© Lindah Leah Nyirenda

Leestijd 7 — 10 minuten

Vogelhuisjes in Gaza

Mijmeringen over een eeuwige lockdown en hardnekkige schoonheid

Wat hebben de Covid-19 pandemie, een twintig jaar oude kus aan de voet van een kerk, de roeping van het theater en vogelhuisjes in Gaza met elkaar te maken? Lindah Leah Nyirenda weeft deze uiteenlopende onderwerpen aaneen tot een ontroerend, contemplatief essay.

Mijn muren zijn tenminste zelfgekozen. Het zijn niet de muren van een labyrint waar een vleesgeworden nachtmerrie dromen aan stukken scheurt. Waar hoop enkel nog te vinden is in een blik op het gesternte dat zich als een glinsterend deken over de grootste openluchtgevangenis ter wereld werpt. De parameters van mijn bestaan kleuren mee met de seizoenen. Hoewel dagen overlopen in weken en de weken wegglippen in onzekerheid, heb ik nog enig besef van tijd.

Nochtans stond de wereld anderhalf jaar even stil. In ons kort verblijf als gasten op deze aardbol heeft de moderne mens veel schade aangericht, maar kreeg hij zelf ook klappen te verduren.

Onze plaats aan de top van de voedselketen hebben we met bedrog veroverd. Een apexroofdier met een AK-47. Wat een evolutionair affront. We tarten al een tijdje openlijk het lot, en dergelijke hybris kunnen schikgodinnen nooit door de vingers zien. Als we Griekse tragedies beter hadden bestudeerd, waren we nu misschien wat wijzer geweest. Van Afrikaanse griots tot Japanse kabuki, van Sophocles tot middeleeuwse rondtrekkende minstrelen en acteurs: theater maakt al enkele millennia deel uit van het dagelijks leven. Muziek en theater dienden niet alleen als ontspanning en achtergrondmuziek, maar ook om geschiedenis door te geven en morele lessen te verspreiden.

Oedipus heeft Thebe door een pestepidemie moeten laveren, ook al was hijzelf de oorsprong van deze tegenslag. Net als Daedalos zitten wij opgesloten in een doolhof van eigen ontwerp.

Als elke gevangene in de ontkenningsfase had ik nood aan een nieuw rekenstelsel, want uren, minuten en seconden konden hun taak niet meer vervullen. Tijd was ineens ook weer ruimte. Ruimte om na te denken, ruimte om te zien en ruimte om dieper te gaan dan de oppervlakte. De tweede lockdown viel voor mij samen met een carrièreswitch. In repetitiemodus voor de NTGent-productie Killjoy Quiz, stond ik terug op het punt waar ik twintig jaar geleden besefte dat mijn geluk te vinden was in de kunsten.

“Tijd was ineens ook weer ruimte. Ruimte om na te denken, ruimte om te zien en ruimte om dieper te gaan dan de oppervlakte.”

Happy objects

In het voorlaatste jaar humaniora speelde ik mee in een Franstalig toneelstuk. Een schooljaar lang hadden we wekelijks repetities met een dramaleerkracht die ons klaarstoomde voor de voorstelling. Na onze voorstelling trakteerde onze leerkracht Frans – tevens mentor van dit project – ons op een drankje aan het Sint-Baafsplein. Ze behandelde ons als volwassenen. Twee jaar daarvoor was ze mij voorbijgefietst toen ik aan de kerk stond te kussen met mijn eerste vriendinnetje en ze had gewoon ‘hallo’ gezegd. Nooit heeft ze mij daarna anders bekeken of behandeld.

Ik herinner me hoe we daar zaten op het Sint-Baafsplein, met rondom ons de torens van Gent. Vanuit onze nietige rieten stoeltjes leek het alsof ze omringd waren door een oranje gloed van belofte. Hoe langer ik staarde, hoe verder de torens naar de brandende hemel groeiden. Het was een donderdagavond. De dag erop was gevuld met workshops en voorstellingen, terwijl onze schoolgenoten doodgewoon naar de les moesten. Die verbondenheid met andere mensen die ook hun kans grepen om af te wijken van het begane pad was bezwerend, alsof we ineens een geheim deelden. Die vervoering zou ik tien jaar lang missen. Pas op mijn 28ste heb ik die sensatie teruggevonden, toen ik als slamdichter begon op te treden.

Wat voor mij het synoniem leek van ultiem geluk en het summum van verwezenlijking was geen ‘happy object’, zoals Sara Ahmed het zou verwoorden. Happy objects zijn streefdoelen, mijlpalen of verwezenlijkingen in een menselijk leven die ons stabiliteit en bijgevolg ‘geluk’ zouden moeten schenken. Een heteronormatieve relatie, een vaste job, een auto, een hypotheek, een uiterlijk dat dicht aanleunt bij het schoonheidsideaal…

Zelfs nu, wanneer ik mensen uitnodig om te komen kijken naar een poëzieavond waar ik aan meewerk of het toneelstuk waar ik nu in meespeel, krijg ik vaak te horen: ‘Wat fijn dat je je job kan combineren met je hobby’s en je gezinsleven!’ Dan weet je dat het vrijwel zinloos is om uit te leggen hoe schrijven, voordragen of musiceren een roeping kan zijn.

Dat je met wat geluk en de juiste connecties, je talenten kunt te gelde maken in een kapitalistische maatschappij – zolang je een publiek (lees: afzetmarkt) kunt genereren en je over een unique selling point beschikt. Wat ik vooral duidelijk zou willen maken, is dat kunst niet losstaat van het dagelijks leven. Het hoort volwaardig en op eigen termen deel uit te maken van het tapijt dat ons met elkaar verbindt.

“Weten anderen nog dat je van hen houdt wanneer je hen niet lichtjes kan verstikken in een omarming? De herinnering aan de indruk die een mensenlichaam kan achterlaten op ons realiteitsbesef. Ik voel, dus ik leef.”

Het monster in iedereen

Wat heeft anderhalf jaar zonder concerten, cinema, theater of poëzievoordrachten met ons gedaan? Anderhalf jaar zonder muziekonderwijs, drama-ateliers en lessen beeldende kunst voor onze kinderen? Er waren natuurlijk wel (vaak flauwe) virtuele alternatieven die eerder frustratie dan verwondering opleverden. Naast problemen met internetverbindingen waren nieuwe uurroosters soms niet haalbaar. Dit zijn maar enkele redenen waarom velen uit de boot vielen, en dat is jammer. Naast zelfexpressie betekent kunst namelijk ook het samenbrengen van mensen. Het herinnert ons eraan hoezeer wij sociale wezens zijn die altijd zullen proberen om hun omgeving en de wereld binnen hun eigen hoofd te begrijpen. Soms willen we de chaos organiseren, soms willen we haar even ontsnappen om onszelf daarna in haar open armen te storten.

Het is tegelijkertijd mooi én wreed hoe we in onze geest nu meer ruimte hebben gekregen – gemaakt – voor het leed van anderen. 2021 wordt misschien wel het jaar waarin de mainstreammedia eindelijk een eerlijk discours hanteren rond de Palestijnse kwestie. Niet als een conflict of een oorlog met tegenstanders die aan elkaar gewaagd zijn, maar als een vicieuze cirkel van menselijke gruwel aan alle kanten, die begonnen is met gedwongen uithuiszettingen en leidde tot het ontstaan van de grootste openluchtgevangenis ter wereld. Maar zelfs hier is plaats voor schoonheid. Dit is de plek waar kunst levensnood is. Palestijnse modeontwerpers kunnen tijdens de Fashion Week misschien niet hun eigen collectie over de runway zien paraderen, maar ze maken die wel en regelen via allerlei manieren stoffen, garen, naaipersoneel en modellen.

Er is geen gebrek aan uitingen van solidariteit. Handen van over de hele wereld reiken uit naar onze buren in de cul-de-sac van de Middellandse Zee. Theatermakers, kunstenaars, tv-makers en schrijvers vanuit alle hoeken komen tijdens de bezoekuren-onder-supervisie de inwoners van de Gazastrook en de Westelijke Jordaanoever ondersteunen.

Denk ook maar aan de historische banden tussen Palestina en zwarte vrijheidsstrijders zoals George Jackson en Angela Davis. Of aan theaterinitiatieven zoals de Vlaamse voorstelling Drop by drop. In de zomer van 2019 maakten acht jongeren uit de atelierwerkingen van KOPERGIETERY, Victoria Deluxe en Jong Gewei een werkreis naar Palestina. Ze trokken tien dagen rond in de Westelijke Jordaanoever en bezochten Tel Aviv. Twee jongeren konden niet mee omdat ze geen visum kregen om het Israëlisch grondgebied te betreden; zij volgden de reis noodgedwongen mee vanuit Gent. Het hele werkproces van de voorstelling werd vastgelegd in de gelijknamige documentaire Drop by drop.

Ook zonder de buitenwereld bestaat er een lange traditie van theater in Palestina. In 1989 werd het Palestijns Nationaal Theater opgericht in de Amerikaanse kolonie van Jeruzalem, door theaterhuis al-Hakatawi. Sindsdien bloeit Palestijns theater in Gaza en de Westelijke Jordaanoever, in vluchtelingenkampen zoals dat van Jenin, met zijn Freedom Theatre. Theater is hier niet alleen een creatieve uitlaatklep, maar een vorm van therapie. Een kans om de dagelijkse strijd even achter zich te laten.

Gevleugelde vrienden

In Gaza en de Westelijke Jordaanoever heb je tevens ambachtelijke kunstenaars die humor gebruiken om de harde realiteit te overstijgen. De non-profit organisatie Disarming Design from Palestine gebruikt beeldspraak en visuele spel zowel om tegelijkertijd hun producten te doen opvallen (unique selling point) als om letterlijk en figuurlijk onze geesten te ontwapenen. Hun producten getuigen van een nood aan erkenning en een drang naar een permanent staakt-het-vuren. Tragikomische items, zoals een stressbal gemaakt van een steen omringd door wol, wijzen op een flinke dosis zelfrelativering en oplossingsgericht denken. Een ‘checkpoint-borstel’ om stof en traumatische ervaringen van je af te borstelen. Een schaakspel met uitkijktorens en watertanks als pionnen, dat voor de rest onmogelijk is om mee te spelen.

Mijn topfavoriet uit alle stukken heb ik al in mijn sparren hangen. Een authentiek Gaza Birdhouse gemaakt van riet. Deze vogelhuisjes van Disarming Design worden gevlochten door mensen met een handicap.

“Vogelhuisjes in Gaza zijn het bewijs dat je lichamen kunt opsluiten, maar dat een geest zo ongrijpbaar is als een bol wol die momentum heeft opgepikt.”

Wanneer gebouwen en parken worden gebombardeerd, blijven bomen en struiken niet gespaard. Ondanks het gebrek aan flora in Gaza, is de avifauna er heel divers. Palestijnen hebben een speciale band met vogels. Net zoals Daedalos en Ikaros opkeken naar de acrobaten van de lucht die zo sierlijk de zwaartekracht tarten, hebben Palestijnen respect en liefde voor deze wezens – hoewel ze overal ter wereld zouden kunnen wonen, kiezen ze ervoor om in oorlogsgebied te vertoeven. Palestijnen tonen hun waardering voor hun gevleugelde vrienden door overal waar ze kunnen vogelhuisjes te hangen. Deze rieten ‘bollen’ proberen de bescherming van verloren bomen te compenseren. Palestijnen sparen zelfs kruimels en zaadjes om in de huisjes te leggen. Ook hier, in dit tumultueuze land, zijn mensen bekommerd om wezens die kwetsbaarder zijn dan zij.

En dan moeten we nog bedenken dat corona ook hier woedt. Niemand blijft gespaard. Hier, waar mensen nog het meest nood hebben aan menselijke aanraking, aan erkenning van hun bestaan. Een onwezenlijk gevoel van overbodige luxe overvalt me wanneer ik kijk naar mijn handen, mijn armen, mijn romp.

De berg naar Mozes

Weten anderen nog dat je van hen houdt wanneer je hen niet lichtjes kan verstikken in een omarming? De herinnering aan de indruk die een mensenlichaam kan achterlaten op ons realiteitsbesef. Ik voel, dus ik leef. Dat tactiele aspect van onze interacties was pijnlijk aanwezig.

Het voorbije anderhalve jaar kan vergeleken worden met een grote resetknop die iedereen dwong om even stil te staan. Heel even waren we een in eenzaamheid. In die drang naar connectie met andere individuen werden we creatief in werk en spel. We zagen nieuwe manieren die ontwikkeld werden om kunst te beleven. Hernieuwde samenwerkingsverbanden maakten de geboorte van nieuwe platformen mogelijk, zoals Podium 19. Dat tijdelijke cultuurkanaal bood in 2021 vier maanden lang muziek, theater, concerten en stand-upcomedyvoorstellingen aan via digitale televisie. Wat mij betreft hoeft dit concept niet opgedoekt te worden, want er zijn veel mensen die zich in de week niet kunnen vrijmaken voor voorstellingen, of die moeite hebben om de fysieke verplaatsing te maken naar een cultuurhuis.

Sommige cultuurhuizen brachten de berg zelfs naar Mozes, zoals jeugd- en kindertheater KOPERGIETERY. Zij organiseerden in de mate van het mogelijke voorstellingen in klaslokalen van scholen.

Theater in Palestina heeft zowel Covid-19 als de laatste resem bombardementen overleefd. Ondanks de decennialange inspanningen om Palestijnse stemmen te onderdrukken en hun hoop op een eerlijke kans op een waardig bestaan uit te doven, zijn ze niet vergeten.

Vogelhuisjes in Gaza zijn het bewijs dat schoonheid hardnekkig is. Dat ze zich overal tussen wurmt om zelfs te bloeien tussen kapotgeschoten stenen. Ze zijn het bewijs dat je lichamen kunt opsluiten, maar dat een geest zo ongrijpbaar is als een bol wol die momentum heeft opgepikt. Theater kun je niet kapot bombarderen. Dit vuur werd eeuwen geleden in ons aangewakkerd en het laait telkens weer op. Theater is onze universele manier van storytelling. Het ondersteunt ons collectief geheugen.

Mijn geheugensteuntje aan Palestina hangt in mijn sparren en zorgt al drie jaar voor de kleinste vogels in mijn tuin. Elke dag word ik herinnerd aan een lockdown die nooit eindigt. Elke dag worden mijn gedachten geroerd door een getuigenis van veerkracht. Vorig jaar werd ons vogelhuisje eindelijk bereikt door onze passiflora. Haar groene tentakels voelen zich een weg uit mijn tuin, als een rode draad die de weg aanwijst. De weg die uit het labyrint leidt, kreeg er ineens een aantal frisse, nieuwe kleuren bij.

JE LEEST ONZE ARTIKELS GRATIS OMDAT WE GELOVEN IN VRIJE, KWALITATIEVE, INCLUSIEVE KUNSTKRITIEK. ALS WE DAT WILLEN BLIJVEN BIEDEN IN DE TOEKOMST, HEBBEN WE OOK JOUW STEUN NODIG! Steun Etcetera.

essay
Leestijd 7 — 10 minuten

#165

03.09.2021

30.11.2021

Lindah Leah Nyirenda

Lindah Leah Nyirenda (°Ndola, Zambia) schrijft ook onder de naam ‘miSoSi’, is (slam)dichter, auteur en actrice. Ze schreef een bijdrage voor de anthologie Zwarte Bladzijden (2021, De Geus) en speelt mee in de NTGent-productie Killjoy Quiz van Luanda Casella. Voor het kunstenaarscollectief Denderland TV produceert en presenteert ze het etymologisch programma ‘Wijs Als Sijs’ dat uitgezonden wordt op digitale zender Eclips TV.

NIEUWSBRIEF

Elke dag geven wij het beste van onszelf voor steengoede podiumkunstkritiek.

Wil jij die rechtstreeks in je mailbox ontvangen? Schrijf je nu in voor onze nieuwsbrief!