‘We liegen’ (Vereniging van Enthousiasten) Foto De Spiegelaere

Maarten Van Steenbergen

Leestijd 4 — 7 minuten

We liegen

door Vereniging van Enthousiasten

In de tweede produktie van het eigenzinnige trio Dirk Van Dijck, Ryszard Turbiasz en Johan Dehollander, Een man alleen is in slecht gezelschap, zegt een van de spelers: “De grote ramp van de KUNST is dat men haar misprijst, dat men haar niet ORGANISCH laat kloppen zoals het hart in de borst van de mens, men zet haar bewegingen in een tijdschema zoals men dat bij treinen doet.”

In de nieuwe produktie van deze drie theatermakers vind je geen logische tijdsevolutie terug. Dat komt in de eerste plaats door het fragmentaire karakter van de voorstelling: we kijken naar het verhoor van een vrouw, een sollicitatiegesprek met een actrice, een stukje muziek en dans, een fragment Tsjechow, een vergadering van een pseudo-revolutionaire daad, enz. Er is echter niet alleen géén duidelijke tijdsverhouding tussen de fragmenten. Ook binnen de fragmenten wordt het tijdsverloop soms overhoop gehaald. In het openingsfragment zegt Van Dijck, verkleed als vrouw, wat er met hem/haar in het begin van het stuk zal gebeuren:

hij/zij zal zich neerzetten, er zullen hem/haar een paar vragen gesteld worden en men zal hem vragen een liedje te zingen. Onmiddellijk daarop echter speelt De hollander wat tonen op een piano en zingt Van Dijck/de vrouw zijn /haar liedje. Slechts daarna gaat hij/zij zitten en worden de vragen gesteld. Door mijn gebruik van mannelijke en vrouwelijke voornaamwoorden die verwijzen naar Van Dijck als acteur en Van Dijck in zijn rol als vrouw is meteen duidelijk dat we in deze voorstelling ook geen normaal personagebeeld te zien krijgen. Wanneer Van Dijck in het begin van het stuk opkomt, verkleed als een ongetrouwde, vrouwelijke professor (u vergeeft mij het cliché), was dat voor mij bijzonder grappig. Je ziet immers niet alleen een vrouw of een man verkleed als vrouw, maar je ziet Dirk Van Dijck verkleed als vrouw en die dualiteit wordt de hele voorstelling aangehouden: de acteur die een personage voor zich uitduwt en op zoek gaat naar mogelijkheden om zijn rol te begrijpen, aan te voelen en daar in dit geval duidelijk plezier in heeft. In de verschillende voorstellingen van dit trio kunnen konstanten worden teruggevonden in de manier van spelen: zo vormen De hollander en Turbiasz zeer vaak een duo tegenover Van Dijck als enkeling.

Wat is het verhaal van de voorstelling ? We krijgen te horen dat de voorstelling over een 39- jarige weduwe gaat, maar is dat zo? Er wordt gesproken over ‘onze zaak’, maar het is nooit helemaal duidelijk wat die inhoudt. Tijdens het verhoor van de vrouw zegt Turbiasz: “II n’y a rien a comprendre, tu comprends?” Die paradox vormt de kern van het werk van dit trio: je moet begrijpen dat je niets moet begrijpen. Dat niets zou wel eens kunnen slaan op de causale verbanden tussen de fragmenten of op verklaringen voor onduidelijke fenomenen, want die zijn toch gelogen. Men ontneemt de toeschouwer trouwens bewust allerlei verklaringen. Op een klein salontafeltje ligt een hoop edelstenen. De hollander legt tijdens de voorstelling zelfs tweemaal aan Van Dijck uit wat er zo speciaal is aan die stenen, maar telkens wordt zijn verklaring door muziek overstemd. We horen enkel de laatste zin die op zichzelf weinig betekent. Wie dacht een verklaring te krijgen, weet nu wel beter. Hebben verklaringen immers zin? Als Turbiasz na zijn wetenschappelijke uiteenzetting zwijgend de zaal inkijkt, lijkt het wel dat hij medelijden heeft met het theaterpubliek dat braafjes op zijn stoel blijft zitten en zijn tomaten vergeten heeft. Voor ik het vergeet, u weet toch hoe de Egyptenaren erin geslaagd zijn de pyramiden te bouwen? Wel, omdat er dagen van geringe zwaartekracht moeten bestaan hebben.

Of heb ik het toch mis? Wijst ‘onze zaak’ misschien naar de wereldoorlog die ze alledrie aan het eind van de voorstelling willen ontketenen, maar waar niemand op reageert? Neemt men misschien een actrice aan om de P.R. ervan te verzorgen en is het ruziefragment uit Tsjechow geen parodie, maar een acteeroefening in bekvechten en overtuigingskracht? In ieder geval moet er tussen de elementen van de voorstelling een organisch verband bestaan, d.i. de samenstelling ervan is ontstaan uit een gevoel, een drijfveer, een woede (“waarom wil niemand met ons ruziemaken?”) of een motief (bv. de leugen t.o.v. de ander en zichzelf). Als de voorstelling werkt slaat dat organische over op het publiek, passen alle ‘losstaande, ontwrichte’ elementen van de voorstelling – decor, fragmenten, muziek, licht, kostumes, enz. – in elkaar en gaat het publiek meedenken en meevoelen. Zo een effect bracht Marche funèbre pour chat, de eerste produktie van De Vereniging van Enthousiastenbij mij teweeg. Alle muziekfragmenten en dansjes uit die productie waren geen dansjes en muziekstukjes meer, ze waren deel van het geheel, van het verhaal, van het gevoel, van de onmacht, de verslagenheid, de decadentie: “Wie niet heeft wat hij bemint, moet beminnen wat hij heeft.” Tot eenzelfde hoog niveau kon deze voorstelling niet reiken: de vonk van het organische vatte geen vuur; alles bleef ontwricht, er bleef teveel afstand, er was te weinig concentratie en gedrevenheid in het samenspel van de acteurs, er waren te weinig chemische reacties.

Maar beste lezer, het is uiteraard goed mogelijk dat alles in deze kritiek gelogen is, vous savez, on ne fait pas fortune par écrire des critiques.

We liegen

door de Vereniging van Enthousiasten voor het Reële en het Universele;

spel: Dirk Van Dijck, Rijszand Turbiasz en Johan Dehollander;

muziek: Rijszand Turbiasz

Gezien in het Nieuwpoorttheater op dinsdag 22 oktober 1991

Je leest onze artikels gratis omdat we geloven in vrije, kwalitatieve, inclusieve kunstkritiek. Als we dat willen blijven bieden in de toekomst, hebben we ook jouw steun nodig! Steun Etcetera.

recensie
Leestijd 4 — 7 minuten

#36

15.12.1991

14.03.1992

Maarten Van Steenbergen