© Maria Lucia Cruz Correia

Steff Nellis

Leestijd 6 — 9 minuten

Voice Of Nature: The Trial – Maria Lucia Cruz Correia

Een tragedie in acht bedrijven

“What do we want? Climate justice! When do we want it? Now!” Het is een van de vele populaire slogans tijdens de huidige klimaatmarsen. Maar hoe bereik je werkelijk een vorm van klimaatrechtvaardigheid? Maria Lucia Cruz Correia zoekt naar antwoorden in de rechtszaakperformance Voice of Nature: The Trial.

Het internationale Same Same but Different-festival in Gent heeft dit jaar aandacht voor universele vraagstukken rond (de)kolonisatie, identiteit en geopolitieke economie. In het populaire The Congo Tribunal komen de verschillende thema’s samen. Succesregisseur Milo Rau onderzoekt met zijn film- en theaterproductie de oorzaken en achtergronden van de aanslepende Congolese burgeroorlog. Dat theater- en performancekunstenaars steeds vaker terug lijken te grijpen naar het gerechtelijk medium is al langer een tendens (denk aan Rechtszaak tegen de Dood van Eva Knibbe en Bart van de Woestijne, Trials of Money van Christophe Meierhans en Europe on Trial van Lara Staal). Het is echter opvallend dat er op hetzelfde festival ook een tweede theatrale rechtszaak op het programma staat die, hoewel op het eerste gezicht totaal verschillend, veel gemeen heeft met Raus tribunaal.  In Voice of Nature: The Trial zoekt de Portugees-Belgische kunstenares Maria Lucia Cruz Correia uit hoe wetgeving en justitie het ecosysteem kunnen dienen. Net als Rau, die het format eerder verkende in The Last Days of the Ceausescus, The Zürich Trials en The Moscow Trials, is zij met deze rechtszaakperformance niet aan haar proefstuk toe. Reeds in The Age of Post-Anthropocene bracht Correia de klimaatzaak onder de aandacht. Door onderzoek, juristiek en activisme bij elkaar te brengen in een artistiek voorstel hoopt ze samen met het publiek alternatieve vormen van rechtspraak uit te proberen en de connectie tussen mens en natuur te herwinnen.

Voice of Nature: The Trial vindt voor de gelegenheid plaats in het Oud Gerechtsgebouw van Gent. Bij het betreden van de rechtszaal wordt de toeschouwer meteen op de ernst van het proces gewezen: een belsignaal roept het hof formeel bijeen, controleurs checken je tas en de namen van alle aanwezigen worden genoteerd. Doordat je de zaal wordt binnengeleid via een zijingang en daarbij langs enkele cellen wandelt, treedt een vorm van vervreemding op: ben je als toeschouwer louter aanwezig als publiek, dan wel als beklaagde, getuige, jurylid, rechter of advocaat? Correia zoekt deze spanning doelbewust op. “Who is the murderer?”, vraagt performer Caroline Daish terwijl ze de aanklacht rustig reciteert. De rechtszaak kan beginnen.

Hoewel Voice of Nature: The Trial de conventies van de reële jurisdictie lijkt te volgen en beroep doet op juristen Hendrik Schoukens en Juan Auz, is het allerminst een doorsnee proces. Naast westerse rechtsregels worden ook rituelen en vooral elementen uit ‘restorative justice’ ingezet. Dat herstelrecht wordt vooral toegepast bij processen na een genocide, zoals bij de Zuid-Afrikaanse Waarheids- en Verzoeningscommissie in nasleep van het apartheidsregime. Hier wordt de link met The Congo Tribunal duidelijk: net als Rau probeert Correia de westerse blik te dekoloniseren via een theatrale rechtbank. Zij veroordeelt echter geen specifieke genocide, maar wil ecocide als misdrijf laten berechten. Ze trok ter voorbereiding naar Ecuador, het enige land waar Natuurrecht is opgenomen in de grondwet, en ontmoette er de Surayaka, een inheemse gemeenschap die de milieumisdaden van enkele oliegiganten reeds voor de rechter daagde. Ter plaatse ervoer Correia de impact die het vervuilen van rivieren en regenwoud met zich meebrengt aan den lijve.

Om de tragedie van dergelijke ecocides door de rechtbank te laten erkennen en de natuur te vertegenwoordigen, stelt Correia voor om klimaatrechtvaardigheid te behandelen aan de hand van zeven ‘attempts to represent nature’, zeven ‘bedrijven’ die schipperen tussen verschillende vormen van kennisoverdracht. Dat de rechtszaak niet mag worden opgevat als een zoektocht naar algehele consensus omtrent de klimaatzaak maar eerder als een oefening en gedachte-experiment, valt van meet af aan op. De setting is in transitie: in plaats van een afgetekend aantal rijen, gericht naar de beklaagdebank en het hof, vormen de zitplaatsen een grote cirkel waarin de toeschouwers ongemakkelijk dicht bij elkaar zitten. Daish stelt zichzelf voor als ‘host’ van de avond en verwelkomt alle aanwezigen door hun namen op te noemen en iedereen uit te nodigen om samen het rechtssysteem te herdenken. Wat bij het betreden van de zaal nog ambigue bleef, wordt nu duidelijk: de klassieke rollen van de rechtszaal worden herverdeeld zodat iedereen tegelijk rechter, beklaagde, jurylid of woordvoerder van de natuur is. De diverse groep van theaterbezoekers wordt hierdoor verenigd tot een ‘community’ die samen naar oplossingen zoekt zonder één duidelijke schuldige aan te wijzen.

“De klassieke rollen van de rechtszaal worden herverdeeld zodat iedereen tegelijk rechter, beklaagde, jurylid of woordvoerder van de natuur is. De diverse groep van theaterbezoekers wordt hierdoor verenigd tot een ‘community’ die samen naar oplossingen zoekt zonder één duidelijke schuldige aan te wijzen.”

Na het eerste luik waarin experts het begrip ecocide toelichten aan de hand van een eerder klassieke lezing, gaat het publiek steeds zelfstandiger te werk. Middenin de zaal wordt een wereldkaart uitgerold waarrond het verdere verloop van de performance plaatsvindt. Deze wereldkaart kan symbool staan voor de collectieve betrokkenheid bij het probleem. De performance is namelijk vooral gericht op het vergaren van informatie, kennis en inzicht: iedereen is tegelijk slachtoffer en dader, natuur en cultuur. De connectie tussen mens en natuur wordt doorheen de zeven bedrijven blootgelegd aan de hand van verschillende rituelen met een sterke publieksparticipatie die de abstracte problematiek van de klimaatcrisis erg tastbaar maken. Er worden documentaire getuigenissen getoond van de Surayakagemeenschap die slachtoffer is van de vervuiling door oliebedrijven  als gevolg van bodemonderzoek in het Amazonewoud; de toeschouwers worden uitgenodigd om zelf te reflecteren over hun dagelijkse gebruik van olie door dit neer te schrijven; men krijgt de kans om de wereldkaart te ‘her-aarden’ door zand te strooien over de gebieden waar oliegiganten massale vervuiling veroorzaken; en er zijn allerhande oefeningen die gericht zijn op het creëren van een hernieuwd contact met de natuur, waaronder collectief ‘geblaas’ om de wind na te bootsen. Ook  de ruimte, die aan de hand van licht- en geluidseffecten getransformeerd wordt in een rustgevende onderwaterwereld, evoceert indrukwekkend de aanwezigheid van de natuur in het gerechtsgebouw.

Bovendien wordt het publiek direct in contact gebracht met de vervuilende olie en haar desastreuze gevolgen. Elke toeschouwer krijgt het kleverige goedje in zijn handen om vervolgens te zien hoe het kruiden, planten, dode vissen en zelfs een octopus – die het publiek aan elkaar mag doorgeven – beschadigt. Correia slaagt erin om via deze lugubere, viscerale belichaming van de natuur de abstracte ecocide, die zo veraf leek, in de concrete rechtszaal binnen te brengen. De voorstelling krijgt een emotionele lading doordat de ruimte herdacht wordt tot een dynamisch lichaam waarin de natuur en de toeschouwer rechtstreeks met elkaar geconfronteerd worden. De interactieve omgang met het publiek is gericht op collectief denken, gedeelde verantwoordelijkheid en het herbestemmen van justitie. De toeschouwer wordt niet alleen in gedachten aangesproken, maar verlaat ook effectief zijn zitplaats. De gidsende rol van performer Caroline Daish is hierbij van een niet te onderschatten belang. Zij zorgt ervoor dat de toeschouwer zich in alle vrijheid kan bewegen, zowel doorheen de ruimte als in gedachten, maar ze ziet er tegelijk op toe dat niets vrijblijvend is. Dit wordt het meest treffend geïllustreerd in het zevende ‘attempt to represent nature’, wanneer het publiek wordt uitgenodigd om mee te schrijven aan een ‘restorative contract’. Tijdens het schrijven, beginnen de toeschouwer-participanten, onder aanmoediging van Daish, geleidelijk aan met elkaar te spreken. Om af te sluiten, richt ze zich een laatste keer tot het publiek: ze bedankt hen en nodigt hen uit om het gesprek verder te zetten met een tas thee of een stevige borrel. De tragedie van de ecocide loopt uit in een achtste poging, een laatste bedrijf dat het stuk overstijgt. Het publiek wordt niet gezuiverd van haar zonden zoals in de klassieke tragedies: toeschouwers ervaren geen catharsis maar worden in de nasleep van het proces aangespoord tot kritische reflectie en verdere dialoog. Het ‘achtste bedrijf’ slaat op die manier een brug naar de buitenwereld. Wanneer de toeschouwer de rechtszaal verlaat en het gedachte-experiment voorbij is, begint zijn taak pas echt.

“De voorstelling krijgt een emotionele lading doordat de ruimte herdacht wordt tot een dynamisch lichaam waarin de natuur en de toeschouwer rechtstreeks met elkaar geconfronteerd worden.”

Deze rechtszaakperformance heeft iets weg van een onderzoekend leerstuk. Hoewel de initiële vraagstelling “Who is the murderer?” anders insinueert, wijst de voorstelling echter nooit dogmatisch met het vingertje à la Brecht. Via een vorm van belichaamde kennis ervaart de toeschouwer de tragedie van een ecocide op een afwisselend indirecte en directe manier. Als het doel van de voorstelling is om het publiek op enkele uren tijd hetzelfde transformatief proces te laten ervaren als Correia zelf, die zich al jarenlang bezighoudt met het bestuderen van het Antropoceen en zich voor deze voorstelling een week buiten de beschaving terugtrok in het Amazonewoud, dan slaagt ze daarin met glans.

Voice of Nature: The Trial kan je begrijpen  als een pre-enactment die de klimaatzaak proactief onder de loep neemt, in tegenstelling tot het reguliere rechtssysteem dat reactief tewerk gaat. Zoals de kunstenares het contact met de natuur op persoonlijk vlak herwonnen heeft tijdens haar voorbereidend onderzoek in het Amazonewoud, verlegt haar futuristische tribunaal de aandacht van het egocentrische naar het ecocentrische zodat naast de mens ook de natuur een stem krijgt. Correia’s rechtszaak-performance blijft kleven, net als de olie die bij het verlaten van het gerechtsgebouw nog aan mijn handen plakt. Toch stap ik terug in de auto en stop ik op de weg naar huis bij het tankstation langs de snelweg. Opnieuw rijst de vraag: “Who is the murderer?”

recensie
Leestijd 6 — 9 minuten

#155

14.12.2018

14.03.2018

Steff Nellis

recensie