Leestijd 3 — 6 minuten

Uplace

Sinds woensdag 23 mei is Vlaanderen een ‘natie’. Op die dag stelden de drie fractieleiders van de meerderheid het Handvest voor Vlaanderen voor. Volgens de preambule daarvan is de ‘democratische en sociale rechtsstaat’ Vlaanderen ‘een natie met een eigen taal en cultuur’.

Het moest er eens van komen. Goed, een natie dus. Juridisch is het handvest van geen bete- kenis. Het is een symbolisch gebaar. Belangrijker is dan ook de vraag waar deze zelfverklaarde natie in de praktijk voor wil staan. Een en ander zal moeten blijken uit de beslissingen die door haar gezagsdragers worden genomen.

Twee daarvan staan momenteel sterk in de belangstelling. Ze zijn voor rekening van een en dezelfde excellentie. Als minister van Leefmilieu moest Joke Schauvliege beslissen over een milieuvergunning voor het omstreden megawinkelcomplex Uplace in Machelen. Als minister van Cultuur moet ze beslissen over de subsidiëring voor de komende vier jaar in het kader van het Kunstendecreet.

Het lijken twee volledig van elkaar losstaande dossiers. Maar in een interview in dit num- mer worden ze aan elkaar gekoppeld door Paul Corthouts, directeur beleid van het Overleg Kunstenorganisaties (oKo). De houding van de minister (en bij uitbreiding van de hele Vlaamse regering) is in beide vraagstukken niets minder dan een vraag naar het mensbeeld.

Corthouts: ‘Geven we een milieuvergunning aan Uplace? Zo ja, wat wil dat zeggen over ons mensbeeld? Het is daar dat het antwoord moet worden gezocht. Kiezen we voor de consume- rende, recreatieve mens die moet uitgeven om gelukkig te zijn? Indien ja, dan volgt de milieu- vergunning. Maar die vraag wordt in het politieke debat niet expliciet gesteld en dus ook niet beantwoord. Ons mensbeeld is dat van de kritische, creatieve burger. Dat is ons argument voor kunst.’

Creatief versus recreatief. De cynische waarnemer zal stellen dat oKo een belangenorganisatie is die opkomt voor de financiële zekerheid van haar leden. En dat de theaterbezoeker op zijn manier ook aan recreatie doet. Uiteraard is dat (ook) waar.

Maar het is evenzeer waar dat oKo sinds jaar en dag de Vlaamse beleidsvoerders aan het verstand probeert te brengen dat de kunstensector in Vlaanderen een investeringssector is. Een sector die moet kunnen groeien. Nog volgens Corthouts hebben de Vlaamse excellenties die mantra ook tot de hunne gemaakt. De uiterlijk op 29 juni te beantwoorden hamvraag is dus of ze dat ook echt menen.

Hun lokale achterban zullen ze daar alvast niet van moeten overtuigen. Want op lokaal niveau léven de kunsten en weet men wat ze betekenen. Welke burgemeester doet op dit mo- ment niet hard zijn best om de hogere overheden te doen inzien hoe groot het belang is van de kunstenhuizen en organisaties die op zijn grondgebied gevestigd zijn?

Geef ze eens ongelijk. Uit onderzoek is bijvoorbeeld gebleken dat de aanwezigheid van Vooruit voor studenten de derde reden is om voor Gent te kiezen. Dit kunstencentrum betekent dus heus wel iets voor de uitstraling van de stad. Dat levert uiteraard een economische meerwaarde op, maar evenzeer zijn hier ook andere, niet-materiële waarden in het spel.

Politici zijn er graag bij als gereputeerde Vlaamse artiesten op de Cour d’Honneur van het pausenkasteel in Avignon te zien zijn. Daar is zelfs extra geld voor beschikbaar. Geen probleem, dat mag. Maar wil men niet vergeten zich af te vragen hoe die artiesten daar geraakt zijn? Het is een gevolg van lang en veel investeren in hun werk. Dat geldt niet alleen voor hen, het geldt evenzeer voor wie na hen komt.

Laat die aanwezigheid in Avignon dus niet alleen iets zijn waar we binnenkort met nostalgie op zullen terugkijken. Laat het evenzeer iets voor de toekomst zijn. Investeer in kunst!

JE LEEST ONZE ARTIKELS GRATIS OMDAT WE GELOVEN IN VRIJE, KWALITATIEVE, INCLUSIEVE KUNSTKRITIEK. ALS WE DAT WILLEN BLIJVEN BIEDEN IN DE TOEKOMST, HEBBEN WE OOK JOUW STEUN NODIG! Steun Etcetera.

artikel
Leestijd 3 — 6 minuten

#129

01.06.2012

30.09.2012

Johan Reyniers

Johan Reyniers is schrijver en dramaturg. Hij was de directeur van de Leuvense organisatie voor hedendaagse dans Klapstuk (1993-1998) en artistiek directeur van het Kaaitheater (1998-2008). In 2008 werd hij hoofdredacteur van Etcetera. Sinds 2014 is hij hoofddramaturg bij Toneelgroep Amsterdam.

NIEUWSBRIEF

Elke dag geven wij het beste van onszelf voor steengoede podiumkunstkritiek.

Wil jij die rechtstreeks in je mailbox ontvangen? Schrijf je nu in voor onze nieuwsbrief!