Dick Van der Harst / Michiel Hendryckx

Hildegard De Vuyst

Leestijd 6 — 9 minuten

“Wat vroeger was is nu voorbij”

Het Gentse Muziek Lod is, behalve organisator van het Vertelfestival, ook een artiestenwerkplaats waar zoiets als ‘vertelmuziektheater’ wordt gemaakt. Bezieler is Hans Bruneel, huiscomponist is Dick Van der Harst. Het Muziek Lod bestaat vijf jaar. Hildegard De Vuyst tekent een portret.

‘Het muziek’ zeggen ze in Vlaanderen als ze de fanfare bedoelen. ‘Lod’ verwijst naar het vroegere lunchtheater dat in de Gentse brasserie De Grote Avond georganiseerd werd onder de noemer Lunch Op Donderdag. Het muziek Lod bestaat 5 jaar, een telling die voor bezieler Hans Bruneel niet begint bij het lunchtheater, wel bij de eerste eigen muziektheaterproduktie, Zonderling, met Dick Van der Harst en Nanette Currie. Sindsdien heeft Lod zich bijna ongemerkt een specifieke plaats verworven met een eigensoortig muziektheater.

Lod is eigenlijk een conglomeraat van artiesten, die niet vast verbonden zijn aan het ‘gezelschap’ maar gaan en keren. Uitzondering daarop vormt de Gentse Haarlemmer Dick Van der Harst, bandoneonspeler (maar ook virtuoos op gitaar, doedelzak, marimba en slagwerk allerhande), arrangeur of componist van alle produkties totnogtoe. Hij bouwde een huisorkest uit met Tcha Limberger (klarinet, zang, draaiorgel), Reinier Voet (gitaar), Karin Defrance (harmonium), Lysander le Coultre (cello), Michiel Wéidner (cymballon en cello), Luk Callens (hobo), Françoise van Hecke (zang en harmonium). De samenstelling van dit orkest typeert in grote mate de stijl van Van der Harst: een ongewone combinatie van instrumenten en klankkleuren, van natuurzang en geschoolde zang, van jazz, klassiek, flamenco. Rond deze muzikale kern cirkelen o.a. Philip Vandenberghe en Elvis Peeters (auteurs), Guy Cassiers, Alain Platel en Goeie Derick (regisseurs), Jan Vromman (auteur-regisseur en videomaker), Dirk De Hooghe (vormgeving en spel), Adrienne Altenhaus (film en spel).

Hoe wisselend de constellaties ook, telkens dragen de produkties een duidelijke stempel, die Lod typeert.

Feestival

Behalve als produktiehuis voor muziektheater is Lod gekend om zijn jaarlijks Vertelfestival (sinds 89), waarin de orale traditie centraal staat. Altijd kleinschalig en feestelijk, met veel verrassend lokatiewerk en veel ‘typisch Gents’ – er mocht al eens gelachen worden. Het festival is sinds de beginjaren sterk geëvolueerd; de cross-over tussen taal en muziek werd gaandeweg op alle mogelijke manieren onderzocht. Ook groeide het steeds dichter naar de produktiewerking toe, tot een soort speeltuin waarin Lod nieuwe samenwerkingsverbanden uitprobeert, kleine opdrachten geeft, confrontaties tussen artiesten stimuleert, experimenteert met het vertellen in zijn breedste betekenis. Enigszins abstractie makend, zou men kunnen stellen dat de verhaallijn van het festival en de muziek(theater)lijn van de produkties uiteindelijk samengevallen zijn in de laatste produktie, De vuurvogel (93), waarvoor recensent Wim Van Gansbeke adequaat de term ‘vertelmuziektheater’ samenstelde. Als uiterste consequentie werd vorig jaar een punt gezet achter het Vertelfestival. Hans Bruneel vindt dat hij artiesten niet nog meer materiaal kan laten ontginnen als vooralsnog de middelen ontbreken om daar binnen een redelijke termijn ook een vervolg aan te geven. Bovendien stelt Bruneel dat de maatschappelijke omstandigheden verplichten tot een grimmiger festival, niet tot een ‘feest’ival. “We kunnen en willen niet langer langs de kant blijven staan. We willen ons ook niet langer opsluiten in het stellen van vragen.” (1) Deze intentieverklaring duikt ook op in verband met het produktie werk.

Boem pataat

De jongerenproduktie Allons les gars is de tweede etappe in de samenwerking Alain Platel-Dick Van der Harst. Voor La nuit est une socière had Platel een relativerende opstelling gemaakt; vier grote Oosterse tapijten, muzikanten op goudgelakte stoeltjes achter een ballet barre; in Allons les gars brengt hij aan het einde van de muziekrepetities, naast de vormgeving van slobberende fanfarekostuums, emmers en kiezel, het skelet van een boom en zijn schaduw van zand, een rudimentair verhaal binnen. Boem pataat. “Het is de boom; hij is gevallen”. Met vereende krachten zetten ze hem weer recht, deze vreemdsoortige fanfare (twee rockgitaren, drie Turkse spelers op saz en ud, een vazentrom, een blokfluit..), zoals ze zich met vereende krachten doorheen de partituur spelen die Van der Harst met opzet net boven hun petje componeerde. Die spanning en inspanning, de concentratie of het gebrek eraan; je kan er als toeschouwer weinig achter zoeken, of veel, tot en met het grote utopische verlangen naar wereldharmonie.

De Pijl, Remorqueur à vapeur gaat nog een stap verder op deze weg. Weer slaagt Van der Harst erin een contrastrijke en daardoor ‘dramatische’ partituur te componeren, die weliswaar rekening houdt met de beperkingen van de uitvoerders maar hen daar tegelijkertijd ver boven laat uitstijgen; complexe structuren met eenvoudig basismateriaal. “Wat ik op voorhand uitwerk, is natuurlijk bepaald door de mensen die het moeten gaan doen. In dit geval zijn dat geen echte muzikanten… Maar de uitdaging ligt net in deze combinatie. Het opzet is dat dingen muzikaal gedaan kunnen worden. Het trommelen is een voorbeeld van iets wat technisch nog niet zuiver zit maar wel werkt. En de draaiorgels zijn machines waarmee mensen die niet technisch geschoold zijn, toch kunnen spelen. Dat is het muzikale voordeel van de voorprogrammering van de draaiboeken” (2)

Door vormgeving en minimale handeling ontwikkelt Platel een dramatische lijn. “Essentieel in de produkties die ik tot nog toe met Dick gemaakt heb, is dat zijn muziek zeer aanwezig is; het is geen achtergrondmuziek. En de instrumenten stop je al evenmin weg. Dat brengt een duidelijk beperking mee. Ik probeer mij daar tegenover te stellen door op mijn beurt hindernissen in te bouwen. Een theatrale vormgeving waar men evenmin om heen kan. In Allons les gars waren dat de boom en de kostuums; nu zijn dat de vensters en de vloertjes. Ik breng een obstakel binnen. Voor mij is dat de enige manier om een theatraal effect te bereiken, zonder een toneeltje te moeten opvoeren… Met de vensters orden ik de voorstelling op een heel simpele manier. Gesloten, open en weer gesloten. Daardoor ontstaat betekenis. Heel direct. Dingen zien en horen achter gesloten ramen. De combinatie met de blinde Tcha (Limberger). Ik flirt eerder met betekenissen dan dat ik ze probeer op te dringen…” (2)

Vergelijk

In eerder genoemde produkties ligt steeds de muziek voor (in min of meerder mate af). Bovendien ontspruiten “de dingen die via de regie onstonden, bijna als vanzelf vanuit een voor mij muzikale logica…” zegt Van der Harst (3). Bij Portretten, een muzikale vertelling ligt dat anders; daar is het uitgangspunt een nieuwe tekst van Philip Vandenberghe, als libretto. De worsteling van Van der Harst met dit materiaal is de basis voor zijn composities. De fragmentarische tekst, herinneringen en wijsheden van een oude vrouw, krijgt een pendant in de vormgeving: op verschillende schermen (fotokaders) verschijnen flarden van portretten, teksten, landschappen, een beetje flou, vervormd. Bariton Guido Naessens manipuleert in een regie van Guy Cassiers zowel de tekst (reciterend of zingend) als de diaprojectoren. Het is de meest ‘klassieke’ produktie van Lod omwille van het gevonden vergelijk tussen tekst, vorm en muziek.

Alhoewel minder evenwichtig, is De vuurvogel in een regie van Goeie Derick ook spannender. Er wringt meer tussen het materiaal: verschillende soorten tekst (een kringloop verhaal van Bruno Mistiaen en de Metamorfosen van Ovidius) in combinatie met de mythologie van de. feniks die uit zijn eigen as verrijst. En er wordt meer gewrikt aan de taakverdeling tussen verteller (André Simon) en muzikanten; verschillende soorten spel zijn het gevolg en veel wisseling van functies. Want dat is toch de sterkte (en meteen ook de zwakte) van veel Lodprodukties: hoe het menselijk materiaal aangewend wordt op de scène; niet zozeer in de zin van: de persoonlijkheid van de performer die zich meet met het materiaal. Anders: de kwetsbaarheid van mensen die even uit hun vaste ‘rol’ gehaald worden, de naaktheid daarvan. Het siert Lod dat het uit de buurt blijft van misbruik. Bovendien wordt De vuurvogel hierin als een grenspunt aangevoeld; de mogelijkheden om dat menselijk materiaal ‘anders’ te gebruiken zijn eenmalig, niet oneindig.

Voorbij

Portretten en De vuurvogel hebben gemeenschappelijk dat ze de typische sfeer van Lod-produkties, die weemoed, dat verlangen, ook thematiseren; ze geven namen aan de. emotionele (muzikale) onderstroom van het werk. : “Alles verglijdt” klinkt als een echo van “Het zal wel slijten”. De ongrijpbare poëzie is die van de vergankelijkheid.

Het gevaar is dat de wereld van Lod op zichzelf terugplooit, dat het eerder een vluchtheuvel is waar men over de schouders kijkt dan een venster op de wereld. Uit intentieverklaringen blijkt dat men zich daarvan bewust is en daar doorheen wil breken. “We hebben een manier van kijken getoond, nu moeten we zeggen wat we zien”, aldus nog Bruneel (4). In de toekomst wil hij naast Van der Harst met andere componisten werken, onder wie Koen Severens, wil hij de confrontatie met ‘geschoolde’ acteurs en dansers aangaan en intenser gebruik maken van tekst(en) als basismateriaal. Wat vroeger was is nu voorbij heet toepasselijk de CD die naar aanleiding van vijf jaar uitgebracht is (5).

Spelen met de muzikaliteit van de taal en theatralisering van muziek, zo zou het parcours kunnen samengevat worden. Het muziek Lod valt ermee tussen alle stoelen; en loopt zich ook wel eens builen. Getuigen daarvan uitspraken als “Het is altijd een moeilijke kwestie om muzikanten als acteurs in het spel te betrekken” (3) of “Het blijft een moeilijk bedrijf. Soms denk ik dat live muziek en theater of dans moeilijk te verzoenen zijn… Maar het blijft altijd een beetje strijd. Strijd om wat op het eerste plan staat.” Dat is inherent als men geijkte genre-afbakeningen verlaat en speelt op braakliggend terrein, dat van een hedendaagse muziekdramaturgie.

(1) uit een intern evaluatiedocument

(2) uit een eigen interview met Dick Van der Harst en Alain Platel n.a.v. “De Pijl” (november 92)

(3) uit een gesprek van Eddie Vaes met Dick Van der Harst (mei 94)

(4) uit een eigen interview met Hans Bruneel (augustus 94)

(5) Dick Van der Harst, “Wat vroeger was is nu voorbij”, HML 9202, te verkrijgen bij Het muziek Lod, Oudburg 40, 9000 Gent, tel. 32 (0)9 225 00 55.

artikel
Leestijd 6 — 9 minuten

#46

15.10.1994

14.01.1995

Hildegard De Vuyst

Hildegard De Vuyst was tot 2016 dramaturg bij KVS, en werkt mee bij Les Ballets C de la B.

artikel