Eva Bal – Foto Peter Lorré

Karel Van Keymeulen

Leestijd 13 — 16 minuten

“Veel kindertheater is niets meer dan snoepgoed”

Eva Bal: “Een eenheid smeden als in een compositie”

Wie troost Muu, de voorlaatste produktie van het Speeltheater, is dezer dagen te zien op het belangrijke kindertheater in de Wiener Festwochen. Ook andere uitnodigingen uit het buitenland stromen toe bij de in 1978 door Eva Bal opgerichte groep. De “Ariane Mnouchkine van het Vlaamse kindertheater” spreekt zich in dit gesprek met Karel Van Keymeulen uit over wat haar bezighoudt in het theater: bij haar produkties, in haar werk met kinderen op het aan het Speeltheater verbonden dramaschooltje. Om Eva Bal kun je niet heen, als je in Vlaanderen het kind centraal wil stellen op de scène. Zo blijkt uit het gesprek.

1987 was een topjaar voor het Speeltheater. In één ruk ging de subsidie van 10 miljoen naar 16,5 miljoen frank omhoog en tevens werd het gezelschap gelauwerd met de Signaalprijs, een initiatief van de Federatie van Erkende Vlaamse Culturele Centra met als doel het Vlaamse kinderen jeugdtheater te stimuleren.

Sinds in 1978 Eva Bal en enkele gelijkgestemden zoals André Vermaerke, Raymond Bossaerts, Mia Grijp het Speeltheater in leven riepen, is er een constante en ononderbroken stroom van produkties gevolgd. Niettemin kan je stellen dat de jongste twee, drie jaar het gezelschap zich op een hoger artistiek niveau heeft gehesen.

De sfeer van prille produkties als Vreemd kind in je straat, Vogelvrij was fris en vernieuwend. Ook al door die bijzondere mengvorm van beroepsacteurs met een aanstekelijke groep kinderen, die gretig in de drama-appel beten. De verbeelding won het op het verhaaltjes vertellen van het traditionele kindertheater. Het Speeltheater was toen begonnen met drama-lessen voor kinderen, waarbij deze dramaelementen leerden hanteren, een uniek initiatief in Vlaanderen. Eva Bal — want zij is zoals iemand goed omschreef altijd de duvelstoejager geweest — vocht zich te pletter voor de emancipatie van “het kind” in het theater, maar ook die kinderen werden ouder. En alsof het theater mee ouder en rijper werd slopen meer onderbewuste tema’s binnen, betutteling of moralizering was hoe dan ook uit den boze, maar de donkere tot meer abstracte zijde van tieners en kinderen diende zich aan. In een produktie als De Boot was de onbestemde angst voelbaar. Koningen, een road-musical, draaide op levendige wijze rond het tema “reiziger, er is geen weg, gaande wordt de weg gebaand”, met veel nadruk op bewegingen en muziek. Het Speeltheater is bekend vanwege de werkmethode. Stukken groeiden er uit improvizaties waarbij acteurs, musici, beeldende kunstenaars samen creëren en hun creaties toetsen aan de reacties van kinderen.

Maar dat vindt Eva Bal maar een label. “Men wil steeds een etiket op je kleven.” Het was in het seizoen 1985-1986 dat Eva Bal nog Koningen monteerde met een groep kinderen, de jongste seizoenen is dat niet meer gebeurd. Het Speeltheater greep ook weleens, in tegenstelling tot wat men denkt, naar bestaande teksten of thema’s. Of het nu Reinaert de Vos, David en Goliath, Enfantillages van Raymond Cousse, Een nacht in februari van Steffan Göthe of Adrian Mole van Sue Townsend was, zij het dat men de vrijheid neemt de zaak naar eigen goeddunken te bewerken en men middels try-outs voor kinderen op zoek gaat naar de juiste toon.

Dit jaar werden drie stukken gemonteerd. Wie Troost Muu, David en Goliath en Escapade. Een mooie staalkaart om de verscheidenheid van het theater aan te geven. Voor David en Goliath deden Raymond Bossaerts en André Vermaerke een beroep op de bekende Nederlandse jeugdschrijver Karel Eykman. Gedrieën stelden ze een scenario op, rond die scènes werd geïmproviseerd, Karel Eykman keek toe, reageerde, en kroop dan weer achter zijn tafel om nieuwe teksten te schrijven. Er werden nieuwe kanaaltjes aangegraven, want Enfantillages mikte op volwassenen, Adrian Mole op tieners. In het algemeen lovend ontvangen Wie Troost Muu overheerst een toon die balanceert tussen een melancholie om je aan te koesteren en een mysterieuze sfeer vol pakkende gevoelens. David en Goliath steunde meer op een afgewogen, snedige acteerprestatie in een mooie vertellende sfeer, Escapade stortte zich op een eerste liefde van een jonge jongen maar sloot net niet strak genoeg aan.

Europese dimensie

Eva Bal, 48, studeerde aan de Utrechtse Academie voor Expressie door Woord en Gebaar en was jarenlang bezig met allerlei vormen van theater en expressie tot ze het Speelteater opzette. Inmiddels is ze ook uitgegroeid tot een soort ambassadrice van het Vlaamse kindertheater. Vorig jaar nam ze in de Shakespeare -stad Stratford-Upon-Avon, deel aan “The First European Youth Théâtre Encounter”, een theatertreffen waaraan 200 jongeren tussen 16 en 25 jaar deelnemen, die al jaren met het medium bezig zijn en/of er hun beroep willen van maken; onder hen 20 Belgische jongeren. In mei gaat ze naar Wenen en Vancouver om het Ministerie van Cultuur te vertegenwoordigen in internationale comités rond kindertheater.

Wanneer we haar ontmoeten in het Speeltheatergebouw is ze net terug van een bezoek aan drie Parijse tentoonstellingen: Picasso, Degas en Van Goghs Parijse jaren.

Eva Bal: “Het zette me aan het denken, als je die wanhopige maar zeer oorspronkelijke stem van Van Gogh ziet dat er theatermakers zijn die erg goed zijn in het regisseren van bestaande teksten en andere die altijd weer op zoek gaan, worstelen om iets van zichzelf naar buiten te krijgen, vorm te geven. Ik hoor tot de tweede categorie. Anders was ik na mijn opleiding toch gewoon stukken gaan regisseren die bestonden.”

U speelde met de idee ooit dat hele internationale jeugdtheaterfestival naar Vlaanderen, meer specifiek Gent te halen?

“Men gaat er in de raad van Europa van uit dat wanneer mensen uit verschillende culturen samen iets doen, dit je vooroordelen en wat daaruit allemaal kan voortvloeien, voorkomt. Toen ik er vorige zomer met al die mensen werkte ontdekte ik dat taal geen enkele barrière is voor mensen. Het stuk dat ik daar maakte, zou ik willen opzetten, liefst zo snel mogelijk, zolang ik de inspiratie nog heb, want anders bloedt het dood. Het was het laatste stuk dat in het Swan Theatre gepresenteerd is, over een totaal verloren theatergezelschap, waar de mensen het aldoor niet halen, niet kunnen, ‘s Nachts komen ze in een soort van slaapzaal waar alleen maar bedden staan. De voorstellingen voor de volgende dagen zijn afgelast. En in die nacht spelen zich volkomen gelijktijdig allerlei dingen af tussen die mensen. Woede, liefde, gevaarlijke dingen die je alleen met jonge acteurs kunt doen. Een IJslandse die woedend begint te zingen tegen een Tsjech die in zijn taal uitvliegt tegen haar. Er zaten 500 mensen rond, en je voelde dat. Taal is een weergave van gevoel en dat herkennen de mensen. Je hebt het cliché dat als mensen met een verschillende taal samenkomen er ruzie wordt gemaakt, een cliché dat ook vaak door theatermakers wordt gehanteerd en doorgegeven en gemakkelijk respons vindt, omdat clichés makkelijk herkenbare eenheden zijn. Cultuurachtergronden maken de verwarringen, niet de taal. In Engeland kreeg ik de idee hoe ik het werk aan Wie Troost Muu wou aanvatten. Ik had er veel gewerkt op ritme en beweging en wou dat mijn acteurs de eerste 14 dagen hun mond zouden dichthouden en me de kans gaven allerlei oefeningen te doen om dan te zien waar we het over eens waren.”

Een compositie

Maar voor Wie Troost Muu had U toch het boek van de Zweedse schrijfster Tove Jansson, wier Moemverhalen inmiddels in 25 talen de wereld rondgingen?

“Ja, maar dat werkje is niet vertaald. Ik kocht het al 20 jaar geleden, omdat ik het zo mooi vond. Laat ons zeggen dat het als inspiratiebron diende. Uitgaande van wat we zagen in de tekeningen waar zoveel sfeer inzit, zijn we ideeën beginnen verzamelen. Vergeet niet, theater maken is een wanhopig realistisch ding. Je kunt er goed over praten, maar het moet beeld worden, een lichaam krijgen. Iemand moet beginnen met zijn lijf, zijn klank, zijn beweging. Iedere keer weer. Als een stuk af is zegt iedereen “Ah, ja, dat is mooi, of zoiets”, maar dan denk ik, ja de strijd om daar toe te komen. De eerste weken hebben we gewerkt op beweging, veel op adem ook, op klanken, ritmes, piepen, schreeuwen, prachtige liederen, noem maar op, tot iedereen zijn taal uitgevonden had. Het is als een jager die rond het bosje sluipt waar zijn prooi zit, zo sluip je als theatermaker rond, probeer je allerlei invalshoeken, baken je het terrein af. De wisselwerking met de acteurs die bereid zijn op basis van een redelijke abstractie te werken maakt het spannend.”

Is dat een onderdeel van de zogenaamde Speeltheatermetode?

“Men wil altijd alles in hokjes duwen, men durft van ons theater niet te erkennen dat wij stellen dat voor ieder proces al werkend andere methodes ontstaan. Er is geen methode. Dat zou te gemakkelijk zijn, dan konden we 10 produkties van hetzelfde soort maken, dat doen we niet. Je hebt verworvenheden, métier, je weet zo kan ik het beste werken aan een begin. In Muu hebben we heel lang op adem gewerkt, op vitale dingen, dan komt er klank bij, maar woorden zijn soms verhullend. Na die fase heb ik aan de vier acteurs gevraagd voor hun figuur een taal te maken. Dan ben ik compleet verrast als Kurt Defrancq komt aandraven met “Le Tapis Plein, c’est moi”. Niet ik ben boos, ik wil naar bed, want dat zou kinderlijk theater zijn. Het is uitgaan van oerdingen. Ik denk dat ik haarscherp zie wat acteurs doen, ik kan met hen de aarde omwoelen en omwoelen en op een gegeven moment zeggen: dat is van jou. De wisselwerking is enorm belangrijk en gaandeweg wanneer je alle theatrale momenten hebt mag je gaan componeren, dat vind ik verrukkelijk. Maar het eerste werk, daar krijg ik maagpijn van, daar kan ik niet van slapen. Meestal duurt dat een maand, een slopende maand voor mijn omgeving.”

Met decorateur Andrei Ivaneanu werkt U veel samen. Voor Muu was er ook choreograaf Aimé De Lignière? Vormt er zich een team?

“Die mensen zijn van groot belang. Ook Jaak Van De Velde, hoe die mensen beeldhouwt in licht. Aimé gaf de juiste correcties, die ik aanvoelde maar niet kon maken, aan de bewegingen. Vroeger deed ik alles zelf, ook al om materiële redenen, maar nu kan ik niet meer zonder die mensen. Teamwork met mensen met zulk métier is ontzettend leuk.”

Die eenheid tussen muziek, klank, beweging, licht, woord als in een muziekcompositie is dat de nieuwe richting van het Speeltheater?

“De pijlers van dit theater zijn zin voor experiment, inspiratie en betrokkenheid. De ruimte voor experiment, wat eigenlijk onderzoek betekent, is groot. Als iemand gegrepen is, overtuigd, ja dan kan het. Maar wat mezelf betreft wil ik produkties die zo’n eenheid uitstralen. Ik zit nu op die ader en wil er nog even op doorgaan.”

De oer-emoties

Muu drijft toch veel op sfeer, een herkenbare sfeer die door de zaal joeg en zowel de volwassenen als de kinderen trof. De term kindertheater blijkt vaak misleidend, want er is theater bij dat iedereen kan aanspreken?

“Weet je wat ik denk. Ik vind dat alles emotie is. Nu zijn er basisemoties, noem het oeremoties die voor iedereen gelden. Ook voor kinderen. Zij staan er nog het dichtst tegenaan. Volwassenen hebben ze wat zoek gemaakt, maar ik denk niet dat we ze kwijt geraken. Wel willen we niet geconfronteerd worden met heel hevige, pure bijna naakte dingen. Die duwen we weg. En we geven allerlei verwarrende verklaringen, van het ligt toch complexer en zo, om dat maar niet te moeten erkennen. Als je nu die emoties kunt pakken, in klank en beweging, in taal, maakt het niet zoveel uit voor wie je speelt. Men herkent het, ook de volwassene, die het dikwijls als een opluchtende, bevrijdende ervaring ziet. Soms ligt dat in een detail. Gelukkig is het dan een kindervoorstelling en moet je er verder niet meer over piekeren. We speelden onlangs in Den Bosch voor een kritisch theaterfestivalpubliek. Een mevrouw stond nadien te huilen. Iets moet haar geraakt hebben. Het is natuurlijk niet zo dat je zegt nu ga ik eens iets heel gevoeligs maken. Als vormgever moet je erop letten dat het gevoel puur is, anders krijg je blubber. Ik denk dat ik daar streng in ben, vlug afkap, wie wil kijken ziet het wel vind ik.”

U wordt wel spinnijdig wanneer men het kindertheater niet ernstig neemt?

“Ik moet daarin eerlijk zijn, “het kindertheater”, ik weet niet eens wat het is. Je moet daar in commissies over praten, ik wil wel, maar meer en meer wil ik mijn energie geven aan wat ik zelf wil zeggen, zelf wil doen met dit gezelschap. “Het kindertheater” is een andere abstractie, mijn geïnspireerdheid zit daar niet in.”

Maar U werkt toch wel grotendeels voor kinderen? Waarom maakt U dan geen theater tout court?

“Kijk, je hebt mensen die gaan echt theater maken voor kinderen. Bij mij is dat niet zo, mijn kanaal leidt gewoon naar kinderen. Zolang ik besta heb ik een bijzondere geboeidheid voor kinderen. Ik heb jaren projecten gedaan met kinderen, nog steeds geef ik dolgraag dramalessen, maar voorlopig doe ik geen produkties meer met kinderen. Ik merk dat die ader even is gestopt.”

Wat is dan de funktie van de dramalessen in het Speeltheatergeheel?

“De idee dat kinderen met theater kunnen bezig zijn vind ik heel belangrijk. Gelukkig vind ik steeds goede dramadocenten, die niet voor hun eigen glorie gauw een produktie met kinderen willen opzetten. Dan heb je het gevaar dat je je vormen gaat opleggen en dan zie je dezelfde patroontjes als je ‘s avonds in het volwassenentheater ziet. Het moet een samengaan zijn, juist dat eigene dat kinderen hebben in vormgeving, zeggingskracht eruit kunnen halen.”

Die kinderen wordt U nooit moe?

“Nee, helemaal niet zelfs. Ik blijf er door geboeid. Zoals ik reeds zei, dat is mijn kanaal. Als ik aan Karel Eykman, of Joke Van Leeuwen vraag: “Waarom voor kinderen?”, dan is het antwoord, ja dat is gewoon zo. Of neem Roald Dahl, die is toch het sterkst voor kinderen. Er zitten veel voetangels en klemmen in theater voor kinderen. Een volwassene maakt theater voor volwassenen, dat is het kanaal gelijk oversteken. De emoties worden als gekend verondersteld. Nu ligt dat in kindertheater anders. Het kind ziet theater dat gespeeld wordt door een volwassene. Volwassenheid, een toestand die hij niet kent. Als die volwassenen op scène nog eens een kind gaat nadoen, wat vaak gebeurt, en hij pakt er dat cliché uit, van hoe een volwassene denkt dat het kind is, wel dan is hij er reeds zover van verwijderd, dat hij het kind helemaal niet kan terughalen in zichzelf en het dus gaat nadoen. Met het gevolg dat het kind een vertekend beeld ziet van iets waarvan de acteur denkt dat het zo is. Ga die verwarring maar eens te lijf. Dat gebeurt zo veel in het kindertheater. Kinderen houden van kleurtjes, dus vlam er maar wat roze en blauw op. Volwassenen pretenderen te weten hoe kinderen zijn. Deels is dat wel zo, maar het is pas helemaal zo wanneer die volwassenen bereid zijn te woelen in zichzelf, op zoek naar de basisemoties en gevoelens.”

Somberder thema’s

Een fase die vaak wordt overgeslagen?

“Er is veel veranderd, ik zie prachtige dingen. Nu is er een andere stroming. Volwassenen die in het avondtheater hun eigen werk niet kwijt kunnen maar toch het gevoel hebben dat ze iets willen, komen naar het kindertheater. Dat echter veel kwetsbaarder, brozer is, minder muren om zich heen heeft. Ze maken projecten waarvan ze bij hoog en laag beweren dat het kindertheater is, maar het zijn produkties die vooral voor henzelf interessant zijn. Maar er zijn geen recepten of methodes. Een kind voelt haarscherp aan wat echt en vals is. Dus moet je iedere keer weer op zoek om de dingen vorm te geven. Effectjes, vastgeroeste procédés doen het niet. Kindertheater heeft ook een enorme rijkdom. Weet je, overal in de wereld is theatrale vernieuwing ontstaan vanuit de kindertheaters. Maar omdat kindertheaters ook vanuit een economische zwakte, dat niet hard kunnen maken, hebben ze het even vaak niet kunnen doorduwen. In Zweden, in de USA zie ik die wisselwerking wel. Hier nog niet. Ik denk niet dat het een specialiteit is, maar je moet wel ongelooflijk goeie acteurs hebben. Ik zag op het theaterfestival in Den Bosch naast veel kwaliteit ook veel rotzooi. Vaak beoordeelt men het kindertheater vanuit gruwelijke normen. Ken je die vreselijke termen, als grensverleggend, normverleggend, of “gaat het niet boven het petje van het kind”. Soms zijn er voorstellingen waar je gewoon zit te gillen van het lachen. Maar ik zag in Den Bosch de voorstelling van Mevrouw Smit, met twee naakte rubberen mannen, rond existentiële wanhoop. Ontzettend mooi, maar voor kinderen?”

Het mag nu blijkbaar in het kindertheater, somberder thema’s aansnijden?

“Het heeft te maken met jezelf. Waar ben ik in theater mee bezig? Eén van die dingen is onvermogen. De verwarring die ontstaat uit het net niet communiceren, angsten. In wezen zijn al mijn stukken ontzettend triest. Alleen maakt mijn ironie dat er happen humor tussenzitten. Onvermogen, ja, maar laat ons daar een keer mee lachen, dat bindt ons. Je hoeft dat niet te verstoppen tegenover kinderen. Als je compleet jezelf bent komt het wel over, of het nu kinderen of volwassenen zijn. Reacties van kinderen zijn natuurlijk heel belangrijk. Maar ik meet andere dingen dan men weïeens denkt. Ik let op al die kleine dingen, lachen, wriemelen, op het puntje van de stoel gaan zitten. Want na afloop met de kinderen praten, ach, kinderen vinden toch alles prachtig. Dat is juist de verwarring. Er zijn voorstellingen die een zak snoepgoed zijn en snoep eet ieder kind. Zoals een zak frieten van tijd tot tijd ook lekker is. Maar dan moet je dat toegeven. Ik kies daar niet voor, dat zit niet in mij. Kinderen zijn soms heel intelligent. Op het einde van Muu zit het meisje huilend vooraan. Muu probeert haar te troosten met de woordjes MoMoMo. Vierjarige kinderen begonnen in de try-out bamboeboot te zingen, dat was het. Muu was even zijn eigenheid voorbij gegaan.”

U vergeleek het Speeltheater ooit met een meloen met vele schijfjes. Met Enfantillages ging het bewust richting volwassenen. Het werkterrein verbreedt zich, strekt zich nu uit van zeg maar 4-jarigen tot volwassenen en alle leeftijden daartussen. Een bewuste strategie?

“Nee, dat groeit zo. Mensen interesseren mij, als ze een artistieke gegrepenheid hebben. Dat wil niet zeggen dat ik het met alles eens ben. Er zijn mislukkingen, die zijn inherent aan een levend beroep als dit. Maar ik word selectiever betreffende de dingen waarvan we denken daar willen we mee doorgaan. Er is inmiddels een hele grote cirkelbeweging van mensen die bij ons zijn weggegaan maar soms terugkeren. Heel veel jonge acteurs komen solliciteren. Ik ben beïnvloedbaar, dat is één van mijn positieve maar ook negatieve kanten. Wat sommige mensen over je zeggen, kritieken, dat trek ik mij aan, daar kan ik soms nachten van wakker liggen. Het kan zeer diep gaan, tot ik zeg “ik kan het niet”. De totale twijfels. Maar als ik dan kinderen ademloos naar dat Muutje zie zitten kijken, dan heb ik eerbied voor de acteurs, dan ben ik trots op ze. Dat ze het spelen op dat niveau en het ritme zoals het moet zijn.”

De toekomst

Kan U iets meer vertellen over de plannen voor volgend seizoen en projecten die U in uw hoofd hebt?

“Op 25 mei, op Signaaldag, verschijnt er bij uitgeverij Querido een boekje van Joke Van Leeuwen naar een idee van mij. We kregen die Signaalprijs, 40.000 frank en dan denk ik, we moeten er iets mee doen. Vaak wanneer we in scholen optreden, het licht gaat uit, de kinderen gillen, hoor je het strafbladzijden regenen. Ik wou reeds lang iets maken voor scholen, over hoe gaat dat nu in theater, hoe werkt dat. Ik dacht, ik vraag een tekenaar. Ik val op Deesje van Joke Van Leeuwen. Ik bel haar en drie uur later zit ik haar te overtuigen in Den Haag. Zij is eerst afstandelijk, maar hapt toch toe. Verder heb ik nog twee grote projecten in mijn hoofd maar daarvoor heb ik gigantische ruimtes nodig. Dit jaar heeft het internationale jeugdtheatertreffen plaats in Wenen, volgend jaar is het weer aan de 16 tot 25-jarigen in Bonn. Ik wil die acteurs voor een maand hierheen halen, dat moet toch kunnen, maar ja, er zijn de financiële en organisatorische klippen. Plus dat ik zoveel energie in dit theater moet steken. Frans Van Der Aa (KVS-akteur), die reeds Dolle-Domme-Dametjes en de Malle-Manne-Mannetjes regisseerde doet opnieuw een regie. Over drie mannen, oude mannen, complete viezeriken, die van alles afstand hebben gedaan en alleen hebben overgehouden wat voor hen geldt. Craig Weston (Wisseltheater, regisseerde Nacht in februari), gaat op basis van een verhaal van de Italiaanse auteur Italo Calvino iets maken over de aantrekkingskracht tussen mensen. Mensen die zich waanzinnig tot elkaar aangetrokken voelen en toch langs elkaar heen schieten. Calvino vertelt over de maan die ooit werd aangetrokken door de aarde, maar weeft er ook een hele intrige tussen. Ikzelf ga werken aan een produktie over de hevigheid van emoties, die onderhuids zitten, over een groep mensen die een eenheid vormen door een gedragscode, maar onderhuids stroomt hevig het bloed. Heftige, maar humoristische dingen komen naar boven. Wellicht wordt hetzelfde werkproces als bij Muu op gang gebracht, maar het kan zijn dat ik op een schrijver een beroep doe.”

Financieel gaat het het Speeltheater toch voor de wind, de beperkingen van het subsidiesysteem in acht genomen? Jullie spelen 280 voorstellingen dit seizoen, zijn goed thuis in Nederland?

“Laat ons hopen dat we financieel nog wat vooruit gaan. Maar denk eens na: 25 mensen voltijds in dienst, 16,5 miljoen frank subsidie. Wat krijgt een dergelijk theater in de avondproduktie? 34 miljoen frank. De lonen zijn hier hetzelfde, maar gezien je voor kinderen speelt zijn de inkomsten twee derde lager. We zijn een reisgezelschap, hebben meer kosten aan decors en transport. Waarom schopt niemand die hele boel eens door elkaar, er zijn zoveel gezelschappen die grijs blijven doorwerken, met theatermakers die niets te zeggen hebben. Muu en David en Goliath lopen als een trein in Nederland. Met Muu of een andere produktie gaan we volgend jaar naar Vancouver. Er zijn uitnodigingen van Finland, Zweden, Denemarken. Bij culturele centra, in scholen, prevaleren nog steeds de titels, de pedagogische doelen op de artistieke inhouden. Als het over een zielig blind mannetje gaat dat altijd verschopt wordt, theater moet opvoedend zijn, het verhaaltje is alleenzaligmakend… Zou ik meer appreciatie gehad hebben indien ik in het volwassenentheater had gezeten? Maar ik zal bij God niet iets kiezen waar ik niet gelukkig door word en gezien mijn grote vreugde zit in het voor kinderen werken…”

Je leest onze artikels gratis omdat we geloven in vrije, kwalitatieve, inclusieve kunstkritiek. Als we dat willen blijven bieden in de toekomst, hebben we ook jouw steun nodig! Steun Etcetera.

gesprek
Leestijd 13 — 16 minuten

#21-22

15.05.1988

14.08.1988

Karel Van Keymeulen