‘Wilde Lea’ (BMCie) – Foto Johan Jacobs

Bruno Koninckx

Leestijd 4 — 7 minuten

Wilde Lea

door BMCie

De Blauwe Maandag Compagnie doet het weer. Voader was nog maar net uit de top 10 (het Theaterfestival) verdwenen toen het publiek reeds klaargestoomd werd voor een nieuwe hit. Affiches, kranten, radio en T.V. werkten als teasers nog voor de première goed en wel had plaatsgevonden en zeker nog voor het gros van Vlaanderen de kans kreeg hun nieuwste te gaan bekijken.

Het zal wel bij toeval zijn dat de leesclub van de BMCie Wilde Lea (1895) ergens onder het stof vandaan heeft gehaald: voor zover ik het kon nagaan dateert de laatste druk van 1915, en het stuk staat – terecht – niet echt bekend als één van de klassiekers in de toneelliteratuur. De auteur ervan, Nestor De Tière (1856-1920), was daarentegen op het einde van de vorige eeuw wel één van de populairste toneelauteurs in Vlaanderen. Hij probeerde het toneel te vernieuwen door het ‘realistischer’ te maken. Zijn Wilde Lea speelt in de jaren 1813-‘ 14, en is het verhaal van een jonge vrouw, Lea, uit ‘een Brabantsch dorp’ die enigszins tegen haar zin met een oudere Franse krijgsoverste trouwt. Eigenlijk is ze verliefd op een eenvoudige boerenzoon, Wilfried Teunis, soldaat in het regiment van haar man. De brave jongen is echter verloofd en wijst haar, deugdvol als hij is, af. Lea’s liefde en passie voor hem slaan om in haat. Dankzij een aantal leugens krijgt ze het zelfs gedaan dat Wilfried ter dood veroordeeld wordt. Maar op het laatst krijgt ze toch berouw: ze redt hem en doodt zichzelf. De moraal van het verhaal is duidelijk: voor de Tière kan passie bij een vrouw alleen maar fatale gevolgen hebben. Deugd en braafheid overwinnen uiteindelijk.

Het zijn waarschijnlijk onder meer deze laatste gegevens die het stuk ‘interessant’ maakten voor de BMCie: passie, jaloersheid (Lea heeft nog een jaloerse aanbidder), trouw – ontrouw vormen een soort rode draad in hun werk (cf. twee van hun recentste stukken: Voader en De cocu magnifique). Deugd en braafheid passen dan weer in een ander ‘project’ van de BMCie, nl. dat waarin ze enkele aspecten van de Vlaamse samenleving willen laten zien (cf. Voader).

Volgens het ondertussen vertrouwde Luk Perceval-procédé werd het stuk van De Tière grondig bewerkt en ingekort, zozeer zelfs dat in het programmaboekje staat: naar Nestor De Tière. Perceval heeft een nieuw script geschreven met twee (of drie) lagen. Wilde Lea werd daarbij tot een stuk in een stuk: de BMCie speelt een soort variété-gezelschap dat Wilde Lea opvoert. Er is dus de laag van Wilde Lea, daarboven die van het gezelschap en misschien gaat het geheel ook wel over de BMCie zelf. Dat het de BMCie is die een gezelschap speelt wordt eigenlijk pas expliciet op het einde, wanneer Wilde Lea voorbij is en we een blik krijgen in de coulissen waar de spelers van het gezelschap ruzie aan het maken zijn.

Het gestalte geven aan een variété-gezelschap past ook in het hierboven vermelde ‘Vlaanderen-project’ van de BMCie. Waar in Voader getracht werd de donkere kant van de Vlaamse huiskamer te laten zien, wordt in Wilde Lea een aspect getoond van hoe het openbare vermaak voor de gewone man was (en is?) in Vlaanderen. De toeschouwer van Wilde Lea is voor één avond Jan Modaal die op zaterdagavond zijn kostuum aantrekt om naar de plaatselijke parochiezaal te gaan. Daar vindt een soort totaalspektakel plaats, met zang, dans, enkele acrobatienummertjes en zelfs een heus toneelstuk. Wat thuis niet mag of kan, is hier wel mogelijk omdat het ‘maar’ toneel is: voor de mannen is er een schaars geklede en uitdagende juffer (Els Dottermans – hoe kan het anders – als ‘Vivi V.’, alias Wilde Lea), voor de vrouwen is er een stevige bonk in tanga-slip (Vic De Wachter overtuigend als ‘Tony Di Angelo’, alias Wilfried Teunis). Er is een slungel die ‘vettige moppen tapt’ (Peter Van den Begin als Freddy Calypso Jr.) met een tegenhanger die ‘vettig’ doet (Stany Crets als een nichterige Edmond Sebregts die zijn handen niet kan thuishouden).

Het variété-gezelschap is geen compagnie: het is gewoon een groep mensen die duidelijk ambities hebben om een grote ster te worden of die – erger nog – denken dat ze dat al zijn, maar ondertussen blijven steken in amateurisme en kleingeestige afgunst tegenover mekaar. Elk wil zo lang mogelijk in de spotlights staan om goed door het publiek gezien te worden en om zijn eigen kunstjes op te voeren. Het prototype van dit slag ‘artiesten’ weet Katelijne Damen schitterend weer te geven in de gestalte van ‘Josie Star’.

Luk Perceval beweerde wel in enkele interviews dat hij met Wilde Lea geen parodie heeft willen maken, maar voor mij is het dat toch duidelijk geworden. Er wordt in deze voorstelling door de variété-artiesten zo geklungeld, zo onprofessioneel en lullig gedaan dat de mensen waarop ze geïnspireerd zijn in hun hemd gezet worden, belachelijk gemaakt worden (in het programmaboekje worden namen genoemd). Voor mij mag dat gerust, alleen gebeurt het naar mijn smaak af en toe een beetje te expliciet, wordt er overdreven veel geknoeid. Zo onprofessioneel als er ‘geacteerd’ wordt door de variétéartiesten, zo professioneel wordt er gezongen (schlagers en levensliederen) en muziek gemaakt. Beter dan het origineel, maar zo hoort het in een parodie.

Wilde Lea 

door de Blauwe Maandag Compagnie.

Tekst: naar Nestor De Tière.

Script en regie: Luk Perceval.

Decor: Katrin Brack.

Arrangementen en muzikale leiding: Tony Boast.

Spelers: Els Dottermans, Warre Borgmans, Katelijne Damen, Vic De Wachter, Stany Crets, Peter Van den Begin, Michel Van Dousselaere, Lucas Van den Eynde.

Muzikanten: Tony Boast, Willy Seeuws, Dirk Van der Linden, Karl Zosl.L

Gezien op 15 en op 24 oktober in De Brakke Grond.

Je leest onze artikels gratis omdat we geloven in vrije, kwalitatieve, inclusieve kunstkritiek. Als we dat willen blijven bieden in de toekomst, hebben we ook jouw steun nodig! Steun Etcetera.

recensie
Leestijd 4 — 7 minuten

#36

15.12.1991

14.03.1992

Bruno Koninckx