Amgod NORDINE BENCHORF, BRUCE CAMPBELL, MICHA DOWNEY, KOSI HIDAMA © Kosi Hidama

Rudi Laermans

Leestijd 3 — 6 minuten

Wat willen mannen nu eigenlijk?: Amgod

AMGOD

Wat willen mannen nu eigenlijk?

Schuif de gangbare categorieën -kunst en kitsch, ‘het artistieke’ en ‘het populaire’,… – terzijde door heel uiteenlopende beelden, bewegingen of geluiden met elkaar te mixen, onderling te verbinden of in elkaar te vertalen: deze imperatief beheerst hoe langer hoe meer de hedendaagse kunsten. Hij lijkt zelfs hun actualiteit uit te maken: ‘soyons postmoderne, soyons hybride’. Het is bijlange geen vrijbrief voor een joyeus of melancholisch anything goes. Juist werken of voorstellingen die zich niet langer beschut weten door een of andere vorm van eenduidigheid, moeten uit zichzelf kunnen overtuigen. Hun individualiteit of singulariteit weet zich ja dan nee door te zetten, ja dan nee te bewijzen en te affirmeren. Of we dan zo’n gelukte hybride in museum of theaterzaal nog steeds een kunstwerk kunnen of moeten noemen, doet er eigenlijk niet zoveel toe.

What do you want? van het nieuwe samenwerkingsverband Amgod is nog maar net goed en wel op gang gekomen, of de vier performers -bekend van Rosas, Needcompany en Ultima Vez – combineren op een opmerkelijke manier balletachtige bewegingen met vloerwerk dat naar de hiphoptaal verwijst. Deze dansante scène (veel unisono’s) wordt gevolgd door een naar het groteske neigende solo van Kosi Hidama. Loungemuziek op de achtergrond, losse danspasjes met de sigaret al even losjes in de mond, grappige tussenposes, overduidelijke referenties aan ingeburgerde kitschbeelden (aan ‘Hawaï’ bijvoorbeeld: zwarte zonnebril plus kleurige bloemenkrans),. .. De ‘performer als aansteller’ is een thema dat ook later in de voorstelling meermaals opduikt. Amgod, ‘I am God’ – de danser of

acteur als ‘een God in het diepst van zijn gedachten’ wanneer hij of zij publiek aandacht krijgt?

De toon is dus al snel gezet, ook al door de ritmische dance music en de videoprojectie bij het binnenkomen (de titel van de voorstelling zoeft op het scherm in grote blauwe letters voorbij) of de open podium-opstelling (de vier performers achteraan rechts aan een paar tafeltjes). What do you want? is inderdaad een typisch ‘postmoderne’ voorstelling, een heterogeen mengsel van bewegingsstijlen, van dans en theater, van humor en ernst, van karakters ook. Wat echter vooral treft, is de grote informaliteit, en dat zowel in de omgang tussen de performers onderling als tussen de dansers-acteurs en het publiek. Maar ook de losse, erg associatieve opbouw – bruuske overgangen zijn eerder regel dan uitzondering – en de charmante rafeligheid van veel bewegingen dragen bij tot die dominante indruk van ongedwongenheid.

Hoe laad je een verhaalloze voorstelling op? Hoe creëer je een spannende mix, een die altijd weer opnieuw doet uitkijken naar de volgende scène? Hoe geef je een in alle opzichten informele performance een gezicht – een eenheid die, hoe impliciet ook, maakt dat het geziene en gehoorde alsnog een focus krijgt? What do you want? zoekt het antwoord in de eerste plaats op thematisch vlak. Amgod is een mannencollectief, en over masculiniteit – en dus indirect ook over vrouwelijkheid -gaat het meermaals in deze voorstelling. De vier performers veranderen gaandeweg zelfs in vier mannelijke karakters, vier soorten mannen. Kosi Hidama blijft ook na zijn eerste solo-optreden de leutige poseur

die met het oog op publieke bijval gedurig knipoogt naar de wereld van kitsch en humor. Dat knipogen is doorzichtig, maar het werkt wel: je moet lachen om poses of houdingen die overduidelijk demonstreren dat ze het publiek (en dus ook jou) aan het lachen willen brengen. Zoiets als ‘onweerstaanbaar goedkoop’, maar dan in metaversie, doordrongen van zoveel ironie dat je er nog méér moet om lachen. Misha Downey, de andere oosterling in het gezelschap, probeert het daarentegen cool te houden. In combinatie met alweer een fikse dosis ironie resulteren zijn solo’s en tussenkomsten meer dan eens in het soort van superieur gedebiteerde flauwe humor dat nogal wat niet-Antwerpenaren met Antwerpenaren plegen te associëren. Hoogst grappig is bijvoorbeeld de live op video uitvergrote scène waarin hij de voor een keer sentimenteel stotterende Kosi – mét blonde pruik: een gevoelige man kan niet langer een échte man zijn… – gedurig afblokt met cynische oneliners.

Kosi Hidama en Misha Downey domineren enigszins de voorstelling, maar dat maakt de bijdragen van Nordine Benchorf en Bruce Campbell niet minder belangrijk. Zij zorgen niet zozeer voor tegengas als wel voor tegengewicht: ze houden het vaak naar het carnavaleske afglijdende What do you want? enigszins in balans. Nordine doet dat door een presentie die gedurig ernst, toewijding, ingetogenheid suggereert. Zijn korte verbale solo-interventie bevestigt de uitgezette lijn: hij heeft het over trouw aan jezelf… – aan iets dat in de schijnwerelden van Micha en Kosi is opgelost in een eindeloze reeks van stereotype maskerades en bordkartonnen houdingen. Ernst, maar dan van het getormenteerde soort, kenmerkt ook de tussenkomsten van Bruce Campbell. Wie bij het horen van een heftige Nick Cave-song automatisch uit de bol gaat, moet immers wel een ziel voor littekens hebben, zeker als je even tevoren hardop mediteerde over de vraag hoe je gisteravond ondanks

etcetera 78 ••• 6l

Je leest onze artikels gratis omdat we geloven in vrije, kwalitatieve, inclusieve kunstkritiek. Als we dat willen blijven bieden in de toekomst, hebben we ook jouw steun nodig! Steun Etcetera.

artikel
Leestijd 3 — 6 minuten

#78

15.10.2001

14.01.2002

Rudi Laermans

Rudi Laermans is gewoon hoogleraar sociale theorie aan de KU Leuven en is tevens actief als essayist.