Elke Van Campenhout

Leestijd 4 — 7 minuten

Vervalsing voor wat het waard is

Zet twee mensen op een verlaten eiland, en de kans is groot dat ze elkaar zullen liefhebben. Of afmaken. Maar het maanlandschap van Forgeries, Love and Other Matters lijkt in geen enkel opzicht op een paradijselijk eiland. Net als de man en de vrouw op geen enkele manier doen denken aan geliefden. Ook niet met een geschilderde zonsondergang. Ook niet in bloe-menjurk met blonde pruik. Ook niet in de krampachtige omhelzingen van net gehuwden. En zeker niet in het krabben, bijten, likken en schokken van hun lichamen in ontbinding.

It’s not like the picture‘, zegt de vrouw. Niets lijkt op iets in deze voorstelling. Hoewel hier en daar wel vage echo’s opklinken van liefde of mededogen, lijken de beelden compleet uit hun context gerukt. Vage vakantiekliekjes uit iemand anders’ verleden. Twee mensen zitten in een desolaat landschap op kampeerstoeltjes. Zijn zij de enige overblijvenden? Of bezoekers van een andere planeet? Het scenario is onduidelijk, hun bewegingen grillig. De vrouw huilt, de man kijkt haar verloren aan. Hun lichamen proberen krampachtig contact te maken. Maar het handboek lijkt verloren. Of de herinnering te vaag om nog te beklijven. Op weg naar de andere lippen glijdt een hoofd machteloos langs het andere hoofd heen. Abrupte liefkozingen eindigen in schokkerige worstelingen op de pelsen vloer. Twee personages zoeken naar langvergeten patronen van menselijkheid. Maar hun lichamen hebben de liefde reeds lang vergeten. Ze worden beheerst door een animale koorts, door een brandende ontbering die zich stotend een weg naar buiten zoekt. Hun enige houvast zijn de uitgeholde beelden en rituelen, die in die desolate context alle betekenis lijken verloren te hebben. Alsof de liefde zelf opnieuw moet worden uitgevonden.

Nochtans wordt de schijn met alle mogelijke middelen tot leven gewekt. Het lege speelvlak wordt opgefleurd met een deken voor een romantische picknick. Uit een overlevingspakket worden een stethoscoop en overlevingslaken opgevist om de onrust te verzachten. Het is een pleister op de wonde. De vervreemding wordt er alleen groter door. Is er met vervalsing te leven? Of is vervalsing het enige wat het leven sowieso nog leefbaar maakt? ‘It’s not like the picture.‘ Er is geen liefde, er is enkel de herhaling van de liefde. Geen troost dan een onhandige hand over een onwillig hoofd. Pas in de complete pose, wanneer de twee personages zich schikken in voorgekauwde omhelzingen, lijken zij enige rust te vinden.

De enige manier waarop de personages tot ervaren komen is door de vervalsing in te duiken. De man die als een aap het speelvlak op en neer loopt en pas in wolvengehuil tot tranen komt. Het opgeklopte rollenspel van de first date, compleet met de lege dialogen, outfit en horoscoopromantiek. Dat evenmin ergens op uitdraait. Omdat de opeen gestapelde lichamen niet meer in staat zijn elkaar te herkennen. Omdat ze worden verteerd door hun eigen onrust.

De enige rust is te vinden in de steriele laboratoriumruimte die uit de kale helling-wand te voorschijn komt. Een onderzoekscentrum in oorlogstijd, of een antropologische cel na de vernietiging? Man en vrouw zijn hier gekleed in identieke doktersjassen. Ze catalogiseren onaangedaan de objecten die ze op het speelvlak hebben opgegraven. Een archeologie van de mensheid. Of van de voorstelling. Hij onderwerpt haar lichaam aan een medisch onderzoek en beschrijft het als een uitgelengde vorm, met een inhoud die zich onder zijn handen laat manipuleren. Het is een schuilkelder voor de wereld, een wetenschappelijke ijskast van gevoelens. Misschien zijn de onhandige geliefden wel proefdieren van een uit de hand gelopen experiment?

In Forgeries… lijkt alles mogelijk. Zonder duidelijk afgebakend kader, zonder uitgesproken verhouding tussen de personages, zonder thematische markering, strompelen de dansers op de sfeervolle tonen van muzikant Hahn Rowe van de ene werkelijkheid in de andere. Zij lijken ziek aan het leven. Of misschien zitten ze, net als de campingstoeltjes suggereren, enkel in een doorgangsfase. Zijn deze stuiptrekkende lichamen op weg naar een ander bestaan. Naar de aap of de wolf die ze ooit waren of droomden te zijn. Naar de blonde jaren ’50 filmster die zich als een Florence Nightingale in alle zorgzaamheid een minnaar aanschaft. Naar de gelukkige geliefden die ze ooit waren of, waarschijnlijker, ooit dachten te kunnen worden. De helling van het decor is in hun zoektocht dan ook niet meer dan een calvarie van transformatie. Maar erachter ligt geen enkele belofte. Enkel een spiegelwand die hun richtingloze gewriemel verdubbelt.

Hun communicatie, hun angst, hun vragen enkel nog een krewellig janken of uitgeput kruipen. Er is geen taal meer, er is geen vraag meer, en niemand kent nog een antwoord. Er zijn alleen nog echo’s. Vervalsingen van vervalsingen van vervalsingen. En zij zijn het enige soelaas voor zoveel dorstig verlangen.

In de onbeslistheid van de context waarin de personages zich bevinden, schuilt voor een groot stuk de kracht van de voorstelling. Het maakt alle aanspraken gelaagd en meerduidig. Als uit de wanhoop van het white trash-koppel bij aanvang van de voorstelling een mogelijk psychologische verklaring zou schuilen voor hun deprivatie, wordt dit in het duidelijk geënsceneerde tweede deel meteen weer onderuit gehaald. De ongecontroleerde bewegingen belichamen een steeds weerkerend lijden. Een ziek lichaam, een lijf dat de strijd heeft opgegeven. Of dat mogelijk door voortdurende vervalsing is verziekt. Dat doodgaat aan het leven. Een lijf dat in een verwetenschappelijkte wereld tot onderzoeksobject is geworden en zijn eigen drijfveren is vergeten. Alle interpretaties zijn mogelijk. Daardoor worden de duidelijk aangebrachte attributen, zoals de heupflacon in de eerste scène, niet meer dan speeltjes in een spel van doorverwijzing en herinterpretatie. Waar je aanvankelijk de schokkerige bewegingen van Stuart en Lachambre nog zou kunnen toeschrijven aan een reëel verdriet en alcoholmisbruik, wordt deze optie in de gespeelde first-date setting meteen weer onderuit gehaald. Komt zij op ziekenbezoek? Of hebben ze een eerste afspraak? Of zijn de beide scènes slechts simulaties van het echte leven door de wetenschappers in het labo?

Zo krijgt ook het achtergebleven reddingstouw dat de dansers node in evenwicht hield meteen weer een andere invulling. Waardoor het samen met het débris van plastic zakjes, medisch materiaal en kampeergerei, steeds meer gaat functioneren als de ingewanden van de enscenering. Als de binnenkant die naar buiten wordt gedraaid. Aan de symptomen van een geperverteerde op zijn kop gezette (of opgezette) wereld. De pels nog zacht opglanzend na de slachting.

Forgeries… is een heel open voorstelling geworden, maar tegelijkertijd ook een voorstelling die zich enigmatisch onttrekt aan elke éénduidige invulling. Om het even welke scène kan als uitgangspunt worden genomen voor de herinterpretatie van de andere beelden. Ondanks haar ogenschijnlijke toegankelijkheid, is Forgeries een leeg blad dat door de toeschouwer kan worden beschreven. Met humor, met wanhoop, met wetenschappelijke afstand, of emotionele empathie. Of natuurlijk, ja, met liefde.

Krijg je graag ons magazine in jouw brievenbus?
Abonneer je dan hier.

recensie
Leestijd 4 — 7 minuten

#93

15.10.2004

14.01.2005

Elke Van Campenhout

Elke Van Campenhout is redacteur van Etcetera, is freelance publicist voor diverse kunsttijdschriften, en werkt als curator en dramaturg.