Matthew Naguire

Leestijd 14 — 17 minuten

Transatlantische vragen: Een jaar e-mailcorrespondentie tussen Matthew Maguire (New York) er Jim Clayburgh (Brussel)

Jim Clayburgh is decor- en lichtontwerper voor een aantal dans-, theater- en operagezelschappen in New Vork en België. Hij is stichtend lid van The Wooster Group. Matthew Maguire is regisseur bij Creations Productions (New York), een gezelschap dat vooral multimediale projecten opzet.

 

maandag 8 mei 2000

Hi, Jim. Ik heb een voorstel. Ik heb gemerkt met Caridad Suich en Maria Delgado, die samen een essaybundel met de titel Theatre in Crisis? geredigeerd hebben, en nu zoeken ze medewerkers voor een nieuw boek, Transglobal Readings. Zou je geïnteresseerd zijn om met mij samen te werken? Er is een brede waaier aan dingen die we zouden kunnen doen: we zouden e-mails kunnen uitwisselen over de toestand van het theater, we zouden een cyberstuk kunnen construeren, een performance in de ether,… Wat denk je? Hartelijke groeten aan iedereen daar, Matthew

maandag 8 mei 2000

Ik ben zo geflatteerd dat ik zelfs zou leren typen. Het is één uur ‘s nachts maar je hebt mijn aandacht toch wakker geschud. Ik zou dat theater in calsis wel eens willen zien. Later meer en groetjes aan jouw familie, Jim

maandag 30 oktober 2000

Beste Jim, als dat geen lange stilte was! Hier is een mogelijke strategie. Waarom gebruiken we het Book of Questions van Edmond Jabès niet als springplank? Dit citaat eruit vind ik fantastisch: ‘The Jew answers everg question with another question. (Reb Léma)’ ik stel de volgende werkwijze voor: 1. We vuren vragen af die uit onze huidige obsessies voortvloeien. 2. Maar we voelen ons niet verplicht erop te antwoorden. We zouden kunnen antwoorden – en we zijn vrij om dat te doen – maar we kunnen ook antwoorden met een tegenvraag, en die kan uit de originele voortspruiten of een heel andere richting uitgaan.

Zo zouden we met elkanders inbreng een constellatie van ideeën laten ontstaan. Ik geloof dat we na een korte tijd met de lappen conversatie een stevige collage kunnen samenkleven. Wat denk je? Het beste, Matthew

vrijdag 3 november 2000

Ik ken Jabès’ boek niet – maar een reeks vragen lijkt me wel de goede plek om te starten, als we maar vermijden om in het stuk van Handke terecht te komen, waarin het gevraag gewoon té is. Ken je die tekst? Ik ben de titel in het Engels vergeten, maar in het Duits is het Das Spiel um Fragen. Of Die Heise Lum Sauaren Laud zoals de vrouw in het kantoor hier in Keulen zegt. En wat gaat er boven één Handke die klapt? Vertel me meer over Jabès. Jim

zaterdag 4 november 2000

Hi Jim. Jabès’ boek is een rond een aantal vragen georganiseerde exploratie van Hebreeuwse spiritualiteit en mystiek.

Hierop ben ik al een tijdje aan het broeden: omdat mijn loft ooit een tentielatelier was (ik heb veel antieke zwarte naalden gevonden tussen de vloerplanken), vraag ik me soms af of de levens van de vrouwen en kinderen die hier gewerkt hebben nog steeds in de lucht hangen. En ik bedoel niet ‘spoken’: ik vraag me af of een ruimte een geheugen heeft. Heb jij als designer die de ruimte als materiaal gebruikt (en ook licht enz.) ooit het gevoel dat de ruimte die je creëert een geschiedenis ontwikkelt? Of dat er een sediment ontstaat van de gebeurtenissen die de ruimte gevuld hebben? Dat ze sporen nalaten? Of is de ruimte als een tabula rasa, die de vluchtige gebeurtenissen voor altijd uitwist?

Met jouw Handke-klap heb ik eens goed gelachen. Hartelijke groeten, Matthew

maandag 13 november 2000

Hi Jim – ik stel me voor dat je daar een briljante tegenzet over het geheuyen van de ruimte aan het uitwerken bent. Maar het mooie van onze werkwijze is dat geen enkele vraag een antwoord vraagt. Om de dingen op gang te krijgen stel ik voor dat we niet naar de glans maar naar het volume kijken -en de parels er nadien uitziften. Dus: Zwemt een eend met één poot in cirkels? Hartelijke groeten, Matthew

donderdag 16 november 2000

Matthew, ik zit op de trein naar Hasselt om met Johanne vanavond een performance te geven. Ik heb het misschien al over treinen gehad – ik uind dat ze veel te maken hebben met geheugen en ruimte en misschien ook landschap. (Ik geef toe dat er in die uitspraak een latent geuaar van pantheïsme schuilt.) Deze trein is oud, lijkt al redelijk lang in gebruik te zijn. Zelfs hier in eerste klasse heerst een gevoel van vaalheid ondanks de reproducties op de wanden van een woudfantasie met de al lang uitgestoruen dieren van de Ardennen en uitgeuoerd met de uitgesproken kwaliteiten van een Dubuffet. Dit is alleszins yeen ongerept terrein. Door het raam zie je de Brueghels: de modder is dezelfde. Hls dit de eerste rit van een nieuwe hogesnelheidstrein zou zijn, zou alles er dan hetzelfde uitzien? Ik denk van niet. Zou dat aan de nieuwte van de trein te wijten zijn? Of aan de filters in het glas? Of aan de snelheid waaraan ik het zie uoorbijkomen? Rupert Sheldrake heeft het idee van een ‘genetisch geheugen’ gelanceerd, omdat in een kolonie uogels die een specifiek gedrag aangeleerd hebben, en dat gedrag dan omwille van een of andere omgevingsoorzaak (b.u. er staan geen melkflessen met kartonnen dekseltjes meer op de stoep) achterwege laten, dat zelfde gedrag generaties later, in een ander land, als aberrant gedrag waargenomen kan worden.

Ik denk dus dat in het geval van jouw loft er zeker sprake is van geheugen. Bewuste geschiedenis daarentegen, dat betwijfel ik. Onbewuste geschiedenis vast en zeker. Als designer interesseert me dat: het onbewuste geheugen van de ruimte opzoeken. Kleine, gedeelde flitsen. Heb je Fanny ooit gezien, een musical uit de jaren vijftig? Als de man van zee terugkomt, zingt hij, ‘”Hello”, said the door, “glad to feel your hand once more”, and the chair, “Now you’re back where you belong”.’ Er is een dunne grens tussen dingen die spreken en dingen die sprekend zijn. (We rijden voorbij Neerwinden.)

Wat jouw eend betreft – goed gezien. Vraag raad aan een kanovaarder.

Linde, mijn assistent, vermeldt dat Ruskin over renovatie van architectuur en geheugen geschreven heeft.

Denk je dat er iets kan bestaan dat geen geheugen heeft? Een ruimte, een object? Het beste, Jim

woensdag 22 november 2000

Hi Jim, fantastische beschrijving van jouw treinreis en de gedachten die die losgeweekt heeft. Wij zijn met een stuk van Beckett bezig. Vraag: waarom lijkt mij de relatie tussen papieren capsules op melkflessen en het gedrag van vogels zo plausibel?

Voor altijd vrienden van papier en ornithologie – of moet dat origami zijn,

Matthew

donderdag 23 november 2000

Deel succes met Beckett, Welk stuk? Groeten, Jim

donderdag 7 december 2000

Beste Jim, sorry dat ik wat traag ben in de volleys. Beckett’s Embers is nu in première gegaan en ik heb nu wat meer ademruimte. Sinds ik op acteren ingesteld ben, denk ik veel na over transparantie. Ik ben er altijd van overtuigd geweest dat de beste acteurs die zijn, die de maskers die ons socialiseren kunnen laten uallen en het publiek kunnen laten binnenkijken in hun denkproces. Ik geloof dat het gezicht doorzichtig kan zijn als vensterglas. Ik ben jouw definitie van een acteur niet uergeten: ik geef ze dikwijls door aan studenten (ja, je krijgt de credits). ‘Een goed acteur moet eerst en vooral een interessante persoon zijn.’ Het lijkt dóódsimpel maar in mijn ervaringen met casting heeft het de test goed doorstaan. Als een acteur de gave heeft, om ons naar binnen te laten kijken, dan is er hopelijk een complex beeld van een ten volle geleefd leven te zien. Over ruimte ben ik op dezelfde manier gaan denken – mijmerend over transparantie. Ik wil de ruimte niet antropomorferen, maar zijn er gradaties denkbaar van ruimtes die hun natuur transparanter maken dan andere? Is er opake ruimte ook al kan je er doorheen zien? Is ruimte soms transparant ook al lijkt ze dichtgemaakt met muren en objecten? Bij sommige boxen van Joseph Cornell krijg ik het geuoel dat mijn zicht oneindig verder zou kunnen reiken, en dat is niet omdat er aan de waarneming geen grenzen meer zijn. Zouden bepaalde vormen van transparantie uit dichtheid kunnen ontstaan? Zou dichtheid een illusie van transparantie kunnen oproepen door binnen een gesloten veld een oneindige reeks associaties op te roepen? Zou dat hetzelfde mechanisme kunnen zijn dat in ons de waarneming oproept dat we in het hoofd van een acteur kunnen kijken? Hartelijke groeten, Matthew

zaterdag 9 december 2000

Beste Matthew, transparantie is voor mij synoniem geworden met ‘geen aandacht op zichzelf trekkend’. Is dit alles niet zoals het ‘condo-/co-op-dilemma’? Ben ik eigenaar van de muren en huur ik het inwendige volume of is het omgekeerd? Hoe dan ook, volgens mij is deze dubbelheid ook van toepassing op acteurs in relatie tot een tekst en vooraf vastgestelde handelingen. Transparantie in de dialoog ertussen. Een liftkoker helemaal in glas? De paradox van transparantie en densiteit met betrekking tot sommige acteurs. Misschien bestaan transparantie en densiteit in verschillende gradaties in tegenstelling tot elkaar, waarbij, zoals voor zoveel klotedingen, de perfecte balans gevonden moet worden. Misschien niet in design, waar een zeker minimalisme de projectie helpt en rommel de focus kan verleggen. Je kent mijn voorliefde sinds lang voor neutraliteit als startpunt voor elk design, en ik ben niet zo zeker of de manier waarop we dat gebruiken transparantie is of reflectie. Live versterking is misschien een goed voorbeeld: de technologie is de onzichtbare (onhoorbare) geleider. Goed acteren heeft voor mij veel te maken met een realiteit in multitrack: ik zie de persoon, en ik hoor/zie de tekst/bewegingen en ik vul de gaten op tussen beide. Misschien is het een methode van mij om verveling te vermijden. Ik bemerkte onlangs hoe ik met iemand sprak over een lichtontwerp dat ik ‘oneerlijk’ vond. Ik hoop dat dat niets met geloof te maken heeft. Maar heeft het misschien te maken met de relatie tussen het licht en de ontwerper of tussen het licht en het stuk? Het licht ten opzichte van de ruimte? Misschien had het meer te maken met een zak trucs en het gebruik ervan. Hoe oneerlijk kan iemand zijn met belichting? Kan er eerlijke architecturale belichting bestaan? Is dezelfde gradatie van (on)eerlijkheid die bij een acteur interessant is, ook voor een designer interessant of is het proportioneel andersom? Is oneerlijkheid een vorm van misleiding of is het gewoon inbeelding? Hoe oneerlijk kan een acteur zijn en toch nog een object van verlangen blijven? Op welk punt spreekt een oneerlijke situatie op menselijk vlak of misschien zelfs op emotioneel vlak meer aan dan een eerlijke? En is dat voor een danser precies hetzelfde punt? Is het punt halfweg tussen een eerlijke acteur en een oneerlijke acteur het meest of het minst interessante? Goede vraag over authenticiteit in theater. Jim

zondag 10 december 2000

Beste Jim – een prachtige brief, maar er zijn een paar dingen die je voor mij moet verduidelijken:

– Ik ken het ‘condo-/co-op-dilemma’ niet. Wat is het?

– Een glazen liftkoker? Cool. Ik stel me dat voor vrij zwevend in de ruimte. Klopt dat?

– ‘Je kent mijn voorliefde sinds lang voor neutraliteit als startpunt voor elk design.’ Ik denk dat ik weet wat je bedoelt, namelijk een ontwerp dat het stuk niet oplaadt met allerlei conflicterende lagen, maar ik ben niet helemaal zeker dat ik jouw gebruik van het woord neutraliteit in die context helemaal begrijp. Kan dat uitgebreider?

Het idee van oneerlijk lichtontwerp fascineert me…

Kan er eerlijke architecturale belichting bestaan? Ik zou zeggen van wel. Als de architect onze ervaring van de ruimte met licht wil leiden, dan denk ik dat dat in de totaliteit van het ontwerp vervat kan zijn. Bijvoorbeeld het licht dat door openingen boven in rotondes binnenvalt. Ik zie het verschil niet tussen de manier waarop een architect het kunstlicht bepaalt en hoe hij of zij het natuurlijk licht vorm geeft.

Ik moet de kleine in bed doen. Hartelijke groeten, ook aan J en R,

Matthew

maandag 11 december 2000

Matthew, ik moet snel antwoorden.

– Als ik het juist voorheb, dan ben je in een ‘co-op’ eigenaar van de muren, maar huur je de luchtruimte door de muren omschreven. In een ‘condo’ zijn de muren eigendom van de immobiliënfirma (of een investeerder) en ben je zelf eigenaar van de lucht in jouw ruimte.

– Een glazen liftkoker: het mechanisme is zichtbaar terwijl je je door tijd en ruimte verplaatst.

– Neutraliteit? Daarover later meer, maar het allerbelangrijkste voor mij is dat het met betekenispotentieel geladen is. Grind.

Jim

maandag 29 januari 2001

Hi Jim. Ik ben net terug uit, of all places, Tuscaloosa, Alabama. Deed een workshop aan de University of niabama over een nieuw stuk, Luscious Music. Ik ben er tevreden mee, ik denk dat het bijna af is.

Ben jij nog op iets aan het broeden?

Hartelijke groeten,

Matthew

vrijdag 9 februari 2001

Hi Jim. Gisterenavond ben ik naar Julian Schnabels film Before Night Falls gaan kijken. Sterk. Als je er niets over weet: het is gebaseerd op de memoires van de Cubaanse dichter in exil, Renaldo Rrenas. Op zijn doodsbed zegt hij tegen zijn vriend, Lazaro, ‘you are the most authentic man l’ve ever known’. Mij is dit gebruik van het woord authentiek opgevallen, als een zoveelste voorbeeld van synchroniciteit. Als je b.v. over een idee loopt na te denken, dan komt het je in je dagelijks leven herhaaldelijk tegemoet – dat is een teken van dat fenomeen. En ja, ik heb de laatste tijd het idee van ‘authenticiteit’ in mijn hoofd en de verwijzingen ernaar blijven tevoorschijn komen. Die film heeft authenticiteit, ook al verschijnen er twee Hollywood-sterren in: Sean Pennen Johnny Depp. Het is uit de minuscule maar briljante cameo’s die ze spelen duidelijk dat ze er zijn uit sympathie, om Schnabel aan distributie te helpen. Andere industriële barcodes zitten er niet in de film.

Ik vraag me af of er één kwaliteit voor een artiest belangrijker is dan authenticiteit? Beelden van authenticiteit zijn in onze cultuur al zo dikwijls ontmaskerd als illusies. Het is me een raadsel hoe die paradoxale authenticiteit in het theater gekomen is, terwijl zoveel van ons ambacht rond illusie, allerhande illusies, draait. Hoe kan men op authentieke wijze illusies verkopen? Ik was in The Nation een artikel aan het lezen over het opdrogen van de markt voor alternatieue rock in 1996 (bands als Pearl Jam en Weezer) omdat de jongeren het gevoel hadden dat de commerciële verpakking de authenticiteit van de bands gecorrumpeerd had. De auteur, Thomas Frank, stelt: ‘And as the corporate universe gradually subsumes what remains of independent cultural production, we can no doubt look forward to advertising people announcing, without the least inkling of irony, that they worked for Saatchi and Saatchi back before the agency sold out.’

Als een artiest met niets anders dan zijn eigen pure visie bezig is, dan is dat authenticiteit. Hoe kunnen we als theaterartiesten onze nood aan publiek daarmee rijmen? Het lijkt zo moeilijk als zen. Onthechting. Maar, wat anders dan het verlangen om verder te reiken, drijft het theater uooruit? Dat zijn de dingen waarop ik lig te kauwen. Hartelijke groeten, ook aan Jo en Rl, Matthew

woensdag 21 februari 2001

Ik leef nog en zal binnenkort antwoorden.

Morgen Berlijn en vrijdag terug.

Jim

dinsdag 13 maart 2001

Hi Jim, ik heb de hele dag collages gemaakt. Groot formaat. Ik ben nogal aan het spelen met dat citaat van Jasper Johns: ‘Take an abject. Do something to it. Do something else to it.’ Het is verbazingwekkend hoe goed dat werkt. Zo eenvoudig. Alhoewel ik altijd met de vraag geworsteld heb, wanneer is een werk te eenvoudig? Ik heb b.v. weinig geduld met het werk van Dan Flauin. Ik bewonder bepaalde minimalistische werken, maar ik vraag me af waarom mijn plezier verdwijnt als een minimalistisch stuk ten einde loopt. Wanneer wordt het concrete zo vluchtig dat het simpelweg conceptueel wordt? Uiteraard worstel ik met dit alles af bij deze nieuwe stapel collages. Hoeueel of hoe weinig is genoeg? Is het glas halfvol of halfleeg? Hangt het ervan af of je aan het drinken bent of aan het inschenken? Groeten, Matthew

maandag 16 april 2001

Matthew, waar zijn we? Jim

dinsdag 17 april 2001

Hi Jim – goeie vraag!

Vat perfect mijn gemoedstoestand!

Verloren in de ruimte,

Matthew

maandag 23 april 2001

Matthew, ik bedenk dit nu. Met verschillende teksten van de vele persoonlijkheden van Pessoa. (Pessoa en zijn heteroniemen). Rinkelt er een belletje? Jim

donderdag 26 april 2001

Hi Jim. Suggereer je dat we Pessoa’s gedichten tussen onze uitwisselingen moeten invoegen? Toen ik zijn Alentejo Seen From The Train las, kwam één juxtapositie alvast bij mij op. Ik associeer dit namelijk met jouw uerhaal over de treinreis naar Hasselt. Had jij het over montages zoals de volgende?

‘Matthew, on the train heading for Hasselt to do a performance with Johanne. I perhaps mentioned the train as it…

Alentejo Seen From The Train

Nothing with nothing around it

And a few trees in between None of which very clearly green, Where no river or flower pags a uisit If there be a hell l’ve found it, For if ain’t here, where the hell it is?’ Portugese groeten, Jorge Alentejo

vrijdag 27 april 2001

Matthew, ik kan me niet meer herinneren hoeveel koffie je drinkt, maar Pessoa was maar een vraagje tussendoor, zonder belang, maar nu toch mee in de soep. Ik had het over een beschrijvende metafoor voor een muziekstuk dat gezongen zou worden als van een / door een meervoudige persoonlijkheid. Een experiment in de meervoudsvorm (met nieuwe muziek), dat noch synthetisch, noch eclectisch is. Een nieuwe vorm van eenheid-en-veelheid. Althans, zo is het me uitgelegd. Het had te maken met het lichtontwerp, of zelfs de mise-en-scène van een oratorium, een moeilijk ding. Klassieke en zeker hedendaagse muziek heeft heel strikte grenzen van aanvaardbare belichting. De verstrooidheid door een lichtverandering van twintig minuten tijdens een concert lijkt voor sommige mensen de mogelijkheid om te luisteren te blokkeren. Ik vind dat het een vorm van relaxatie is, een tweede spoor, een actieve, betrokken meditatie. Ik ben dan wel verrast hoe weinig mensen hun ogen sluiten terwijl ze luisteren. Moet ik die dingen als een noodzakelijk kwaad zien? Belichten en naar huis gaan? Jim

maandag 30 april 2001

Beste Jim – je hebt me nogal in de soep gedraaid. Niet dat dat ons project in de war stuurt, maar toch. Ik hou het bij Vogi Berra, die verbazingwekkende vroeg-postmoderne filosoof die zei, ‘als je bij een splitsing in de weg komt, neem ze’. (overigens, pas op met George Bush die dit zijn lievelingsspreuk noemt.)

Waarom dragen kamikazes valhelmen?

Ciao,

Matthew

donderdag 3 mei 2001

Matthew, ik keer terug naar een vorige conuersatie. Wat ik toen wilde zeggen is: ben ik eigenaar van de muren en huur ik de binnenruimte of omgekeerd, het functioneert allebei. Dit probleem van eigendom kan voor acteurs zowel gezien worden ten opzichte van een tekst als ten opzichte van een vooraf afgesproken reeks handelingsopdrachten. De transparantie schuilt in de dialoog tussen die twee/drie: 1. tekst, 2. opdrachten, 3. eigendom/bezit. Ik moet hier verder over nadenken, Jim

maandag 7 mei 2001

Beste Jim, ik begrijp dat je opmerkt hoezeer de eigendom van woonruimte vergelijkbaar is met het wonen van de acteur in de tekst. Er is een opvallende analogie. Laat ons starten met situatie R: Net zoals een persoon de muren van een loft kan bezitten, maar de inwendige ruimte slechts huren, precies zo kan een acteur de buitenkant van de tekst bezitten, maar het inwendige volume slechts huren. De muren van de loft lijken me de woorden op de bladzijde te zijn: vast en onveranderlijk. Het inwendige volume van de loft is constant in flux, zoals de ervaring door de beleving van de taal en de bewegingen door de acteur. De vraag die dat voor mij oproept is: de acteur kan nooit eigenaar worden van de muren, het omhulsel van de tekst zelf, want de tekst zal altijd eigendom blijven van de auteur. Als je acteurs hoort spreken, dan zou je denken dat ze zich de tekst kunnen toeëigenen, maar dat beschrijft slechts een tijdelijke bewoning, hoe compleet de illusie van de band ook is. Dit eindelijk zal de acteur toch een andere rol aannemen en de eigendom van de muren van die rol (de tekst) zal naar de oorspronkelijke eigenaar terugkeren. In die zin is de acteur een huurder. Zoals een krab vindt hij een huis dat een huurder toelaat en zoals de opportunist betrekt hij het alsof het het zijne was. Een en ander suggereert dat situatie B vanzelfsprekender is. De acteur kan de muren slechts huren, maar hij kan eigenaar zijn van het inwendige uolume, omdat het inwendige volume precies zijn eigen ervaring is, gekatalyseerd door zijn toegang tot de tekst. Dit vluchtig maar toch reëel volume bestaat uit zijn eigen ideeën, associaties, herinneringen, en emotionele en fysieke choreografieën, en hij kan terecht stellen dat hij er eigenaar van is, omdat zijn eigen invulling van de rol door geen enkele acteur nagedaan zal kunnen worden terwijl de tekst nooit zal ueranderen. Nu, er is nog een andere laag die ik aan jouw analogie zou willen toeuoegen: de relatie tussen eigendom en transparantie. Ik denk dat je suggereert dat de ware eigendom een conditie als transparantie tot stand brengt. Als een acteur zich een rol toe-eigent, zien we het personage en misschien het hele stuk doorheen hem als een transparante filter. Niets van zijn lichaam en geest vloekt met de eisen van de rol. Als hij een probleem heeft met de eigendom (waarlijk absorberen en kanaliseren) van de rol, dan zullen gradaties van opaciteit verschijnen, en wij, het publiek, zullen het stuk niet helder kunnen zien.

Misschien is dit de manier waarop klassieke stukken opgevoerd blijven worden. Publieken nemen de stukken waar als tijdloos, omdat ze de sensatie voelen van doorheen de tijd terug te zien tot in de originele intentie/ervaring van de auteur, alsof er niet honderden misschien duizenden jaren tussenin liggen. Roland Barthes beschrijft de schriftuur van Racine als de ultieme graad van transparantie. In zijn On Racine stelt hij: ‘As a matter of fact, transparency is an ambiguous value; it is both what cannot be discussed and what there is most to say about. Hence it is ultimately his very transparency that makes Racine a veritable commonplace of our literature, the critical object at zero degree, a site empty but eternally open to signification. If literature is essentially, as I believe, a meaning advanced and at the same time a meaning withdrawn, Racine is doubtless the greatest French author; his genius is then to be located in none of the virtues that have successfully made his fortune (for the ethical definition of Racine has constantly shifted), but rather in a sovereign art of

accessibility, which permits him to remain eternally within the field of any critical language.’ Ik hou erg van de frase ‘a site empty but eternally open to signification’. Het herinnert me aan de lege schelp waar de krab inkruipt en als ‘haar huis’ betekent. Veruolgens wordt de krab gegeten door de grotere vis en een andere krab kruipt erin en voelt zich thuis. Onroerende groeten, Matthew

vrijdag 11 mei 2001

Matthew, ik ga naar Berlijn dit weekend, na een te drukke week hier. Ik moet het nieuwe nationale museum proberen uit te lichten. Jim

dinsdag 29 mei 2001

In Edmond Jabès’ Book of Questions heb ik een passage gevonden die een meester in het licht toch een plezier zal doen, denk ik: ‘”What is light?” one of his disciples asked Reb Rbbani. “In the book,” replied Reb Rbbani, “there are unsuspected blank spaces.” Words go there in couples, with one single exception: the name of the Lord.

Light is in these lovers’ strength of desire. “Consider the marvellous feat of the storyteller, to bring them from so far awag to giue our eyes a chance.” And Reb Hati: “The pages of the book are doors. Words go through them, driven by their impatience to regroup, to reach the end of the work, to be again transparent.”

“Ink fixes the memorg of the words to paper.” “Light is in their absence, which you read.'” Geweldig om een zo simpele vraag als ‘wat is licht?’ te kunnen stellen! Hartelijke groeten aan allen, Matthew

Vertaling uit het Engels: Dries Moreels

 

Je leest onze artikels gratis omdat we geloven in vrije, kwalitatieve, inclusieve kunstkritiek. Als we dat willen blijven bieden in de toekomst, hebben we ook jouw steun nodig! Steun Etcetera.

gesprek
Leestijd 14 — 17 minuten

#78

15.10.2001

14.01.2002

Matthew Naguire