© Kunst/Werk

Pieter T’Jonck

Leestijd 5 — 8 minuten

White on White – Marc Vanrunxt & Kunst/Werk

‘White on white’, een solo van Marc Vanrunxt voor de Turks-Franse danseres Bahar Temiz,  toont wel vier keer na elkaar een dans die zuivere, abstracte expressie nastreeft. Maar elke poging wordt abrupt gestaakt. Alsof Vanrunxt wanhoopte om dat punt van brandende zuiverheid ooit te bereiken. Is dans daar wel toe in staat? Dat lijkt de vraag.

Bahar Temiz komt op in een zwarte hoge slip en sport-bh, met grijzige, wat afgetrapte sneakers aan de voeten. Het is een wat slordige, weinig flatterende outfit. Het lijkt haar echter onverschillig te laten, alsof ze zich van het publiek niet bewust was. Kijken we naar een repetitie? De actie die volgt kan je dat doen denken. Korte reeksen krachtig aangezette bewegingen eindigen telkens op een abrupte stop. Na elke serie neemt Temiz een andere vertrekpositie in om van voren af aan te herbeginnen. Alsof ze een reeks routines inoefende.

De inspannende houdingen hebben vaak iets weg van turnoefeningen: Temiz’ wijd gespreide benen, gespannen rug, gestrekte armen doen al eens denken aan antieke heroïsche beelden van sporters, zoals de discuswerper. Maar die koppelt ze dan zonder overgang aan balletposities of een snelle draai op de toppen van haar tenen. Zonder enige poging om gracieus over te komen. Het lijkt hier om de oefening te gaan, niet om het beeld dat ontstaat. Harde elektronische muziek, slepende tonen vol ruis, zonder melodie, en hard licht vegen zelfs de laatste notie van ‘betoverende dans’ weg.

Wat je ziet, liet Marc Vanrunxt me weten, zijn herinneringen van Temiz aan eerdere stukken die ze ooit uitvoerde. Een portret van haar geschiedenis als danser dus. Maar wel geënsceneerd op de meest kale wijze, zonder licht of kostuums die alles opfleuren. Ze toont de ‘achterkant’ van dans: niet de betovering, maar het harde werk dat er aan te pas komt. Je ziet technieken en vormen, als exercities, niet als begeesterde expressie. Hoe wordt dit Dans? En wat drukt die uit?

Net als die vragen zich opdringen, slaat de sfeer van het werk bruusk om. Temiz stapt op de microfoonstandaard links vooraan op het podium toe. Plompverloren draait ze zich om, trekt haar bh, sneakers en sokjes uit en stapt in een kledingstuk dat daar al die tijd lag te wachten. Het is een verrassend  ontwerp van Jean-Paul Lespagnard. Op het eerste gezicht een grote zak in stof, waar gaten voor armen, voeten, hoofd en hals uit weggeknipt zijn. Door een band in gefronste stof die van de hals tot onder het kruis tot weer aan de nek loopt fronst en plooit die enorme lap stof op een elegante manier. Hoewel te groot en zakkerig houdt dit omhulsel de suggestie van een lichaam  intact. Daar zal de choreografie dankbaar gebruik van maken.

Maar eerst zet Temiz de toon met een interludium. Ze neemt de microfoon en stapt langs de rand van het podium. ‘Sei still. Schliesse deine augen. Bitte denk an Nichts. Glaube mir. Alles ist gut. Alles ist gut.…’ zegt ze zacht. Ik dacht dat het om een gedicht van Rilke ging, maar het zijn de lyrics van ‘Alles ist gut’, een nummer van ‘Deutsch-Amerikanische Freundschaft’, het rebelse duo dat begin jaren 1980 harde elektropop op de kaart van de (Duitse) clubscène zette. Maar hier klinken de woorden als een wiegenliedje.

Meteen daarna neemt Temiz plaats op een zacht reflecterend vlak midden op het podium. Terwijl een nieuwe golf – nog oorverdovender – elektronische ruis-klank over het podium spoelt, begint ze traag te gesticuleren. Langzaam worden de gebaren weidser, buigt haar lijf zich naar alle kanten en kromt en strekt haar rug zich. Hoe groter de gebaren, hoe heroïscher en pathetischer ze worden. Ze verschillen niet zoveel van de heroïsche poses in het eerste deel. Maar toch is alles anders. Omdat alles zich afspeelt op een kleine vierkante ruimte neemt de concentratie met sprongen toe. Je ziet geen exercities meer, maar één lange reeks in elkaar vervloeiende poses, die nu wel met gratie en gevoel gebracht worden. Het kostuum vergroot dat alles nog uit. Zelfs de muziek is niet langer een incoherente klankenbrij. Je hoort flarden van ‘I feel Love’ van Donna Summer – een compositie van Giorgio Moroder, die andere voorloper van de Duitse elektropop, al zijn die eindeloos uitgerekt en vertraagd. Eindeloos uitstel van vervulling. Eindeloos smachten dus ook.

Daarbij komen de beelden van kunstenares Annemie Van Kerckhoven. Ze worden geprojecteerd op plastic zeilen die er tot dan toe onbestemd bij hingen. De kunstenares bewerkte (jeugd)foto’s van Temiz en foto’s van Marc tot nieuwe beelden door contrasten uit te vergroten, stukken beeld weg te halen of kleurstellingen te wijzigen. De beelden worden zo steeds abstracter, zeker als lijnen of vlakken oplossen in vierkante stippels van QR-codes. De anekdotiek van de foto’s wordt puur beeld.

De simultane evolutie van beeld en beweging en de eindeloos slepende synthesizerklanken hebben een hypnotiserend effect. Toch is het ook een weerbarstige ervaring, want je krijgt weinig sleutels in handen om aan het gebeuren een concrete zin toe te kennen. Je geeft je over – of niet. De choreografie maakt het je niet gemakkelijker als Temiz, alweer abrupt en zonder aanleiding, haar kostuum uittrekt, verdwijnt en terugkeert in een kort, donkergrijs kleedje, een lang T-shirt eigenlijk.

Ze keert terug naar het centrum van de scène, maar weer lijkt ze een heel andere persona aangenomen te hebben. Aanvankelijk trekt er nauwelijks meer dan een siddering door haar bewegingsloze lijf. Maar als rood licht het podium steeds meer vult, gaat ze schokkerig, onbeheerst dansen. Weg is echter de expressionistische glamour van tevoren. We zien iemand die bezeten raakt van de muziek – en de boodschap erin, ‘I feel love, love, love, love…’

Dat alles eindigt alweer abrupt als Temiz terug naar de microfoon stapt, het kostuum van Lespagnard aantrekt en live een aftiteling brengt: choreograaf, muziek, tekstfragment, lichttechniek, beeldmateriaal, het wordt allemaal opgesomd. Een vals einde, want meteen daarna draagt Temiz een gedicht van Sylvia Plath voor. Woorden vol melancholie. Begeestering die wegsijpelt.

Nog is het niet gedaan. Er volgt een tweede coda: een uitbundig Turks lied, waarop Temiz pal midden vooraan een laatste keer haar armen plechtig heft. Ook deze keer is niets wat het lijkt, want zoals Marc Vanrunxt me achteraf vertelde is dit een nummer van Bülent Ersoy, zowat de bekendste Turkse transseksuele zangeres. Zij zingt ‘Het is tussen mij en Allah. Hij is de enige die weet heeft van mijn verdriet’. Cruciale informatie wel, want zo kan je het hele werk plots lezen als een de vele vormen waarin Bahar Temiz kan verschijnen, zonder dat je ooit tot het wezenlijke kan doordringen.

Ergens onderweg vroeg ik me af wat het verband kon zijn tussen dit stuk en het schilderij ‘White on white’ (1918)  van de suprematistische schilder Kazemir Malevich. Hij bereikte daarin totale abstractie door een gekanteld wit vierkant op een licht in toon verschillende vierkante ondergrond te schilderen. Door de verfbehandeling lijkt het gekantelde vierkant los te komen van de ondergrond. Achteraf vertelde Vanrunxt mij dat hij de titel niet aan Malevich, maar aan een werk uit 1951 van de Amerikaanse schilder Elsworth Kelly ontleende. Ook dat is echter puur abstract: twee halve cirkels in karton gekleefd op een vierkant in hetzelfde karton. Twee werken van pure figuratie en expressie.

De vergelijking tussen die abstracte beelden en deze choreografie is  instructief. Het werk lijkt in dans en beeld een even sterke expressieve volheid na te streven als deze kunstwerken. Een totaalervaring van beweging, muziek en klank die spreekt voor zichzelf, zonder uitleg of verhaaltje. Maar tegelijk lijkt de voorstelling zichzelf daarin te saboteren: door breuken in de bewegingstaal, door de weerbarstige beelden van Van Kerckhoven, door de ruis waarin de lyrische uitbarsting van Donna Summer verdrinkt, om zelfs te eindigen met een melancholisch gedicht en muziek die ondanks zijn schijnbare vrolijke volksheid diep verdriet uitdrukt. Wil Vanrunxt dan zeggen dat dans er nooit in zal slagen zo’n absolute tekens te stellen als die kunstwerken, al dansen we ons dan de ziel uit het lijf?

recensie
Leestijd 5 — 8 minuten

#155

14.12.2018

14.03.2018

Pieter T’Jonck

Pieter T’Jonck is architect en kunstcriticus. Hij schrijft over podiumkunsten, architectuur en beeldende kunst. In 2012 cureerde hij de tentoonstelling Superbodies in Hasselt. Daarnaast leidt hij zijn eigen architectenbureau T’Jonck-Nilis.

recensie