“Wat een opleiding als talent herkent, zegt nooit alleen iets over de kandidaat”
Achter de gesloten deuren van de toelatingsproef
Timeau De Keyser
‘The Miraculous Life of Claire C.’ – Sarah Vanhee
‘Het overwegen’ nooit aan gedacht dat in het werkwoord ‘overwegen ’ wegen zit, het afwegen, het opmeten van de binding met de zwaartekracht, zie je lieve Claire, hoe fysiek het denken eigenlijk is, en hoezeer we daaraan voorbij gaan? Het is pas nu, na al diejaren, dat ik er zachtjes achterkom hoe lichamelijk tot in de diepsteporievan onze taal het denken en schrijven is. Uit: HetWonderbaarlijke Leven van Claire C., p. 94
Hoe fysiek het denken is of kan zijn bewijst ook het veelzijdige parcours van de Vlaamse kunstenaar Sarah Vanhee (°i98o, Oostende) die sinds haar afstuderen aan de opleiding Woordkunst in Leuven (2003) en de Mimeopleiding in Amsterdam (2007) conceptuele ideeën ‘lichaam’ geeft in ongewone voorstellingen, publicaties, interventies en performances. Het Wonderbaarlijke Leven van Claire C. is dan ook geen boek, maar een geboorte. Zoals een polaroid langzaam verschijnt uit de nevelen van de tijd, zo laat Vanhee het personage Claire C. ter wereld komen. Tegelijkertijd werpt de fictieve verschijning van Claire C. een verrassend helder licht op de wereld waarin zij geboren wordt. En net zoals een geboorte van vlees en bloed de toeschouwer een beetje stil maakt, doet ook dit kleine wonder van inkt en papier dat met z’n lezers.
Toevallig kwam Vanhee in contact met The Miraculous Life of Claire C., een onafgewerkte roman van de Ierse schrijver Guillaume Maguire. Het manuscript telde zo’n dertig pagina’s tekst. In de abrupt afgebroken aanzetten tot hoofdstukken maakt de lezer kennis met de schimmige, contourloze Claire C., die in een park een aantal andere personages ontmoet. Claire C. laat zich lezen als een onzekere, naar identiteit zoekende vrouw, verloren in de wereld en uiteindelijk zelfs in de steek gelaten door haar schepper, die heeft nagelaten de roman af te werken. Vanhee kreeg medelijden met de arme C., of misschien herkende ze in die fictieve leegte een glimp van een maar al te reële existentiële worsteling. In het twijfelen aan haar bestaan raakt Claire C. immers de besognes van de moderne mens: ook hij zoekt te midden van zijn materiele welvaart hartstochtelijk naar betekenis in zijn bestaan, naar een invulling van het zwarte gat dat hij is.
Vanhee besloot in de huid van Claire C. te kruipen en op zoek te gaan naar haar identiteit. Niet door die identiteit te construeren aan de laptop, maar door aan te sturen op een ontmoeting met de andere personages uit de roman. Zoals een achtergebleven puzzelstukje vorm krijgt door de ingevulde stukjes rondom, zo zou de identiteit van Claire C. vorm krijgen in de gesprekken met anderen. Vanhee lanceerde via verschillende kanalen een oproep: Tk, Claire C., romanpersonage, ben op zoek naar de andere personages die ik in mijn boek ontmoet’. De omvang van de respons zou op zich al een interessante studie opleveren: meer dan tweehonderd mensen bleken bereid zich in het avontuur te storten, meer dan tweehonderd mensen bleken zin te hebben in verrassing, kleur en fantasie. Ze herkenden zichzelf in omschrijvingen als ‘een vrouw die misschien geluk brengt’, ‘een vrouw met oranjeachtig haar’ of‘een man die net een oorlog heeft meegemaakt’. Op basis van de mailconversatie nodigde Claire C. uiteindelijk twaalf personages uit voor een persoonlijk gesprek op een bankje in telkens een ander Amsterdams park. Baken van herkenning zou Claires vaalroze jasje zijn. Hoe verdrietig: het vormeloze jasje (geen gezicht, geen lichaam) als enige houvast, als enige vorm van eigenheid. Claire C.: een personage zonder geschiedenis, zonder toekomst – een personage dat haar jasje is.
Het Wonderbaarlijke Leven van Claire C. is de mengeling van het originele manuscript van Maguire, de mailconversatie tussen Claire C. en haar gesprekspartners en de verwerking van de twaalf ontmoetingen. Het boek houdt er een bijzondere typografie en indeling op na: de pagina’s uit Maguires manuscript (die eruit zien als oude stencils) volgen eigenzinnig hun eigen nummering terwijl Claires mailcon-versaties (via gmail) en de neerslag van de ontmoetingen zich daar onstuimig doorheen vlechten. Drie realiteiten, drie vormen van fictie.
En het werkt. In de wisselwerking tussen de personages van vlees en bloed en Claire C. sprokkelt Claire C. zich langzaam een identiteit bijeen. Tijdens de eerste ontmoeting met ‘de man die uit een andere tijd lijkt te komen’ is Claire er wel al, maar bestaat ze nog niet. Ze moet nog leren spreken, lopen. Haar lichaam is fluïde, haar ziel kneedbaar als was. Hoofdstuk na hoofdstuk, gesprek na gesprek krijgt Claire meer body, van être over devenir naar een verhoopt exister. Ze ontdekt dat ze een zus heeft. Ze krijgt een jeugd, een verleden, herinneringen. In haar leven verschijnt zelfs een God – of is het een drummer die verdacht veel op God lijkt? Sommige ontmoetingen zijn vrolijk of grappig, andere vervelend, ongemakkelijk of ronduit griezelig. Opmerkelijk is het hoe vertrouwelijk de gesprekken zijn, hoe vrijuit Claires gesprekspartners spreken tegen die totaal vreemde, daar op een bankje in het park – een openbare ruimte heel even verworden tot performanceruimte. Zou het kunnen dat de mens zich net in die context het meest vrij voelt, het meest zichzelf? Zou het kunnen dat Claires gesprekspartners in die performanceruimte ‘echter’ zijn dan in de sociaal gecodeerde ruimtes van het dagelijkse leven?
Een gevonden manuscript, gevonden romanpersonages. Sarah Vanhee maakt voor The C-Project (zoals het project in zijn geheel heet) gebruik van objets trouvés in de wel heel letterlijke zin. Je zou je kunnen afvragen hoe interessant zo’n ‘zichzelf schrijvende’ roman uiteindelijk is, of een boek niet eerder gediend is met een sterke auteurshand dan met de risicovolle (want misschien erg banale) input van ‘de gewone man’. Maar kijk, hier gebeurt het wonder.
Het mooie is dat de ontmoeting met de fictieve Claire C. ook de gesprekspartners verheft. De vreemde bekoring die uitgaat van de mysterieuze Claire C. verleent de alledaagse ontmoetingen glans, laat zelfs gewone passanten (joggers in het park, spelende kinderen) oplichten tot een bijzonderheid. De ontroerende strijd van Claire C. voor haar bestaan wordt door de gesprekspartners feilloos begrepen, herkend en geaffirmeerd. Bestaande en onbestaande personages lijken plots verenigd in één strijd: het verzet tegen een wrede schepper/een wreed lot dat hen de vrijheid ontneemt om te zijn wie ze willen zijn. Zoals de mysterieuze Yael het verwoordt in een hartverscheurende brief aan Claire C.: ‘Hoe het komt dat je me zo raakt weet ik niet. Misschien is het je verlangen te spreken dat ik zo schandalig mooi vind. Je verlangen te spreken en door zelf te spreken de ban te breken op het uitgesproken worden door een anonieme mond. De gloedvolle schroom waarmee je dat doet: eigen, andere woorden proberen te leggen in de ons sprekende mond.’
Fictie wordt lichaam. Het lege gezicht van Claire C., fictief romanpersonage zonder verhaal, reflecteert de gezichten van haar levende gesprekspartners die óók hun geschiedenis opeisen. Zo wordt niet enkel de worsteling om identiteit van Claire C., maar vooral die van haar gesprekspartners onderwerp van het boek. En is Het Wonderbaarlijke Leven van Claire C. niet enkel een roman over de geboorte van Claire C., maar over het onafgebroken wordingsproces van de hedendaagse mens. De mens die zijn verhalen is.
In het zestiende en laatste hoofdstuk ontmoet Claire C. ‘een vrouw die schrijft’ – haar ontvoogdende reis eindigt symbolisch bij de confrontatie met een (van haar) schepper(s). Het hoofdstuk wordt ontdubbeld: Claire C. ontmoet niet één maar twee schrijfsters, want ‘het einde is alleen één mogelijkheid van vele’. Is een verhaal ooit af, klaar? Of raken alleen de bladzijden op en zet de reis zich daarna verder? Wie na de zestiende dag tracht Claire C. te contacteren wacht een autoreply : Tk ben vertrokken. Ik weet niet precies waar ik nu ben, maar ik ben onderweg.’ Het Wonderbaarlijke Leven van Claire C. eindigt met het woord oublier. En met een krop in de keel.
Sarah Vanhee, Het Wonderbaarlijke leven van Claire C., is een coproductie van Theater Frascati, Art Centre De Appel en Onomatopee. Het boek is verkrijgbaar (in het Nederlands én in het Engels) via De Appel en Onomatopee, en in boekhandels in Nederland en Vlaanderen.
KRIJG JE GRAAG ONS PAPIEREN MAGAZINE IN JOUW BRIEVENBUS? NEEM DAN EEN ABONNEMENT.
REGELMATIG ONZE NIEUWSTE ARTIKELS IN JOUW INBOX?
SCHRIJF JE IN OP ONZE NIEUWSBRIEF.
JE LEEST ONZE ARTIKELS GRATIS OMDAT WE GELOVEN IN VRIJE, KWALITATIEVE, INCLUSIEVE KUNSTKRITIEK. ALS WE DAT WILLEN BLIJVEN BIEDEN IN DE TOEKOMST, HEBBEN WE OOK JOUW STEUN NODIG! Steun Etcetera.