Glowing Domestic Landscape, video-still © Evelien Cammaert

Natalie Gielen

Leestijd 10 — 13 minuten

Working Title Festival: a room with a view – workspacebrussels

Wifi, speakers en een smartphone of laptop: meer heb je deze zomer niet nodig om het jaarlijkse festival van kunstenwerkplaats workspacebrussels te ervaren. A room with a view vindt plaats in de eigen woonkamer en biedt zo in coronatijden een venster op een aantal artistieke praktijken. Het hele programma staat twee maanden lang online.

Live online

‘The festival is now live!’, meldt de website. Kan je dat zeggen over een online gebeuren? Wat betekent live vanuit mijn luie zetel – drankje én de pauzeknop voor een toiletbezoek binnen handbereik? Wat betekent live zonder directe nabijheid van performers, zonder verbinding met een medepubliek?

Is a room with a view een zoveelste zwak substituut voor de live podiumkunsten in coronatijden, waarvoor maker Louis Janssens waarschuwde in zijn opinie ‘Over de angst om vergeten te worden’? ‘Deze situatie test de grenzen van onze artistieke integriteit: (…) Passen we ons flexibel aan aan alle mogelijke formats die ons geboden worden of kiezen we toch voor een zekere artistieke koppigheid?’ De artistieke noodzaak moet er inderdaad zijn, en niet slechts de noodzaak om ‘coronaproof’ werk te creëren. In deze context hoeft dat in principe geen probleem te vormen. Een kunstenwerkplaats is de plek bij uitstek voor onderzoek, waarbij het openstellen van een proces tot scherpere concepten kan leiden. Een nieuw festivalformat als experiment voor kunstenaars en een publiek kan leiden tot mogelijke waardevolle alternatieve ervaringen van podiumkunst. ‘Artists take you on a journey’, belooft het festival. Op reis dan maar.

Poëtische tussenzones

A room with a view biedt artistieke voorstellen – of zoals gesuggereerd wordt: ‘ervaringen’ – door negen kunstenaars. Geen zin om daarin je weg te vinden? Dan kan je drie gecureerde routes volgen: een route voor een regenachtige dag die je binnen of buiten kan ervaren, de Let’s talk-route die je getuige laat zijn van intieme gesprekken terwijl je een wandeling maakt of thuis rondhangt, of eentje voor bij volle maan die lichaam en geest poogt te verbinden. Aanvankelijk volg ik de routes, maar al snel krijg ik zin om te verdwalen.

Hexeneinmaleins, video-still © Nazanin Fakoor

De kunstenaars springen los om met de invulling van het begrip ‘audiovisueel’. Een aantal makers zoals Nazanin Fakoor en Evelien Cammaert combineren letterlijk audio en beelden in een video. Fakoor deelt een onderzoek over de beeldvorming rond heksen. Natuurbeelden vloeien over in stedelijke landschappen en poëtische tussenzones zoals een choreografie van lijnen die door vrouwenhanden in het zand worden getrokken, of transparante folie die een surreële reflectie creëert als een soort fata morgana in het bos. Sfeervolle strijkers, stilte en hoge, lage, oude, jonge, aarzelende en zelfzekere stemmen die verschillende talen spreken, wisselen elkaar af. De stemmen proberen angsten onder woorden te brengen, of ideeën over heksen. Hexeneinmaleins is een stemmige inkijk in een werkproces dat later zal uitgewerkt worden tot een nieuwe performance.

Cammaert pakt het experimenteler aan met de ‘guided installation’ Glowing Domestic Landscapes, gemaakt om in een verduisterde kamer na zonsondergang te ervaren. Een heldere, rustige vrouwenstem vraagt om dichtbij je laptop te gaan zitten, ogen toe, focus op de ademhaling. Wanneer ik mijn ogen open, zie ik geel, rood, blauw rimpelend zwembadwater, de tuin van een villa, rechthoekige vlakken die suggereren dat het om diafoto’s gaat, boomtoppen, haast wolkeloze lucht. Wanneer ik mijn ogen opnieuw sluit, blijft de video voorbijflitsen achter mijn gesloten oogleden. De stem instrueert om mijn laptop om te draaien, het scherm in de richting van de kamer. Roze, blauw en groen transformeren de witte muur en de palm ervoor tot decorstukken van een eighties bar. De stem nodigt me uit om mijn woonkamer te verkennen met de laptop in mijn handen. Ik hoor het zachte gezoem van de koelkast. Bijna onhoorbaar: de kat die achter een plant gaat zitten. Geel: de kat die zich uitstrekt en gaapt. Er ontstaat een intrigerende, dromerige synesthesie.
Uiteindelijk vraagt de stem me rond mijn laptop te wandelen, zodat die transformeert in een dynamische (dia)projector. Mijn lichaam exploreert nieuwe constellaties binnen mijn vertrouwde omgeving. ‘Maybe now you are more aware of your own part in this interior landscape.’ Yep. ‘And in this installation.’ Check. Na een tijd wordt het wel erg letterlijk allemaal, en daardoor wat vrijblijvend. Bovendien is de stem erg directief, wat de verbeelding waaraan wordt geappelleerd verengt. Het werk, al is het bescheiden in opzet, echoot andere, meer radicale installaties van kunstenaars zoals Ann Veronica Janssens, wiens bekende interventies met spiegelende materialen, kleurenspots en rook uitnodigen om stil te staan bij ons perspectief binnen een specifieke ruimte. Cammaert zal deze ervaring uiteindelijk vertalen naar een performance-installatie waarin ze de toeschouwer in interactie laat gaan met de diafoto’s, geluid en scenografie. Misschien zal een live interactie met publiek in een performatieve ruimte de spanning creëren die nu wat ontbreekt.

This is very domestic

De andere festivalbijdragen klinken aanvankelijk als typische podcasts: zo kan je luisteren naar Panic & Other Attacks, zeven korte ‘poëtische instructies voor penibele situaties’ door Dounia Mahammed. Op de ondraaglijk montere toon van een stewardess loodst Mahammed ons telkens door uiteenlopende noodtoestanden. Wat te doen als je wordt aangevallen door een krokodil? Een troep ganzen? Als je wordt verrast door een lawine? Wat te doen als je wordt overspoeld door paniek? De grappige, sarcastische stukjes verwijzen naar elkaar, bijvoorbeeld wanneer de ijsbeer uit episode 5 opduikt tijdens de paniekaanval in episode 6. ‘But that does not really happen a lot I think, or maybe that’s because those it happened to couldn’t tell about it.’
Het sarcasme wordt uitgebalanceerd door poëzie op de rand van de wanhoop, wanneer Mahammed verwijst naar de doodgewone objecten waarnaar je (mentaal of fysiek) kan teruggrijpen in geval van nood: hout, een stoel, een kom, een tafel, melk, een kom, een stoel, een boek, een bloem, … Zo mondt de podcast uit in een ritmisch, meeslepend geluidswerk dat de huidige globale noodsituatie op de grens tussen het banale en het te-groot-om-te-vatten evoceert.

Framing is a luxury of the outside eye ©Aiko Benaouisse

De reeks korte keukenconversaties van Kim Snauwaert en Anyuta Wiazemsky Snauwaert schippert eveneens tussen klein en groot. Ze bakken pannenkoeken, maken koriander in op Russische wijze, bereiden asperges op z’n Vlaams, en praten ondertussen over familieleden en huishoudelijke beslommeringen. Wie het kunstenaarsduo kent, weet echter dat hun dagdagelijkse leven en artistieke praktijk onlosmakelijk met elkaar verweven zijn: in 2018 traden ze in het huwelijk. De tekening van de stamboom op de site illustreert hoe kunst en leven samenkomen in hun project Between Us. Continu en vanuit een (dagdagelijkse) praktijk reflecteren de kunstenaars over wat het betekent om een duurzaam gemeenschappelijk leven te leiden – de Belgische voorwaarde voor een geldig huwelijk. De huis-, tuin- en keukengesprekken (‘this is very domestic’) krijgen daardoor een interessante lading. Triviaal en maatschappelijk-politiek lopen in elkaar over, net als fictie en realiteit, humor en ernst, intiem en performatief. Leuk detail: elke aflevering bevat hetzelfde idyllische vogelgefluit dat vanuit openstaande tuindeuren lijkt te komen. Na een tijd vraag je jezelf af: is dit wel zo authentiek huiselijk? Mooi is de scène waarin Snauwaert en Wiazemsky napraten over de begrafenis van een familielid: wie huilde en wie niet? En wat is gepast in zo’n situatie? Op die manier deconstrueren ze dagdagelijkse sociale constructies.

Services, situations and other floors © buren

Doorheen de drie ‘tableauxdio’s’ van kunstenaarsduo buren – geluidswerken vergezeld van kleurrijke collages – schemert eveneens maatschappijkritiek. In schril contrast met de meanderende conversaties van de Snauwaerts, klinken de geluidstaferelen als een bevreemdend telefoongesprek (‘how are you going to bake your bread, dear?’), een musicallied vol onflatterende benamingen voor zwangere vrouwen (‘she has a bat in the cave’), of een electronummer over (golf)terminologie. Wie het werk van buren kent kan er hun fantasierijke decors en afstandelijke, surreële spel bijdenken: cerebraal en referentieel, maar vaak ook erg grappig. Het ene moment beweeg je uitbundig mee – probeer maar eens stil te staan tijdens ‘Terminology’ -, het andere moment denk je na over de absurditeit van vastgeroeste ideeën over gender, kennis of taalgebruik.

Een belichaamde ervaring

Somewhere to put your bum down van Emi Kodama nodigt je expliciet uit om te participeren: ‘Lean back, and put your feet up if you can. This is your space for now.’ Liggend op een pluizig tapijt luister ik naar de no-nonsense stem van Kodama, die de lage Japanse tafel van haar grootmoeder beschrijft, het bureautje uit haar kindertijd (‘What came first? The desk or my love for desk activities?’) en een huis met een tuin en een karaokeset. Haar bijwijlen poëtische tekst voert me mee naar verschillende ruimtes: binnen, buiten, familiair, onbekend. Ik begin na te denken over de afdruk die ik nalaat in de sofa, hoe ik de schapenvacht op mijn bureaustoel heb platgezeten, over hoe objecten, meubelen en ruimte je levensstijl mee bepalen. Kodama vertelt hoe ze een oude familiefoto bekijkt, en nodigt je uit om hetzelfde te doen: haar herinneringen en de mijne versmelten in het moment. Ze laat je stilstaan bij je eigen (huiselijke en culturele) omgeving en de impact ervan op je lichaam.

bureaustoel recensent © Natalie Gielen

Ook FLÖKT poogt een belichaamde ervaring tot stand te brengen. Wat eerst een klassiek gesprek lijkt met ecofilosofe Guðbjörg Jóhannesdóttir over de gelijknamige voorstelling van Bára Sigfúsdóttir en Tinna Ottesen, mondt uit in een ontspannende bodyscan. Jóhannesdóttir legt niet alleen uit waarom ervaring volgens haar per definitie belichaamd is, maar brengt de theorie over de ‘organism person environment’ en een ‘felt dimension’ in de praktijk tijdens een meditatieve oefening, waarbij taal (de begeleidende stem van Jóhannesdóttir) het gevoel (ik val nét niet in slaap van ontspanning) beïnvloedt.

Een andere, wel erg letterlijke uitnodiging om als publiek te participeren, is de masterclass tekenen door illustrator Sadrie Alves en choreografen Inga Hákonardóttir en Tuur Marinus. De heldere, neutrale stem van Hákonardóttir loodst je doorheen vijf tekenchoreografieën onder de titel My Child Could Have Done This, een kwinkslag naar de cliché kritiek op hedendaagse kunst. Soms is het resultaat verrassend en grappig, wanneer je met ‘Picasso’ moet ondertekenen. Maar na een tijdje wordt het simpelweg uitvoeren van instructies nogal saai. De reeks doet je wél nadenken over auteursrechten en de voldoening van eigen creatieve input versus een monotoon uitvoeren van een idee van iemand anders of het leveren van arbeid binnen een vaste productiemal.

“Ik begin na te denken over de afdruk die ik nalaat in de sofa, hoe ik de schapenvacht op mijn bureaustoel heb platgezeten. Kodama laat je stilstaan bij je eigen omgeving en de impact ervan op je lichaam.”

Voor wie uitbundig dansen op festivalfeestjes mist, is er een afterparty voorzien door Critical Techno (Helena Dietrich & Thomas Proksch). Biomorphia belooft een technofestijn – inclusief bijgevoegde leeslijst waarin teksten over ondermeer mythologie en antropocentrisme zijn opgenomen. Languit in de zetel luister ik naar elektronische soundscape en een metalige vrouwenstem: ‘Our sensing body is like an open circuit that completes itself only in things, in others, in the surrounding earth.’ De mix bouwt langzaam op, maar na een tijd brengt een aanstekelijke beat me in beweging en geef ik me over aan de stem en de muziek, laat ik de houten vloerplanken kraken onder mijn voeten. Mijn huisgenoot komt thuis, en begint mee te dansen. Na een tijd vraagt hij welke mix dit is. ‘Een intertekstuele mix.’ Hij haalt zijn schouders op en danst verder.

De domesticatie van de podiumkunsten?

Ik heb gedanst en gezweet. Ik héb een video gepauzeerd om een kop thee te zetten. Ik heb getekend. Ik heb alleen vanuit mijn luie zetel een aantal podcasts beluisterd. Hoe ‘live’ was deze online festivalervaring?

In hun recent verschenen essay Kill live theatre! Forget about it! Live forever!’ houden de makers Anna Franziska Jäger en Nathan Ooms een pleidooi voor ‘het levende theater’: ‘visceraal, onderhevig aan de onvoorspelbaarheid van het fysieke lichaam.’ Terecht merken ze op dat het digitale theater ook ‘werkt op de zintuigen, maar het lijkt een meer beperkte en homogene ervaring te zijn’. Bovendien mist het de dynamische spanning van de rituele inkapseling van het live theater, en de betrokkenheid en verantwoordelijkheid die dat met zich meebrengt voor een publiek.

A room with a view is uiteraard geen digitaal theater. Een deel van de werken zijn participatief van opzet en nodigen dus bewust uit tot interactie en een meer belichaamde ervaring. Maar het digitale kader beperkt ook hier je verantwoordelijkheid als publiek, en bovendien neem je individuele beslissingen. Wél is er, in tegenstelling tot wat Jäger en Ooms missen bij digitaal theater, een zekere mate van onvoorspelbaarheid. Die situeert zich niet op het spanningsveld tussen scène en publiek, maar binnen de inkapseling van de festivalervaring in een huiselijke setting. Net doordat je meer kan reguleren, ontstaat er een constante onderhandeling tussen de artistieke beleving en de vertrouwde omgeving. In die zin houdt a room with a view steek, want volgens Jäger en Ooms verliest het theater ‘z’n mogelijkheid om als gebaar iets te betekenen’ wanneer het zijn relatie tot zijn context verliest. En juist dat maakt dit festival betekenisvol als experiment. Het poogt zich namelijk tot zijn context te verhouden: de woonplaats van het publiek. Net zoals bij een live gebeuren wordt het publiek uitgenodigd om zich te verhouden tot de ruimte waarin het zich bevindt, zij het individueel.

“Net doordat je meer kan reguleren, ontstaat er een constante onderhandeling tussen de artistieke beleving en de vertrouwde omgeving. En juist dat maakt dit festival betekenisvol als experiment. Het poogt zich namelijk tot zijn context te verhouden: de woonplaats van het publiek.”

Toch laat het festival te weinig over aan het toeval. Niet zozeer door het gebrek aan onvoorspelbaarheid van een live gebeuren, want er was een huisgenoot die plots meedanste, een verbaasde kat die geel oplichtte achter een plant, en een zitdeuk in de sofa die ik nog nooit nauwkeurig had bestudeerd. Het ziet hem eerder in de bijzonder sturende omkadering. A room with a view is gecureerd door het artistieke team van workspacebrussels (kunstenaars werden uitgenodigd om een audiovisuele bijdrage te creëren, er zijn instructies voor het publiek en er werden drie routes uitgestippeld), maar ik moest iets te vaak denken aan de etymologische oorsprong van het woord: het Latijnse curare of ‘zorg dragen’. Tips zoals ‘drink voldoende water’, ‘laad zeker je laptop eerst op’, ‘draag een comfortabele outfit of kleed je lekker uit’ voelen betuttelend aan. Theaterbrochures vermelden toch ook niet dat je best naar het toilet gaat voor het begin van de voorstelling? Bovendien zijn de gecureerde routes er zodat je niet zou verdwalen in het programma. De groepering van de werken voelt vaak echter te vrijblijvend of één op één. In dit opzicht volg ik Jäger en Ooms: ook ik hou ervan om op onvoorspelbare paden terecht te komen tijdens een artistieke ervaring. Minder (al té zorgende) directie en meer suggestie had geen kwaad gekund.

En wat met het gemis aan verbinding? ‘We kunnen geen ruimte delen, maar wel tijd’, zei iemand onlangs tijdens een Zoomvergadering. Ook dat valt echter weg tijdens een online festival dat twee maanden lang op eender welk moment kan bekeken worden. Ondanks de onverwachte connecties die het festival binnen mijn woonkamer genereerde, was er dus zeker een gebrek aan verbinding. Kleine vondsten zoals de mogelijkheid om de My Child Could Have Done This-tekeningen online te delen, voelen te zeer als een beperkte gimmick. Hadden interactieve Zoom-aftertalks via videocall een oplossing kunnen bieden om toch tenminste tijd te delen? Dit festival vormt een aanzet om na te denken over alternatieve manieren om verbinding te zoeken binnen een digitale artistieke context.

Een reis doorheen je woonkamer

A room with a view belooft je mee te nemen op een reis die de verbeelding en de zintuigen prikkelt. Ik ben inderdaad op reis geweest. Maar dan een reis doorheen mijn (woon)kamer, zoals Xavier de Maistre in 1794 maakte in zijn roman Voyage autour de ma chambre. In zijn autobiografisch verslag van een zes weken durende reis doorheen zijn kamer bekijkt De Maistre zijn interieur als een panorama op een verre bestemming. Het boek levert niet de meest spannende lectuur op, maar speelt wel een spel met de verbeelding. En dat is ook wat a room with a view op zijn best doet. Het festival vormt geen antwoord op de vraag welke vorm de podiumkunsten tijdens of na corona kunnen aannemen, maar geeft een aanzet. Het vormt geen pleidooi voor het temmen van de podiumkunsten, voor een opsluiting binnen de digitale grenzen van een laptopscherm en binnen de muren van de woonkamer, maar verkent voorzichtig de mogelijkheden tussen performativiteit en huiselijkheid, samen en alleen, kijken en verbeelden. Het nodigt uit om onze zintuigen als vensters op de (binnen)wereld te gebruiken.

 

A room with a view: nog tot 31 augustus online op de website van workspacebrussels.

Je leest onze artikels gratis omdat we geloven in vrije, kwalitatieve, inclusieve kunstkritiek. Als we dat willen blijven bieden in de toekomst, hebben we ook jouw steun nodig! Steun Etcetera.

recensie
Leestijd 10 — 13 minuten

#160

15.03.2020

14.05.2020

Natalie Gielen

Natalie Gielen is redactiemedewerker van Etcetera. Daarnaast werkt ze freelance als auteur, redacteur, producent en outside eye in de kunsten.