Olivia Poppe en Adrian Florin Mirza in Variationen auf Genoveva von Robert Schumann © Pablo Castilla

Leestijd 4 — 7 minuten

Variationen auf Genoveva von Robert Schumann – Eric de Kuyper

Eric de Kuyper (Brussel, 1942) is gefascineerd door de stille film. Voor Cinematek en Bozar in Brussel combineerde hij eerder stille films met klassieke muziek op verschillende locaties, zoals in negentiende-eeuwse kunstenaarsateliers of in het Brussels Legermuseum. Zo wilde hij de vergeten filmtaal van de film van voor de Eerste Wereldoorlog en de in onbruik geraakte manier van acteren van de stille film opnieuw bij een modern publiek introduceren.

Op de Operadagen Rotterdam 2010 deed hij het omgekeerde: hij combineerde een bestaand muzikaal werk met een nieuw gemaakte, door hemzelf geregisseerde stille film die veertig minuten duurt. De opera in kwestie is de zelden uitgevoerde opera Genoveva van Robert Schumann, die er zijn Nederlandse première beleefde. Een semiconcertante uitvoering ervan werd gecombineerd met de film Variationen auf Genoveva, die fungeerde als een soort decor voor het werk, samen met andere videobeelden.

Schumanns opera Genoveva (1850) is een muzikaal meesterwerk, verwant aan de opera’s van Richard Wagner die in dezelfde periode zijn Lohengrin componeerde. Met het door Schumann zelf geschreven libretto zijn er echter problemen. Het is lastig om het werk overtuigend op scène te brengen en er  is een discrepantie tussen het simpele sprookjes- of legendeachtige verhaal en de schitterende, emotionele muziek. Regisseur Martin Kusej heeft die problemen grotendeels opgelost in zijn aangrijpende enscenering van het werk in de opera van Zürich in 2007, gedirigeerd door Nikolaus Harnoncourt. Een van Kusejs regievondsten was om de drie protagonisten voortdurend op scène aanwezig te laten zijn, ook al vertoeft een ervan, Siegfried, tijdens een groot deel van de opera in de oorlog. Harnoncourt merkte op over deze productie: ‘Je moet in deze opera niet naar dramatische effecten zoeken. Deze opera gunt ons een blik in de ziel. Schumann was niet geïnteresseerd om ons iets naturalistisch voor te schotelen.’

Schumann inspireerde zich voor het libretto op het stuk van Hebbel en de legende van Genoveva van Brabant. Het verhaal draait rond seksuele passie. Graaf Siegfried trekt ten strijde en laat zijn vrouw Genoveva achter onder bescherming van zijn vriend Golo. Die probeert Genoveva te verleiden maar zij weigert. Uit gekrenkte trots beschuldigt Golo haar van overspel. Wanneer Siegfried hiervan hoort, laat hij zijn vrouw opsluiten en ter dood veroordelen. Bij zijn terugkeer raakt hij echter overtuigd van de onschuld van zijn vrouw. Ze verenigen zich met elkaar onder algehele bijval van het volk. Magische elementen zoals een tovenares waarmee Golo optrekt, een magische spiegel, de geest van de vermoorde Drago die opduikt en de verschijning van de Heilige Maagd voorzien het libretto van nog meer sprookjesachtige elementen.

Het simpele verhaal over een driehoeksverhouding is echter minder eenvoudig dan het lijkt, want de held Siegfried is in feite een reactionair symbool van de wet en de norm. En Golo is niet zomaar de slechterik van het stuk. Hij is in feite de held, het vrije individu, de kunstenaar, het alter ego van de romantische componist Schumann. Genoveva is het sublieme eeuwige slachtoffer, van Siegfried zowel als van Golo, van het huwelijk zowel als van de lust, van de maatschappelijke druk zowel als van de individuele vrijheid. Zij is, kortom, een geïdealiseerde Clara Schumann.

Niet toevallig de Kuyper grijpt voor de beeldtaal van zijn film terug naar de stille film. We krijgen lange, onbeweeglijke opnames te zien in zwart-wit waarin mimespelende acteurs niet zozeer het verhaal vertellen, dan wel de in de muziek vervatte emoties uitdrukken. De film functioneert zo als een soort evocatie van wat er in de muziek gebeurt.

De zwart-witbeelden die Eric de Kuyper bij deze muziek draaide zijn niet illustratief, ze tonen noch letterlijk de actie van het verhaal, noch illustreren ze de muziek – waarmee ze overigens ook niet gesynchroniseerd zijn. Evenmin zijn het gestileerde toneelbeelden die doen denken aan een operascène. de Kuyper heeft gedraaid in een bestaand achttiende-eeuws kasteel dat visueel zijn stempel drukt op de productie. De romantische held (Golo) in een wit hemd hangt over een balustrade van een fraaie classicistische traphal, kijkt uit het venster, overdenkt zijn lot terwijl we de aria ‘Könnt’ ich mit Ihnen! Weiht’ auch mich des heil’gen Mannes Segenspruch!’ horen. In een beeld-in-beeld opname (dierbaar aan de stille film) zien wij Golo vechten met een zwaard, een stenen leeuw beklimmen, dromen van de oorlog. De volgende scène speelt beneden in  de traphal. Golo zit op een pilaster. Genoveva en Siegfried wandelen de trap af. Wij horen het einde van het duet ‘So wenig Monden erst, dass ich Dich fand’ en daarna het recitatief ‘Dies gilt uns’, ingeluid door het trompetgeschal waarmee Siegfried afscheid neemt van Genoveva en haar aan Golo toevertrouwt. Heel effectief is het zwarte kader dat – terwijl Siegfried zingt – rond Genoveva en Golo verschijnt en zowel haar eenzaamheid als de quasi onvermijdelijke relatie met Golo aanduidt. Zo reduceert de film van de Kuyper de actie (en muziek) van de opera tot een serie sleutelmomenten die op zich toch een – min of meer – begrijpelijk verhaal vormen.

De acteurs spelen niet naturalistisch. Zij spelen zoals in de stille film een soort mimespel, uiteraard met gedragen gebaren en een zekere pathetiek die opera en stille film gemeen hebben. Dat leidt soms tot bevreemdende resultaten. Zoals bijvoorbeeld in het vervolg van de scène van daarnet, waar Schumann het koor ‘Auf, auf in das Feld’ laat zingen om iedereen aan te zetten ten strijde te trekken terwijl de drie protagonisten elkaar liefdevol ‘Leb wohl’ wensen. de Kuyper laat dat begeleiden door een rondedansje in slow motion in de traphal. Het klinkt vreemd, maar het resultaat is aangrijpend.

De centrale verleidingsscène van de film maakt efficiënt gebruik van de doorkijk die het achttiende-eeuwse paleis biedt, van de ene kamer naar de volgende, naar de traphal en de kamer erachter. De deuren die geopend of gesloten worden door de personages dienen als schermen waarmee de scènes ingeleid of afgesloten worden, terwijl het drama tussen de kuise Genoveva en Golo zich voltrekt. Met simpele middelen, een statische camera en het gebruik van een lange sequentie zonder montage of tussenshots, weet de Kuyper hier een grote emotionele impact te bereiken.

Variationen auf Genoveva is geen muzikaal variatiewerk en geen illustratie van de opera van Robert Schumann. Je zou dit ‘work in progress’ een filmisch ‘raccourci’ van de opera kunnen noemen, met acteurs die de gevoelens van de personages uitdrukken. Of misschien kan je het nog het best definiëren als het omgekeerde van de ‘Begeleitmusik zu einer Lichtspielscene’ die Arnold Schönberg ooit componeerde: een ‘Begeleitlichtspiel zu einer Musikscene’.

Variationen auf Genoveva von Robert Schumann. Regie: Eric de Kuyper, vertolking: Olivia Poppe, Adrian Florin Mirza. Zwart-wit, 40 minuten.

Op 21 januari te zien in de Beursschouwburg (Brussel), www.beursschouwburg.be

JE LEEST ONZE ARTIKELS GRATIS OMDAT WE GELOVEN IN VRIJE, KWALITATIEVE, INCLUSIEVE KUNSTKRITIEK. ALS WE DAT WILLEN BLIJVEN BIEDEN IN DE TOEKOMST, HEBBEN WE OOK JOUW STEUN NODIG! Steun Etcetera.

recensie
Leestijd 4 — 7 minuten

#123

01.12.2010

28.02.2011

NIEUWSBRIEF

Elke dag geven wij het beste van onszelf voor steengoede podiumkunstkritiek.

Wil jij die rechtstreeks in je mailbox ontvangen? Schrijf je nu in voor onze nieuwsbrief!