(A)

Lieve Dierckx

Leestijd 13 — 16 minuten

Twintig jaar P.A.R.T.S.

Een interview met oud-student en docent Salva Sanchis

Twintig jaar geleden ontstond de dansschool P.A.R.T.S., een initiatief van choreografe Anne Teresa De Keersmaeker. Het werd een school met een ongeziene invloed op de danswe-reld en op het educatieve veld. Danser en choreograaf Salva Sanchis was er vanaf het begin bij, eerst als student, later als docent. Lieve Dierckx sprak met Sanchis naar aanleiding van de publicatie 20 years – 50 portraits een boek dat vijftig portretten van ex-studenten bundelt. Etcetera neemt dit interview integraal over.

Goed doen wat je doet

De eerste keer dat ik uitvoerig sprak met Salva Sanchis was tijdens een dubbelinterview met jazzmuzikant en componist Kris Defoort, toen ze samen aan een performance werkten rond improvisatie in jazzmuziek en dans.

Improviseren als een manier van luisteren is een kunst die Sanchis in de voorbije twintig jaar virtuoos in de vingers kreeg. Als danser ontwikkelde hij binnen dat parcours een unieke, diepgewortelde bewegingskwa-liteit.Tenminste, zo dacht ik dat het gegaan was, tot mijn toevallige ontmoeting metTamayo Okano, een klasgenote van Sanchis uit de eerste generatie van RA.R.TS.-studenten. Het eerste wat haar over hem te binnenschoot was zijn heel eigen, haast monnikachtige bewegingskwaliteit wanneer hij danste. Zijn manier van bewegen zat er dus toen al in.

Salva Sanchis vertelt over twintig jaar dansen, choreograferen en lesgeven. Doorheen het leven en werk van Sanchis ontluikt zich tevens een portret van een unieke school:

‘In 1992 zag ik voor het eerst een dansvoorstelling, een solo van de bekende Catalaanse choreografe Angels Margarit. Ik was achttien jaar en net begonnen aan het Institut delTeatre in Barcelona. In datzelfde gebouw was er een dansafdeling. Ik herinner me dat ik erg nieuwsgierig was naar de dansers. Alles aan hen was bijzonder: hoe ze liepen, wat ze droegen… Soms zaten er echt vreemde vogels tussen. Hun voorstellingen zonder tekst waren voor mij pure magie. Ik was danig gefascineerd wanneer ze geluidloos neervielen en over de vloer rolden. Dat soort details gaf hen in mijn ogen een haast irreële status. Verder was ik erg onder de indruk van hun virtuositeit en hun technische vaardigheid.

Ik keek toen naar dans vanuit mijn achtergrond in fysiek theater-het werd me nooit helemaal duidelijk hoe het daar met techniek precies moest. In theater leek het eerder iets wat je in je had, of niet. In mijn opleiding was het vaak alsof we losweg sampelden: lichaamswerk hier, stem daar, nu eens acrobatie, dan weer jongleren of schermen. Wij deden van alles een beetje maar niets echt grondig.Terwijl die dansers alleen maar dansten, een hele dag lang. Ik bewonderde hun toewijding. Zo kan je uitblinken in een discipline.Toch kwam het nooit bij me op dat ik zelf een danser zou kunnen zijn-in mijn milieu gold dat je vroeg aan dans moet beginnen om er goed in te worden.

Na drie jaar theaterschool was ik nogal ontgoocheld over mijn opleiding en bij uitbreiding over theater. Dans daarentegen bleef me prikkelen, dus ik startte danslessen in een privéschool. Niet om een danser te worden: de lessen moesten het beeld voeden dat ik van mezelf had als een veelzijdig theaterperformer. Onverwacht ontving ik van de dansleraren veel positieve feedback. Ze adviseerden me om verder te investeren in dans. Zo kreeg ik meer zelfvertrouwen.’

De acteur wordt danser

‘De improvisaties in die danslessen waren een openbaring. In de theateropleiding had ik improvisatie altijd erg moeilijk en belemmerend gevonden, omdat het aanvoelde alsof ik dan tegelijk acteur en scriptschrijver moest zijn-het zat ook allemaal heel erg in mijn hoofd. Ooit hoorde ik een componist zeggen dat improviseren is als een deur die je openzet naar een ongekende tuin, alsof je in een ruimte komt waarvan je nooit wist dat die er was. Zomaar de toestemming krijgen om eender wat ik wilde in beweging uit te drukken was voor mijn expressief potentieel precies zo. Ik voelde me meteen heel sterk. Improviseren had een enorme impact.

Rond die tijd nam ik een besluit: ik zou naar het buitenland gaan, hoe dan ook, waar dan ook, en liefst naar een dansschool. Niemand had me een zetje gegeven, niemand hielp me. Ik woonde in Spanje en had geen familie of bekenden daarbuiten.Toch raakte ik geobsedeerd door de idee dat ik naar het buitenland moest als ik iets van mijn leven wilde maken. Wist ik toen veel dat ik er zou blijven (lacht). Het is de enige periode in mijn hele leven -ik ben eenenveertig jaar intussen- die ik zo actief heb aangestuurd. Het vreemde is dat ik zelfs nu geen idee heb waar dat vandaan kwam. Op een dag stond ik er mee op, het moest en het zou gebeuren. Ik kwam P.A.R.TS. op het spoor en deed auditie zonder een greintje zelfvertrouwen. Om een of andere onverklaarbare reden werd ik al in de eerste auditieronde toegelaten. Ik heb nooit gevraagd waarom (lacht). Mijn inschatting was dat ze ofwel een serieuze beoordelingsfout hadden gemaakt, of dat er misschien ergens een kiem zat waaraan ik kon werken.Toegelaten worden tot P.A.R.T.S. was uitermate intimiderend, alsof ik ongenodigd op een plek terechtkwam waar ik eigenlijk niet thuishoorde.

Ook toen nog beschouwde ik mezelf als een acteur die iets kwam leren van dans. Maar er zat zoveel verscheidenheid in de groep en in de lessen dat ik al snel begreep dat iedereen zijn sterke en zwakke punten had. In ballet stond ik nergens, terwijl de lessen rond bijvoorbeeld release-techniek of Trisha Brown-techniek voor iedereen nieuw waren. De manier waarop ik beweging begreep, bleek perfect geschikt om daarmee om te gaan. Het feit dat ik weinig moest afleren, maakte dat ik een streepje voor had op de anderen. Er vielen geen ingesleten gewoonten te ontmantelen. Pas toen ik later zelf ging lesgeven, besefte ik wat een voordeel dat kon zijn.

Halfweg in het tweede jaar van P.A.R.T.S. volgde nog een sleutelepisode, na een periode vol verwarring en ontgoocheling. In feite werd ik verzocht te vertrekken -vraag me alleen geen details (lacht). Laten we het erop houden dat er een serieuze crisis was. Op dat ogenblik was ik er wel al van overtuigd dat ik materiaal in me had om een danser te zijn – alleen was het enkele maanden onduidelijk of ik zou terugkomen voor het derde jaar. Uiteindelijk keerde ik terug, maar wel met de wetenschap dat er iets moest veranderen in hoe ik was en wat ik er deed. Cruciaal was dat ik mijn eigen werk kon maken. Gewoon elke dag de lessen volgen was niet genoeg om het potentieel van de opleiding optimaal te benutten, vond ik. Na die crisis kon ik de input uit de lessen creatief toepassen in de studio, en er opnieuw helemaal voor gaan. Een heel lastige fase werd zo de start van een carrière als choreograaf waar ik zelfs nooit van had durven dromen.’

Meer dan lesgeven

Na P.A.R.TS. leek het alsof ik gewoon kon aansluiten bij wat er op mijn weg passeerde. Het grote voordeel was dat ik in een omgeving werkte die mijn inzet en inspanningen opmerkte en apprecieerde. De eerste vier jaar heb ik mijn eigen werk gecreëerd.Toen in 2002 Anne Teresa De Keersmaeker me vroeg voor Bitches Brew wilde het toeval dat er net een van mijn projecten was afgelast. Zo kwam het dat ik de volgende vijf jaar voor Rosas ging werken, eerst als danser, daarna als assistent en choreograaf. Opnieuw een belangrijk keerpunt, ook al omdat ik via Rosas terugkeerde naar P.A.R.TS., zij het nu om er les te geven.

Die danslessen geven voelde meteen goed. Het geeft me immers veel voldoening om te zien hoe mensen zich ontwikkelen. De bijzondere band tussen leraar en leerling helpt om het beste uit de student te halen. Bij P.A.R.TS. zijn de studenten jong, maar erg kritisch. Ik geef hen graag een van mijn favoriete Japanse wijsheden mee: “een meester is iemand die gewoon vroeger begonnen is dan jij” Dat soort uitspraken ontmijnt en demystificeert de relatie tussen lesgever en leerling.

Ooit hoorde ik iemand van het P.A.R.TS.-lerarenkorps zeggen: “nog twee jaar en deze studenten zijn je collega’s-dan kom je hen tegen als gelijken in het dansveld.” Dat aspect van lesgeven bij P.A.R.TS. waardeer ik erg.

Lesgeven is voor mij een symbiotische en voedende activiteit. Het dwingt me om nieuwsgierig, goed georganiseerd, veeleisend en helder te blijven in mijn benadering van beweging, wat dan weer doorsijpelt in mijn eigen werk. Je eigen werk choreograferen kan je puur op intuïtie doen. Er zijn altijd wel dingen te bespreken met de dansers, maar een creatief proces is de facto een continue staat van verwarring. Jij bent zoekende, de performers zijn zoekende, het proces zit vol misverstanden, en zo hoort het ook.Terwijl als je met studenten werkt dan wil je niet te veel verwarring zaaien. Dus moet ik nadenken over hoe ik met hen kan communiceren over beweging, niet alleen in taal, maar ook in aanpak. Lesgeven dwingt je om te bepalen wat belangrijk is om met de studenten te doen en wat je hen het best meegeeft.

Je weet misschien dat ik al een tijdje psychologie studeer. Naast allerlei andere redenen was ook mijn lespraktijk bij P.A.R.TS. een belangrijke motivatie om die studie aan te vatten. Bij P.A.R.T.S. zie ik erg getalenteerde studenten. Sommigen zijn uitzonderlijk begaafd, anderen zijn nog zoekende, maar bijna allemaal kunnen ze met hun lichaam ongeveer alles doen wat ze willen.Toch zie je, na drie of vier jaar opleiding, en ook daarna, grote verschillen in hun vorderingen. Vaak houdt dat verband met hoe ze hun denken structureren, hoe ze de gestelde verwachtingen begrijpen en hoe ze zich organiseren om aan die gepercipieerde verwachtingen te voldoen. Veel heeft te maken met hoe flexibel ze met strategieën omgaan, hoe ze zich aanpassen, of ze overweg kunnen met feedback of helemaal niet (lacht)… Dat soort zaken fascineert me, daar wil ik meer inzicht in krijgen.’

De choreografische praktijk als ambacht

‘Hoe mijn eigen choreografische praktijk doorheen de jaren evolueerde? Dat is complexe materie. Als ik er al iets over kan zeggen, is dat improvisatie altijd de kern is geweest. Tegelijk betekent dat niets meer dan wanneer een schilder zou zeggen: “ik werk met kleur.” Daarmee weet je alles en niets. Gerhard Richter, de schilder, zei daarover: “schilderen en denken hebben niets met elkaar te maken, want als je schildert is schilderen denken.” Als je “schilderen” vervangt door “dansen^’klopt wat hij zegt evengoed.

Dansen an sich kan een diepgaande intellectuele onderneming zijn. Kennis komt niet alleen voort uit geïsoleerde reflectie, maar ook-of liever: eerder-uit het volle bewustzijn van het aanwezige lichaam. Fysieke ervaringen bevatten en genereren een diepe kennis, zelfs als we vaak geen benul hebben hoe we die kennis in woorden kunnen omzetten. Daarom is het ook zo moeilijk om ze efficiënt te archiveren en over te dragen.

Alleen al doende kan ik ontdekken waar het in mijn werk om draait, telkens opnieuw en opnieuw. Het enige wat ik er in algemene termen over kan zeggen is dat ik graag wil dat mensen iets ervaren, en dat ik kwaliteit hoog in het vaandel draag. Want er speelt zich iets af in de inspanning die je levert om de dingen goed te doen, in die lange uren van oefenen en werken. Mijn premisse is dat al die moeite een intrinsieke waarde heeft. En dat ze iets teweegbrengt bij wie ernaar kijkt. Vergelijk het met een goedgemaakte tafel: die is waardevol, gewoon omdat ze goed gemaakt is. Het doet er verder niet toe of ze rond, hoog of laag is-ze is goed gemaakt, dat is wat telt. Het gaat om de intrinsieke waarde van ambachtelijkheid, van een activiteit of praktijk, ongeacht wat het is dat je doet. Zo probeer ik ook te werken.

Mijn ervaring is dat als je vele uren aan een object besteedt, het object verandert. Ik geloof in het feit dat toewijding overgeheveld wordt. Nog belangrijker is om je activiteit te benaderen als een onvoorwaardelijk engagement. Als je dans studeert, kan je niet anders dan zo werken. Ook op lange termijn is dat engagement in dans primordiaal. Voor mezelf ben ik eruit dat het er uiteindelijk op neerkomt om de best mogelijke randvoorwaarden te creëren waarbinnen ik het werk zo goed als mogelijk kan maken. Het resultaat is als de tafel: soms wordt het een kleine tafel, soms maak ik er eentje die steviger is of zwaarder, maar in feite maakt dat niets uit. Elke nieuwe creatie is telkens opnieuw een poging om de dingen zo goed mogelijk te doen.

Improviseren doe je zo

‘De manier waarop ik improviseer-en improvisatie aan de studenten doorgeef-heeft niets te maken met niet weten wat de volgende stap is. Ik werk bijvoorbeeld met vormen, of met kwaliteiten, of met snelheden die in de verschillende vormen gebruikt worden. Je kan dit vergelijken met een jazzkwartet dat repeteert om inzicht te krijgen in het materiaal waarmee ze improviseren. Niet alle noten liggen vast-alles blijft wendbaar. In dat proces ontwikkelen de muzikanten een manier van naar elkaar luisteren, van samenspelen. Dat soort van repeteren en werken met improvisatie vergt én vastbeslotenheid én overtuiging én een gevoel voor richting. Dat zit zo: als je geen vastgelegde frase hebt, en je wil toch een vooraf bepaalde dynamiek of expressief bereik overbrengen, dan moet je beslissingen nemen op het moment zelf om die bewegingen mogelijk te maken. Dat vind ik enorm boeiend. Het vormt de base line van mijn creatieve praktijk.

Improviseren is in mijn praktijk een continu proces. Gelijklopend is er ook een voortdurende overdracht van ervaringen van de ene creatie naar de volgende. Ook het team van performers verandert nooit abrupt, altijd is er wel iemand die aan een of meer vorige creaties meewerkte. Voor mij zit er een grote rijkdom in dat lange-termijnaspect van omgaan met dans en choreografie.’

Alles is ijdelheid: de paradox van een danscarrière

‘Een carrière in dans is een beladen begrip. Ambitie maakt er integraal deel van uit, ten goede often kwade. Ijdelheid ook. Soms lijkt het alsof een kunstenaar niet uit artistieke noodzaak creëert, maar om zijn of haar carrière vooruit te helpen. Dat is een valkuil- (aarzelt) waar ik zelf op een bepaalde manier ook mee te maken heb gehad.

Dat soort dingen heb ik pas echt kunnen onderkennen en benoemen nadat ik vader werd, twee jaar geleden. De geboorte van mijn dochter heeft mijn prioriteiten goed op hun kop gezet, zelfs tot op het punt waar de hele notie van carrière compleet irrelevant lijkt geworden. Cru gesteld: het kan me geen bal meer schelen. Wat ik nu belangrijker vind is de combinatie met mijn gezinsleven. Pas op, dat heeft niets te maken met het werk zelf: de praktijk van kunst creëren heeft voor mij absoluut niet aan belang ingeboet. Ik voel me nog altijd even betrokken als ik choreografeer of dans. Wat me niet meer interesseert is mijn positie in het veld, de erkenning die ik krijg als choreograaf.

En ja, schrik niet, hier komt het nieuws: ik ga stoppen met choreograferen en performen. Volgend jaar verhuis ik met mijn vrouw (de Griekse danseres en choreografe Georgia Vardarou, red.) en dochtertje naar Catalonië. Dat heeft alles te maken met de onhoudbare druk om alsmaar te werken, hier in Brussel. Ons gezinsleven staat voortdurend onder druk, thuis functioneren we in overlevingsmodus. Georgia en ik hebben allebei het gevoel dat het Zuiden ons dichter kan brengen bij wat we kennen en missen, dat we daar een andere balans kunnen vinden tussen werk en gezinsleven-en daarmee bedoel ik niet alleen ons kleine gezinnetje, maar ook de ruimere kring van familie, vrienden en kennissen. Georgia zal blijven dansen en choreograferen, maar ik wil alleen nog het podium op om bestaand werk te tonen, als er vraag naar is. Ik ga ook weg bij Kunst/Werk, de organisatie die ik samen met Marc Vanrunxt leid. Het subsidiedossier voor de komende beleidsperiode is opgesteld zonder mij. Bij P.A.R.T.S. blijf ik beschikbaar voor modulaire lesopdrachten, voor het overige zet ik een punt achter alle andere pedagogische activiteiten. Op die manier wil ik tijd maken om in Barcelona mijn studie psychologie voltijds af te werken. Of die studie me professioneel een andere richting zal uitsturen, moet ik gewoon afwachten. Alles bij elkaar is dit een heel spannende situatie, ook omdat we hier heel wat zekerheden opgeven. Ik realiseer me heel goed dat we nergens anders de erkenning en voordelen zullen vinden die we in België krijgen. Maar we kunnen er niet onderuit dat er een bepaalde levensstijl is die we al te vaak missen.

Dansen is voor mij altijd de manier geweest om het leven heel bewust te ervaren, maar er zijn andere wegen die ik al die jaren genegeerd heb, of waar ik geen weet van had. Het mag misschien bot klinken, maar ik besef nu dat er leven is naast de dans. Wat niet wegneemt dat ik blij ben dat ik met een goed gevoel kan terugblikken. Ik mag zeggen dat ik het beste uit mezelf gehaald heb: ik ben niet lichtzinnig met de dingen omgegaan. Ik heb veel meer bereikt dan wat ik ooit voor mogelijk hield toen ik naar Brussel kwam als een acteur die iets wilde leren van dans.

En ja, het lijkt me best aantrekkelijk om op mijn vijfenzestigste nog te dansen, maar evengoed zie ik de ijdelheid van de gedachte dat ik zou voorbestemd zijn voor dans. Ik wil uitzoeken of er andere dingen zijn-dingen waar ik niet per se in moet uitblinken om er zingeving uit te halen. Want ook dat is heel eigen aan kunst: succes hebben, beter dansen of meer aandacht krijgen dan anderen. Ik heb een ander soort ervaring nodig van wat werk kan betekenen: waar het echt om draait, en welke vorm dat kan aannemen. Misschien zal ik niet meer opvallen, maar misschien is dat juist nodig om niet in dezelfde val te trappen.’

Kwesties uit het veld

‘Dans in Vlaanderen en Brussel is van een uitzonderlijke kwaliteit maar de situatie is erg fragiel. Dat komt omdat de politieke arena een grote invloed heeft op het veld, terwijl net een aanzienlijk deel van de kunstenaars door hun culturele of geografische afkomst weinig voeling heeft met de Vlaamse of Belgische politieke besluitvorming.Tel daarbij de werkomstandigheden van dansers en choreografen: ze zijn altijd op tournee of bezig met opdrachten in het buitenland waardoor ze vaak als vreemdelingen in dit land wonen, zelfs na vijftien jaar. Ik ga ervan uit dat een aantal van hen graag meer betrokken wil zijn, of zich actiever wil inzetten voor de toekomst van dans in Vlaanderen en Brussel. Maar vaak hebben ze gewoon geen idee hoe ze dat best aanpakken. Dus blijven we afhankelijk van een heel kleine groep mensen met een sleutelpositie tussen de politiek en het dansveld: programmatoren, zakelijke leiders van dans-organisaties, theoretici, journalisten.

Als ik nu wegga, is het alsof ik de kamer uitsluip, zonder te weten hoe ik mijn steentje kan bijdragen om die problemen mee op te lossen, omdat het zo ingewikkeld is. Kunstenaars staan altijd voor hetzelfde dilemma: aan de ene kant willen ze met rust gelaten worden-laat me in die studio mijn ding doen-terwijl ze weten dat het niet realistisch is. Ik vind dat je niet te ver af mag staan van de structuren die het voor jou mogelijk maken om in die studio te werken én die je daarvoor ook betalen. België is wat dans betreft op dat vlak uniek, en vaak de reden waarom kunstenaars zich hier vestigen en niet ergens anders. Die combinatie van factoren maakt van de positie van de kunstenaar hier een netelige kwestie.

Zelf probeer ik zoveel mogelijk mee te zijn met wat zich op het beleidsvlak afspeelt. Mijn ervaring is dat het gemakkelijker is om betrokken te blijven als je deel uitmaakt van een gezelschap. Aan de andere kant constateer ik dat het voor alsmaar meer performers niet meer zo cruciaal is om in Brussel of Vlaanderen aanwezig te zijn. Ze zetten in op verschillende steden. Meer nog, ik heb het gevoel dat sommigen er niet echt mee zouden inzitten-en nu stel ik het even heel scherp-als Brussel niet langer een internationaal centrum voor dans zou zijn, omdat ze ervan uitgaan dat ze hun ding al hoppend kunnen doen: van Berlijn naar Stockholm naar Wenen en zo verder. Maar ik zie ook welke tol dat soort levensstijl eist, hoe groot de druk is. Ik zie freelancedansers die voortdurend de hort op moeten als ze het werkritme willen aanhouden waarmee ze hun brood kunnen verdienen. Dat houd je een aantal jaren vol, het kan zelfs een opwindende tijd zijn, maar je fysieke conditie moet het vroeg of laat ontgelden. Ook op menselijk vlak is het niet constructief: voortdurend weer verder moeten, tekens heel intense ontmoetingen in je werk achterlaten, nergens in kunnen investeren, niet in familie, niet in vriendschap. De grond onder je voeten schuift voortdurend weg, er is te veel beweging, geen tijd om dingen te laten ontstaan.We moeten ons blijvend realiseren hoe uitzonderlijk de situatie voor kunstenaars hier in Vlaanderen en Brussel is. Hoeveel landen zijn er waar je bij een instelling als Kunstenloket infosessies krijgt over subsidies in het Engels? Waar je als kunstenaar terecht kan bij consulenten die informatieverlening als een missie zien en die zich niet gedragen alsof ze je een gunst bewijzen? Soms denk ik: hoe halen we het in ons hoofd? Is het wel normaal dat we vijftien jaar in een land zijn, doen alsof we al die rechten verdienen, terwijl we niet eens de taal leren, laat staan al de rest en ons ad infinitum gedragen als eregasten? In een stad als Parijs bijvoorbeeld krijg je dat volgens mij niet gedaan zonder je in te spannen om te functioneren als een Parijzenaar.

Aan de andere kant blijft het voor Vlaanderen en Brussel dé uitdaging om zich ten volle bewust te zijn van die ongelooflijke schat in hun midden. Een danspraktijk en -veld van dit kaliber zijn zeldzaam. Dat is de verontrustende kant van de zaak: zullen mensen die het kunnen weten, mensen zoals jij en anderen hier, zullen jullie de buitenwereld kunnen blijven overtuigen dat we zorg moeten dragen voor zo’n juweel?’

20 Years-50 Portraits wordt uitgegeven door P.A.R.TS. Redacteur: Theo Van Rompay, 408 pagina’s
Beschikbaar via www.parts.be

JE LEEST ONZE ARTIKELS GRATIS OMDAT WE GELOVEN IN VRIJE, KWALITATIEVE, INCLUSIEVE KUNSTKRITIEK. ALS WE DAT WILLEN BLIJVEN BIEDEN IN DE TOEKOMST, HEBBEN WE OOK JOUW STEUN NODIG! Steun Etcetera.

artikel
Leestijd 13 — 16 minuten

#145

15.06.2016

14.09.2016

Lieve Dierckx

Lieve Dierckx is vertaler en theaterwetenschapper. Ze schrijft freelance over dans en podiumkunsten voor verschillende magazines, huizen en choreografen.

artikel

NIEUWSBRIEF

Elke dag geven wij het beste van onszelf voor steengoede podiumkunstkritiek.

Wil jij die rechtstreeks in je mailbox ontvangen? Schrijf je nu in voor onze nieuwsbrief!