huis
Ze gaan da vinden, zegt Maria
zijn zakens zijn de onze niet
denkt liever aan ons kindje da groeit in mijnen buik

Tuur slaat zijn ogen neer
Ge kunt op mij rekenen Jean

Maria zit aan ‘t tafel
Tuur komt binnen gelijk iederen dag
zijn klakke aan de kapstok
zijn schoenen onder den dressoire
Hij komt voor haar zitten
Ze vraagt het hem vlakaf
Zit Jean ondergedoken, Tuur?
Hoe min da ge weet Maria, hoe beter da ge ga slapen
Zijt gerust, alles is onder controle
En dat is dat
Ze wil hem slaan
Ik bedoel, ik heb het zien gebeuren Tuur
Den eerste luitenant Muller
op klaarlichten dag
van dichte
in zijne kop
twee keers
kurkdroog
zonder genade
‘k Zie ‘t gebeuren
ik ben op melkronde
aan den overkant van ‘t straat
op ‘t kruispunt daar ja
aan de Peldere
ik ben aan de grond genageld
‘k Laat al mijn flessen vallen
Een fractie van ne seconde staat alles stil
een oorverdovende stilte
gelijk da ge onderduikt in ‘t water
en Jean staat daar
met dat geweer in zin handen
ze kijken naar mekaar
diep in d’ogen
Heel mijn lijf brult dat da nie goed is wat er daar gebeurt
nie goed
Wie was ‘t Maria?
Hebt ge hem gezien, vraagt er iemand
‘k Weet nie eens meer wie
en ik wil zeggen, Jean… ‘t was Jean
maar iets in mij houdt mij tegen
Ik sta kik daar maar te wijzen
daar,… daar naar den andere kant
in een krampe

Haar melk vermengt zich met ‘t bloed van die mens
een gruwelijk voorteken
een schilderij
een stilleven in twee kleuren
nen echte Vereecke
daar,… daar
sssjjt Maria
nie te luwe, zegt uw vader Robert
Kom, Maria, gebruikt uw verstand
ga naar huis en zwijgt
gij hebt gij just niks gezien

Waarom, Tuur?

Paspoort Jean en Tuur
JEAN BAPTISTE EN ARTHUR VEREECKE
GEBOREN MET 22 MINUTEN VERSCHIL
ZONEN VAN RACHEL BLOMMAERT EN ROBERT ERNEST VEREECKE
LOPEN SAMEN SCHOOL,
HALEN DEZELFDE RESULTATEN
DRAGEN DEZELFDE KLEREN
ZIJN VOLLEDIG IDENTIEK
LICHTBRUINE HAREN
BLAUWE OGEN
BLOEDRODE LIPPEN
DE GEBROEDERS VEREECKE
SCHOON VOLK

 

Jean zit al twee maand ondergedoken
Het is zomer
juli
kort na de middag
Maria is alleen thuis
Haar zuster komt binnen gelopen buiten asem
Ze wil wa zeggen, maar ze kan nie
Ze staat zij daar maar, wilde gebaren te maken, gelijk ne zwiermolen
Ur. Ur Ur!!!
Asemt eerst en babbelt dan Alice
Ze hebben Tuur mee. Tuur en nog 17 anderen
Maria laat alles vallen en begint te lopen gelijk een weerlicht
tot aan ‘t stadhuis, tot aan ‘t cachot
Tuur heeft daar niks mee te maken
Tuur weet van niks, bannenie
Wat weet Tuur niet, madamke, wat weet ie nie?
Ze sta zij daar, met hare mond vol tanden
Ze blijft daar staan, den hele godgansen dag
‘t Is dertig graden, de zon blekt in haar aangezicht
maar ze beweegt niet
Maria, ga naar huis
Maria, drinkt wat

Maria dit en Maria dat
Hun kindje leeft mee, ze voelt dat
het kriebelt stillekes zijn gedacht in haren buik
Blijf staan mama, blijf staan voor papa
Toont ze maar een keer wat dat is, koppigheid, wat dat dat is, geiren zien

Jean hein geiren zien?
Luistert Robert, als Jean zijn broer echt geiren ziet, dat hij zich dan aangeeft
en Tuur al da zeer bespaart
Maria, da zijn twee handen op enen buik, uit enen buik
Gij verstaat da niet, gij
Ge moet op uw tanden bijten, Maria
Ik heb courage, ‘t is Jean die ne lafaard is

En meneer wordt kolerig
Het zijn geen normale tijden, Maria, het zijn geen soep of patatten
het ligt allemaal zo simpel niet
Soms moet ge vergeten wie da ge zijt, of wa da ge wilde kommen, voor de goei zaak
Ge moet u verlangens temperen voor wat anders Maria
Ja, en voor wat dan, Robert, voor wat dan?
Voor ‘t Vaderland, voor ‘t leger, voor meneer de paster
voor de familie, voor wat da we wij zijn, voor ‘t geen waar da wij voor staan
Ja, ja ja ja, en wat is dat dan, he Robert?
‘k zou wel ne keer willen weten waarom da kik zo moet afzien

Paspoort Robert
ROBERT ERNEST VEREECKE
STAMVADER
LICHTBRUIN HAAR, BLAUWE OGEN
BLOEDRODE LIPPEN
KONING FEESTVIERDER
KEIZER KAARTER
CAFÉBAAS UIT DE DUIZEND
VOORZITTER VAN TALLOZE VADERLANDSLIEVENDE VERENIGINGEN
LEVEN EN LATEN LEVEN!

Maria, ze brengen hem morgen naar Gent
op ‘t Sint Pietersplein
‘t Staat daar vol met camions en soldaten
En plots in de verte zie ‘k hem
ie kruipt uit ne camion
geboeid aan handen en voeten
en… ikkkk… ik weet niet van waar dat dat komt
een macht, een leeuw die een prooi ziet
een moeder die haar jongen beschermt
Ik duw ze omverre
Ik loop ze omine, die… die soldaten
Tuur, Tuur,…
stellen bleiben. stellen bleiben!
Tuuuuur, Tuuuuur

tot da ‘k hem vastheb
Ik klamp mij aan hem vast, gelijk een zuignappe
terwijl da ze aan mij trekken en slaan
En ie zegt: Zorg voor Jean, Maria, zorg voor Jean
en dan is ‘t ie weg
En ik dan, roep ik nog zonder geluid
En ik dan…

Gepakt is ‘t ie
weg
elders
in een andere wereld
opgegeten door de nacht en de mist
En ge weet van niks, dat is ‘t wreedste
vragen zonder antwoorden…
daar helpt er niks tegen
geen wijwatere
geen kaarse
geen zalfke van den dokteur

Ik ben nie benauwd
voor niemand nie
banennik, ik nie…
nie voor mijzelf
maar als ge een kind hebt, dat verandert alles
Ge voelt daar alles van, en dan hier, alleen,
zonder vent,
de helft van de familie weg
gevlucht, opgepakt, ondergedoken
En al da werk
overal melk
Een dorp da moet blijven leven
Ze liggen allemaal aan mijn borst de goeie en de verkeerde
Ik passeer met eten, melk, eiers, boter,
met de karre, iedere dag
door weer en wind
Nieje nie voor ‘t geld, maar voor de eer

om te tonen da ‘k leef
En ja ja ja ja, ik verkoop aan de soldaten, melk afgelengd met water
ze smaken dat toch niet Ik verkoop met de glimlach
met de tanden bloot, met een klucht, met ‘t wiegen van mijn gat
En hoe meer da ‘k verkoop, hoe vrijer da ‘k mij voel
De melk is mijn munitie en de flessen zijn mijn kogels

Ons Bernice koop ik al rechtstaand
helemaal alleen
Ik wil geen gemak, geen bed of kussen onder mijne rugge
Ik wil één zijn in ‘t zeer
één met mijne vent
één met de vader
Onze Tuur die in verte zijt
geheiligd is uw naam
gij moet were keren
uw lieve woorden willen we horen
geef ons voor altijd nen dagelijkse zoen
en vergeef ons ons ongeduld
gelijk da we wnlder proberen te vergeven
da ze tl ons hebben afgepakt
kom Tuur, kom ons verlossen
van de koolmarchans en al die andere verraders

Ahja, Maria, ge moet da verstaan
we moeten wij meedoen
we kunnen nie refuseren
ons marchandise moet ook verkocht worden
gij laat gij uw melk toch ook nie verzuren in de kelder

Nennek, dat is just
maar ik vraag de gewone prijs,
ik leg de mensen er niet op
ge moest u schamen
met u zwarte kolen
Mariatje Mariatje toch
Doet uw ogen open meiske
Wat brengen al uw woorden op
‘t Is ons fout niet da ge verkeerd getrouwd zijt, he
Waar zijn ze nu de Vereeckes. he Maria
Waar zijn ze met al hun spel aan htm kloten?
Wie zal er voor uw dochterke zorgen Maria?
Ik ben groot genoeg
Ja Maria, ik wil maar zeggen, ah er iets is, ge moet maar roepen
Want als de zaken blijven gelijk of dat ze nu zijn
zult ge vrienden kunnen gebruiken

‘k Wijs ze allemaal de deur
de paster, de KAV, Robert en zijn witte bende
allemaal valse hulp
buiten!
Vijgen achter pasen
‘s Nachts lig ik toch alleen in bed
blijft de rechterkant koud en onbeslapen
en ik maar babbelen tegen den donkeren
met mijne kop in z’n kussen, in Tuur zijne pyjama
om hem te kunnen rieken
te voelen
‘k Wrijf zijn kleren over mij
over mijn borsten, mijnen buik, tussen mijn…
om… om… mij vrouw te voelen
om nie helemaal op te teren
om ervoor te zorgen da mijn klok niet stilvalt
dat mijn stove blijft branden voor als hij weer komt
Nieje, zeg ik tegen de paster
ik speel geen maarte voor u
Ik heb genoeg aan mijn kind en mijn melk
We komen wel rond
Maar ge kunt misschien beter een positie kiezen Maria
Den oorlog zal vroeg of laat stoppen meiske
‘t Is misschien beter om voor wat zekerheid te kiezen, zegt hij,
paster messiaen met zijne vette smoel
Iemand zijn kan geen kwaad meiske
ne vader zoeken voor uw kind
het laten dopen, misschien?
Wat peinst ge Mariatje
Ik peins da ge beter niks betekent
dan da ge absoluut probeert iemand te zijn
Da wanneer da ge niemands gat lekt
ge dan ook niet voortdurend uw tanden moet kuisen, meneer de paster da peins kik
En hij was
weg ‘t gat in

Aan zijn voeten omhoog. Maria
in Gent ja
verraden
uw schoonbroer
Hij heeft een normaal proces gekregen en al
enfin
de doodstraf
Neje. hij heeft niks los gelaten
Jah, ‘t zijn keikoppen de Vereeckes
Als ze iets in hunne kop hebben, hebben ze ‘t niet in hun gat
‘t Heeft een uur en een half geduurd. Maria, voor dat ie bloed spoog, die schoon-
broer van u
‘t Was geen schoon zicht heb ik mij laten zeggen

‘k Zou ‘t maar nie vertellen aan Tuur als hij thuis komt
als… hé… Maria… als

A propos terwijl da ‘k hier nu toch ben
Kan ik een fles of vier melk meekrijgen
voor pannenkoeken voor de kleine zijne verjaardag

Hoe wete gij dat allemaal zo goe, Martha?
Wie heeft u dat allemaal verteld?

Paspoort Bernice
BERNICE VEREECKE
4 JAAR BIJ DE BEVRIJDING
LOOPT TOT HAAR 5DE
ELKE OCHTEND
AAN DE HAND VAN HAAR MOEDER
VAN HET MARKTPLEIN NAAR DE STATIE
SAMEN MET HONDERD ANDERE VROUWEN
EEN STOET FOTO’S VAN ECHTGENOTEN, ZOONS, BROERS
BERNICE MET DE FOTO VAN HAAR PAPA IN DE HAND
DE PAPA DIE ZE NOG NOOIT GEZIEN HEEFT

‘k Heb hem weer gekregen, joak
gelijk of dat de strandjutters een schip weer vinden
gebroken, gekrakt, versleten
Nen halve vent is ‘t
zonder macht
nie in ‘t hoofd, nie in ‘t hart, nie in z’n broek
‘t Is een muur
ge geraakt daar niet binnen
z’n deuren blijven gesloten
In Polen heeft ie gezeten, tegen Rusland
‘t Is den enigsten die weergekeerd is
Hij huilt en brult ‘s nachts in zijne slaap
zweten en vechten
uren aan een stuk
babbelen tegen Jean
ist er nichts neues
jawohl, deinen brüder ist ermordet
und deine flaue ist ein dreckhoere
sie arbeitet für uns
es ist eine schone melkfabrieke
nein, nein, schweigen sie bitte, bitte, bitte…
Tuur is dood van binnen
Hij zwijgt
hij is nie hier
nie thuis
Hij zoekt
hele dagen
achter zijn broer, denk ik
Hij vindt hem nie
hij komt er razend van
schuim op zijne mond
Berniceke is er benauwd van
Fraulein, noemt hij haar
Zijn eigen dochter, fraulein
Hij is zot
steekt hem weg Maria
Hij maakt u kapot jonk
Patience, Alice
Tuur is ziek
en zieke mensen kunnen genezen
Of doodgaan

11 november 1948
Hij is al wakker
bezig in de badkamer
Tuur, Tuur?
Geen antwoord
de deur blijft op slot

meer dan een uur
En dan komt hij er uit
helemaal opgezet
gelijk ne pauw
gewassen, geschoren, zijn beste kostuum aan
zijn schoenen gekuist
Waa…waaa…
Doet u gereed Maria, Bernice
We gaan naar de inhuldiging
Wij naar buiten
alle twee aan zijnen arm
Bernice links, ik rechts
met de kop omhoog
eerst naar zijn ouderlijk huis
Vader, moeder?
Ze gaan mee
De mensen komen buiten
de gordijnen bewegen
Voor ‘t liitis van de koolinarchaiis stopt Arthur
Hij spuugt op de grond
Als we op de markt arriveren
stopt het muziek met spelen
en de mensen maken plaats
We staan daar
weer samen voor den eerste keer
vrouw en vent
vent en kind
vaders en moeders
zoons en dochters
families
Vereeckes
verenigd…
Dan geroffel…
Tuur zet ne stap naar voor
en zegt: Jean Baptist Vereecke
Jean Baptist Vereecke
drie, vier, vijfkeers
Roepend, brullend, tierend
alles komt er uit
alle miserie, alle verdriet
en z’n vader Robert
komt er bij staan
en roept: weggevoerd, gefusilleerd, gestorven voor ‘t vaderland
En iedereen roept de naam van zijn gesneuvelden
Ne Sabbe, lie Dierickx, ne Vermeulen, ne Velghe
En ‘t muziek speelt de Brabançonne
‘t is… ‘t is…

Die nacht krijgt Tuur zijn attaque
is hij verlamd
rechterkant
zit hij in een karreke
nen tsjolder
een overschotje mens
Maar ieder jaar doe ‘k zijn beste kleren aan
breng ik hem weer naar zijn broer
Ieder jaar staan we daar
Tuur salueert een leven lang
Tuur salueert om nie te vergeten

Paspoort Maria
MARIA DIERICKX, 82 JAAR
LICHTGOLVEND GRIJS HAAR
WANDELT MET EEN STOK
ACTIEF LID VAN DE BOND VAN WEGGEVOERDEN, ZIEKENZORG
EN DE TURNVERENIGING “LANG FIT HOUDT JONG”

(juli 2003)

 

Krijg je graag ons magazine in jouw brievenbus?
Abonneer je dan hier.

theatertekst
Leestijd 10 — 13 minuten

#90

15.02.2004

14.05.2004

Geert Six