Klaas Tindemans

Leestijd 5 — 8 minuten

Valley of Saints (BRONKS/detheatermaker)

Michael Bijnens schreef het toneelstuk Valley of Saints, dat hij samen met acteurs Aurélie Di Marino en Ruud Gielens en muzikant Stalin Abdi ensceneerde bij BRONKS, een productie voor jongvolwassenen – en voor al wie ouder is. Bijnens gaat in zijn tekst juist in tegen de afwezigheid van principiële argumenten in het debat over Syriëstrijders en voert twee zeer ideologische figuren op: een Libanese christen, een puissant rijk bouwondernemer die voor elk regime in het Midden-Oosten vastgoedprojecten ontwikkelt, en een vrouwelijke jihadiste, blond en in goedkope sportkledij.

Dat de burgeroorlog in Syrië, uitdijend naar de rest van de Levant, tot in de volkswijken van onze grootsteden voor onrust zorgt, is een understatement. Wat begon als een seculiere opstand tegen een seculiere dictator is ontaard in een strijd waarin alle partijen menen de ‘beschaving’ – of wat zij daarvoor laten doorgaan – te verdedigen. Destijds maakte een niet zo zachtaardige ingreep van het Syrische leger – minstens getolereerd door globale en regionale grootmachten – een einde aan decennia van burgeroorlog in Libanon. Bittere ironie maakt dat in datzelfde Syrië, ooit vredesstichter, een helder conflict tussen vreedzame opposanten en een brutale potentaat door toedoen van deze laatste is ‘opgelost’ in een strijd van allen tegen allen, waarin bloeddorst een kardinale deugd is geworden.

Als we linkse priesters in Midden-Amerika in de jaren 1970-80 buiten beschouwing laten, evenals de vaak romantische sympathie voor Che Guevara en consorten, is de deelname van Europese jongeren aan een gewapende opstand in een ander werelddeel toch een nieuw verschijnsel. Bij het begin van de opstand tegen de Syrische dictator was er nog enig begrip, maar met het uit de hand lopen van wat ondertussen een jihad geworden was, ging het politieke alarm bij onze politici af. Merkwaardig genoeg hield (en houdt) het discours omtrent ‘radicalisering’ zich vooral bezig met het zoeken naar persoonlijke – psychologische, algemeen maatschappelijke, en haast altijd eurocentrische – motieven voor de transformatie van deze jongeren tot jihadist, voor hun vertrek naar de Levant. Zelden gaat het over de reële ideologische en/of politieke inhoud van hun motieven: ‘anti-westers’ en ‘fundamentalistisch’, dat volstaat. Gemakshalve gaat men ervan uit dat zij zich door simplistische slogans over zuiverheid en heldenmoed hebben laten misleiden.

Michael Bijnens schreef het toneelstuk Valley of Saints, dat hij samen met acteurs Aurélie Di Marino en Ruud Gielens en muzikant Stalin Abdi ensceneerde bij BRONKS, een productie voor jongvolwassenen – en voor al wie ouder is. Bijnens gaat in zijn tekst juist in tegen de afwezigheid van principiële argumenten in het debat over Syriëstrijders en voert twee zeer ideologische figuren op: een Libanese christen, een puissant rijk bouwondernemer die voor elk regime in het Midden-Oosten vastgoedprojecten ontwikkelt, en een vrouwelijke jihadiste, blond en in goedkope sportkledij. Hij heeft haar uit een grot gehaald, waarin ze was gevlucht (voor een zoveelste interne afrekening?) en ze praten met elkaar op het terras van de ondernemer. Hij woont in een villa in de ‘Valley of Saints’, een prachtige streek in Noord-Libanon, UNESCO-erfgoed. Zijn knecht is verder de enige band met de werkelijkheid die hem omringt. Die werkelijkheid is echter ook altijd omstreden – dat zegt de jihadiste letterlijk, en dat wordt niet ontkend – en eigenlijk ook afwezig in de voorstelling. De knecht kuiert rond het terras, in het halfdonker, tokkelend op zijn gitaar, zonder contact met het ‘eiland’ – het terras waar de rijke man en de strijdster hun verbaal gevecht leveren. De belichaming van het conflict beperkt zich tot een partij schaduwboksen, dat in de gestiek soms uitvergroot wordt, maar waarin vooral de argumenten theatraal moeten zijn.

Twee wereldbeelden staan dus tegenover elkaar, een uur lang, want de dramatische anekdote beperkt zich tot de inleiding – de gevluchte vrouw in de grot. Ook haar schrijnende verhaal over moord en doodslag, waarvan we in de slotscène alle details vernemen, is ondertussen een deel geworden van dit ideologisch conflict, hoe ontroerend ook gespeeld. Is Valley of Saints daarom cerebraal, toneel waarvan je je afvraagt waarom er acteurs van vlees en bloed voor nodig waren? Zeker niet, maar de fundamentele strijd tussen onverzoenbare ideeën bepaalt wel elke (on)mogelijke verhouding tussen deze twee figuren en, in zekere zin, ook tussen deze twee toneelspelers. Na een inleiding –  Stalin Abdi vertelt, in het Arabisch, Ruud Gielens vertaalt – waarin de scenische context toegelicht wordt, gaat het licht op het terras aan. De jonge vrouw zit op een stoel, de man giet theatraal een glas water vol – dit ritueel, en zijn kettingroken, bepalen zijn spelritme – en een wederzijds spervuur van affirmaties en replieken begint. Even gaat het over haar eventuele ‘misdaden’, maar dit niet-gesprek keert steeds terug naar ideeën, over dood en leven, paradijs en hel, over god en geld, over democratie en economie, over een gezonde en een zieke geest en hoe je het verschil kan inschatten. Tegenover een wereld die letterlijk van de grond af wordt opgebouwd – de man is een aannemer –, een wereld zonder god maar wel met veel geld, zonder scrupules maar wel met gezond verstand, staat een ideaal dat paradijselijk is, waar iedereen gelijk is in zijn vrees voor god, waar de verlangens in het leven in de dood een bekroning vinden – als de strijdster iemand doodt, sterft ze zelf ook een beetje. Tussen die wereldbeelden is geen vrijblijvend gesprek mogelijk, zoveel is duidelijk. De struise man danst soms over zijn terras, als hij een gitaarklank oppikt, bij de magere jonge vrouw zie je spieren en pezen verstrakken naarmate haar woorden scherper en fanatieker klinken. Het duurt enige tijd voor de spanning tussen de zelfingenomenheid van de rijke ondernemer, die zich perfect ideologisch denkt te kunnen rechtvaardigen, en de onverbiddelijke strakheid van de religieuze strijdster zich ook lichamelijk en dus dramatisch gaan vertalen. Dan wordt hun motoriek – inclusief spreken en mimiek – een Gestus, in brechtiaanse zin: een lichaamshouding die een ingewikkelde maatschappelijke (en politieke) realiteit zichtbaar maakt. De  ondernemer vertelt zijn ‘parabel’ over het heilig verbond tussen geld en macht als hij vanuit de hoogte op de strijdster kan neerkijken: een vernederend machtswoord. Toch keert zij de verhoudingen om, uiteindelijk. Na haar dubbelzinnige, o zo ontroerende bekentenis verwijt ze de man dat hij zijn diepe, diepe eenzaamheid verdringt met (of verdrinkt in) zelfoverschatting. Zij verlost mensen uit hun lijden, hij is de structurele oorzaak van dat leed. De man stort in, tegen haar kan hij niet meer spreken. Het morele bouwmateriaal is rot, als het ware. De muzikant speelt, op haar verzoek, a very sad song voor de man. En zij springt over de terrasmuur, het niemandsland in. Hij ontwikkelt nog een filosofische gedachte over een constructief leven, over een destructieve God.

In Valley of Saints duurt het erg lang voor woorden écht belichaamd worden, en dat maakt het  moeilijk om de redeneringen, ideologisch geladen als ze zijn, altijd en consequent te volgen. Tot er machtsverhoudingen ontstaan die voorbij gastvrijheid en mededogen (hij) of verongelijktheid (zij) reiken: dan worden woorden taaldaden, dan ontstaat er een spanning die soms, even, gevaarlijk lijkt. De theatermaker Bijnens durft de schrijver Bijnens té weinig onderbreken, zijn vertrouwen in de betekenis van woorden haalt het té vaak op zijn vertrouwen in de lichamelijkheid van spelers. Na een tijdje ontsnappen de spelers hier wel aan, en dan dwingt het machtsspel – inclusief de ideologische grondslagen ervan – de toeschouwer tot beschaamd zwijgen, dat tot na het applaus kan duren. Ondanks die trage en al te zuinige theatraliteit is dit een krachttoer.  Omdat je iets verneemt (en voelt) over de bloeddorst, over de constructie van de werkelijkheid waarin bloeddorst (en de spijt erover) een levenshouding is. Aan beide kanten van de frontlijn, ook al speelt de kapitalist het iets subtieler.

recensie
Leestijd 5 — 8 minuten

#139

15.12.2014

14.03.2015

Klaas Tindemans

Klaas Tindemans is doctor in de rechtsgeleerdheid. Hij is als docent en onderzoeker verbonden aan het RITCS, het Koninklijk Conservatorium Brussel en aan de VUB. Hij verricht onderzoek op het gebied van de performancestudies, waarbij hij vooral geïnteresseerd is in de relatie tussen dramaturgische structuren en politieke en rechtstheorie. Daarnaast werkt hij ook als dramaturg, toneelauteur en publicist.

recensie