ÜBUNG Josse DE PAUW, VICTORIA & HET NET © Phile Deprez

Marleen Baeten

Leestijd 5 — 8 minuten

Übung: In het kleine niemandsland tussen weten en niet-weten

Waarom vertellen kinderen zo graag pikante moppen, waarvan de pointe hen ontgaat bij gebrek aan levenservaring? En waarom is het zo spannend om hen die moppen te horen en zien vertellen, liefst meerdere keren na elkaar? Met spanning tasten ze de reacties van elke nieuwe toehoorder af. Woordkeuze, timing en intonatie worden beetje bij beetje aangescherpt. Oefening baart kunst, het succes stijgt navenant.

Wat mij telkens opnieuw fascineert, is de metamorfose die een kind ondergaat tijdens zijn steeds preciezere vertelling. Van onwetende buitenstaander evolueert het tot ‘medeplichtige’. Moppen vertellen als inwijding in de wereld der volwassenen? Tot op zekere hoogte wel. Al vertellend ervaar je waar het spannend wordt. Je stuit op grenzen en manieren om die open te breken. Je raakt gevoelige plekken en ontdekt verborgen gehouden werelden. Via het reproduceren van taal scherp je je vermoedens aan. Taal maakt je alerter voor nieuwe ervaringen, maar kan de ervaring toch niet vervangen. Taal en ervaring zijn complementair. Taal structureert de ervaring en maakt ze ‘tastbaar’. Omgekeerd krijgt taal meestal pas betekenis als je ze ‘invult’ met ervaring. Al vertelt het kind de mop nóg zo goed, op de één of andere manier klinkt het gebrek aan ervaring door. Misschien is het wel dit kleine niemandsland tussen weten en niet-weten dat zo fascinerend is, voor verteller en toehoorder.

‘Ge waart aan ‘t übungen zeker?’

üBUNG is een spel op de grens tussen weten en niet-weten. Josse De Pauw schreef een filmscript over een burgerlijk stel dat een ander koppel en een vriend-dichter uitnodigt voor een etentje. Naast het obligate dienstmeisje is er nog het personage van een Oost-Europese violist die zich ‘ten huize van’ voorbereidt op de Koningin Elisabethwedstrijd. Naarmate de avond vordert, loopt één en ander uit de hand. De zorgvuldig gekozen, esthetiserend belichte zwart-wit beelden benadrukken het ldassieke burgerdrama en zijn archetypische personages. De acteurs vullen hun clichérol in vanuit hun persoonlijkheid, met al hun levens- en spelervaring. Aldus worden de filmpersonages karikaturen van vlees en bloed, grotesk en aandoenlijk tegelijk.

Tijdens de theatervoorstelling wordt deze film, die de mensensoort van zijn minder fraaie kantjes laat zien, geprojecteerd op de achterwand van de scène. De stemmen van de acteurs en het vioolspel van George Van Dam horen we niet. Die nemen zes kinderen op de scène, tussen 11 en 14 jaar, voor hun rekening. Elk kind zegt de tekst uit het script als een kopie van zijn filmpersonage. Zelfs het vioolspel van de jonge Stefaan De Rycke loopt synchroon met dat van het filmpersonage György. De imitatie wordt doorgetrokken tot in de kledij. Alleen in hun bewegingen volgen de kinderen de geprojecteerde ‘voorbeelden’ niet. In feite lip-syncen ze de film terwijl ze op de haast lege scène staan.

Het vervreemdende, wat lachwekkende effect dat een gedubde film altijd al heeft -zeker voor Vlamingen, die ondertitels gewend zijn – is hier nog sterker omdat de geschetste situaties doorgaans niet voor kinderogen en -oren bestemd zijn, laat staan voor kinderstemmen. Het feit dat de kinderen in levende lijve aanwezig zijn, vergroot de décalage alleen maar. De infiltratie van de kinderen maakt de schets van mensen die hun onvervulde verlangens op allerlei manieren compenseren en afreageren ongemeen schrijnend en lachwekkend tegelijk. Het woord ‘tragikomisch’ is hier echter niet op zijn plaats. In de tragikomedie, in wezen een uiterst onschuldig genre, houden het tragische en het komische elkaar in evenwicht. In üBUNG daarentegen lijken tragiek en komiek elkaar te versterken, waardoor je als toeschouwer uiteindelijk toch in min of meerdere mate verscheurd achterblijft. Of je nu meegaat in het tragische of in het komische, nooit verlies je de tegenpool uit het oog. De afstand tussen scène en filmbeeld, tussen kind en volwassene maakt dat je voortdurend je focus op het getoonde verschuift. En naargelang je focus veranderen ook de proporties. Wat het ene moment intriest lijkt, wordt het volgende ogenblik belachelijk futiel. Waarover maken we ons druk? Hoe bekijken we het leven: als een groot melodrama, een dagelijkse evenwichtsoefening, een spel? Moet je volwassen zijn om de dingen in hun juiste proporties te zien? Of juist niet? Hoeveel levenservaring moet je hebben om de juiste betekenis te geven aan wat je hoort, ziet én zegt?

In zijn jongste roman schrijft Stefan Hertmans: ‘Als kind bezat hij de merkwaardige eigenschap dingen en beelden diep in zijn voorstellingsvermogen te kunnen opnemen, tot in de kleinste details, zonder dat hij begreep waar het eigenlijk over ging. Daar, diep verzonken en vergeten, lag een onoverzichtelijk arsenaal aan beelden te wachten op de sleutel van de herkenning die hij ooit moest leren vinden – om te begrijpen wat de dingen die hem het diepst vertrouwd waren in feite betekenden.’ {Als op de eerste dag, Meulenhoff, 2001, p.9) Is het leven niet één lange poging tot begrijpen wat de dingen die je het diepst vertrouwd zijn in feite betekenen?

Schizofrenie

In üBUNG wordt de imitatie van de volwassenen niet tot in het oneindige doorgetrokken en dat is een goede zaak. Een verdubbeling van de film op het toneel zou in het beste geval grappig – doch eenmaal het effect eraf ook saai – kunnen zijn, en in elk geval zou het eindresultaat niet méér zijn dan een eendimensionale kritiek op het burgerlijke leven dat nogal wat volwassenen leiden. Door de kinderen letterlijk bewegingsvrijheid te geven, in scherp contrast met het uiterst precieze dubben van tekst en muziek, richt de vraagstelling zich niet zozeer op de volwassenen dan wel op de kinderen, en via hen op het acteren. Wat betekent dit ‘playbacken’ voor hen? Hoe vertrouwd (of hoe vreemd) zijn deze beelden en dialogen voor hen? Kan deze tekst ooit hun tekst worden? Hoeveel van zichzelf kunnen ze kwijt in dit sterk gereglementeerde spel? Hoe lang leidt de imitatie tot een beter begrip, tot een beter spel, en wanneer moet je breken met het voorbeeld om als een persoonlijkheid op de scène te staan?

Tijdens de premièreweek maakten de kinderen weinig gebruik van hun bewegingsvrijheid, die dankzij de aanwezigheid van monitors en microfoons quasi onbeperkt is. ‘Onvoldoende theater’, ‘te weinig toneelregie’, werd hier en daar ge(m)opperd. Moet er dan meer gespeeld worden op de scène? Ik denk het niet. Josse De Pauw en Koen Gisen weten verdomd goed wat ze doen. De manier waarop ze film en theater samenbrengen – twee media waarin Josse De Pauw jarenlang ervaring heeft opgebouwd als acteur, auteur en regisseur -, heeft niets te maken met het voor de hand liggende, op evenwicht gerichte doseren. Zoals ze de kinderen laten infiltreren in de volwassenenwereld, zo penetreren ze het theater met film, en vice versa. Het resultaat is een ongemeen spannende voorstelling, waarbij je focus voortdurend verschuift tussen het afgewerkte filmproduct en het hier-en-nu van het theater. De vreemde gelijktijdigheid van kopiërend en persoonlijk spel door de kinderen is essentieel in dit proces.

De schizofrenie die de toeschouwer bekruipt – tussen film en theater, tussen herkenning en afstand, tussen tragiek en komiek -, vertaalt zich op het niveau van de kinderen in de gelijktijdigheid van imitatie en bewegingsvrijheid. In de loop van de voorstellingenreeks zal elk kind hier zijn eigen weg in zoeken. Nu waren er al enkele zeer mooie momenten, zoals de scène waarin de jongens scanderen ‘Laten zien! Laten zien! Laten zien!’. In de film dagen de mannen Ria (een schitterende Lies Pauwels) uit om haar ondergoed te laten zien, ‘want ze draagt toch zeker wel haar eigen lingerielijn’ met de welluidende naam Riant! Op de scène kruipt Romy Bollion, die niet moet onderdoen voor haar lievelingsactrice, op een stoel en trekt haar rok net niet omhoog terwijl de jongens staan te springen: ‘Laten zien! Laten zien! Laten zien!’

Acteren maakt mensen – en dus ook deze kinderen – ongetwijfeld alerter voor bepaalde levenservaringen. Al spelende zullen de kinderen de filmscènes steeds beter gaan begrijpen. Zal de impact van dit weten merkbaar worden in hun tekstzegging, in hun spel? Of voegen ze de beelden en teksten voorlopig gewoon toe aan het onoverzichtelijke arsenaal dat ligt te wachten op de sleutel van de herkenning? Voor later.

üBUNG

CONCEPT & IDEE Josse De Pauw & Koen Gisen

TEKST & REGIE Josse De Pauw

ACTEURS FILM Josse De Pauw, Carly Wijs, Dirk Roofthooft, Lies Pauwels, Bernard Van Eeghem, George Van Dam

ACTEURS SCENE Jasper Sturtewagen, Louise Carpentier, Basiel Bogaerts, Romy Bollion, Dimitri Dauwens, Stefaan De Rycke

CAMERA EN LICHT (FILM) Ruben Impens

LICHTONTWERP SCENE Philippe Digneffe

DECOR & KOSTUUMS Pynoo

FILMMONTAGE Geert Bové

COMPOSITIE & MUZIEKCOACH George Van Dam

PRODUCTIE Victoria (Gent)

COPRODUCTIE Het Net (Brugge)

 

Je leest onze artikels gratis omdat we geloven in vrije, kwalitatieve, inclusieve kunstkritiek. Als we dat willen blijven bieden in de toekomst, hebben we ook jouw steun nodig! Steun Etcetera.

recensie
Leestijd 5 — 8 minuten

#78

15.10.2001

14.01.2002

Marleen Baeten

Marleen Baeten is lesgever in Open School Leuven en freelancer in de kunstensector.