Traum – Roeshoofd
Het zwijgen lijkt doorbroken, maar toch niet helemaal
Klaas Tindemans
© Dorothea Tuch
Voetbal gaat over aura, présence en stijl, dat weet Ahilan Ratnamohan als geen ander. Met zijn exceptionele verzameling truitjes voert hij ons langs het wapperende paardenstaartje van Roberto Baggio, zijn jeugd in Sydney, en de uitverkoop van het spelletje aan malafide sjeiks en shareholders. Ratnamohans veelzijdige vertelvreugde werkt aanstekelijk, maar bij gebrek aan focus en spanning blijft ADIDAS een informele, ongedwongen oefenmatch.
Alsof Lionel Messi nog even zorgeloos de kantine zou binnenwandelen voor hij straks het veld ophuppelt voor de Copa América-finale. Zo komt Ahilan Ratnamohan voor de première van All Day I Dream About Soccer (ADIDAS) nog even de theaterfoyer binnen. Hij wil zijn enorme verzameling truitjes door de handen van het publiek laten gaan, ons laten voelen aan de textuur, aan de synthetische vezels van het geborduurde polyester. Na de voelrondo dalen we samen af in de black box, waar iedereen plaatsneemt op grasgroene stoeltjes tussen twee dug-outs, die elkaar als twee voetbaldoelen aanstaren, terwijl ‘NY State of Mind’ van Nas als een FIFA-soundtrack door de boxen galmt. Ratnamohan beweegt zich luchtvoetballend tussen het binnenstromende publiek, met schokkerige uitvallen en afgebroken reflexen, meer glitchend dan dansend. In zijn zwarte Arsenal-shirt doet hij me denken aan de Portugese magiër Nani, mijn lievelingsspeler uit FIFA 09 (liefst in het zwart-blauwe uitshirt van Manchester United), die door de bevroren game voor de zoveelste keer veroordeeld is tot een spastische loop.
Wanneer iedereen is gaan zitten, vertelt Ratnamohan hoe hij op zijn zevende voor het eerst een voetbaltruitje aantrok, en elke prikkel van de stugge, synthetische stof voelde schuren op zijn huid. Hij droomde ervan zijn lichaam met het kledingstuk te laten versmelten. Sindsdien herinnert hij zich elk truitje van elke tegenstander waartegen hij speelde. Zelden hoorde je iemand zo gevoelig en ontwapenend vertellen over zijn persoonlijke liefde voor voetbal, dat, zoals elke echte Liebhaber weet, niet over miljoenentransfers of xG’s gaat, maar over aura, over présence, over charisma. Je valt pas echt als een blok voor een voetballer door zijn voorkomen, zijn stijl.
“Zelden hoorde je iemand zo gevoelig en ontwapenend vertellen over zijn persoonlijke liefde voor voetbal.”
Football is fashion, zo blijkt uit de verschillende en proustiaanse herinneringen en anekdotes die Ratnamohan opdiept over zijn jeugd als voetballer in de suburbs van Sydney en over de wereldbekers die hem daar aan de buis kluisterden. Wie denkt dat het kostuum van de voetballer er niet toe doet, dat het wapperende paardenstaartje van Roberto Baggio en zijn azuurblauwe Diadora-truitje niets te maken hadden met zijn edele zigzagtalent, dat David Beckham ook zonder zijn tapijt van tatoeages zijn teams naar evenveel trofeeën had getrapt, dat Carlos Valderrama’s no-look passes ook altijd zo perfect aangekomen zouden zijn zonder zijn blonde afro, dat Patrick Kluivert ook zonder ingetapete pols de geschiedenisboeken was ingegaan met zijn pienter puntertje in de Champions League-finale van 1995, dat schooljongen Adam Scimoni ook zonder die oogverblindende, rinkelende gouden ketting Ratnamohan altijd zo gracieus zou kunnen passeren, weet niet wat hij ziet. Het is als een theaterrecensent die met zijn ogen dicht kijkt en een stuk zou strippen tot ideeën uit een script. Of zoals Ratnamohan het zelf formuleert: “een beweging zonder shirt verliest zijn heiligheid”.
“Op stevige warenhuisbeats werkt Ratnamohan zich in het zweet met een mash-up van side shuffles, butt kicks, carioca’s, lunges en andere opwarmpasjes, in zijn zelfbedachte ‘klapping’-stijl, iets tussen streetdance en voetbal in.”
Uiteindelijk – de drie middelste rijen moeten eerst nog hun stoelen naar de daarvoor voorziene tapelijntjes achteraan verplaatsen – begint er ook daadwerkelijk een modeshow. Op stevige, ietwat generische warenhuisbeats werkt Ratnamohan zich in het zweet met een mash-up van side shuffles, butt kicks, carioca’s, lunges en andere opwarmpasjes, in zijn zelfbedachte ‘klapping’-stijl, iets tussen streetdance en voetbal in. Hij paradeert op de catwalk in een helblauw truitje van Thierry Henry, een driekwarts-trainingsbroek van FC Utrecht, wisselt het adellijke gouden truitje van FC Versailles af met de mouwloze shirts van Kameroen of het diepzwart van Nadi Wadi Gaza FC, trekt witte Nike Mercurial Vapors aan die hij dan onbevreesd roze spuit, zoals cultspits Nicklas ‘Lord’ Bendtner voor het eerst deed. Aanvullende accessoires heeft Ratnamohan bij de vleet: scheenlappen, tape, haarbandjes, kleurrijke sokken, cooling spray, en, natuurlijk, een Calvin Klein onderbroek die net boven zijn shortje moet komen pulken.

© Dorothea Tuch
Je voelt je een meer dan welgekomen gast in Ratnamohans onderzoek. Zijn persoonlijke fascinaties en schattig-obsessieve verhalen zijn charmant en, althans voor mij, herkenbaar. En toch: al van bij het begin van ADIDAS ervaar ik een soort weerstand en verstrooidheid. Al vanaf we zelf de shirts mogen (moeten?) doorgeven, vasthouden, de scène mee opzetten, elkaars polsen intapen. Ongetwijfeld is het een deel sociale schaamte, maar, hoe joviaal ook, door de rommeligheid en de onscherpe focus van ADIDAS zou ik het eerder een ‘toonmoment’ dan een ‘voorstelling’ noemen.
“ADIDAS is niet gekunsteld genoeg, er is voor mij meer afstand, meer fictie, meer aura nodig.”
Die definiëring is zonder waardeoordeel, maar uiteraard niet zonder veronderstelling. Om van een ‘voorstelling’ te spreken, bedenk ik me later op de trein, zou ik iets nodig hebben dat de banaliteit en de convivialiteit van het leven buiten de theaterdeuren niet voortzet, maar doorbreekt of op z’n minst compliceert. Te kort door de bocht: voor een voorstelling heb ik een black-out nodig, duisternis, licht dat voor aanvang uitgaat, en het gevoel: nu kan echt nog alles hier gebeuren. Die duisternis, noem het een (theoretisch) niets, is het wonder van theater. Het schept een heilige afstand die zo uniek is aan theater, en die (elk wonder heeft zijn paradox) maakt dat ik ‘in’ een voorstelling raak. Afstand zorgt voor ambiguïteit, voor spanning, voor aandacht, voor betrokkenheid. Met andere woorden: ADIDAS is niet gekunsteld genoeg, er is voor mij meer afstand, meer fictie, meer aura – noem het hoe je wil – nodig. Moet ik ADIDAS meer als een ‘performatieve lezing’ zien? Ook dan mist er voor mij opnieuw een soort afstand, meer lijm tussen anekdotes, kadering, reflexiviteit.
Die labels doen natuurlijk allemaal niets af aan Ratnamohans aanstekelijke verwondering in ADIDAS voor de populairste sport ter wereld. Zijn ogen fonkelen als hij ons de shoulder drop van JJ Okocha voordanst en technisch toelicht, inderdaad “de meest essentiële beweging in voetbal”. Voetbal is net als theater improviseren binnen strenge regels, doen alsof, veinzen, fabuleren, creatief zijn in je afleidingsmanoeuvres, speculeren op herhaling of verrassing. Je kan ook overdrijven, te zeer bewust zijn van het bedrogspel dat je speelt – in het voetbal heet die decadentie een ‘schwalbe’, in het theater ‘schmieren’.
“Voetbal is net als theater improviseren binnen strenge regels, doen alsof, veinzen, fabuleren, creatief zijn in je afleidingsmanoeuvres, speculeren op herhaling of verrassing.”
De meest cruciale momenten van een match, waar schoonheid kan ontstaan, zijn die waarop iemand een tactische fout begaat, wanneer iemand afwijkt van het script. Dan gaat het over wie vlug kan inspelen op de situatie, over wie als enige ergens een mogelijkheid, een opening tot counter of repliek ziet. In feite kan je met één geniaal tikje tijd en ruimte scheppen of sluiten, en dus misschien wel al op het midden van het veld een goal scoren. Een doelpunt in potentie dan, maar tegelijk ook al gemaakt, als een kat van Schrödinger. Voetbal, theater (en leven?) gaan over dus ritme, niet over snelheid, maar over tempowisselingen, over momenten van plots vertragen of traag versnellen.
Maar een van de briljantste metaforen van voetbal komt van Pier Paolo Pasolini, die in ‘Il calcio è un linguaggio con i suoi poeti e prosatori’ schreef dat voetbal “een niet-verbale taal” is. De 22 spelers zijn “fonemen” of letters die met hun looplijnen en passes oneindig veel “voetbalwoorden” kunnen vormen, volgens de tactiek, de “grammatica”, van de ploeg. Zo maakt Pasolini het technische onderscheid tussen het Braziliaanse voetbal, dat leeft van de dribbel en het doelpunt, van de ene geniale speler die zich door een organisatie heen speelt en scoort. Zo’n doelpunt breekt de grammatica open met een “blikseminslag” (folgorazione), en is niets anders dan poëzie. Daartegenover staat het prozavoetbal, het Europese catenaccio. Die is pure syntaxis: een ploeg die samen één zin schrijft, vanuit een hecht collectief. Alleen de counter, de uitbraak die eindigt met een doelpunt, kan de code even kraken, laat een vers glippen in dat geometrische proza.
Ratnamohan zou die definitie van voetbal misschien wel bijtreden, want in de beste passage van ADIDAS dribbelt hij als een Braziliaanse sambavoetballer de taal uit verband. Telkens verlengt hij de afkorting ‘Adidas’ met nieuwe woorden, soms houdt hij even in, maar altijd vindt hij een uitweg. “All Day I Dream About Soccer” wordt “All Day I Dream About Sexy Swedish Soccer Studs”, maar ook “Accept Dodgy Industries Dominating Appropriating Soccer”, en “Abu Dhabi Directors Invest Dollars Around Sport”.
Even mooi is het moment waarop Ratnamohan over de catwalk wandelt met een lange, bonte sleep van aan elkaar genaaide truitjes. Zoals hij daarnet de merknaam ‘Adidas’ opknipte en anders weer aan elkaar plakte, bricoleerde hij hier met polyester, tientallen shirts, tot één stoet aaneengenaaid. Is dit Ratnamohans verzet tegen de massaproductie van al die shirts in sweatshops? Tegen de uitverkoop van onze lievelingssport aan de allesverterende commerciële machine van sjeiks en shareholders die spelers en supporters uitmelken? De sleep wordt samen met het publiek omhooggehesen tot een kleurrijke koepel. Ook de minst hippe shirts, de meest betekenisloze herinnering houdt Ratnamohan bij, knutselt hij tot een schuilplaats van stof, een dak boven ons hoofd.
Voor een laatste keer lokt Ratnamohan ons met shoulder drops, in slow motion. “And dance in daring acts of softness”, stamelt hij. Of “daring acts of softness” het voetbal of ons kunnen redden, daar ben ik na deze oefenmatch niet zo zeker van. Maar bricoleren misschien wel: spelen met wat er al ligt, het verscheuren en anders samenplakken. Zo is ook voetbal op z’n heerlijkst: een oneffen veldje, drie truien en een tak als palen. Niemand die daar een merk op kan plakken.
KRIJG JE GRAAG ONS PAPIEREN MAGAZINE IN JOUW BRIEVENBUS? NEEM DAN EEN ABONNEMENT.
REGELMATIG ONZE NIEUWSTE ARTIKELS IN JOUW INBOX?
SCHRIJF JE IN OP ONZE NIEUWSBRIEF.
JE LEEST ONZE ARTIKELS GRATIS OMDAT WE GELOVEN IN VRIJE, KWALITATIEVE, INCLUSIEVE KUNSTKRITIEK. ALS WE DAT WILLEN BLIJVEN BIEDEN IN DE TOEKOMST, HEBBEN WE OOK JOUW STEUN NODIG! Steun Etcetera.