Uso umano di esseri umani

Beniamin Boar

Leestijd 5 — 8 minuten

Uso umano di esseri umani. Un esercizio in lingua generalissima (Romeo Castellucci/Societas Raffaello Sanzio)

Castellucci op leven en dood

Wie de voorstellingen van Romeo Castellucci volledig rationeel wil begrijpen, komt meestal van een kale reis thuis. De Italiaan is een specialist in het inwerken op de intuïtie en de verbeelding, vaak op een intense en fysieke manier. Zo ook in Uso umano di essere umani (menselijke gebruik van menselijke wezens), dat gepresenteerd werd tijdens het Kunstenfestivaldesarts. Geen visuele overdaad, maar wel een precieze, zuinige uitwerking van een aantal scènes kenmerkt deze voorstelling. Desalniettemin is Uso umano… rijk aan inhoud en associaties.

Het uitgangspunt is tweeledig. Castellucci gaat aan de slag met het verhaal van Lazarus, door Jezus gewekt uit de doden, en met de Lingua Generallissima, een fictief taalsysteem dat uitgedacht werd door zijn zus Claudia Castellucci (zie foto). De ‘Generalissima’ werd al ontwikkeld in 1985 en reduceert de taal in vier stappen (‘cirkels’) tot vier woorden. In Uso umano past Castellucci dit systeem toe op het Lazarusverhaal, dat gepresenteerd wordt als een dialoog tussen Jezus en Lazarus. Dat is niet de enige ingreep op het bijbelverhaal. Castellucci’s Lazarus wil niet uit de dood teruggehaald worden. Hij weigert het mirakel te accepteren, wat na een vurige discussie leidt tot sprakeloosheid bij Jezus. Geen onbelangrijke conclusie voor iemand wiens naam in vb. Openbaringen ‘het Woord van God’ is.

Het Lazarusverhaal vormt de centrale scène van de voorstelling. De dialoog tussen Jezus en Lazarus wordt geflankeerd door bescheiden handelingen van figuranten die posities innemen en stukken tekst mee scanderen. Na een eerste ‘normale’ tekstzegging, begint de oefening in Lingua Generalissima, zoals de ondertitel van de voorstelling aangeeft. Het ‘stuk’ wordt vier keer herhaald, waarbij de tekst telkens een stap verder gereduceerd wordt volgens het schema van de Generalissima. Het intense conflict over leven en dood wordt zo uitgepuurd tot vier termen: apothema, meteora, agone, blok. In het model van de Generalissima vormen zij de kern. Deze woorden verwijzen naar de afstand tot het middelpunt, lijden door conflict, inslag en symboliek. Het zijn woorden die tegelijk een abstractie en een essentie vormen, tegelijk betekenisloos en toch weer niet. Een taal wordt hier geabstraheerd tot vier kernwoorden waarvan de betekenissen verwijzen naar vier ‘semantische velden’ die misschien wel eens de essentie van ons bestaan en van het theater zouden kunnen vatten. Meer komen we over deze woorden niet te weten. Ze blijven een mysterie, als een toverspreuk of ongekend gebed. Intonatie, gestes en onze eigen verbeelding nemen het over van de taal in de vorming van betekenis. De strenge ‘oefening’ die telkens opnieuw afbreekt en herneemt in een volgende graad van reductie, is zo ook een oefening in niet-talige communicatie én verbeelding.

Dit alles speelt zich af in het aanschijn van een enorme reproductie van ‘De verrijzenis van Lazarus’ door Giotto (1303-1305, zie afbeelding 2). Jezus, Lazarus en de figuranten bootsen houdingen van op het schilderij na en staan dan weer dichter, dan weer verder van de afbeelding. Er zijn twee breukmomenten in deze centrale scène. Na de tweede repetitie van het verhaal – het is immers een oefening! – treedt een figurant naar voren en laat zich in het gezicht slaan door een mechanische vuist die centraal in de ruimte hangt. Deze dramatische geste staat in schril contrast met de discipline die de oefening kenmerkt en herinnert aan de impact van het mirakel dat Jezus verricht. Dit mirakel, hoewel het door Lazarus niet gewenst wordt, voltrekt zich toch in een tweede cesuur, tussen de derde en de finale repetitie. Jezus en Lazarus wisselen van positie, van leven naar dood en vice versa, met een omhelzing als moment van transitie. Hierop volgt dan de laatste, meest abstracte zegging van het verhaal. Castellucci laat zo de dramaturgische lijn van het Lazarusverhaal parallel lopen aan de lijn van toenemende abstractie door de Lingua Generalissima. Het gebruik van de meest uitgezuiverde taal valt zo samen met de fase waarin Jezus zijn goddelijkheid toont. Na de vierde herhaling weerklinkt uit een andere ruimte een diep, mysterieus geluid van blaasinstrumenten. Jezus wordt weggedragen en het publiek wordt gevraagd te volgen. Lazarus blijft verweesd achter in de wereld van de levenden.

De voorstelling heeft de structuur van een triptiek, waarvan de Lazarus-oefening het centrale paneel vormt, omkaderd door een openings- en slotscène. De openingsscène vindt plaats in een ruimte die grenst aan de zaal waar het centrale tafereel zich afspeelt. Figuren in desinfectiepakken en gasmaskers rollen een grote schijf met op één zijde het schema van de Lingua Generalissima en aan de andere zijde een volledig zwart vlak – de zwarte cirkel die in verschillende voorstellingen van Castellucci opduikt. In de ruimte hangt een felle ammoniakgeur die de meeste toeschouwers hun neus doet verbergen achter het dekentje dat ze kregen bij het binnenkomen. Zo maakt Castellucci ons tot de personages op het schilderij van Giotto die hun neus bedekken in afkeer van de stinkende lijkgeur van Lazarus. We bevinden ons hier in de grot die als graf voor Lazarus dienst doet. Naar diezelfde ruimte keren we terug voor de slotscène. In een bodybag van doeken ligt de zich opgeofferde Jezus. De diepe geluiden blijken afkomstig van een ensemble (Phurpa) dat boeddhistische muziek speelt. Met diepe keelzangen en gongen creëren ze trillingen in de ruimte die resoneren met het lichaam. Een intense fysieke ervaring, die grenst aan het ondraaglijke. Dit zijn niet de klassieke hoge hemelse gezangen uit de Bijbel, het zijn de vibraties van een viscerale wederopstanding.

Uso umano werd voor het eerst gepresenteerd tijdens een groter project van de Societas Raffaello Sanzio: E il volpe disse al corvo (‘En de vos zei tegen de kraai’, een verwijzing naar een verhaal van Aesopus), met als ondertitel Corso di linguistica generale, niet toevallig een referentie naar Ferdinand De Saussure’s Cours de linguistique générale (1916), het werk dat de basis legde van de semiotiek, of tekenleer. Dit studieveld onderzoekt de verhouding tussen het teken, de betekenis en het proces van betekenisvorming dat deze twee met elkaar verbindt. Castellucci speelt intussen al dertig jaar met deze categorieën en dat is hier niet anders. Door de reductie tot vier woorden verstoort hij actief het taalgebruik en het proces van betekenisgeving. Apothema, meteora, agone en blok weerklinken herhaaldelijk in een ondoorgrondelijke volgorde, die toch niet willekeurig lijkt. Wat hier overblijft, is de menselijke stem en het vermogen tot taal, een vermogen dat volgens menig filosoof de essentie van ons mens-zijn vat. Dat die taal niet samenvalt met de werkelijkheid, noch met onszelf is de oorzaak van een blijvend tekort waarin de mens opgesloten zit. In Uso umano wordt dit haast letterlijk uitgebeeld wanneer Jezus na het mirakel weggedragen wordt op de schijf met de Lingua Generalissima. Met het verdwijnen van het goddelijke woord dat in Bijbel altijd realiteit werd en was, blijft de mens achter met een gebroken taal en een permanente onmogelijkheid om met zichzelf samen te vallen. Denkers zoals Martin Heidegger en Giorgio Agamben benoemen de mens als het wezen dat kan spreken en kan sterven, Castellucci brengt deze twee vermogens samen in hun meest liminale vorm. Op de grens van leven en dood, bevinden we ons ook op de grens tussen het teken en zijn betekenis. Grensfiguren vormen een rode draad doorheen Castellucci’s oeuvre, vb. ook in zijn opera Orfeo, waar een vrouw met het locked-in-syndroom aanleiding is tot reflectie over leven en dood en de onmogelijkheid tot spreken.

Het theater is in Uso umano di essere umani ook een liminale ruimte en door de opbouw lijkt de voorstelling sterk op een klassiek ritueel. In drie fases – initiatie, transformatie, affirmatie – veranderen niet enkel Jezus en Lazarus hun staat van zijn, maar ook de toeschouwer. Waar deze laatste eerst in de rol van publiek geplaatst wordt, evolueert hij naar het einde toe naar de positie van de verrezene. De trillingen van de keelzangen refereren niet enkel aan een religie die gelooft in wederopstanding, ze leiden tot zo’n lichamelijke ervaring dat ze wijzen op het feit dat we wel degelijk ‘leven’. Dat dit niet de aangename belevenis is die je bij zoiets zou verwachten, sluit aan bij Lazarus’ wens om niet uit de dood weggerukt te worden. Op deze manier slaagt Castellucci erin om de eerder intellectuele oefening in de Lingua Generalissima om te zetten in een fysieke ervaring die inhoudelijk verbonden is met de zoektocht naar een pure taal. Uso umano is één van de meer abstracte voorstellingen van Castellucci, maar hij slaagt er evenwel in om diep filosofische thema’s tastbaar te maken en als het ware ‘vlees te laten worden’.

JE LEEST ONZE ARTIKELS GRATIS OMDAT WE GELOVEN IN VRIJE, KWALITATIEVE, INCLUSIEVE KUNSTKRITIEK. ALS WE DAT WILLEN BLIJVEN BIEDEN IN DE TOEKOMST, HEBBEN WE OOK JOUW STEUN NODIG! Steun Etcetera.

recensie
Leestijd 5 — 8 minuten

#140

15.03.2015

14.06.2015

Kristof van Baarle

Kristof van Baarle schreef recent een doctoraat aan de Universiteit Gent over het posthumanisme in de podiumkunsten. Momenteel is hij verbonden aan de Universiteit Antwerpen en werkzaam als dramaturg voor Kris Verdonck (A Two Dogs Company).

NIEUWSBRIEF

Elke dag geven wij het beste van onszelf voor steengoede podiumkunstkritiek.

Wil jij die rechtstreeks in je mailbox ontvangen? Schrijf je nu in voor onze nieuwsbrief!