Outside eyes uit Iran: Nasim Ahmadpour
Als macht afwezigheid performt [NL]
Nasim Ahmadpour
‘Da Capo’, Circus Ronaldo © Frauke Verreyde
Bloed kruipt waar het niet gaan kan, maar in het circus stroomt dat bloed nog ietsje sneller. Niet alleen zijn er nog steeds heel wat klassieke nomadische familiecircussen, ook de jongere generatie die niet uit een traditie stamt neemt haar kinderen mee het circus in. Dat kan heerlijk zijn, maar soms ook hobbelig onderweg. Vader Danny (54) en zoon Pepijn (26) kunnen ervan meespreken. Zij zijn de zesde en zevende generatie van Circus Ronaldo en de opvolging staat te trappelen. Liv Laveyne sprak met hen over thuisonderwijs, hun duovoorstelling Sono io? en de finesses van de clownskunst.
Met Da Capo, geselecteerd voor Het Theaterfestival, staat de hele clan van Circus Ronaldo op de piste. Van oma tot kleindochter, vaders en zonen en alle liefjes en verwanten daartussen. De voorstelling overvleugelt een geschiedenis van een circus en een familie.
Het is een stamboom die begint met Adolf Peter Van den Berghe, die het in 1842 op zijn vijftiende thuis aftrapt in Gent en met een Duits circus de boer op gaat, om later zelf een rondreizend variététheater op te richten. Zijn zonen Willem en Adolf-Joseph zetten die traditie voort, en op zijn beurt ook weer de zoon van Adolf-Joseph, acteur en decorschilder Jan Van den Berghe. Jans kleinzoon is Johnny Ronaldo (pseudoniem van Jan Van den Broeck), in 1971 de founding father van Circus Ronaldo. Zijn twee kinderen, Danny en David, zorgen eind jaren 1990 voor de switch van variétécircus naar het circustheater dat we met Ronaldo associëren. Inmiddels staan ook Danny’s kinderen Nanosh (30), Pepijn (26), Angelo (16) en Adanya (10) op de piste.
“Ik kan me niet voorstellen dat ik ooit met mijn vader een voorstelling als Sono io? had kunnen maken. Circus diende om mensen te vermaken, niet om je privéleven te tonen.”
— Danny Ronaldo
Het maakt van Da Capo niet alleen een terugblik maar ook een vooruitblik. ‘Deze voorstelling is echt kijken: het publiek kijkt natuurlijk altijd, maar in deze voorstelling kijken wij ook naar elkaar, naar onze geschiedenis, naar onze toekomst en wie we nu zijn’, vertelt Danny Ronaldo. We hebben afgesproken in een ijssalon in Sint-Niklaas. De voorstelling in Bornem hebben ze enkele dagen geleden te elfder ure van locatie moeten verhuizen wegens een te zompig terrein. Ondertussen is het alweer snikheet. Tijd voor een gesprek tussen vader en zoon, en een ijsje voor de dochter.
Pepijn was drie toen hij meespeelde in Circus Ronaldo’s Fili (1999) en het publiek vertederde. Ruim twintig jaar later is hij in de voetsporen van zijn vader gestapt. Samen maakten ze er een voorstelling over: Sono io? (2021), over de relatie tussen een oude clown die — loslaten is nooit makkelijk — de fakkel doorgeeft aan zijn zoon. ‘Ik heb me als kind nooit afgevraagd wat ik later wou worden. Het leek gewoon logisch: niet om circusartiest te wórden, maar circusartiest te zíjn,’ zegt Pepijn. ‘Bakker of boekhouder of pakweg tandarts worden, dat kwam gewoonweg niet bij me op.’
Danny geeft toe dat hij wat teleurgesteld zou zijn geweest als Pepijn tandarts was geworden. ‘Ik zou mijn kinderen nooit pushen, maar we moeten ook niet onnozel doen: elke ouder heeft wel ergens een verlangen over de plek waar een kind uiteindelijk terechtkomt, in het werk, in de liefde. En als dan blijkt dat je kinderen in je voetsporen willen treden omdat ze jouw passie delen, dan is dat … mooi. Ik zou een voorstelling als Sono Io? ook met een jongere acteur kunnen maken, maar het zou nooit hetzelfde zijn als samen met Pepijn.’
‘Sono io? blijft voor mij een bijzondere ervaring: om die geschiedenis te voelen, niet als last op je schouders maar als bagage die je naar iets verder beweegt’, zegt Pepijn. ‘Op een bepaalde manier voelde het heel natuurlijk om in de schoenen van de vader te stappen. Ik weet het, het zijn grote schoenen om te vullen, maar dat verlamt me niet. Ik hoef nog niet te weten waar ik uitkom, als ik maar blijf stappen. Ik heb dat nooit als een druk ervaren of een concurrentie die ik moest aangaan. Van een generatieclash is bij ons geen sprake.’
“Het circus is er altijd, fysiek en in je gedachten. Dat is dubbel: het is heel intens omdat je er geen afstand van kunt nemen. Maar aan de andere kant is dat juist ook mooi. Het circus is je leven, het is wie je bent.”
— Pepijn Ronaldo
Danny: ‘Al spelen we daar wel even mee in de voorstelling, maar dat is vooral omdat onze eindregisseur, Frank Van Laecke, een clash inhoudelijk nodig vond—en terecht. Het is altijd oneindig interessanter in de kunsten om twee mensen in hun relatie te zien wroeten dan dat het een en al harmonie is.’
Bij Pepijn en Danny mag er dan een harmonieuze overdracht zijn, tussen Danny en zijn vader Johnny, die in 2020 overleed, liep dat niet zo van een leien dakje. Het was een hobbelig parcours, de omschakeling van variétécircus naar circustheater geënt op de commedia dell’arte-traditie. ‘Er is zeker conflict geweest, zij het met weinig woorden’, zucht Danny. ‘De communicatie tussen ouder en kind was in die tijd sowieso anders. Ik groeide op in een heel gesloten circuswereld, echt contact met de buitenwereld had ik niet. Circus was toen vooral nog iets voor kinderen, dus er kwamen alleen gezinnen kijken, en na de voorstelling was het terrein weer leeg.’
‘Als klein familiecircus moest er ook niet veel gezegd worden: je bent de hele tijd samen, het is altijd hetzelfde werk. Tent op, voorstelling spelen, weer opbreken en weg. Als ik iets daardoor geleerd heb, dan is het wel lichaamstaal te lezen. Het heeft me veel geholpen als clown naar het publiek toe. Maar ik zou zo’n communicatie tussen ouder en kind niet aanraden.’
‘Ik kan me niet voorstellen dat ik ooit met mijn vader een voorstelling als Sono io? had kunnen maken. Circus diende om mensen te vermaken, niet om je privéleven te tonen. Ik heb pas nadien vanuit het theater geleerd dat je eigen emoties de ingrediënten zijn voor wat je op scène doet, en dat het publiek ook komt om zichzelf in die emoties te herkennen. Maar daarover spreken, dat was een brug te ver voor mijn pa.’
Een van de meest sprekende beelden zit misschien wel in Circenses, een voorstelling die met publiek aan beide kanten werd gespeeld, die de voor- en de achterkant, letterlijk maar ook figuurlijk, van het circus liet zien. Het was het laatste optreden van Johnny als artiest: gezeten op een houten kermispaard, met geweer in de aanslag en cowboyhoed op. Als een levend ruiterstandbeeld uit vervlogen tijden.
Bij het slot van Da Capo (2023) is het de jongste telg van Danny, zijn dochtertje Adanya, die de cowboyhoed van Johnny Ronaldo opzet. Een statement: na jaren male dominance is het de vrouw die de fakkel overneemt. Danny lacht. ‘Onze circusgeschiedenis, onze familie, is inderdaad erg mannelijk. Adanya is het eerste meisje in drie generaties. Maar vergis je niet, het lijkt dan misschien een mannenwereld, daarachter staan krachtige vrouwen.’
‘Het was mijn grootmoeder die alles voor het zeggen had. Tot ik geboren werd, gingen alle inkomsten van het circus in één grote pot, die zij beheerde voor de hele familie. Later was het mijn moeder die de kassa beheerde. Dus ze zag ook hoe het op een bepaald moment steeds slechter ging met het circus. Dat was eind jaren 1970, begin jaren 1980. We konden als klein familiecircus niet langer opboksen tegen de commerciële shows van Bassie & Adriaan en de grote Russische circussen met wilde dieren. Mijn vader probeerde vast te houden wat als zand door de vingers glipte, maar mijn moeder, die de inkomsten zag slinken, wist dat iets moest veranderen.’
‘Mijn vader was een dromer, mijn moeder was praktischer ingesteld. Toen ze voelde dat haar zoon een andere weg op wilde, was zij als eerste geneigd om te zeggen: doe maar, want zo werkt het niet. Mijn moeder, ze is nu 82, heeft altijd al beter met verandering kunnen omgaan. Ze zou twee keer per maand alle meubels in het huis verzetten en daar haalt ze ook haar energie en geluk uit. Mijn vader wilde het liefst dat alles bleef staan zoals het stond. Het is een metafoor op zich.’
Welk soort vader was Danny voor Pepijn als kind? ‘Papa is altijd mijn held geweest, maar ook een afwezige vader die vaak op tournee was’, zegt Pepijn. Er is een Belgische wet rond ‘foorreizigers en schipperskinderen’, waaronder ook kinderen van circusartiesten vallen. Ze zijn wel leerplichtig maar niet schoolplichtig en kunnen dus thuisonderwijs genieten.
‘Evident is dat niet’, legt Danny uit. ‘Zelf aan je kinderen lesgeven vergt veel discipline voor ouder én voor kind. Probeer maar eens in snikheet weer in de woonwagen les te geven aan je kinderen terwijl er buiten een tent moet worden opgebouwd… De moeder van mijn drie zonen heeft, toen Circus Ronaldo echt succesvol begon te toeren, beslist om niet langer mee te gaan. Pepijn heeft mij als vader dus vaak moeten missen. Of het dat waard was? Ik deed wat ik dacht dat het beste was, maar ik zou het nu niet meer kunnen, want die verloren tijd tussen ouder en kind haal je nooit meer in.’
Inmiddels heeft Danny naast drie zonen ook dochter Adanya uit een relatie met koorddansers Kimi Hartmann, telg uit een andere bekende circusfamilie. ‘Het is geen toeval dat de meeste relaties binnen het circus ontstaan, want het is toch een bijzondere wereld die voor buitenstaanders moeilijk te vatten is. Je bent voortdurend onderweg, je kunt nooit hechte vriendschappen aangaan, behalve binnen de compagnie. Je leeft dicht op elkaar in kleine ruimtes, of het nu een woonwagen of hotelkamer is. En met een gezin is die uitdaging nog groter. Er zijn veel handboeken over nieuw samengestelde gezinnen, maar de ideale handleiding voor nieuw samengestelde circusgezinnen moet nog uitgevonden worden.’
“Ik weet eigenlijk niet zo goed waarom de mensen lachen met wat ik doe. Ik doe het puur op gevoel en dan is het interessant om Pepijn het mechanisme erachter te horen uitleggen.”
— Danny Ronaldo
Met Da Capo toeren ze nu weer met de hele familie. ‘Dat is fijn, maar het vergt inspanningen voor iedereen, ook voor Adanya. Ze gaat soms naar school maar is vaak ook afwezig en krijgt dan schoolwerk mee voor de weken dat ze op tournee is. En het vraagt ook andere offers: als Adanya’s vriendinnetjes haar uitnodigen voor een verjaardagsfeestje, kan ze meestal niet, want ze is mee met het circus.’
Toch zegt Pepijn dat het toeren voor zijn mooiste kinderherinneringen heeft gezorgd. ‘De lange gesprekken onderweg met je vader in de vrachtwagen, de tent mogen helpen opbouwen — of toch dat gevoel krijgen, want als klein manneke loop je vooral meer in de weg. (lacht) Het feit dat er geen grens is tussen werk en privé is vrij uniek. Het circus is er altijd, fysiek en in je gedachten. Dat is dubbel: het is heel intens omdat je er geen afstand van kunt nemen. Maar aan de andere kant is dat juist ook mooi. Het circus is je leven, het is wie je bent. Het maakt je op een rare manier meer … heel als mens.’
Pepijn beheerst verschillende circusdisciplines, zoals straps en jongleren. ‘Maar als ik als kind ergens in het circus naar uitkeek, dan was het toch wel de clown, en niet omdat dat mijn vader was’, lacht Pepijn.
Volgens Danny was Pepijns talent als clown al snel merkbaar. ‘Hij heeft dat aangeboren gevoel om het publiek te bespelen op een manier die tegelijk grappig en ontroerend is. En het is niet alleen een talent, maar een zoektocht die hij voortdurend blijft aangaan: hoe werkt dat? Hoe breng ik daarin nog meer finesses?’
Pepijn is de eerste van de Ronaldo’s die buiten de familie een circusopleiding ging volgen, bij de Brusselse mimeschool Lassaad. ‘Het was een heel technische studie: over lichaamshouding, spanning en ontspanning, de theorie van Jacques Lecoq. Het was voor mij belangrijk om even afstand te nemen van Circus Ronaldo en ook zelf dingen te ontdekken.’
Plots verschoof zo ook de relatie van vader-zoon en meester-leerling. ‘Ik heb zelf geen enkel diploma, alleen een zwembrevet van 200 meter’, lacht Danny. ‘In die zin was ik blij dat Pepijn naar Lassaad ging, omdat hij kennis meebracht die voor mij ook interessant was. Pepijn kan uitleggen waarom drie passen op die manier zetten en dan omdraaien grappig is en bij twee stappen totaal niet. Ik weet eigenlijk niet zo goed waarom de mensen lachen met wat ik doe. Ik doe het puur op gevoel en dan is het interessant om Pepijn het mecha- nisme erachter te horen uitleggen.’
“Ook al benader je clownerie vanuit een moderne of theoretische hoek: we blijven als mensen nog altijd met dezelfde dingen lachen.”
— Danny Ronaldo
Veel van die clownerie gaat terug naar oernummers uit de commedia dell’arte. ‘Ook al benader je dat vanuit een moderne of theoretische hoek: we blijven als mensen nog altijd met dezelfde dingen lachen, de kleinmenselijke kantjes die de clown vaak uitvergroot. Je kunt dat aan de ene kant triest vinden, want het lijkt alsof er geen evolutie is, maar aan de andere kant is dat ook schoon en troostend, omdat het ons verbindt met ons verleden en waar we nu zijn.’
‘Toen ik vijftien jaar was, kreeg ik van andere clowns te horen: je doet dat niet slecht, maar een écht goede clown moet op zijn minst vijftig zijn. Nu ben ik vijftig en dreigt er in de kunsten en bij uitbreiding de maatschappij geen plaats meer te zijn voor een oude witte cisman’, zegt Danny met enige zelfspot — maar toch ook niet helemaal. ‘In Sono io? speel ik de oudere man die naar zijn pensioen neigt. Misschien is dat mijn manier om te anticiperen op wat komt en heb ik het onvermijdelijke al een beetje kunnen verwerken door die voorstelling zo vaak te spelen.’
Een van de mooiste voorstellingen van Circus Ronaldo is misschien wel Fidelis fortibus, een solo waarin Danny zich alleen op de piste bevindt met de graven van zijn overleden circusfamilie. In een poging hun erfenis tot leven te wekken, voert hij zijn acts op, tot hij in de nok klimt en de kroonluchter dooft.
‘Loslaten is een van de moeilijkste dingen. Het is een beetje zoals doodgaan, maar de dood lijkt me nog gemakkelijk want die komt je zelf wel halen. Het is gek, iedereen moet op een bepaald moment op pensioen, maar niemand die je leert hoe je dat best doet. Iedereen vraagt aan het kind: ‘Wat wil je later worden?’, maar niemand spreekt over wat je later niet meer wordt.’ Misschien is dat ook het probleem van de kunsten, voor de instroom zijn er allerlei mechanismen, maar een uitstroom? Daar is geen antwoord op. ‘Iedereen gaat daar ook anders mee om. De ene laat het volledig los en kijkt uit frustratie nooit meer om, en dan heb je anderen die per se op het schip willen blijven om de koers te bepalen, terwijl ze eigenlijk geen kapitein meer zijn.’
‘Ik hoop dat ik het met mijn kinderen anders aanpak. Met open armen. Om los te laten en te ontvangen. Zoals de vogel die aan zijn jong in het nest zegt: doe maar, vlieg maar, het is aan jou, maar het nest blijft er altijd.’
Adanya, klaar met haar ijsje, kijkt op en zegt met een serieuze blik: ‘Ik wil graag auteur en regisseur van circus en theater worden’. De toekomst is verzekerd.
KRIJG JE GRAAG ONS PAPIEREN MAGAZINE IN JOUW BRIEVENBUS? NEEM DAN EEN ABONNEMENT.
REGELMATIG ONZE NIEUWSTE ARTIKELS IN JOUW INBOX?
SCHRIJF JE IN OP ONZE NIEUWSBRIEF.
JE LEEST ONZE ARTIKELS GRATIS OMDAT WE GELOVEN IN VRIJE, KWALITATIEVE, INCLUSIEVE KUNSTKRITIEK. ALS WE DAT WILLEN BLIJVEN BIEDEN IN DE TOEKOMST, HEBBEN WE OOK JOUW STEUN NODIG! Steun Etcetera.