Lumumba – bah! Nadine Lavern/ SAM BOGAERTS, (NES) – PRODUCTIES FOTO: JEAN VAN LINGEN

Loek Zonneveld

Leestijd 6 — 9 minuten

Who the fuck was in control?

Lumumba-bah! (Nadine Lavern / Sam Bogaerts / [NES]-theaters)

De groep acteurs die zich het afgelopen najaar had verzameld rond de Nederlandse regisseur Willibrord Keesen, om binnen zijn theaterformatie Keesen & Co William Shakespeares Troilus en Cressida (over de Trojaanse oorlog) te ensceneren, werd na 11 september 2001 opeens geconfronteerd met een vreemd probleem: hoe (onnadrukkelijk speel je de diplomatieke uitval van de Griekse politicus/generaal Ulysses tegen de Griekse prins Hector (vierde bedrijf, vijfde scène)?

In het origineel staat: ‘Sir I foretold you then what would ensue / My prophecy is but half his journey yet / For yonder walls that pertly front your town / Yon towers whose wanton tops do buss the clouds / Must kiss their own feet.’ In Keesens vertaling/bewerking: ‘Toen heb ik voorspeld wat zou gebeuren / Wat ik voorzag is nog maar halverwege / De muren die uw stad zo pront omsluiten / De torens die zo wulps de wolken likken / Zij kussen eens hun eigen voet.’ Het antwoord van Hector liegt er trouwens ook niet om: ‘Ik twijfel / Nog staan zij daar en ik vermoed bescheiden / Dat de val van elke steen een druppel / Griekenbloed zal kosten. Tijd, die oude / Rechter brengt het einde, en het einde / Kroont.’

Gelukkig kozen Keesen en zijn acteurs ervoor het advies te volgen dat de Zwaan van Avon in een ander stuk (Hamlet) aan de beroepsgroep van toneelspelers gaf: laat je woord je gebaar volgen en je gebaar je woord, en bulder de regels niet al te nadrukkelijk de zaal in, anders had ik mijn teksten beter aan de stadsomroeper (lees: Tony Blair, Guy Verhofstadt, Wim Kok) kunnen geven. Ulysses’ teksten over de pronte torens, die het ene moment de wolken kussen en het volgende moment hun eigen voet, schokten in de voorstelling vooral door hun onnadrukkelijkheid.

Tony Kushner (auteur van Angels in America, 1993) zal zich na 11 september 2001 ook wel rot geschrokken zijn over de regels die hij zijn personages van het stuk Homebody/Kabul (geschreven in 2000) in de mond had gelegd. Bijvoorbeeld de hoogopgeleide Afghaanse vrouw Mahala, die zich in een tirade tegen het opportunisme van de westerse politiek laat ontvallen: ‘Jullie hebben de Taliban geschapen. Als je zoveel van de Taliban houdt, neem ze dan mee naar New York! Of nee, laat maar, ze komen zo wel!’ Of de Tadzjiekse dichter Khwaja, die grijnzend opmerkt: ‘Wat anders heeft het Westen ons gebracht dan ellende? Sommigen van ons zouden die graag aan jullie teruggeven.’ Kushners stuk loopt ondertussen sinds 19 december 2001 met veel succes in de New Yorkse Theater Workshop, zo meldde mijn middagkrant vlak voor de afgelopen kerstdagen. Benieuwd wie van de Vlaamse en Nederlandse theatermakers de rechten op Kushners Homebody/ Kabul heeft gekocht. Een monoloog over het bombarderen van de Twin Towers, geschreven door Israël Horowitz, schijnt ondertussen al aan twintig Duitse stadstheatergezelschappen te zijn gesleten.

Actualiteit en theater, het blijft een wankel huwelijk. Toen Brecht ooit werd gevraagd, waarom hij niet meer actuele politieke stukken schreef, was zijn antwoord: ‘In de paar decennia waarin de Elisabethaanse toneelschrijvers (waaronder Shakespeare) tot grote bloei kwamen, was de belangrijkste politieke gebeurtenis de vernietiging van een vijandelijke, onoverwinnelijk gewaande vloot, de Spaanse Armada. Dat incident, uit 1588, komt in geen van de Elisabethaanse toneelstukken voor.’ Zo is het maar net. De tijd, ‘die oude Rechter’ (Shakespeare) en belangrijke filteraar, mag eerst zijn werk doen. Daarna kunnen de toneelschrijvers aan de doorslaggevende gebeurtenissen van hun dagen hun meerwaarde verlenen.

De Filter Tijd deed op een zeer bijzondere manier zijn werk voor de Amerikaanse theatermaker Nadine Lavern en de Vlaamse acteur/regisseur Sam Bogaerts. Voor hun gezamenlijke voorstelling Lumumba-bah! kozen zij als aanleiding en onderwerp de gruwelijke moord op de eerste zwarte Afrikaanse politieke leider ever, Patrice Lumumba, die in januari 1961 plaatsvond. Precies één maand voor hun voorstelling in première ging, publiceerde een parlementaire onderzoekscommissie van de Belgische Kamer van Volksvertegenwoordigers, onder stuk nummer 500312, gedateerd 16 november 2001, een venijnig rapport, waarin de vloer werd aangeveegd met de mythe dat de CIA achter die moord had gezeten. In het verlengde van de onthullingen van onderzoeksjournalist Ludo De Witte, werd nu officieel aangenomen dat de Belgische regering, ja zelfs het Belgisch koningshuis, direct of indirect met deze politieke moord te maken hadden, hem in ieder geval méér dan oogluikend hebben toegestaan, en waarschijnlijk hartelijk hebben gesteund en gestimuleerd. Zulks was ook al nadrukkelijk gesuggereerd in de messcherpe speelfilm Lumumba, die in de zomer van 2001 in de Belgische en Nederlandse bioscopen was te zien.

Toen in de eerste minuten van de voorstelling Lumumba-bah! de videoschermen aanfloepten, schrok ik zodanig, dat ik nu niet meer precies weet wat er eerst gebeurde en wat daarna kwam. In mijn herinnering ging het zo: Sam Bogaerts, gezeten achter een tafel links vooraan op het speelvlak, begon de tekst te lezen die Koning Boudewijn op 30 juni 1960 in het Paleis der Natie in de Kongolese hoofdstad Leopoldstad (nu Kinshasa) uitsprak, ter gelegenheid van de soevereiniteitsoverdracht. ‘De onafhankelijkheid van Congo is de bekroning van het werk, dat door het geniale brein van Leopold II werd ontworpen. Brengt de toekomst niet in gevaar door overhaaste hervormingen en vervangt de organen die België u overdraagt niet eer gij zeker zijt dat gij het beter kunt doen.’ Op een van de videoschermen nam een soort stripfiguur-Boudewijn het van Bogaerts over. Dan, in eerste instantie weer uit de mond van Bogaerts, de scandaleuze teksten waarmee Patrice Lumumba in juni 1960 de royale feestvreugde kwam bederven, wat heet, waarmee de eerste zwarte premier van het onafhankelijke Congo Koning Boudewijn zodanig diep beledigde, dat deze stante pede de eerste Sabena-vlucht terug naar Brussel wilde nemen. Lumumba: ‘Wie zal vergeten dat men tegen een zwarte ‘jij’ zei, niet zoals men dat tegen een vriend zegt, maar omdat het eerbare ‘u’ enkel voor blanken was voorbehouden.’ Op een van de videoschermen neemt de echte Lumumba het van Sam Bogaerts over. ‘We hebben ervaren dat de wet, naargelang het om een blanke of een zwarte ging, verschillend werd toegepast: inschikkelijk voor de ene, wreed en onmenselijk voor de andere. Wie zal er tenslotte de terechtstellingen vergeten, waarbij zoveel van onze broeders omkwamen, en de kerkers waarin diegenen brutaal gegooid werden die zich niet meer wilden onderwerpen aan het regime van onderdrukking en uitbuiting?’ De wereldvreemde snotneus die Boudewijn toen al was -hij stond op punt van huwen met de personificatie van de wereldvreemdheid zelve, de Spaanse prinses Fabiola – verdroeg deze kraakheldere anti-koloniale teksten niet. Zijn militairen, verre van wereldvreemd, want haatdragend en rancuneus, slepen meteen hun messen. Hun verwoestende divide et impera-tactiek zou Patrice Lumumba binnen een halfjaar letterlijk de kop kosten.

Met die teksten, met dat heen en weer schakelen tussen het tafeltje-met-microfoon-en-tekstboek-en-Sam-Bogaerts, en de historische beelden op een groot videoscherm, opende de productie Lumumba-bah! De reden van mijn schrik was (met de bioscoopfilm Lumumba nog op mijn netvlies) een even simpel als voorspelbaar vooroordeel: performance legt het af tegen bewegende beelden. Dat dit vooroordeel snel sneuvelde, heeft vooral te maken met een aantal sterk werkende kanten aan deze voorstelling.

Vooreerst de rolverdeling tussen Nadine Lavern en Sam Bogaerts. Lavern, een zwarte Amerikaanse, baseert haar bijdrage op woede; de woede over het feit dat enkele blanke regeringen (waaronder in ieder geval die van België en de Verenigde Staten) zonder enig teken van schaamte konden besluiten om de gekozen premier te elimineren van een voormalige kolonie die groter is dan Nederland, België, Frankrijk en Italië samen. De woede ook over het feit dat Lumumba zichzelf zand in de ogen strooide door te denken dat hij de macht in handen had, terwijl hij zich daarin tomeloos vergiste. Lavern vraagt midden in Lumumba-bah! dan ook nijdig: ‘Who the fuck was in control?’ Het mooie van die woede is dat ze het overgrote deel van de voorstelling niet wordt gespeeld maar gedemonstreerd. Lavern pleegt – zelfs als ze getuigend én pesterig-moraliserend het publiek de retorische vragen ‘You know why?’ of’You know what?’ voorhoudt – een soort openbare sectie op liet mechaniek van een lang in iemand voortwoelende razernij over onbegrijpelijke rechtvaardigheden.

Tegenover Lavern staat Bogaerts, die met een glimlachend-relativerende, licht-bourgondische bonhommie commentaar geeft op de gebeurtenissen. Hij was twaalf toen België met het fenomeen ‘Lumumba’ werd geconfronteerd, hij kijkt niet zonder vertedering (maar ook niet zonder schaamte) terug op zijn kinderlijke reactie van toen: op straat speelde hij bijvoorbeeld met zijn vriendjes ‘Lumumba-tje’ (‘negertje’ – ‘En ik vond het nog leuk ook.’)

In de keelsnoerende slotscène van de zo’n tachtig minuten durende voorstelling komen de woede (‘hoe kan dit?’) en de relativerende berusting (‘zie de mens’) bij elkaar. Bogaerts gaat in onderbroek op de grond liggen, een microfoon vlak boven zijn hoofd. Hij speelt en vertelt het laatste half uur, de laatste minuten van Patrice Lumumba. Zijn tekst is een mix van gruwelijke feiten en een inkijk in het hoofd van een mens die weet dat hij sterven gaat, dat iedere minuut een geleende minuut is, en ieder beeld het laatste beeld. Die laatste twintig minuten behoren tot het mooiste wat ik dit seizoen op een podium zag. Mijn schrik van de eerste minuten was als sneeuw voor de zon verdwenen. En ik wist weer, wat ik eigenlijk al weet, maar wat iedere keer, meter voor meter op een speelvloer heroverd moet worden, voor ik mezelf er gelukzalig kan door laten omarmen: zulke van god gegeven eenvoudige maar messcherpe bezorgers van een eenvoudige maar messcherpe vertelling, winnen het altijd van welk bewegend beeld dan ook.

LUMUMBA-BAH!

VAN EN DOOR: Nadine Lavern en Sam Bogaerts

LICHT EN TECHNIEK Arnoud Tersteeg

DRAMATURGIE Liet Lenshoek

VIDEOANIMATIE il Luster Produkties

PRODUCTIE [NES]-theaters, Amsterdam www.nestheaters.nl

recensie
Leestijd 6 — 9 minuten

#80

15.02.2002

14.05.2002

Loek Zonneveld

Loek Zonneveld (1948) is toneelrecensent en leraar toneelgeschiedenis. In 2013 ontving hij de ACT Award voor zijn “liefdevolle toneelrecensies” en “het delen van zijn immense kennis op het gebied van de theatergeschiedenis met acteurs”.

recensie