Funeral, Ontroerend Goed © Ans Brys

Leestijd 10 — 13 minuten

Van Shanghai tot Ieper: rouw is intiem en universeel

Hoe Funeral van Ontroerend Goed overal anders ontvangen werd

Wordt er wereldwijd op dezelfde manier gerouwd? Hoe sterk zijn culturele gevoeligheden in de omgang met verlies? Remi Cosijn, regieassistent bij Ontroerend Goed, reflecteert over de cultureel gediversifieerde ontvangst van de rituele voorstelling Funeral in België en in China: van ongemak en gêne tot een gedeeld gevoel van gedragenheid.

In het voorjaar van 2022 creëerden we met Ontroerend Goed Funeral, een voorstelling over de dood, verlies en de eindigheid der dingen. De voorstelling neemt de vorm van een ritueel aan, waarbij het publiek wordt uitgenodigd om deel te nemen. Met Ontroerend Goed zijn we al decennia gekend voor participatieve voorstellingen waarbij je als toeschouwer, soms een-op-een, actief wordt betrokken. In Funeral beleeft het publiek een ceremoniële voorstelling, waarbij we de mogelijkheid bieden om samen met de makers stil te staan en ruimte te geven aan verlies. Hierdoor ontstaat een mooie vorm van collectiviteit. Doordat de acteurs in gedimd licht eerder faciliteren dan de show stelen, word je als toeschouwer een veilige, bijna meditatieve, omgeving binnengeleid. Zowel acteurs als publiek nemen tijdens Funeral afscheid van iemand die door hen wordt gemist. Op die manier ontstaat naast de individuele ervaring ook een collectieve verbinding: acteurs gaan op in het publiek, de toeschouwers nemen in sommige scènes een actieve houding aan en voeren zelf handelingen uit.

“Aanvankelijk zingt het publiek twijfelend en ongemakkelijk mee, maar gaandeweg beginnen individuele stemmen op te gaan in het geheel — een eerste moment van onderlinge verbinding.”

Een belangrijk uitgangspunt bij het maken van deze voorstelling was dat we ons niet wilden beperken tot westerse gebruiken en rituelen. We wilden een voorstelling creëren die ook in andere culturele contexten klopte. Tijdens het creatieproces keken we naar afscheids- en begrafenisrituelen uit verschillende culturen: uit Latijns-Amerika, India en Japan, maar ook uit Mexico, Ghana en Iran. Daarnaast voerden we in de repetitieruimte re-enactments uit van religieuze vieringen van de drie grootste wereldreligies: een eucharistieviering, een joodse en een islamitische viering. Op die manier wilden we onze West-Europese blik op rouwrituelen en de omgang met dood en verlies verbreden, en bekeken we ook welke gelijkenissen religieuze vieringen hebben op het vlak van structuur en opzet. Wat kunnen we uit deze vieringen leren? Welke theatrale en rituele handelingen uit andere culturen kunnen we gebruiken zonder ze te exotiseren? Welke waarden zitten vervat in de vieringen van het christendom, het jodendom en de islam waarop wij willen voortbouwen? Deze vragen vormden de premisse van het dramaturgisch onderzoek.

Na drie theaterseizoenen leeft deze collectieve verbinding verder. De voorstelling blijft spelen, zowel in haar originele versie als in de remake. In het afgelopen jaar werd Funeral internationaal namelijk twee keer her-maakt: in Shanghai en in Ieper. In maart 2025 gingen we met een deel van de artistieke kern naar China om een mandarijnse versie van Funeral te maken op het Shanghai Jingan Theatre Festival. De Chinese cast bestond zowel uit professionele als niet-professionele acteurs en actrices, wat drempelverlagend werkte. Een halfjaar later maakten we met niet-professionele acteurs een versie op het Landjuweelfestival van OpenDoek in Ieper.

Samen zingen in Esperanto

Bij het betreden van de zaal groet iedereen elkaar. Alle toeschouwers schudden elkaar de hand en nemen daarna plaats aan het eind van een spreekwoordelijke condoleancerij, om zo de volgende bezoekers te groeten. Elke toeschouwer wordt op die manier welkom geheten. Hier en daar hoor je ‘sterkte’ of ‘gecondoleerd’. Het is een herkenbare en tegelijk bevreemdende geste: iemand reikt zijn hand uit en als toeschouwer antwoord je met eenzelfde handbeweging. De code wordt ingezet door de acteurs, en nadien overgenomen door het publiek. Hierdoor weet je na een tijdje niet meer precies wie nu acteur is en wie niet. Er ontstaat een organische vermenging van acteurs en publiek, waarbij we hopen dat iedereen het gevoel krijgt onderdeel van een groter geheel te zijn.

Funeral, Ontroerend Goed © Ans Brys

De gemiddelde Vlaming is vertrouwd met dit gebaar. Het groeten van de familie van de overledene is bij een uitvaartplechtigheid een vast ritueel, dat ondanks de herkenbaarheid ervan niet zelden voor onwennigheid zorgt. In Shanghai is het in formele situaties gebruikelijk elkaar te groeten met een buiging. Een hand geven kan, maar wordt minder gedaan. Tijdens de voorstelling zagen we dan ook vaak een afwisseling of combinatie van de twee. Wat echter het sterkst opviel, was de gelijkenis in beleving tussen Ieper en Shangai. Het onverwachte groeten met een hand of buiging zorgde op beide plekken voor evenveel ongemak en gegrinnik.

Het gevoel deel te zijn van een groter geheel is een van de belangrijkste kenmerken van rituelen. Funeral zet daar bewust op in, bijvoorbeeld wanneer er houtblokken worden doorgegeven, vlak nadat de laatste toeschouwer de groetrij is gepasseerd. Eerst worden handen geschud, daarna houtblokken doorgegeven—blokken die later theaterstoeltjes worden. Acteurs en publiek versmelten in de handeling. Al in de theaterfoyer, waar Funeral van start gaat, proberen we ervoor te zorgen dat de individuele aanwezigheid ingewisseld kan worden voor een gedeelde ervaring. Daar deelt een acteur mee dat ook de acteurs zelf afscheid zullen nemen van dierbaren. Als toeschouwer word je bij het betreden van de zaal uitgenodigd om de naam van iemand die je mist aan die afscheidslijst toe te voegen. Op een gegeven moment—je weet nog niet wanneer—zullen die namen immers luidop voorgelezen worden. Nog in de foyer studeren we samen een lied in het esperanto in, de universele taal die in het leven werd geroepen om communicatie tussen mensen uit verschillende culturen mogelijk te maken. Eerst zingen we het lied voor, waarna het publiek onze woorden herhaalt. Op dat moment gebeurt er voor de toeschouwer vaak iets onverwachts: de foyer vult zich met zachte, luide, hoge en lage klanken. Aanvankelijk zingt het publiek twijfelend en ongemakkelijk mee, maar gaandeweg beginnen individuele stemmen op te gaan in het geheel—een eerste moment van onderlinge verbinding.

“Tijdens het creatieproces in Shanghai werd duidelijk dat er in de Chinese cultuur een taboe rust op praten over de dood. Ook in Vlaanderen vinden we moeilijk woorden om over de dood en over verlies te spreken.”

Dankzij deze gedeelde beleving verwerft het publiek, net zoals de makers en acteurs, een zekere vorm van zeggenschap of auteurschap in Funeral. Het resoneert met wat Hans-Thies Lehmann in Postdramatisches Theater (1999) over ‘response-ability’ schreef: als toeschouwer kun je het verloop van de voorstelling niet veranderen of bepaalde artistieke keuzes maken, maar het publiek heeft wel het vermogen om in de voorstelling te participeren en te reageren. Funeral nodigt het publiek uit om te vertragen, als verantwoorde vorm van stil verzet in een neoliberale maatschappij die juist almaar sneller gaat. Die vertraging, maar ook het collectieve aspect—het zingen, het handen schudden, het doorgeven van houtblokken en het opgeven van namen—werkt als een ritueel dat voelbaar maakt hoeveel verlies zich binnen één groep kan verzamelen, zonder dat de individuele ervaringen daarbij verdwijnen.

Het taboe op jong sterven

Door de collectiviteit en de meditatieve sfeer van Funeral ontstaat er ruimte om stil te staan bij wat we missen. Deze ruimte werd in Shanghai op een andere manier ingevuld dan in Ieper. Tijdens het creatieproces in Shanghai werd duidelijk dat er in de Chinese cultuur een taboe rust op praten over de dood. Ook in Vlaanderen ervaren wij dikwijls ongemak, en vinden we moeilijk woorden om over de dood en over verlies te spreken. In Shanghai ligt het echter gevoeliger om bijvoorbeeld over iemand te spreken die jong sterft. Tijdens gesprekken met de Chinese cast werd duidelijk dat men een vroege dood ziet als een mislukking in het leven—en ‘vroeg sterven’ betekent in China trouwens niet sterven voor je veertigste, maar voor je zeventigste. De verantwoordelijkheid voor een ‘vroeg’ overlijden komt als het ware impliciet bij de persoon zelf te liggen, alsof het leven niet op de juiste manier volbracht is.

Deze culturele gevoeligheid wekte bij de gemiddelde Chinese bezoeker een zekere vorm van afstandelijkheid op, een aarzeling om mee te gaan in de thematiek van de voorstelling. Later bleek dat dat niet alleen aan het onderwerp lag: uit gesprekken met de Chinese cast en bezoekers kwam namelijk naar boven dat het onbegrip te wijten was aan een fundamenteel verschillend beeld van wat theater moet zijn. In de Chinese cultuur moet theater iets voorstellen dat zich aan het alledaagse onttrekt. Het biedt een verheven, gestileerde en geïdealiseerde weergave van de realiteit. Meer dan de gevoelige thematiek was dat de hoofdreden waarom de remake van Funeral in Shanghai voor vele Chinese bezoekers gêne opriep. Het Chinese publiek voelde te weinig de metaforische, beschermende laag die het binnen zijn vertrouwde theaterkader gewend is.

“De culturele kaders verschillen, alsook gevoeligheden, maar het verlangen deel uit te maken van een groter geheel lijkt grensoverschrijdend.”

In het midden van de voorstelling nodigen de acteurs—die we eerder facilitatoren willen noemen—het publiek uit om op te staan voor een processie. In een spiraalvormige constellatie, gemaakt uit confetti, stapt de hele groep richting het centrum, waar een verticaal opstaande steen als een soort altaar wacht. Als toeschouwer schuifel je mee in de slakkenvorm en gooi je een handvol confetti uit over de steen. Toeschouwers kijken naar elkaar en weten dat ze bekeken worden, en bovendien is iedereen op hetzelfde gericht. De rituele handeling wordt niet in vraag gesteld. Rituelen automatiseren immers handelingen. Tegelijk zijn we in onze huidige maatschappij vergeten wat die handelingen—hol als ze zijn geworden—écht betekenen. Toch zorgt de processie, door de contemplatieve sfeer van muziek en licht, voor een vorm van verbinding: we doen iets samen, we schuifelen de spiraal in, gooien confetti uit en begeven ons weer naar buiten.

Aanvankelijk dachten we dat we bij het aanleren van de voorstelling in Shanghai een aantal artistieke toegevingen zouden moeten doen. Van elementen zoals het geven van een hand, het lied en de objecten wisten we niet zeker of ze in een Chinese context zouden resoneren; we dachten dat ze misschien toch te westers georiënteerd zouden zijn. Maar ondanks de eerder genoemde inhoudelijke gêne volgde het Chinese publiek de handelingen en gebruiken met een gemak gelijkaardig aan het Vlaamse publiek, bijvoorbeeld in Ieper. Die vlotheid lijkt te wortelen in iets wat culturele referentiekaders overschrijdt: wie in de collectieve beweging meegaat, ervaart verbondenheid. Die collectieve dynamiek vormt het uitgangspunt van de universaliteit in Funeral: niet omdat iedereen hetzelfde is of meedraagt, maar omdat men zich in gedeelde ritmes en gebaren kan herkennen.

Funeral, Ontroerend Goed © Ans Brys

Uit gesprekken met de Chinese cast en feedback van een aantal Chinese bezoekers, leek de uitvaartscène dan weer meer te resoneren in Shanghai dan in Ieper. Nadat het publiek de spiraalvormige processie heeft uitgelopen, brengen de acteurs de toeschouwers tot stilstand. De rechtopstaande steen wordt weggedragen en een leeg vierkant blijft over, waarrond de groep houtblokken begint te leggen. Daarna legt een acteur een lichtkrans op de grond en plaatst hij er objecten rond, ingepakt in boterpapier. Deze objecten komen niet uit het niets: ze verwijzen naar een objectendoos die eerder in de voorstelling het leven van een gemiste persoon opriep. Nu worden ze uitgestald rond de lichtkrans, alsof ze mee het graf van de overledene in gaan. In de Chinese cultuur is het gebruikelijk om de objecten die iemand typeren mee te geven in de doodskist. Ze zorgen voor een veilige reis of overtocht naar het hiernamaals, waar de meervoudige ziel blijft voortleven als men de overledene correct eert. Sleutels, kledij of een portefeuille: het wordt allemaal meegegeven.

Elke specifieke culturele context lijkt dus een extra laag toe te voegen aan de beleving van Funeral. Waar bepaalde rituele elementen in Ieper (en bij uitbreiding op andere Vlaamse speelplekken) vooral als een poëtisch gebaar werden gelezen, werden ze in Shanghai herkend als een handeling met een concrete spirituele betekenis. Van de Chinese cast en bezoekers vernamen we dat men het uitstallen van de objecten rond de lichtkrans leest als een zorgzame daad ten aanzien van de overledene. Het beeld sluit aan bij bestaande lokale tradities rond voorouderverering en de voortzetting van de ziel. Juist in die herkenning zit een paradox: het werd duidelijk hoe Funeral niet alleen universeel kan zijn in de vorm, maar tegelijk ook cultureel specifiek kan zijn in betekenis en inhoud. Van Shanghai tot Ieper blijkt dat rouw nooit louter individueel is. De culturele kaders verschillen, alsook gevoeligheden, maar het verlangen om in tijden van verlies deel uit te maken van een groter geheel lijkt grensoverschrijdend. Door samen te groeten, te zingen en te zwijgen, ontstaat een ruimte waarin verlies gedragen kan worden.

JE LEEST ONZE ARTIKELS GRATIS OMDAT WE GELOVEN IN VRIJE, KWALITATIEVE, INCLUSIEVE KUNSTKRITIEK. ALS WE DAT WILLEN BLIJVEN BIEDEN IN DE TOEKOMST, HEBBEN WE OOK JOUW STEUN NODIG! Steun Etcetera.

artikel
Leestijd 10 — 13 minuten

#182

15.04.2026

14.09.2026

Remi Cosijn

Remi Cosijn heeft een master in de theaterwetenschappen (UGent) en maakt sinds 2023 als regieassistent deel uit van de artistieke kern van Ontroerend Goed. Daar werkte hij mee aan SUMMIT en de remakes van Funeral. Sinds 2024 is hij als onderwijsbegeleider verbonden aan de vakgroep Kunst-, Theateren Muziekwetenschappen (UGent).

NIEUWSBRIEF

Elke dag geven wij het beste van onszelf voor steengoede podiumkunstkritiek.

Wil jij die rechtstreeks in je mailbox ontvangen? Schrijf je nu in voor onze nieuwsbrief!