© Nastia Krasinskaia

Visies voor het veld: Kristien De Proost & Josse De Pauw

Een pleidooi voor morsigheid en risico

In Visies voor het veld vraagt Etcetera aan sleutelfiguren naar hun perspectief op de podiumkunsten van morgen, in aanloop naar de aanvraag voor werkingsmiddelen in december 2026. Wat loopt goed, wat moet dringend anders? Wat zouden ze veranderen als ze morgen een almachtige minister van cultuur waren, met onbeperkte middelen en bevoegdheden? Deze week: acteurskoppel Kristien De Proost en Josse De Pauw houdt een pleidooi om de kunstenaarspraktijk weer als kern van de sector te zien.

Deze tekst ontstond uit een ongoing gesprek tussen twee makers met al wat kilometers op de teller. We zijn in verschillende tijden in het veld gekomen en hebben elk een eigen traject afgelegd. We zijn het lang niet over alles eens. Toch loopt er een rode draad doorheen onze besognes.

De afgelopen tijd is onze sector enorm geprofessionaliseerd. Dat was misschien een noodzakelijke beweging, maar er had ongetwijfeld beter kunnen worden nagedacht over wat dat dan voor de kunst in het kunstenveld moest betekenen. Ondertussen draaien we echter volop mee in een neoliberaal systeem. De kunstenaar gaat op zoek naar startkapitaal, maakt daarmee een product en brengt dat aan de man. Mislukt een van die stappen, dan pas je niet in de markt of de mode en val je af. Je moet al heel sterk in je schoenen staan om dat niet aan je ‘product’ te wijten. Vrije ruimte om te creëren, los van dat marktdenken, is het grote slachtoffer geworden van die doorgedreven professionalisering. Er wordt, wat kort door de bocht, gewerkt in nette gebouwen met nette dossiertjes en pitches, volgens nette planningen en netjes binnen budget. Waar efficiëntie het dwingende codewoord wordt, sterft de kunst.

Dit is een pleidooi om de kunstenaarspraktijk weer als kern van de sector te zien, inhoudelijk, maar ook organisatorisch. Dit is een pleidooi voor morsigheid en risico.

“De afgelopen tijd is onze sector enorm geprofessionaliseerd. Vrije ruimte om te creëren, los van dat marktdenken, is er het grote slachtoffer geworden. Dit is een pleidooi om de kunstenaarspraktijk weer als kern van de sector te zien, inhoudelijk, maar ook organisatorisch.”

Iets creëren is een beleefde vorm van communiceren. Ik zeg iets, toon iets en jij (medespeler, publiek, collega-kunstenaar, kunstenveld, maatschappij) reageert daarop. Dat mag botsen. Het antwoord mag een totaal andere weg inslaan. Zo’n proces heeft ruimte nodig. Tijd om uit te proberen, om te botsen en terug te botsen, om van mening te verschillen en opnieuw te beginnen.

Als die beleefde communicatie kon vergeleken worden met een briefwisseling, lijkt ze nu soms meer op een verplicht schooldictee waarbij we bang zijn om fouten te maken. Creëren is een wedstrijd geworden. Een strijd om subsidies, ruimtes, speelplekken. Net als in politieke discussies blijven we al te vaak hangen in binair denken: goed of slecht, interessant of oninteressant, in of out. In zo’n context maakt botsen slachtoffers. Hoe kunnen we terugkeren naar de frictie als een positieve energie om iets te maken? Hoe organiseer je vrije speelruimte? Ruimtes van mogen en willen, niet van moeten? Ruimtes waarvoor je niet van hogerhand geselecteerd moet worden? Waarvoor je niet in het profiel of het thema van de dag moet passen?

Een paar (wilde) ideeën:

1. Laat de organisatie werken voor het kunstwerk/de kunstenaar, niet voor zichzelf

Weinig kunstenaars zijn vast in dienst, al dan niet uit vrije wil. Daarnaast werken steeds meer huizen met eigen inhoudelijke lijnen, een eigen huisstijl voor communicatie, een eigen manier van administratie, een productietiming die het huis moet dienen en niet zozeer de kunstenaar of het kunstwerk (vb. de vraag naar een uitgewerkte scenografie nog voor het repetitieproces begint), etc. De kunstenaar moet zich steeds vaker aanpassen. Ook budgettair komt de organisatie steeds vaker op de eerste plaats. Vaste kosten lijken vastgeroest. Productiekosten en loon voor kunstenaars zijn variabel en bijgevolg kwetsbaar. Alle alarmbellen zouden hierbij moeten afgaan.

Wat als we alle beschikbare subsidies verdelen over de kunstenaars en hen met dat budget organisaties laten financieren? We zitten al meteen in de knoop. Wie zijn die kunstenaars? Alle mensen die kunst maken? Kunst willen maken? Kunst hebben gemaakt? Alle afgestudeerden van kunstopleidingen? Wie heeft recht van bestaan? Wie heeft recht op hoeveel subsidie? Dat debat wordt veel te weinig aangegaan.

“Wat als we alle beschikbare subsidies verdelen over de kunstenaars en hen met dat budget organisaties laten financieren?”

Op dit moment werkt de selectie volgens neoliberaal model. Er zijn winners en losers van de markt die onze sector steeds meer geworden is. Denk maar aan programmatoren in CC’s en hun klacht dat ze steeds minder ruimte hebben voor werk dat niet voor een break-even zorgt. Daarnaast is er liefdadigheid: aan de ene kant een nieuw soort mecenaat dat kunstenaars naar inhoud, smaak of prestige uitkiest om te ondersteunen buiten de markt om en aan de andere kant medelijden, bijvoorbeeld in de vorm van residenties zonder budget, intentieverklaringen die als puntje bij paaltje komt niet worden ingelost, vage beloftes voor de toekomst, of een uitkering die moet dienen als loon voor onbetaald werk. In al deze systemen is de kunstenaar afhankelijk van poortwachters. Hoe financier je als samenleving vrije kunstenaars?

2. Weg met de propere pitch, leve het vuile proces

Laat kunstenaars zo lang mogelijk niet duidelijk ze zijn over wat ze maken. Geef ze tijd om te ploeteren, te vechten, te spelen, te leven met en in hun materiaal. Laat ze onverwachte wegen inslaan. Omarm het onvoorspelbare.

Boycot Excel-sheets. Maak planningen om ze te mogen veranderen, meer nog, wantrouw planningen die niet veranderen.

“Vervuil de communicatiestrategieën. Durf in te gaan tegen de mooie beeldjes op sociale media, de mooie interviewtjes, de inkijkjes in het repetitieproces die er een intieme marketingcampagne van maken. Verwacht geen scherpe promotekst op anderhalf jaar van de première.”

Vervuil de communicatiestrategieën. Durf in te gaan tegen de mooie beeldjes op sociale media, de mooie interviewtjes, de inkijkjes in het repetitieproces die er een intieme marketingcampagne van maken. Verwacht geen scherpe promotekst op anderhalf jaar van de première.

Roep niet dat je de beste, de interessantste, de mooiste bent, maar maak mensen warm voor iets wat ze nooit hadden verwacht. Zorg ervoor dat ze wat je doet niet hadden kunnen verwachten.

Gebruik je programmatie om te prikkelen, niet om gerust te stellen. Geloof niet dat mensen over de bol geaaid en naar de mond gepraat willen worden. Ga ervan uit dat ze verrast willen worden, dat ze op zoek zijn naar iets om over te praten met elkaar.

3. Stel fair practice in vraag

Zorg dat je je niet overwerkt. Werk niet gratis. Vraag loon naar werken en werk anders niet. Het zijn adviezen die we in het kader van fair practice vaker horen. Maar welke uren tel je als kunstenaar? Wat is werk? Onbegonnen werk!

In een stoute bui denk je wel eens dat fair pay vooral de mensen in de ondersteuningsfuncties ten goede komt, niet per se de kunstenaars. Die mensen kunnen nu, meer dan vroeger, de gewerkte uren afstemmen op het loon dat ze krijgen, zorgen dat ze niet boven hun limiet gaan, overuren omzetten in vakantie… Begrijp ons niet verkeerd, we weten en ervaren dat ook mensen in die ondersteuningsfuncties keihard werken en niet eens altijd voor een correct loon. Maar in een veld waarin een kunstenaar zo goed als nooit een vast contract heeft en overuren enkel kent als abstract begrip, blijft dat een lastig onderwerp.

Daarbij komt dat het inlevingsvermogen van mensen met vaste contracten voor diegenen die werken met korte contracten of als zelfstandige, beperkt is. Hoezeer ze daar ook hun best voor doen, de uitdagingen blijken moeilijk in te schatten. Alle bewustmaking ten spijt is er bijvoorbeeld toch nog weinig besef dat degene die voor je zit in een meeting niet per se ook betaald is. Of dat de administratielast voor kunstenaars met korte contracten enorm is en per definitie onbetaald. Of nog: hoe ervan uitgegaan wordt dat je periodes vrijhoudt om te toeren maar er geen enkele garantie meer is dat er effectief tourdata volgen. De harde consequenties van minder speeldata worden op dit moment vooral door de freelance kunstenaars gedragen.

In tijden van krappe budgetten is fair practice een roze wolk die stevig stinkt.

Fair practice lijkt te willen zeggen: boks niet boven je gewicht. Maar boksen kunstenaars niet altijd boven hun gewicht? Is dat niet de aard van het beestje? Iets proberen te zien, het verwoorden, het verbeelden, zichtbaar maken wat nog niet zichtbaar is, het vraagt een constante investering, een manier van leven die niet altijd te tellen of te meten valt. Moet al wie fair practice hoog in het vaandel draagt dat gegeven niet zien, inzien, in plaats van te doen alsof er gezorgd wordt voor des kunstenaars welzijn?

“Een kunstenaar leeft altijd met risico. Hij/zij/die investeert tijd zonder te weten of er ooit iets terugkomt, in elk geval zonder te weten wat er precies terugkomt. Dat soort leven in een neoliberaal keurslijf willen dwingen is niet de weg.”

Misschien is boksen de verkeerde metafoor, te veel in de terminologie van strijd. Misschien moet het zo: een kunstenaar leeft altijd met risico. Hij/zij/die speelt met tijd. Hij/zij/die speculeert. Hij/zij/die investeert tijd zonder te weten of er ooit iets terugkomt, in elk geval zonder te weten wat er precies terugkomt. Dat soort leven in een neoliberaal keurslijf willen dwingen is niet de weg. Tijd claimen is radicaal.

Zijn we bereid tijd – en dus geld, het is niet anders – en ruimte te geven zonder concreet bewijs te vragen? Om het risico te nemen dat niets bewezen wordt?

Een korte anekdote ter verstrooiing: Kristien geraakte ooit verwikkeld in een kafkaiaanse discussie over werkuren en betaling met een zakelijk leider van een best wel groot theater. Ze speelde mee in een nogal atypisch project, een een-op-een voorstelling, waar dus weinig publiek naar kon komen kijken. Weinig ticket-inkomsten dus. En bijgevolg ontstonden er pistes om de kosten te drukken. Er werd gespeeld in sessies van vier uur en de discussie ging over het voorstel om ons daarvoor een halve dag te betalen. Kristien was not amused en stelde  – tongue in cheek – de vraag of het aantrekken en uittrekken van haar kostuum als werk kon gezien? Want dat viel buiten die vier werkuren. En het nalopen van de tekst in haar hoofd? Het tanden poetsen vooraf? Want ze kwam als performer wel heel dicht bij de neus van de toeschouwers? Het concentreren? Dat er effectief op die – voor haar absurde – vragen in alle ernst werd ingegaan, bewees dat er nog veel werk aan de winkel was. Lang geleden, maar toch.

Het kwam onlangs weer boven toen een van ons recent voor een grote organisatie werkte en op zaterdag bericht kreeg dat de geplande repetitie van maandag niet doorging omdat er technisch gewerkt werd en aan het einde van de maand opmerkte dat die dag niet werd betaald, terwijl voor die repetitie ander werk was afgezegd. Of toen een van ons ‘moeilijk’ werd genoemd, toen die aankaartte nog geen contract te hebben op de dag van vertrek naar de andere kant van de wereld voor een productie.

4. Herdenk de tax shelter

Waarom kan je als onafhankelijke kunstenaar niet rechtstreeks gebruik maken van de tax shelter? Je moet nu door een eerste poort (een organisator vinden) om aan de tweede poort (bedrijven die investeren in cultuur in ruil voor belastingvermindering) te mogen aankloppen. Al die tussenstations vreten ook nog een deel van het budget weg.

Waarom kunnen bedrijven min of meer kiezen wat ze steunen? Dit geld is uiteindelijk gemeenschapsgeld, het gaat om een belastingvermindering. Waarom mogen die bedrijven mee bepalen wie daarvoor in aanmerking komt?

Tax shelter is in zijn huidige vorm een productiemachine. Het mag wat minder productie en wat meer investering zijn: in tijd en ruimte voor kunstenaars. Laat de tax shelter bijvoorbeeld ook de onderzoeksfase van een kunstenaar financieren, de fase die aan het effectief plannen van een productie voorafgaat. Voor wat hoort wat. Geen belastingvermindering zonder risico. Je investeert in tijd voor kunstenaars, zonder vooraf te weten wat de uitkomst zal zijn.

“Aan de kunstorganisaties: onderzoek hoeveel percent van het budget vandaag naar loon en dus tijd voor kunstenaars gaat. Dat cijfer vertelt meer over de gezondheid van een sector dan welke beleidsvisie ook.”

5. Herdenk succes

Aan de kunstenaars: artistiek succes betekent niet ‘steeds groter en meer’, het betekent wel de vrijheid kunnen nemen om te blijven maken wat je wil, te maken wat zich aan je opdringt. En dat met een publiek kunnen delen.

Aan de kunstorganisaties: onderzoek hoeveel percent van het budget vandaag naar loon en dus tijd voor kunstenaars gaat. Dat cijfer vertelt meer over de gezondheid van een sector dan welke beleidsvisie ook. Geld is tijd.

JE LEEST ONZE ARTIKELS GRATIS OMDAT WE GELOVEN IN VRIJE, KWALITATIEVE, INCLUSIEVE KUNSTKRITIEK. ALS WE DAT WILLEN BLIJVEN BIEDEN IN DE TOEKOMST, HEBBEN WE OOK JOUW STEUN NODIG! Steun Etcetera.

toekomstvisioen
Leestijd 10 — 13 minuten

#181

15.12.2025

14.04.2026

Kristien De Proost & Josse De Pauw

Kristien De Proost is een Belgische actrice, theatermaker en auteur. Van 2004 tot 2017 maakt ze deel uit van de artistieke kern van het Brusselse collectief Tristero. Haar nieuwste creatie FOE ging in augustus in première bij muziektheater LOD. Naast haar eigen traject als maker, werkt ze als performer samen met regisseurs en kunstenaars als Julian Hetzel, Milo Rau, Bosse Provoost & Ezra Veldhuis en Marieke&Sophia. Ze speelt ook in films, zoals recent Zondag de Negenste van Kat Steppe (2025) en The Best of Dorien B van Anke Blondé (2019) en tv-series als De Twaalf (2019). Op dit moment schrijft Kristien aan haar eerste roman Wie tegen zichzelf speelt moet kunnen verliezen.

Josse De Pauw is intussen meer dan een halve eeuw toneelspeler, theatermaker, filmacteur en schrijver. Hij maakte deel uit van de legendarische groep Radeis International, waarmee hij tussen 1976 en 1984 over de hele wereld speelde en hij stond mee aan de wieg van het Brusselse theatercollectief Schaamte en het Kaaitheater. Als onafhankelijke kunstenaar werkte hij daarna voor verschillende productiehuizen. De voorstelling van Julian Hetzel uit 2025, Three Times Left is Right, waarbij hij de scène deelt met zijn levensgezel Kristien De Proost, werd geselecteerd voor Theatertreffen Berlin 2026. Hij speelde in veel televisieseries en films, zoals recent nog in Zondag de Negenste van Kat Steppe en Heyzel ’85 van Teodora Mihai. Zijn schrijfwerk werd verzameld in vier boeken en momenteel werkt hij aan de voorstelling Minetti, naar een tekst van Thomas Bernhard in een regie van Matthieu Cruciani bij Comédie de Colmar.

Dit artikel maakt deel uit van: Visies voor het veld

NIEUWSBRIEF

Elke dag geven wij het beste van onszelf voor steengoede podiumkunstkritiek.

Wil jij die rechtstreeks in je mailbox ontvangen? Schrijf je nu in voor onze nieuwsbrief!