Tekening Johan Daenen

Jan Decorte

Leestijd 50 — 53 minuten

Torquato Tasso

Op 17 december 1982 speelde Het Trojaanse Paard in Brussel de première van Torquato Tasso van J.W. von Goethe, in een vertaling, bewerking en regie van Jan Decorte. De voorstelling wordt besproken in Etcetera 2; in dit nummer de integrale tekst van deze eenmalige bewerking. Het copyright van deze vertaling/bewerking berust bij Jan Decorte, Koningsstraat 227, B-1030 Brussel.    

Alfons de tweede, hertog van Ferrara
Leonore van Este, zuster van de hertog
Leonore Sanvitale, gravin van Scandiano
Torquato Tasso
Antonio Montecatino, staatssecretaris

1.1

(Plaats in de tuin)

Prinses Wat heb je? Laat het een vriendin weten!

Leonore Met plezier zie ik ons beiden zo landelijk uitgedost. We lijken echt gelukkige herderinnen. We vlechten kransen.

Prinses Mijn broer is vriendelijk dat hij ons in deze dagen al op het land bracht. We kunnen onder ons zijn en ons urenlang naar de gouden tijd van de dichters dromen.

Leonore Ja een nieuwe wereld omgeeft ons.

Der Schatten dieser immergrünen Baüme Wird schon erfreulich. Schon erquickt uns wieder Das Rauschen dieser Brunnen, schwankend wiegen Im Morgenwinde sich die jungen Zweige. Die Blumen von den Beeten schauen uns Mit ihren Kinderaugen freundlich an. Der Gärtner deckt getrost das Winterhaus Schon der Zitronen und Orangen ab, Der blaue Himmel ruhet über uns Und an dem Horizonte löst der Schnee Der fernen Berge sich in leisen Duft.

Prinses De lente zou me heel welkom zijn, als hij mijn vriendin niet van me roofde.

Leonore Herinner me in deze lieflijke uren niet hoe snel ik moet gaan. De plicht roept, de liefde roept me naar de gemaal, die me zo lang mist. Ik breng hem zijn zoon, die dit jaar zo snel is gegroeid, zich zo snel heeft ontwikkeld.

Prinses Wat je ook verlaat, je vindt het in die grote stad dubbel terug.

Leonore Florence is groot en heerlijk maar de waarde van al haar schatten reikt niet tot Ferrara’s edelstenen. Italië noemt geen grote naam, die dit huis zijn gast niet heeft genoemd. En het is voordelig, het genie gastvrijheid verlenen: geef je het dat geschenk, dan laat het er een mooier voor je achter.

Prinses Goede mensen, die elkaar hier door toeval troffen en een geluksverbond sloten.

Leonore Wat ik levendig voel, voel jij beter, voelt het diep – en zwijgt. Altijd is je aandeel groot aan het grote, dat je als jezelf herkent. Jou en je zuster eert de wereld voor alle grote vrouwen van je tijd.

Prinses Je moet deze hoogste vleierij niet het kleed lenen van intieme vriendschap. Als ik bedenk hoe weinig men is en wat men is blijft men anderen schuldig. Ook heb ik nooit als rang of als bezit gezien wat de natuur of het geluk me gaf. Ik ben blij, als verstandige mannen spreken, dat ik kan verstaan hoe ze het bedoelen. Ik luister graag naar het geruzie van de verstandigen over de krachten, die de inborst van de mens zo vriendelijk en vreselijk bewegen. Als de vorstelijke zucht naar roem, naar uitbreiding van bezit, stof wordt voor de denker. En na die ernstige conversatie rust ons oor uit op de rijmen van de dichter, die ons lijkt te mijden ja te vluchten. Iets lijkt te zoeken, dat we niet kennen en dat hij op het einde misschien zelf niet kent. Het zou dan toch heel aardig zijn als hij ons op een goed moment zou treffen en ons snel in verrukking zou herkennen als de schat, die hij lang en vergeefs in de wijde wereld heeft gezocht. Ik hou van Belriguardo, in dit mooie land groeit voor andere bomen graag de mirte.

Leonore Ik ben voor Tasso alleen rechtvaardig. Zijn oog verblijft bijna niet op deze aarde, zijn oor hoort de harmonie van de natuur. Wat de geschiedenis aanreikt, het leven geeft, neemt zijn boezem direct en gewillig op. Zijn gemoed brengt wat wijd verstrooid is bijeen en zijn gevoel beleeft wat nooit is beleefd. Vaak veredelt hij wat ons gewoon leek en wat geschat wordt, wordt voor hem niets. In die eigen tovercirkel gaat de wonderlijke man en trekt ons aan om met hem te gaan, er deel aan te hebben. Hij lijkt ons te naderen en blijft ver van ons. Hij lijkt ons aan te kijken maar op onze plaats kunnen hem vreemde geesten verschijnen.

Prinses Ook het werkelijke lijkt hem met geweld aan te trekken en vast te houden. Herken je al die mooie liederen niet als vruchten van echte liefde?

Leonore Met zijn welluidende klachten, zijn opwindend verdriet, zijn zalige droefgeestigheid, verheerlijkt hij in al zijn rijmen een enkel beeld. De vereerde.

Prinses En als hij zijn onderwerp noemt, geeft hij het de naam Leonore.

Leonore Het is jouw naam en de mijne. Het verheugt me dat hij zijn gevoel voor jou in die dubbelzinnigheid kan verbergen Ik ben tevreden dat hij met de klank van die naam ook mij gedenkt. Hier is geen kwestie van een liefde, die zich van haar voorwerp wil meester maken, het alleen zou willen bezitten, er jaloers ieder ander de aanblik van beletten. Hij legt wat hij uit alle sferen liefheeft in een naam neer, die wij dragen. Ons heeft hij niet lief en we hebben met hem het hoogste lief, wat we kunnen liefhebben.

Prinses Je hebt je in die wetenschap erg verdiept, Eleonore, zegt me dingen die bijna alleen mijn oor raken en nauwelijks nog in de ziel overgaan.

Leonore Jij, leerlinge van Plato, niet begrijpen? Hij raast niet boos heen en weer van de ene borst naar de andere, hij hecht zich niet bedrieglijk aan schoonheid en gestalte en boet niet voor de snelle roes met walging en narigheid.

Prinses Daar komt mijn broer. Laten we niet verraden waar het gesprek weer heen voerde. We zouden zijn gescherts moeten verdragen, zoals onze kleding zijn spot onderging.

1.2

Alfons Ik zoek Tasso, die ik nergens vind, en tref hem hier zelfs bij jullie niet aan.

Prinses Ik zag hem gisteren weinig, vandaag niet.

Alfons Het is een oud gebrek, dat hij de eenzaamheid meer zoekt dan gezelschap. Ik vergeef hem als hij zich liever vrij in stilte met zijn geest onderhoudt. Maar dat hij zelfs de kring, die vrienden sluiten, mijdt.

Leonore Ik zag hem vandaag van ver: hij hield een boek en een lei vast, schreef en liep en schreef.

Alfons Hij kan niet eindigen, niet gedaan maken. Hij verandert altijd, rukt traag verder op, staat weer stil. Hij bedriegt de hoop.

Leonore Hij is alleen bezorgd om kleine trekjes te verbeteren om je gunst, die hem zoveel oplevert, eindelijk een waardig offer te brengen.

Alfons Even goed als ik deel heb aan zijn werk, dat me verheugt en moet verheugen, groeit tenslotte ook het ongeduld in mij. Men ziet ongaarne het genot, dat men zo dichtbij waande, veraf in later tijd.

Prinses Ik prijs de bescheidenheid, de zorg waar hij stap voor stap mee op het doel afgaat. Hij wil niet sprookje op sprookje stapelen, die charmeren maar uiteindelijk, als losse woorden vervliegend, misleiden. Laat hem broer, hij moet zijn gedicht tot een geheel afronden. Voor een goed werk is niet de tijd de maat. Alleen door de gunst van de Muzen sluiten zoveel rijmen zich vast samen tot één. En als het nageslacht mee moet genieten, dan moeten de tijdgenoten van de kunstenaar zichzelf vergeten.

Alfons Laten we dan samenwerken, lieve zuster, zoals we vaak gedaan hebben in beider voordeel. Dan zien we hem misschien opeens bij het doel, waar we hem lang gewenst hebben. Ik neem mijn deel van de roem en hij wordt in het leven binnengeleid.

Leonore Zo zal je nog alles voor hem doen, heer, zoals je tot nu al veel voor hem gedaan hebt.

Alfons Een edel mens kan zijn vorming niet te danken hebben aan een enge kring. De strelende eenzaamheid sust hem niet meer in slaap. Hij is gehouden om zichzelf en de anderen goed te leren kennen. Vechtend beproeft de jongeman zijn krachten. Hij voelt wat hij is en vlug voelt hij zich een man.

Leonore In de stilte ontwikkelt zich een talent, een karakter in de stroom van de wereld. Alfons Als zijn argwaan tenslotte niet omslaat in angst en haat. Alleen wie ze niet kent, vreest de mensen en wie ze mijdt zal ze vlug verloochenen. Dat is bij hem het geval. Zo maakt hij zich vaak zorgen om mijn gunst, veel meer dan hem zou passen. Hij koestert wantrouwen tegen velen, die niet zijn vijanden zijn, ik weet het zeker. En gebeurt het dat een brief verdwaalt, dat een bediende uit zijn dienst naar een andere gaat, dat hem een papier uit handen raakt, dan ziet hij dadelijk opzet, verraad en arglist, die zijn lot ondergraaft. En zo raakt langzaam een vrij gemoed in de war en gekluisterd.

Prinses Laten we niet vergeten, lieve broer, dat de mens niet van zichzelf kan scheiden.

Alfons Ik doe wat ik kan om hem zekerheid en vertrouwen in te prenten. In tegenwoordigheid van velen, geef ik hem vaak stellige tekens van mijn gunst. Als hij zich bij me beklaagt, laat ik het onderzoeken. Zoals laatst, toen hij dacht dat zijn kamer was opengebroken.

Prinses Als een vriend, die met ons zou wandelen, zijn voet verwondde, dan zouden we toch liever traag lopen en hem graag en gewillig onze hand lenen ?

Alfons Beter ware, dat we hem konden genezen. Als we dadelijk, op trouwe raad van de dokter een kuur probeerden. Ik ga vanavond terug naar de stad. Antonio komt van Rome en haalt me af. We hebben veel te bespreken en te regelen. Nu dienen er besluiten getroffen, veel brieven geschreven. Dat noodt me alles terug.

Prinses Kan je niet bij ons blijven en hier even goed als in de stad die zaken doen?

Leonore Je voert Antonio meteen van ons weg, die moet ons van Rome zoveel vertellen.

Alfons Jullie kinderen, ik kom zo gauw als mogelijk is met hem terug. Blijf toch op Belriguardo, ga samen naar Consandoli. Geniet van de mooie dagen, helemaal vrij naar eigen lust. Mijn liefsten. En als we dan weer zijn uitgesproken, laat dan de mensen maar komen. Dat het vrolijk wordt in onze tuinen en dat mij ook, als ik ze zoek, in de koelte een schoonheid tegemoet komt. Dat is billijk.

Leonore We zullen het vriendelijk door de vingers zien.

Alfons Ik kan jullie ook ontzien, dat weet je.

Prinses Traag zet hij zijn stappen, staat soms opeens stil, besluiteloos, komt dan weer sneller op ons toe, en talmt alweer. Ik zie al lang Tasso komen.

Alfons Stoor hem niet in zijn dromen, als hij denkt en dicht. Laat hem lopen.

Leonore Nee, hij heeft ons gezien. Hij komt hierheen.

1.3

Tasso Ik kom traag, om je een werk te brengen en aarzel nog om het je te overhandigen. Ik weet te goed, dat het onvoltooid blijft. Zoals een mens maar kan zeggen: hier ben ik !, zeg ik: laat het je welgevallen.

Alfons Ik wenste al lang, dat je een besluit zou nemen en zeggen: hier! het is genoeg, Je verrast mij met je gift.

Tasso Als jullie tevreden zijn, is het volmaakt want het hoort jullie toe. Ik zou kunnen zeggen: dit werk is van mij, als ik naar de vlijt keek, die ik heb besteed of naar de trekken van mijn veer. Maar als ik nader kijk, naar wat dit gedicht zijn innerlijke waarde en zijn waardigheid geeft, zie ik wel in, dat ik het alleen van jullie heb. De natuur had me uit willekeur de gave van het dichten geschonken. Maar jij verhief me uit een eng leven, nam elke zorg van mijn hoofd weg en gaf me vrijheid. En welke prijs mijn werk nu ook krijgt, ik dank hem aan jullie want het hoort jullie toe.

Alfons Voor de tweede keer verdien je alle lof en eert bescheiden jezelf en ons tegelijk.

Tasso De jongeling zonder daden, nam hij dit gedicht uit zichzelf? Het leiden van een oorlog, de wapenkunst, de wijsheid van de veldheer, de moed van de ridder, heeft hij die verzonnen? Heb jij me dat alles niet ingegeven, wijze, dappere vorst? Als mijn genie, dat er vreugde in zou vinden zijn hoog, onbereikbaar hoge wezen door een sterveling te openbaren. O kon ik zeggen hoe levendig ik voel, dat ik enkel van jullie heb wat ik breng.

Prinses Geniet nu van het werk dat ons verblijdt.

Alfons Verheug je in het succes.

Leonore In de roem.

Tasso Aan dit moment heb ik genoeg. Ik dacht alleen aan jullie, als ik nadacht en schreef. Hier is de kring, waar mijn ziel graag in verblijft. Ik luister hier toe, let op elke wenk. Hier spreekt ervaring, wetenschap, smaak. Jullie behagen was mijn hoogste wens. Je vermaken mijn einddoel. Alleen wie is zoals jullie, begrijpt en voelt. Die alleen moet oordelen en belonen.

Alfons Zo houd ik het eindelijk in mijn handen en noem het van mij. Niet voor niets laat het zich hier zien. De groene twijg hoort toe aan het leven. Heeft het toeval of een genie dit gevlochten en gebracht? Je weigert? Zie welke hand je deze mooie krans aanbiedt, die nooit verwelkt.

Tasso O laat me aarzelen! Ik zie toch niet hoe ik na dit uur moet leven.

Prinses Je gunt me de zeldzame vreugde, Tasso, om je zonder woorden te zeggen hoe ik denk.

Leonore Leve de voor het eerst bekranste!

Prinses Met stille lippen beloont de vriendschap hier.

Tasso Neem hem terug weg van mijn hoofd. Neem hem weg! Vergeef, het is te veel. Neem hem op, Goden, en verheerlijk hem tussen wolken, dat hij hoog en hoger en onbereikbaar zweeft. Dat mijn leven een eeuwige gang zij naar dit doel.

Alfons Wie vroeg krijgt, leert vroeg de hoge waarde schatten van goed in dit leven. Wie vroeg geniet, ontbeert niet opzettelijk wat hij eens bezat. En wie bezit, die, moet gewapend zijn.

Tasso O vorstin, neem hem weg. Je ziet me nog eens voor je geknield. Dat ik, als uit een mooie droom ontwaakt, een nieuw verkwikt leven voel.

Prinses Als je bescheiden rustig je talent kunt dragen, leer dan ook deze twijgen dragen, die het mooiste zijn, wat we je kunnen geven.

Tasso In het geluk verlaat ze me, mijn aangeboren kracht. Heeft de vreugde, de verrukking van dit ogenblik het merg opgelost in mijn leden? Mijn knieën buigen. Laat me dan beschaamd van hier gaan. Laat me mijn geluk in het diepe woud verbergen, zoals ik daar anders mijn lijden verborg. Daar wil ik eenzaam wandelen, daar herinnert geen oog me aan het onverdiende geluk. En als een heldere bron me bij toeval in zijn reine spiegel een man toont, die rust en nadenkt, wonderlijk bekranst, in de weerschijn van de hemel tussen bomen en rotsen, lijkt het me, of ik Elysium afgebeeld zie op dat tovervlak. Stil bedenk ik me en vraag, wie mag de gestorvene zijn? De jongeling uit de verleden tijd? Zo mooi bekranst? Wie zegt me zijn naam? Zijn verdienste? Ik wacht lang en denk: kwam er toch een andere en nog een, zich bij hem voegen in vriendelijk gesprek. O zag ik de Heroën en Poëten van de oude tijd om die bron verzameld. Onafscheidelijk, zoals ze in het leven verbonden waren. Zo bindt de magneet door zijn kracht ijzer met ijzer vast samen, als hetzelfde streven held en dichter bindt. O mocht ik tegenwoordig zijn om hen, de grootste zielen, nu vereend te zien!

Leonore Ontwaak! Ontwaak!

Tasso Ik lijk alleen afwezig, ik ben verrukt.

Prinses Ik ben blij, dat je zo menselijk spreekt.

1.4

Antonio Ik waag nauwelijks te zeggen, met welk genoegen ik opleef in jullie aanwezigheid.

Alfons Net op het goede moment.

Antonio, Welkom, die ons tegelijk jezelf en goede tijding brengt.

Prinses Gegroet.

Antonio We hebben nu wat we wensen en er is geen twist meer.

Leonore Ik begroet je ook, al ben ik boos. Je komt juist als ik moet vertrekken.

Antonio Zodat mijn geluk niet volkomen wordt. Alfons Door welke middelen is de zaak gelukt? Wie zuiver aan het voordeel van zijn heer denkt, heeft het zwaar in Rome. Want Rome wil alles nemen, geven niets. Op die wonderlijke grond zal de stap wel afgemeten zijn, als hij je tenslotte naar je eigen doel moet voeren. Antonio Gregorius eert je. En groet en zegent je. Hij denkt met vreugde aan de tijd, dat hij je in zijn armen sloot.

Alfons Ik verheug me in zijn goede opinie, voor zover ze redelijk is. Van het Vatikaan af, ziet men de rijken al klein genoeg aan zijn voeten liggen, laat staan de vorsten en de mensen.

Antonio Hij ziet het kleine klein, het grote groot. Italië moet rustig zijn, hij wil vrienden zien in zijn nabijheid, vrede bewaren aan zijn grenzen. Dat de macht van het christendom, dat hij krachtig bestuurt, hier de Turken, daar de ketters kan verdelgen.

Prinses Kent men de mannen, die hij meer dan andere begunstigt, die hem in vertrouwen benaderen?

Antonio Alleen een ervaren man heeft zijn oor, de werkzame zijn vertrouwen, zijn gunst. Stil en met mate weet Gregorius de zijnen te gebruiken, die de staat als wakkere mannen dienen, en vervult met een zorg twee verwante plichten. Hij heeft de staat van zijn jeugd af gediend en beheerst hem nu. Werkt met hoven, die hij jaren geleden al zag als gezant, en kende en vaak leidde. De wereld ligt even helder voor zijn blik als het voordeel van zijn eigen staat. Wie hem ziet handelen, looft hem en verheugt zich, als de tijd laat zien wat hij in stilte al lang heeft voorbereid en volbracht. Voor zover ze nut heeft, eert hij de wetenschap. De kunst voor zover ze siert. In zijn omgeving mag niets nutteloos zijn. Wat waarde wil hebben, moet werken en dienen. Geen mooiere aanblik in de wereld, dan een vorst die wijs regeert. Een rijk waar ieder trots gehoorzaamt, waar ieder zichzelf meent te dienen omdat hem alleen wordt bevolen wat juist is.

Leonore Ik wens vurig zo’n wereld eens dichtbij te zien.

Alfons Toch om mee te werken, wel? Want enkel toekijken zal Leonore nooit. Het zou toch heel aardig zijn, mijn vriendin, indien ook wij af en toe onze zachte handen in het grote spel konden mengen. Niet?

Leonore Je wilt me plagen. Dat lukt je niet.

Alfons Ik ben je nog veel van andere dagen schuldig.

Leonore Nu goed. Dan blijf ik vandaag bij jou in de schuld.

Alfons En denk je dat we de zaak spoedig kunnen beëindigen?

Antonio Het strookje land, dat hij je afstaat, weet hij net als je vriendschap, juist te waarderen.

Alfons Dan prijs ik deze dag van mijn leven als een dag van geluk en winst. Intussen heeft Tasso me ook verrijkt. Hij heeft Jeruzalem voor ons veroverd en zo de nieuwe christenheid beschaamd. Met blije moed en strenge vlijt een ver verwijderd en hoog gesteld doel bereikt. Voor zijn moeite zie je hem gekroond.

Antonio Je lost een raadsel voor me op.

Tasso Zoals je mijn geluk ziet voor je ogen, wenste ik dat je met dezelfde blik mijn beschaamd gemoed kon bekijken.

Antonio Het was me al lang bekend, dat Alfons mateloos is bij het belonen. Je ondervindt, wat elk van de zijnen al ondervond.

Prinses Als je ziet eerst wat hij gepresteerd heeft, zul je ons matig en rechtvaardig vinden. Al wat de mensen eerbiedwaardig, beminnelijk kan maken, hult hij in een fabel. Tevredenheid, ervaring, verstand en geestkracht en zin voor het ware goede. Schalksheid, wijsheid en waanzin lijken wild heen en weer te woelen, maar blijven toch gelijk in de mooiste maat. Wij zijn de eerste stille getuigen van het succes, dat de wereld hem niet ontzegt en de komende jaren hem tienvoudig gunnen. Vergeef me, als ik me zo enthousiast voel, buiten mezelf gebracht in vreemd land.

Antonio Door jullie is hij al zeker van zijn roem. Wie zou mogen twijfelen, waar jullie prijzen?

Alfons Kom mee, Antonio. Ik heb nog veel te vragen. Dan kun je tot zonsondergang van de vrouwen zijn.

(Antonio volgt de vorst, Tasso de vrouwen.)

2.1

(zaal)

Tasso Onzeker volgen mijn stappen je, vorstin, en gedachten zonder maat of orde komen op in mijn ziel. Ik wil graag bekennen, de man die onverwacht op ons toetrad, heeft me niet zacht uit een mooie droom gewekt. Ik luisterde gretig naar de ervaren man, zijn zekere woorden. Maar ach, hoe meer ik luisterde, des te meer zonk ik weg voor mezelf. Ik vreesde als Echo aan de rotsen te verdwijnen. Een weergalm, een niets me te verliezen. Zijn gedrag, zijn woorden hebben me zo wonderlijk getroffen, dat ik me meer dan ooit dubbel voel. Opnieuw met mezelf ruzie en verward ben.

Prinses En pas leek je nog zo goed te voelen, dat held en dichter voor elkaar leven, elkaar zoeken en dat niemand de ander moet benijden. Als we een paar dagen met hem leven, stemmen de snaren zich wederzijds, tot een mooie harmonie ze gelukkig weer verbindt.

Tasso De eenzaamheid lijkt me te wenken, me vriendelijk toe te fluisteren: kom, ik los de twijfels op, nieuw gewekt in je borst. Maar als ik een blik op je werp, als mijn luisterend oor een woord van je lippen verneemt, dan wordt het om me heen een nieuwe dag en alle banden vallen van me af.

Prinses Neem er genoegen mee, vanuit een kleine staat, die je beschermt, als van een oever, rustig toe te zien op de wilde loop van de wereld.

Tasso Ik kwam hier als onervaren knaap, op een ogenblik dat feest op feest Ferrara tot het middelpunt van de eer leek te maken. Wat een aanblik was het! Ik zal een gordijn trekken voor het hele, mij veel te helle schouwspel, dat mijn onwaardigheid me in dit mooie ogenblik niet al te heftig voelbaar wordt.

Prinses De feesten, die je roemt, heb ik niet gezien. Op de stille plaats, waarheen de laatste weerklank van de vreugde zich nauwelijks gestoord kon verliezen, moest ik veel pijnen lijden en veel treurige gedachten. Met brede vleugels zweefde het beeld van de dood me voor ogen, dekte het uitzicht af op de altijd nieuwe wereld. Langzaam maar, verwijderde het zich en liet me, als door een floers, de bonte kleuren van het leven zien, bleek maar aangenaam. Ik zag weer zacht levende vormen bewegen. Voor het eerst kwam ik uit de ziekenkamer, nog ondersteund door mijn vrouwen. Toen kwam Lucretia aan vol blij leven en voerde je bij de hand mee. Jij was in het nieuwe leven de eerste, die me nieuw en onbekend tegemoet kwam. Toen hoopte ik veel voor jou en mij.

Tasso Zo zoekt men in het uitgestrekte zand van de zee tevergeefs een parel, die verborgen rust in een stille schelp. Opgesloten. Wat een moment was dat voor me. Ik was van alle fantasie genezen, van elke neiging, van elke valse drang met een blik in jouw blik. Ik trok me beschaamd in mezelf terug.

Prinses Mooie tijden begonnen toen. Als de hertog van Urbino onze zuster niet had weggehaald.

Tasso Ik dacht toen vaak aan mezelf en wenste, dat ik iets voor je kon zijn. Weinig maar, maar iets. Niet met woorden, met de daad wilde ik het zijn. Je in het leven tonen hoe mijn hart zich in stilte aan jou had gewijd. Maar het lukte me niet. AI te vaak deed ik bij vergissing wat je moest pijn doen, beledigde de man die jij beschermde, verwarde onverstandig wat jij wilde losmaken en voelde me altijd, op het ogenblik dat ik wilde naderen, ver en verder.

Prinses Ik heb dat willen nooit miskend, Tasso. En ik weet hoe bezig je bent met jezelf te schaden. Na veel jaren kun je je nauwelijks in een vriend vinden.

Tasso Berisp me. Maar zeg me dan: waar is de man, de vrouw met wie ik zoals met jou openhartig mag wagen te spreken?

Prinses Je zou vertrouwen moeten stellen in mijn broer.

Tasso Die is mijn vorst en dus mijn heer. En ik voel de hele omvang van dat grote woord.

Prinses En nu we Antonio terughebben, dat is zeker een nieuwe verstandige vriend voor je.

Tasso Hoe leerrijk zou de omgang met hem zijn, nuttig zijn raad in duizend gevallen. Ik mag wel zeggen, hij bezit alles wat mij ontbreekt. Maar al bezit hij veel, geeft veel, aan zijn borst kan men nooit rusten.

Prinses Men kan hem vertrouwen en dat is veel. Je moet van een man niet alles eisen en deze doet wat hij je belooft. Jullie moeten verbonden zijn. Ik vlei me dat mooie werk in korte tijd te volbrengen. Alleen, verzet je niet zoals je gewoonlijk doet. Zo hebben we lang Leonore gehad, die fijn en sierlijk is, met wie je makkelijk kunt leven. Ook die heb je nooit willen benaderen zoals ze wenste.

Tasso Ik heb je gehoorzaamd, anders had ik me in plaats van haar te naderen, van haar verwijderd. Hoe beminnelijk ze ook kan lijken, ik weet niet hoe het is, men voelt opzet en men is ontstemd.

Prinses Op die weg zullen we wel nooit gezelschap vinden, Tasso. Dit pad verleidt ons om door eenzaam struikgewas, door stille dalen weg te trekken. Meer en meer raakt het gemoed ontwend en streeft ernaar, de gouden tijd, die het van buiten miste, in zijn binnenste weer op te bouwen. Al wil de poging niet erg lukken.

Tasso Waar is de gouden tijd heen, waar elk hart tevergeefs naar verlangt? Toen op de vrije aarde mensen zich als blije kudden in genot verspreidden. Toen een oeroude boom op bonte weide de herder en de herderin schaduw gaf en jonger struikgewas zijn fijne takken behaaglijk om vurige liefde vlocht. Waar helder en stil, op altijd rein zand, de tere stroom zacht een nymf omhelsde. Waar de opgejaagde slang zich onschadelijk verloor in het gras. Waar de koene faun, vlug door een dappere jongeling bestraft, ontvluchtte. Waar elke vogel in de vrije lucht en elk dier, door berg en dalen zwervend, tot de mens sprak: ‘toegelaten is wat bevalt’.

Prinses Die gouden tijd, mijn vriend, waar de dichters ons mee vleien, was evenmin als hij is. En als hij ooit geweest is, was hij zeker zoals hij altijd weer kan worden voor ons. Nog treffen verwante harten elkaar en delen het genot van de mooie wereld. Alleen verandert een woord in de kenspreuk, mijn vriend, ‘toegelaten is wat past’. Wij, het zachte, licht kwetsbare geslacht zouden onze gouden tijd vieren, als er mannen waren die een vrouwenhart konden waarderen, die wilden inzien wat een schat van trouw en liefde de boezem van een vrouw kan bewaren. Als de herinnering aan enig mooie uren levendig wilde blijven in jullie zielen. Als jullie blik, die anders doordringend is, kon dringen door de sluier, die ouderdom of ziekte over ons heenwerpt. We zijn van geen mannenhart zeker, zo warm als het zich eens aan ons overgaf. Jullie wagen het voor de eeuwigheid te handelen, terwijl wij maar een enkel eng beperkt goed zouden willen bezitten op deze aarde en wensen dat het duurzaam voor ons was. Jullie streven naar verre dingen en dat streven moet heftig zijn. De schoonheid, die jullie toch alleen schijnen te eren, is vergankelijk. Wat overblijft windt niet meer op en wat niet opwindt is dood.

Tasso Ik heb al vaak gehoord, en ik heb het deze dagen weer gehoord en als ik het niet had gehoord, dan kon ik het denken. Edele vorsten dingen naar je hand. Je zult ons verlaten, het is natuurlijk. Maar hoe we het moeten dragen weet ik niet.

Prinses Wees onbezorgd. Ik zou bijna willen zeggen, voor altijd. Ik weet geen verhouding die me lokt. Ik ben hier graag en wil hier graag blijven.

Tasso O leer me het mogelijke doen. Al mijn dagen zijn aan jou gewijd. Als mijn hart openvouwt om jou te prijzen of te danken, voel ik pas het zuiverste geluk dat mensen kunnen voelen. Het goddelijkste heb ik alleen in jou gevoeld. Je hebt me vaak verdragen, goddelijke, en als de zon droogde je blik de dauw van mijn oogleden.

Prinses Dat de vrouwen je op zijn vriendenlijkst behandelen is heel billijk. Je gedicht verheerlijkt ze op veel manieren. Zacht of dapper, je stelt ze beminnelijk en edel voor.

Tasso Er zweeft me geen onbestemd, onstoffelijk beeld voor ogen, dat de ziel overschitterend zou naderen, zich dan weer onttrekken. Met mijn eigen ogen heb ik het gezien. Het zijn geen schaduwen, die de waan opwekt. Ik weet het, ze zijn eeuwig want ze bestaan. Wat in mijn lied ook weerklinkt, ik ben alles maar schuldig aan een. Een.

Prinses We luisteren en we denken te verstaan.

Tasso Wat een hemel maak je voor me open, vorstin. Als die glans me niet blind maakt.

Prinses Niet verder, Tasso.

2.2

Tasso Een blindgeborene mag zich het licht en de kleuren voorstellen zoals hij wil, als de nieuwe dag hem verschijnt, krijgt die een nieuwe zin. Is het je toegelaten je ogen op te slaan? Durf je rondkijken? Hebben deze zuilen gehoord wat ze zei? Wat een rijk gaat voor mijn ogen open. Hoe kostbaar wordt de vurige wens beloond. Ik ben van haar. Mijn hart bewaarde elke schat voor haar. Ja, vraag wat je wil want ik ben van jou. Overhaastige! Waarom heeft je mond niet verborgen wat je voelde? Ik moet ontberen. Ik moet me matig tonen en zo verdienen dat je me vertrouwt. Wat heb ik ooit gedaan dat ze mij kon kiezen? Wat moet ik doen om haar waardig te zijn? Ze kon je vertrouwen en daardoor ben jij het. Kijk vrolijk. Het is zo groot, zo uitgestrekt wat voor je ligt. Weer van het geluk, begunstig deze plant nog eens. Nee. Voortaan moet Tasso niet meer eenzaam, zwak en somber verdwijnen tussen bomen, tussen mensen. Hij is niet meer alleen, hij is met jou.

2.3

Tasso Jou bied ik zonder aarzelen hart en hand aan en hoop dat jij me ook niet versmaadt. Geen man werd me mooier aangekondigd.

Antonio Voor ik ze grijp. Laat mij verstandig en oplettend zijn voor ons allebei. Ik weet toch niet of ik je in ruil daarvoor hetzelfde kan geven. Ik zou graag niet overijld en niet ondankbaar lijken.

Tasso Mooier is het als de ziel ons zegt, wanneer we de fijne voorzorg niet nodig hebben,

Antonio Daarover moet ieder zijn gemoed bevragen want de misstap moet hij zelf boeten.

Tasso Ik heb mijn plicht gedaan. Ik mocht niet terughoudend zijn, Antonio, Maar, zeker, me opdringen wil ik niet.

Antonio Wie matig is wordt vaak koud genoemd door mensen die denken dat ze warmer zijn dan anderen. Omdat de hitte hen plots overvalt.

Tasso Zo jong als ik ben weet ik ook wel duurzaamheid boven heftigheid te verkiezen.

Antonio Heel wijselijk. Blijf altijd bij die gedachte.

Tasso Je hebt het recht me raad te geven. Te waarschuwen. Met instemming en verering luister ik naar je. Ik schaam me niet voor mijn onervarenheid. De toekomst rust nog als een gouden wolk om mijn hoofd. Op deze manier komen we niet dichterbij. Ik weet dat het je niet berouwt als je je openstelt. Ik weet, je bent mijn vriend als je me kent. De vorstin hoopt het, ze wil het. Eleonore. Ze wil me tot je brengen en jou tot mij. En zo’n vriend heb ik al lang nodig. Wijd mij, de vlugge onervarene, in in het matige gebruik van het leven. Ik vraag het je niet, ik mag het eisen.

Antonio Aangenaam is het wel, met zichzelf bezig zijn. Als het maar nuttig was. Van binnen leert geen mens zijn binnenste kennen. Want hij meet zichzelf naar eigen maat, soms te klein en helaas vaak te groot. Een mens herkent zichzelf alleen in mensen. Alleen het leven leert iemand wat hij is.

Tasso Het is niet verstandig, het is niet goed gedaan een mens met opzet miskennen. Wie hij ook zij.

Antonio Je vraagt in een ogenblik wat alleen de tijd weloverwogen inwilligt.

Tasso In een ogenblik willigt de liefde in wat moeite nauwelijks in lange tijd bereikt.

Antonio Wil de overhaastige knaap het vertrouwen en de vriendschap van de man met geweld afdwingen ?

Tasso Nog een keer. Hier is mijn hand. Sla toe! Ga niet achteruit en weiger niet langer.

Antonio Je gaat met volle zeilen. Het lijkt wel of je gewoon bent te overwinnen. De wegen breed te vinden, de poorten wijd. Wie bij het doel gekomen is wordt gekroond en vaak moet iemand die ze waardiger is, de kroon missen. Maar er zijn makkelijke kransen. Er zijn kransen van heel verschillende aard. Die laten zich makkelijk bereiken, bij het wandelen.

Tasso Zo’n goed komt ieder niet toe naar hij wenst en wil.

Antonio Schrijf het voor andere goden aan het geluk toe. Zo hoor ik het graag, zijn keuze is blind.

Tasso Ook de gerechtigheid draagt een blinddoek en sluit haar ogen voor elke verblinding.

Antonio Wie gelukkig is gemaakt, mag het geluk billijkerwijs verheffen. Het honderd ogen toedichten voor verdienste, een verstandige keus, strenge zorgvuldigheid. Het Minerva noemen of hoe hij wil. Hij mag een genadig geschenk voor loon houden. Toevallige versiering voor welverdiende tooi.

Tasso Je hoeft niet duidelijker te zijn. Het is genoeg! Verspil de pijlen van je ogen en je tong niet. Je richt ze vergeefs op de krans die nooit verwelkt op mijn hoofd. Wees eerst zo groot, me hem niet te benijden. Ik acht hem heilig en het hoogste goed. Toon me dan de man die bereikt waar ik naar streef. Stel me de dichter voor, die zich met Homeros en Vergilius mag vergelijken. Die dit loon drie keer verdient en deze kroon driemaal meer dan mij beschaamt.

Antonio Tot dan blijf je haar natuurlijk waard.

Tasso Dat men mij weegt. Dat wil ik niet vermijden. Alleen verachting heb ik niet verdiend. Over die kroon moet niemand twijfelen of grijnzen.

Antonio Je hoge toon en je snelle gloed passen hier niet. Van jou tot mij en van jou op deze plaats.

Tasso Wat jij je hier veroorlooft, past mij ook. Is de waarheid verbannen van hier? Is de vrije geest in dit paleis gekerkerd ? Me dunkt dat grootheid hier eerst op haar plaats is. Grootheid van de ziel! Mag zij zich niet verheugen in de nabijheid van de grootsten van deze aarde? Ze mag en moet. We komen de vorsten nader door adel. Waarom niet door het gemoed? Alleen kleinheid zou zich hier bang moeten voelen. De nijd, die zich tot eigen schande laat zien. Zoals geen spin haar smerig web aan deze marmeren wanden moet kleven.

Antonio Waar lippenspel en snarenspel beslissen, ga jij zeker heen als held en overwinnaar.

Tasso Vermetel zou het zijn mijn vuist te roemen, want ze heeft niets gedaan.

Antonio Je vertrouwt op toegeeflijkheid, die je in de brutale loop van je geluk maar al te zeer verwend heeft. Een lafaard dreigt alleen als hij zeker is.

Tasso Je stookt gloed op gloed. Het kansspel van de wapens had ik wel het minst met jou willen beproeven.

Antonio Wat een hoge geest in een enge borst. Je weet evenmin wie als waar je bent.

Tasso Kom mee naar beneden, waar onze wapens tellen. Dat ik je niet voor eeuwig moet verachten, zoals ik je haat.

2.4

Alfons In wat voor twist tref ik jullie onverwacht. Vertel, Antonio. Tasso. Ik sta verbaasd.

Tasso Ik geloof wel, je herkent ons beiden niet. Deze man heeft zich ruw en vals tegen mij gedragen. Hij duwde me weg, bitter en bitterder. Hij heeft alle schuld, als ik me schuldig gemaakt heb.

Antonio Je vindt me gelaten staan, vorst, voor iemand die de woede heeft gegrepen. De hoge dichtersvlucht voerde hem mee. Je hebt mij eerst aangesproken. Nu weze het me toegestaan na deze vlugge redenaar ook te spreken.

Tasso O ja vertel, vertel. Van woord tot woord. Elke lettergreep, elke gelaatsuitdrukking. Waag het maar. Ik zal geen ademtocht, geen polsslag loochenen.

Antonio Of ik of dit heethoofd, mijn vorst, de ruzie eerst begon en wie het is, die ongelijk heeft is een verre vraag, die men eerst nog best laat rusten.

Tasso Hoezo? Dat is de eerste vraag, me dunkt, wie van ons beiden gelijk en ongelijk heeft.

Antonio Niet helemaal, zoals het niet begrensd verstand kan denken.

Alfons Antonio.

Antonio Uwe genade. Ik zeg maar: ik kan niet met hem redetwisten, ik kan hem niet aanklagen, noch mezelf verdedigen, noch kan ik me bereid verklaren hem nu genoegdoening te geven. Want zoals hij daar staat is hij geen vrij man. Over hem gebiedt een zware wet, die je genade hooguit zal verlichten. Hij heeft me hier gedreigd, me uitgedaagd. Nauwelijks verborg hij het naakte zwaard voor jou.

Alfons Je hebt niet goed gedaan.

Tasso Ja, het is waar. Ik dreigde, ik daagde uit, ik trok. Alleen, je kunt niet denken hoe geniepig zijn tong me kwetste met goed gekozen woorden. Hoe scherp en vlug zijn tand het fijne gif in mijn bloed deed vloeien. Hoe hij de koorts verhitte, meer en meer. Bedaard, koud, heeft hij me uitgehouden en tot het uiterste gedreven. O je kent, je kent hem niet en je zult hem nooit kennen. Ik heb hem warm de mooiste vriendschap aangedragen, hij wierp mijn gaven voor mijn voeten. Als ik de wet en deze plaats vergeten ben, vergeef me dan. Als dit hart zichzelf en jou misdoet, straf dan, verstoot en laat me je oog nooit weer zien.

Antonio Hoe licht deze jongeling zware lasten draagt en fouten als stof van zijn kleren schudt. Verwonderlijk zou het zijn, als de toverkracht van de dichtkunst niet bekender was, die zo graag haar spel speelt met het onmogelijke. Of jij en al je dienaars deze daad zo onbeduidend vinden, betwijfel ik haast, mijn vorst.

Tasso Mijn hart spreekt me vrij, heer, het jouwe zeker ook. Hij heeft met geweld de gloed aangewakkerd, die me greep en mij en hem kwetste.

Antonio Majesteit breidt haar bescherming uit tot ieder die haar en haar ongeschonden woning nadert als een godheid. Op de drempel wordt elke hartstocht ingetoomd. Er blinkt geen zwaard, er valt geen dreigend woord en zelfs belediging eist er geen wraak. Het vrije veld blijft open plaats genoeg voor grimmigheid en onverzoenlijkheid. Je voorvaders hebben deze muren gegrondvest op zekerheid. Aan hun waardigheid een heiligdom vastgemaakt. Geen aanzien des persoons was er. Mildheid hield de arm van het recht niet tegen. Nu zien we na een lange mooie vrede rauwe woede terugkeren in dit gebied van zeden, in een duizeling. Beslis, heer, want wie kan in de enge grenzen van zijn plicht lopen, als de kracht van de wet en van zijn vorst hem niet beschermt.

Alfons Je misdrijf maakt je tot gevangene, Tasso. Ik verzacht de wet om jouwentwil. Verlaat ons, blijf op je kamer, alleen met jezelf en door jezelf bewaakt. Jullie hadden je plicht mooier gedaan, als ik dit oordeel niet zou moeten spreken.

Tasso Dat ik volwassen ben, voel ik nu. Het is me zo nieuw, zo nieuw dat ik jou en mij en deze mooie plaats bijna niet herken. Mijn lippen verstommen. Was het een misdaad? Het schijnt minstens zo. Ik word voor een misdadiger aanzien. Ik ben gevangen. Wat mijn hart ook zegt.

Alfons Je neemt het hoger op dan ikzelf, Tasso.

Antonio Herken je de mildheid van de vader niet?

Tasso Het blijft onbegrijpelijk voor me, zoals het is. Hoewel, onbegrijpelijk niet. Ik ben geen kind. Ik bedoel haast, ik zou het moeten kunnen denken. Ineens wenkt een helderheid me toe, maar die gaat ogenblikkelijk weer dicht. Je vergat waar je stond, machteloze. Hier, neem eerst de degen, die je me gaf toen ik met de kardinaal naar Frankrijk ging. Een hoopvolle gift. Ik heb hem gevoerd, niet met roem maar ook niet met schande.

Alfons Hoe ik jou gezind ben voel je niet.

Tasso Mijn lot is gehoorzamen en niet denken. Een kroon kleedt een gevangene niet. Ik neem het sieraad zelf van mijn hoofd. Dat me voor de eeuwigheid gegund leek. Het mooiste geluk werd me te vlug verleend. Het wordt, als had ik me eraan vertild, te snel van me geroofd. (…) Je neemt van jezelf, wat niemand kon nemen. En wat geen god voor een tweede keer geeft. De lichtzinnigheid van de natuur, we spelen met onschatbare dingen. We openen onze handen en iets ontglipt ons onherroepelijk. Het teken van onze zwakheid is toegelaten. Met deze kus verenigt zich een traan en wijdt je aan de vergankelijkheid. Wie zou niet wenen, als zelfs het onsterfelijke niet veilig is voor de vernietiging. Voeg je bij die degen, die jou helaas niet verwierf. Om hem gevlochten rust op het graf van mijn geluk en van mijn hoop. Ik leg ze beide gewillig aan je voeten. Want wie is wel gewapend, als jij boos bent. O heer, en wie getooid, die jij miskent. Ik ga. Gevangen.

2.5

Antonio Waar zwermt die knaap heen? Met welke kleuren schildert hij zich zijn waarde en zijn lot voor? Hij houdt zich voor een enig uitverkoren wezen en denkt dat alles hem boven allen geoorloofd is. Dat hij zich gestraft voelt.

Alfons Hij is gestraft maar te veel, vrees ik.

Antonio Als je mild met hem wilt omgaan, geef hem dan zijn vrijheid terug, vorst. Dan kan het zwaard over onze twist beslissen. Als mens heb ik hem misschien gekrenkt, als edelman hem niet beledigd. In de grootste woede is geen zedeloos woord over zijn lippen gekomen.

Alfons Als de opinie het vraagt. Als mannen het oneens zijn, is het billijk als men de verstandigste voor de schuldige houdt. Het is nog altijd tijd. Zo lang me vrede blijft, wens ik er in mijn huis van te genieten. Herstel de rust, dat kun je gemakkelijk. Leonore Sanvitale kan hem eerst met zachte lippen sussen. Dan ga jij naar hem en geeft hem in mijn naam zijn volle vrijheid terug. En win zijn vertrouwen. Zo vlug als je kunt. Je zult als een vriend en vader met hem spreken. Ik wil vrede weten voor we weggaan. Niets is onmogelijk voor jou als je wil. We blijven liever een uur langer. En dan laten we de vrouwen zacht beëindigen wat jij hebt begonnen. En als we terugkeren hebben zij het laatste spoor verdelgd. Je lijkt het niet te willen verleren, Antonio. Je hebt nauwelijks een zaak beëindigd, keert terug en maakt er meteen een nieuwe. Ik hoop dat deze je ook lukt.

Antonio Ik ben beschaamd. In je woorden zie ik mijn schuld als in de helderste spiegel.

3.1

Prinses Elk ogenblik beweegt de zorg pijnlijker mijn diepste hart. Ik weet nauwelijks wat er gebeurd is. Als ze maar kwam. Ik zou toch niet graag met mijn broer of Antonio spreken voor ik kalmer ben.

3.2

Leonore Het was een hard samentreffen. Tasso trok. Je broer scheidde hen. Maar het lijkt of Tasso de strijd begonnen is.

Prinses Antonio heeft hem zeker getergd.

Leonore Antonio loopt vrij rond en spreekt met zijn vorst. Maar Tasso blijft verbannen op zijn kamer. En alleen.

Prinses Heel stil spreekt een god in onze borst. Heel stil, heel hoorbaar toont hij ons wat we moeten grijpen en wat mijden. Ach we verleren het zozeer, de stille wenk van ons hart te volgen. Vanochtend leek Antonio me nog barser dan ooit. In zichzelf gekeerd.

Leonore Toen hij bij ons kwam, stond er een wolk om zijn hoofd.

Prinses Mijn geest waarschuwde me, toen hij naast Tasso kwam staan. Bekijk van beiden het uiterlijk. Het gezicht, de toon, de blik, de stap. Alles is met alles in strijd. Ze kunnen voor eeuwig geen liefde uitwisselen. Maar de hoop overhaalde me, die huichelaarster. Ze zijn alletwee verstandig, edel, ontwikkeld en je vrienden. Ik spoorde de jongeling aan. Hij gaf zich helemaal. Hoe mooi, hoe warm gaf hij zich helemaal aan me over. O had ik maar meteen met Antonio gepraat. Ik verliet me op zede en hoffelijkheid, op het gebruik van de wereld, dat zich zo glad legt, zelfs tussen vijanden. Het is gebeurd. Het kwaad stond ver van mij. Nu is het daar. O geef me een raad.

Leonore Ik heb het al lang gevoeld. Hier is geen misverstand tussen gelijkgestemden. Het zijn twee mannen die vijanden zijn, doordat de natuur niet een man vormde uit hen beiden. En als ze slim waren, in hun voordeel, dan zouden ze zich als vrienden verbinden. Dan stonden ze voor een man en wandelden met macht en geluk en plezier door het leven. Het zou het best zijn, dacht ik, als Tasso voor een tijd van hier wegreisde. Hij zou zich naar Rome of naar Florence kunnen keren. Ik zou dan als een vriendin op zijn gemoed kunnen werken. Jij zou intussen hier Antonio, die ons zo vreemd geworden is, weer dichter bij jezelf en je vrienden kunnen brengen. Prinses Jij wilt genot verwerven en ik moet ontberen. Heet dat rechtvaardig zijn, vriendin?

Leonore Missen zul je niets, dan waar je in dit geval toch niet van kon genieten.

Prinses Zo rustig moet ik een vriend verbannen?

Leonore Behouden, want je verbant maar voor de schijn.

Prinses Mijn broer zal hem niet vrijwillig laten gaan.

Leonore Als hij het ziet zoals wij, geeft hij toe.

Prinses Het is zo moeilijk, in een vriend zichzelf veroordelen.

Leonore En toch redt je de vriend in jou.

Prinses Ik geef mijn ja niet dat het gebeurt.

Leonore Wacht dan op een nog groter kwaad.

Prinses Je pijnigt me en weet niet of je baat.

Leonore We zullen vlug ontdekken wie zich vergist.

Prinses Als het moet zijn, vraag me dan niet langer.

Leonore Wie een besluit kan nemen, overwint de pijn.

Prinses Besloten ben ik niet. Maar dat het zo zij. Als hij niet voor lange tijd weggaat. En laten we voor hem zorgen, Leonore, dat hij in de toekomst geen gebrek lijdt. Dat de hertog hem zijn onderhoud ook in de verte laat toekomen. Spreek met Antonio, want hij vermag veel bij mijn broer. En de ruzie zal hem niet heugen, voor onze vriend en ons.

Leonore Een woord van jou zou meer waard zijn, prinses.

Prinses Je weet, mijn vriendin, ik kan niet om iets vragen voor mij en de mijnen. Ik leef graag zo stil voor me uit en neem dankbaar van mijn broer aan, wat hij me zo kan en wil geven. Ik heb me daar vroeger veel verwijten over gemaakt. Nu ben ik er over. De erfenis van mijn moeder komt me toe en ik wil graag voor hem helpen zorgen.

Leonore En ik ben in de situatie, vorstin, dat ik me ook als vriendin kan tonen. Hij is geen goede waard. Als het mis met hem gaat, zal ik hem knap weten te helpen.

Prinses Neem hem weg dan. En, als ik hem moet missen, weze hij voor alle anderen jou gegund. Ik zie het wel, zo zal het beter zijn. Moet ik deze pijn dan weer prijzen als goed en heilzaam? Dat was van jongs af mijn lot, ik ben het nu gewoon. Het verlies van het mooiste geluk is maar half, als we niet zeker op het bezit rekenen.

Leonore Ik hoop je zo mooi als je verdient gelukkig te zien.

Prinses Eleonore. Gelukkig? Wie is dan gelukkig? Mijn zuster van Urbino geeft haar jongere man geen kinderen. Hij eerbiedigt haar en laat haar er niet voor boeten maar in haar huis woont geen vreugde. Wat hielp ons het verstand van onze moeder?

Leonore Wat rest je niet, prinses?

Prinses Wat me rest? Geduld, Eleonore. Dat kon ik van jongs af oefenen. Als vrienden en broer en zussen samen blij waren bij feest en spel, hield ziekte me vast op mijn kamer en in gezelschap van veel lijden, moest ik vroeg leren ontberen. Er was toch een ding, dat me in de eenzaamheid vermaakte. De vreugde van het zingen. Ik onderhield me met mezelf. Ik wiegde pijn en verlangen en elke wens in slaap met zachte tonen. Toen werd lijden vaak genot en zelfs het treurige gevoel harmonie. Dat nam de arts ook van me weg.

Leonore En nu ben je gezond. Je bent levenslustig.

Prinses Ik ben gezond, dat wil zeggen, ik ben niet ziek. Het ogenblik dat ik hem voor het eerst zag, was veelbetekenend. Ik herstelde nauwelijks van veel lijden. Pijn en ziekte waren pas geweken. Bescheiden stil keek ik terug het leven in. Ik durfde voorwaarts verder in het leven binnenkijken. En vriendelijke gestalten kwamen me uit de verte tegemoet. Daar stelde mijn zuster me de jongeling voor, Eleonore. Hij kwam aan haar hand. En, laat ik het je bekennen, mijn gemoed nam hem op en zal hem eeuwig houden. Hoe lieflijk de vlam, die in je haardvuur brandt of je licht geeft van een fakkel. Wie wil, wie kan ze daar missen? Maar als ze ongehoed om zich heen vreet, hoe ellendig kan ze dan maken. Laat me nu. Ik ben aan het kletsen en zou zelfs voor jou beter verbergen hoe zwak ik ben en ziek. Ach mijn vriendin. Alleen, ik voel de lang gerokken pijn al van de dagen. Mijn eerste blik naar beneden in onze tuin zoekt hem tevergeefs in de dauw van de schaduwen. De zon neemt zijn mooi verheerlijkt droombeeld niet meer af van mijn oogleden. De hoop om hem te zien, vult de pas ontwaakte geest niet meer met blij verlangen. Dagelijks stemde het gemoed zich af op zuiverder harmonieën. Wat een schemering valt nu in voor mij. De pracht van de zon, het vrolijke gevoel van de hoge dag, de glansrijke nabijheid van de duizendvoudige wereld, is somber en diep in de nevel gehuld, die mij omgeeft. Anders was elke dag een heel leven voor me. De zorg zweeg, wraak verstomde zelfs. En gelukkig ingescheept, droeg de stroom ons mee, op lichte golven, zonder roer. Wat ik bezit wil ik graag bewaren. Ik moest hem vereren, daarom hield ik van hem. Ik moest van hem houden omdat mijn leven met hem een leven werd, zoals ik het nooit had gekend. Eerst zei ik tot mezelf, verwijder je van hem. Ik week en week en kwam altijd maar dichterbij. Zo lieflijk aangelokt, zo hard gestraft. Ze is wel mooi, de wereld! Dat het zich altijd maar een stap van ons lijkt te verwijderen. Het is zo zeldzaam, dat de mensen vinden wat toch voor hen bestemd leek. Wat zich eerst aan ons gaf, rukt zich los. We laten los. Er is een geluk, alleen we kennen het niet. We kennen het wel en weten het niet te schatten.

3.3

Leonore Hoe heb ik met haar edel mooi hart te doen. Wat een treurig lot komt hare hoogheid toe. Ach ze verliest. En denk jij te winnen? Is het dan zo nodig dat hij weggaat? Maak jij het nodig om het hart en het talent alleen voor jou te bezitten? Die je tot nu met een ander deelt. En ongelijk deelt. Is het eerlijk van zo te handelen? Ben je niet rijk genoeg? Wat ontbreekt je nog? Echtgenoot en zoon en goed, rang en schoonheid. Dat heb je allemaal. En bij dat alles wil je hem nog hebben ? Hou je van hem? Wat is het anders, waarom je hem niet meer wil missen? Je mag het jezelf bekennen. Hoe opwindend is het, zichzelf te spiegelen in zijn mooie geest. Wordt een geluk niet dubbel groot en heerlijk, als zijn gedicht ons als op hemelswolken draagt en opheft. Dan eerst ben je benijdenswaardig. Je bent, je hebt niet alleen wat velen wensen, ieder weet ook en kent wat je hebt. Dat is de hoogste top van elk geluk. Waar is een man, die zich met mijn vriend mag vergelijken? Zoals de wereld hem vereert, zal het nageslacht hem vererend noemen. Hoe heerlijk het is, hem aan je zijde te hebben in de glans van dit leven. Zo met hem de toekomst naderen met lichte tred. Dan hebben de tijd en de ouderdom niets vat op je en de brutale roep, die de golf van het succes heen en weer jaagt.

Wat vergankelijk is bewaart zijn gedicht. Je bent nog mooi en nog gelukkig, als de kring van de dingen je al lang mee weggerukt heeft. Je moet hem hebben en van haar neem je niets. Want haar neiging voor de waarde man is haar andere hartstochten gelijk. Als het stille schijnsel van de man, lichten ze de wandelaar spaarzaam bij op het pad, ‘s nachts. Ze verwarmen niet en storten geen plezier of levensvreugde rond. Ze zal blij zijn als ze hem ver en gelukkig weet, zoals ze genoot toen ze hem dagelijks zag. En dan, ik wil me met mijn vriend niet verbannen van haar en van dit hof. Ik kom terug. En ik breng hem terug. Zo moet het zijn! Hier komt de ruwe vriend. We zullen zien of we hem kunnen temmen.

3.4

Leonore Oorlog breng je ons in plaats van vrede. Het lijkt wel of je uit een kamp komt, een slag waar het geweld regeert, de vuist beslist. En niet van Rome.

Antonio Het is gevaarlijk, als men zich te lang verstandig en matig moet tonen. Het boze genie loert aan je zijde en wil met geweld van tijd tot tijd ook een offer hebben. Helaas heb ik het hem deze keer op kosten van mijn vrienden gebracht. Met vreemde mensen, geliefde vriendin, is men op zijn hoede. Daar let men op, men zoekt zijn doel in hun gunst, zodat ze kunnen dienen. Alleen bij vrienden Iaat men zich vrij gaan. Men rust in hun liefde, veroorlooft zich een luim. Ongetemder werkt de hartstocht. En zo kwetsen we het eerst, wie we het zachtst beminnen.

Leonore In deze rustige beschouwing, vind ik je met vreugde al weer helemaal terug, mijn dierbare vriend.

Antonio Ja, het ontstemt me, dat ik me vandaag zo mateloos verloor. Alleen, geef toe, als een wakker man verhit van het zure werk komt en laat in de avond denkt uit te rusten, voor nieuw labeur, in de schaduw waar hij naar smacht. En hij vindt dan een leegloper, breed in die schaduw gezeten. Moet hij dan niet ook iets menselijks voelen, in zijn borst?

Leonore Als hij echt menselijk is, zal hij de schaduw graag delen met een man die hem de rust zoet en het werk licht maakt. De boom die schaduw geeft is breed, mijn vriend. En niemand hoeft de ander te verdringen.

Antonio We zullen niet heen en weer spelen met een vergelijking, Eleonore. Er zijn heel veel dingen in deze wereld, die men de ander gunt en graag deelt. Maar er is een schat, die men alleen iemand met grote verdienste graag wil gunnen. Een andere, die men met de meest verdienstelijke nooit zal delen. En als je me naar deze beide schatten vraagt; het is de lauwerkrans en de gunst van de vrouwen.

Leonore Heeft die krans om het hoofd van onze jongeling de ernstige man beledigd? Je had zelf toch geen bescheidener loon voor zijn moeite kunnen vinden, voor zijn mooie gedicht. Want een verdienste, die buitenaards is, die in de lucht zweeft en alleen in klanken, in lichte beelden om onze geest fladdert, die wordt dan ook maar met een mooi beeld, met een lief teken beloond. En zoals hij zelf nauwelijks de aarde raakt, raakt het hoogste loon hem nauwelijks het hoofd. Een onvruchtbare tak is het geschenk, dat de onvruchtbare genegenheid van de bewonderaar hem graag brengt, zodat ze zich op de makkelijkste manier van een schuld kwijt. Waarschijnlijk misgun je het beeld van de martelaar de gouden schijn niet om het kale hoofd. En zeker, waar hij voorkomt, is de lauwerkrans meer een teken van lijden dan van geluk.

Antonio Wil je beminnelijke mond me soms de ijdelheid van de wereld leren verachten?

Leonore Elk goed naar zijn waarde schatten moet ik je niet leren. Jij, edel man, zult geen aanspraak maken op een schijnbeeld van gunst en eer. De dienst, waarmee jij je aan je vorst en je vrienden aan jou bindt, is werkzaam en levend, en dus moet het loon ook werkelijk en levend zijn. Jouw lauwerkrans is het vorstelijke, je roem het algemene vertrouwen.

Antonio En van de gunst van de vrouwen zeg je niets.

Leonore Zeg dan, is het een vrouw gelukt, als ze zich voornam op haar manier voor je te zorgen, het waagde zich met jou bezig te houden. Bij jou is alles orde, zekerheid. Jij zorgt voor jezelf zoals je voor anderen zorgt. Je hebt wat men je zou willen geven. Hem ontbreekt het aan duizend kleinigheden.

Das schönste Leinenzeug, ein seiden Kleid Mit etwas Stickerei, das tragt er gern. Er sieht sich gern geputzt, vielmehr, er kann Unedlen Stoff, der nur den Knecht bezeichnet, An seinem Leib nicht dulden, (…)

Alles moet hem fijn en goed en mooi en edel staan. En toch is hij onbekwaam zich dat alles aan te schaffen. En als hij het bezit, het te houden. Het ontbreekt hem altijd aan geld, aan zorg. Dan laat hij hier een stuk achter, dan daar. Nooit keert hij van een reis weer, dat hij geen derde van zijn zaken mist. Of de bediende besteelt hem. Dus moet men het hele jaar voor hem zorgen, Antonio.

Antonio En die zorg maakt hem liever en liever. Gelukzalige jongeling, die men zijn gebreken voor deugd aanrekent. Die het zo mooi vergund is, nog als man voor knaap te spelen. Die zich mag beroemen op zijn lieftallige zwakheden. Je moet me verontschuldigen, mooie vriendin, als ik ook hier een beetje bitter word. Je zegt niet alles, zegt niet wat hij durft. En dat hij slimmer is dan men denkt. Hij beroemt zich op twee vlammen. Legt en ontwart de knopen. En met zo’n kunsten wint hij zulke harten. Is het te geloven?

Leonore Goed. Dat zelfs bewijst toch al, dat het enkel vriendschap is, die ons drijft. En zelfs als we liefde om liefde ruilden, zouden we dat mooie hart niet billijk belonen. Dat zichzelf helemaal vergeet en overgeleverd in een lieve droom voor zijn vrienden leeft.

Antonio Verwen hem maar. En meer en meer. Laat zijn zelfingenomenheid voor liefde doorgaan.

Leonore We zijn niet zo partijdig als je denkt. In veel gevallen vermanen we onze vriend. We willen hem ontwikkelen, dat hij meer van zichzelf geniet, zich meer aan de anderen kan geven om te genieten.

Antonio Ik ken hem al lang. Hij is zo gemakkelijk te kennen en te trots om zich te verbergen. Nu eens zinkt hij weg in zichzelf, alsof de hele wereld in hem lag en hij zichzelf volstrekt genoeg was in zijn wereld. En alles rondom hem verdwijnt. Hij laat het gaan, laat het vallen, stoot het weg en rust in zichzelf. Opeens, zoals een onopgemerkte vonk een mijn aansteekt, vreugde, leed, woede of gril, barst hij heftig uit. Dan wil hij alles grijpen, alles houden. Dan moet gebeuren wat bij hem opkomt. In een ogenblik. Hij vraagt het onmogelijke van zichzelf, zodat hij het van anderen zou mogen vragen. De laatste uiteinden van de dingen wil zijn geest samen vatten. Dat lukt nauwelijks een onder miljoenen mensen. En hij is niet de man. Tenslotte valt hij niets gebeterd in zichzelf terug.

Leonore Hij schaadt de anderen niet, hij schaadt zichzelf.

Antonio Kun je loochenen dat hij in een moment van hartstocht, die hem vlug grijpt, op de vorst, op de vorstin zelf, durft schelden en lasteren? Voor een ogenblik maar, maar genoeg. Het ogenblik komt terug.

Leonore Ik zou denken, als hij voor een korte tijd van hier wegging, zou dat voor hem goed zijn en voor anderen nuttig.

Antonio Ik wil de fout niet op mijn schouders laden. Het zou kunnen lijken of ik hem verdreef. En ik verdrijf hem niet. Van mij kan hij rustig aan ons hof blijven. En als hij zich met mij wil verzoenen en als hij mijn raad kan opvolgen, dan zullen we vrij behoorlijk kunnen leven.

Leonore Nu hoop je zelf op een gemoed te werken, dat je kort geleden nog verloren leek.

Antonio We hopen altijd. En in alle dingen is hopen beter dan wanhopen. Hij is onze vorst dierbaar. Hij moet bij ons blijven. En als we hem dan al tevergeefs opvoeden, hij is niet de enige die we dulden.

Leonore Zo zonder passie, zo onpartijdig, dacht ik niet dat je was. Je hebt je snel bekeerd.

Antonio De leeftijd heeft toch een voordeel. Hij ontkomt niet aan de vergissing, maar kan zich ter plekke herstellen. Eerst deed je je best om me met je vriend te verzoenen. Nu vraag ik het van je. Doe wat je kunt, dat de man zichzelf terugvindt en alles vlug weer in orde komt. Ik ga zelf naar hem toe, zo gauw als ik van je verneem, dat hij rustig is. Dat mijn aanwezigheid het kwaad niet verergert.

3.5

Leonore Deze keer, lieve vriend, zijn we het niet eens. Mijn voordeel en het jouwe gaan vandaag niet hand in hand. Snel.

4.1

(Kamer)

Tasso Ben je uit een droom ontwaakt en heeft
Het mooie bedrog opeens je verlaten?
Heeft na een dag van hoogste wellust je
Een slaap getemd, houdt vast en beangstigt
Je ziel met zware boeien? Ja,
Je waakt en droomt. Waar zijn de uren heen
Die om je hoofd met bloemenkransen speelden?
De dagen, waar je geest met vrij verlangen
Door het uitgespannen blauw van de hemel drong?
En toch leef je nog en voelt
Je voelt en weet niet of je leeft.
Hou aan die zekerheid je vast:
Ik heb haar gezien! Ze stond voor mij!
Ze sprak tot mij en ik heb haar gehoord!
De blik, de klank, van de woorden de lieflijke zin,
Ze zijn voor eeuwig mijn, mij rooft ze niet
De tijd, het lot, niet het wilde geluk.
En als mijn geest zich daar te snel verhief
En in mijn borst te snel ik lucht liet
Aan de vlam die helemaal me nu verteert,
Het kan me niet berouwen, zelfs al was
Mijn hele levenslot eeuwig voorbij.
Ik zou me aan haar wijden en volgde blij
De wenk, die mij naar het verderf riep.
Het zij! Zo heb ik me toch waard getoond
Het kostelijke vertrouwen, dat me verkwikt,
In dit uur zelfs verkwikt, dat met geweld
Voor mij de zwarte poort van lange rouwtijd
Openzet. Ja, nu is het gedaan !
De zon van de mooiste gunst gaat voor me onder
Opeens. De vorst onttrekt me aan
Zijn lieflijke aanblik, laat me hier
Verloren staan op duister en smal pad.
Lelijk obsceen gevogelte,
Ellendig gevolg van de oude nacht,
Het zwermt naar voor en sjirpt om mijn hoofd.
Waarheen, waarheen beweeg ik mijn stap?
Om de walg te vluchten, die rond mij giert,
De afgrond te ontgaan, die voor me ligt?

4.2

Leonore Wat is er gebeurd? Lieve Tasso, mijn dierbare vriend, ik herken je haast helemaal niet.

Tasso Ik ben niet meer mezelf en ben het toch nog, zo goed als ik het was. Het lijkt een raadsel en toch is het er geen.
De stille maan, die je in de nacht verblijdt,
Je oog, je gemoed met zijn schijn
Onweerstaanbaar lokt, ze zweeft heen overdag,
Een onbeduidend bleek wolkje.

Leonore Wat je mij zegt, mijn vriend, versta ik niet zoals je het zegt. Verklaar je aan mij. Vertrouw me.

Tasso Schrik niet, zachte vriendin. Je treft je vriend aan in een kerker. De vorst tuchtigt me als een scholier. Hou je mij voor zo zwak, voor zo een kind? Laat wie me benijdt, mijn vijanden maar begaan! Vrij en open is het veld.

Leonore Je verdenkt wel velen ten onrechte.

Tasso Neem nu Antonio. Hoe hij was en hoe hij blijft. Dat stijve verstand was altijd vervelend. En dat hij altijd maar de meester speelt. Beleert je over veel dat je beter en dieper voelt en hoort geen woord, dat jij hem zegt. Denkt je glimlachend te overzien. Ik ben zo oud nog niet en niet zo verstandig. De heer die me voedt, die volg ik graag. Anders wil ik geen meester. We moesten breken. De wereld beperkt ons al genoeg. Ik wil vrij zijn in denken en in dichten.

Leonore Hij spreekt vaak genoeg met achting over jou.

Tasso Toegeeflijk, wil je zeggen. Fijn en verstandig. Zijn lof wordt eerst echt een verwijt. Niets kwetst meer, niets dieper dan lof uit zijn mond. Wat alleen de natuur verleent, dat zal hij met zijn stijve ideeën nooit vergeven. Hij gunt het me? Hij denkt de gunst van de Muzen af te dwingen. Het talent, dat de hemelsen aan deze arme, verweesde jongeling gaven. Als hij de gedachten van veel dichters aan elkaar rijt, komt hij zichzelf als dichter voor.

Leonore Zo is hij niet.

Tasso Als ik me vergis in hem, vergis ik me graag. Hij is mijn ergste vijand, ik zou ontroostbaar zijn als ik nu milder over hem moest denken. Dwaas is het, in alles billijk zijn. Zijn de mensen dan zo billijk met ons? Nee, o nee. Liefde en haat, dat dubbele gevoel heeft de mens nodig in zijn eng wezen. Heeft hij niet de nacht nodig als de dag, het slapen als het waken. Van nu af moet ik die man houden als voorwerp van mijn diepste haat. Niets kan me de lust ontnemen slechter en slechter over hem te denken.

Leonore Ik zie nauwelijks, dierbare vriend, hoe je nog langer aan het hof wil blijven.

Tasso O mooie vriendin, hoe zeer en lang ik hier al overbodig ben, dat weet ik wel. Heeft hij over zijn staat ooit een woord, een ernstig woord met me gesproken? Mij vroeg hij nooit. Het was altijd maar ‘Antonio kom’, ‘men moet Antonio schrijven’, ‘vraag Antonio’. Mij laat hij rusten, omdat hij denkt dat ik niet nuttig ben.

Leonore Je weet hoe graag de vorst met jou, de vorstin met je leeft. En als de zuster van Urbino komt, komt ze haast even goed om jouwentwil als om haar broer en zuster. O Tasso. Op deze mooie grond, waarheen het geluk je leek te verplanten, gedij je niet. Spreek ik het uit? Zal ik het je raden?

Tasso Ontzie de zieke niet, lieve dokter. Reik hem het middel aan. Denk er niet aan of het bitter is. Overleg wel, verstandige, goede vriendin, of hij kan genezen.

Leonore Je zou moeten weggaan. Ach in de verte laat zich alles zuiverder zien, wat ons in het heden alleen verwart.

Tasso Ik ken toch
Van jongs af de wereld, hoe makkelijk ze
Ons hulpeloos, eenzaam laat en gaat
Haar weg als zon en maan en andere goden.

Leonore Je begeeft je eerst naar Florence en een vriendin zal heel vriendelijk voor je zorgen. Wees gerust, ik ben het zelf. Ik zeg geen woord, je weet zelf bij welke vorst je daar komt. Zwijg je. Bedenk het wel. Tref een besluit.

Tasso Wat je me zegt is heel opwindend. Zo helemaal in overeenstemming met de wens, die ik in stilte koester. En laten we de vorstin helemaal alleen? Heb ik verloren bij haar? Hoe is de vorstin gezind jegens mij? Was ze boos op me? Wat zei ze? Ze heeft me erg afgekeurd? Zal ze me graag laten gaan als ik wegga?

Leonore Schenk me de hemel, lieve vriend, van je de ogen te openen. Niemand vervolgt je en haat je, duwt en plaagt je heimelijk. Je dicht een zeldzaam web om jezelf te grieven. Alles wil ik doen om het in twee te scheuren.

4.3

Tasso Ja, ik wil weg, alleen niet zoals jullie willen. Ik wil van hier weg en verder dan jullie denken.

Wat moet ik hier, wie houdt me hier terug?
O ik verstond elk woord te goed,
Dat ik van Leonore’s lippen lokte.
Ha, jou ken ik nu!
Ik ving het amper op, in lettergrepen,
En weet compleet hoe de prinses nu denkt.
Ja, ja, ook dat is waar, wanhoop niet!
O voelde ze een hartstocht in haar hart
Die met mijn welzijn mij te gronde richtte.
De dood greep me meer welkom dan de hand,
Die koud en star me van zich weg laat gaan.
Ik ga.

4.4

Antonio Als je rustig naar me wilt en kunt luisteren.

Tasso Het past me goed, wachten en luisteren. Ik ken mijn plicht.

Antonio Ga niet achteruit. Vervul mijn wens, de wens van de vorst.

Tasso Een gekrenkt hart herstelt moeilijk. Antonio In naam van de vorst maak ik de zwakke band los die je leek vast te houden. Zeg me, kan ik nuttig voor je zijn?

Tasso Je hebt me de vrijheid teruggebracht. Verschaf me nu, bid ik, haar gebruik.

Antonio Wat kun je bedoelen?

Tasso Je weet, ik heb mijn gedicht beëindigd. Vandaag overhandigde ik het aan de vorst. Nu vind ik veel van mijn vrienden in Rome verzameld. Gonzaga heeft voor mij een rechtbank bijeen gebracht, waar ik eerst moet voorkomen. Ik kan het nauwelijks afwachten. Je zult ze kennen. Flaminio de’ Nobili, Angelio Da Barga, Antoniano en Speron Speroni. Enkelen hebben hun mening over veel plaatsen al in brieven meegedeeld. Veel heb ik kunnen gebruiken, veel lijkt me nog te overleggen. En sommige plaatsen wil ik niet graag veranderen, als men me niet meer dan gebeurd is, overtuigt. Dat wordt alles niet door brieven gedaan. Ik moet hen zien. Aanwezigheid maakt die knopen gauw los.

Antonio Een dag van gunst is als een dag van de oogst. Zo gauw als hij rijpt, moet men vlijtig zijn.

Tasso Ik heb niets te vrezen. Alfons is edel. Hij heeft zich tegen mij altijd groot getoond.

Antonio Hij zal het ongaarne doen. En ik vrees haast, hij doet het niet.

Tasso Als juist wordt gevraagd en dat kun jij wel.

Antonio Maar, zeg me, welke redenen leg ik voor?

Tasso Laat mijn gedicht spreken, uit elke stanza. De vrolijke wisseling van veel mooie dagen, de stille ruimte van zoveel diepe nachten. Aan vlijt en moeite heeft het niet ontbroken. Wat ik wilde is loffelijk. Onze tijdgenoten uit een lange slaap roepen en dan misschien met een edel christenleger het gevaar en de roem van een heilige oorlog delen.

Antonio Voltooi je werk hier. Hier is de plaats.

Tasso Alfons heeft me eerst bezield. Hij zal zeker de laatste zijn, die me beleert.

Antonio Je denkt alleen aan jou en denkt niet aan de vorst. Ik zeg je, hij zal je niet laten gaan.

Tasso Ik hoop alleen door jou op dit verlof. Weiger je me de eerste dienst, als ik de aangeboden vriendschap wil beproeven?

Antonio Op dit ogenblik lijk je me voor goed te houden wat je ijverig wenst. Je wilt op dit ogenblik wat je begeert.

Tasso Ik ken deze tyrannie van de vriendschap al lang. Die lijkt me van alle tyrannieën de ondraaglijkste. Alfons is geen tyran, hij sprak me vrij.

Antonio Moet ik je meteen, in koelen bloede, met volle, heldere overtuiging schaden?

Tasso Ik wil je van die zorg bevrijden! Met die woorden houd je me niet tegen. Je hebt me vrij verklaard en deze deur, die naar de vorst leidt, staat nu voor me open. Ik laat jou de keus. Jij of ik! De vorst gaat weg. Hier is geen ogenblik te talmen. Kies snel! Als jij niet gaat, dan ga ik zelf en wordt het zoals het wil.

Antonio Alleen vandaag niet.

Tasso Nee, dit uur nog. Mijn zolen branden op deze marmervloer. Eerder kan mijn geest geen rust vinden. Ik bid je! Je ziet hoe ongeschikt ik op dit ogenblik ben om met mijn heer te spreken. Ziet – hoe kan ik dat verbergen! – dat ik mezelf op dit ogenblik, geen macht in de wereld me kan gebieden. Het zijn alleen boeien, die me kunnen vasthouden. Laat me in vrijheid, alleen vandaag, dat mijn geest goed komt. Antonio Wat moet ik doen? Ik merk wel, de vergissing is aanstekelijk. Omdat ik je toch moet schaden, Tasso, kies ik de weg die jij kiest. Ik zeg het je vooraf, je keert dit huis amper de rug toe, dat je hart terug zal verlangen. Smart, verwarring, droefgeestigheid wacht in Rome op je. Ik zeg alleen vooraf wat vlug gebeurt. Ik nodig je uit me in het ergste geval te vertrouwen. Nu spreek ik met de vorst zoals je verlangt.

4.5

Tasso Alles vlucht van mij.
Als ik haar stem vernam, hoe drong
Een onuitsprekelijk gevoel
Door mijn borst.
Als ik haar zag, dan werd het daglicht
Somber voor mij.
Onweerstaanbaar trok
Haar oog, haar mond me aan.
Mijn knieën hielden amper stand
En om me recht te houden
Was al mijn geestkracht nodig.
Amper kon ik
De roes van aan haar voet te vallen
Stillen.
Vergeef haar helemaal
Alleen, verberg niet
Ook zij, ook zij, ook zij
Ook zij, ook zij, ook zij, ook zij.
Voor de wanhoop
Met stalen klauwen
Je zinnen uit elkaar scheurt.
Bitter lot.

5.1

(Tuin)

Alfons Hij wil wegreizen? Goed, ik houd hem niet. Hij wil weg van hier, hij wil naar Rome. Zo zij het! Alleen, dat Scipio Gonzaga en de slimme Medicis me hem niet afhandig maken. Dat heeft Italië zo groot gemaakt, dat elke buur met de ander vecht om de beteren te bezitten. Te gebruiken. Een veldheer zonder leger lijkt me de vorst, die het talent niet om zich heen verzamelt. En wie de stem van de dichtkunst niet hoort, is een barbaar. Deze heb ik gevonden en gekozen. En ik ben trots op hem als mijn dienaar. Zonder noodzaak zou ik hem niet willen verliezen.

Antonio Ik ben verlegen want ik draag toch de schuld van wat vandaag gebeurde.

Alfons Antonio nee. Ik weet maar al te goed, hoezeer ik hem heb ontzien. Hoezeer ik vergeten ben, dat ik eigenlijk van hem te eisen had. De mens kan zich over veel meester maken, behoefte en lange tijd bedwingt zijn wil amper.

Antonio Spijs en drank kiezen, de eerste plicht van de mens, vervult hij die? Laat hij zich niet veeleer, als een kind, prikkelen door alles wat het gehemelte streelt? Wanneer mengt hij water onder zijn wijn? Kruiden, zoete dingen, sterke dranken, het een na het ander slokt hij haastig binnen. En dan klaagt hij over zijn droeve geest, zijn vurig bloed, zijn te hevige aard. Hij scheldt op de natuur en het lot, Hoe bitter en hoe dwaas heb ik hem al niet vaak met zijn arts zien redetwisten. Om te lachen haast, als wat een mens kwelt en anderen plaagt ergens belachelijk zou zijn. ‘Ik voel die kwaal’, zegt hij angstig en vol ergernis, ‘Genees me!’. Goed, antwoordt de dokter, mijd dan dat en dat. ‘Dat kan ik niet’. Neem dan deze drank. ‘O nee, die smaakt afschuwelijk!’ Drink dan water. ‘Ik ben zo waterschuw als een gebetene’. Je glimlacht zelf en toch is het zeker. Je hebt het wel uit zijn mond gehoord ?

Alfons Ik heb het vaak gehoord en vaak geëxcuseerd.

Antonio Het is zeker, een ongematigd leven geeft ons zware wilde dromen, tenslotte bij klaarlichte dag. Wat is zijn argwaan anders dan een droom? Waar hij gaat, denkt hij van vijanden te zijn omgeven. Zijn talent kan niemand zien, die hem niet benijdt. Niemand hem benijden, die hem niet haat en hem bitter vervolgt. Hij heeft je zo vaak met klachten lastig gevallen. Opengebroken sloten, onderschepte brieven en gif en dolk. Wat hem alles voorzweeft. Je hebt het laten onderzoeken, onderzocht, en wat heb je gevonden? Nauwelijks de schijn.

Alfons Niet alles dient ons op dezelfde wijze. Wie veel wil gebruiken, gebruike elk ding op zijn manier. Zo is hij wel gediend. Dat hebben de Medici ons geleerd. De pausen zelf hebben het ons bewezen.

Antonio Hij heeft te jong al te veel bereikt, dan dat hij er bescheiden van zou kunnen genieten. Wie weet het niet, mijn vorst, alleen de moeite van het leven leert ons de dingen van het leven waarderen. O als hij eerst zou moeten verwerven wat hem nu met open handen wordt aangeboden, zou hij zijn krachten mannelijk inspannen en voelde zich stap voor stap bevredigd. Tasso heeft het mooiste geluk van de jongeling: dat zijn vaderland hem al erkent en op hem hoopt. O geloof me, zijn wispelturig onbehagen rust op het brede kussen van zijn geluk. Laat hem genadig gaan. Laat hem tijd om in Rome en in Napels, waar hij wil, te zoeken wat hij hier mist. En wat hij alleen hier kan terugvinden.

Alfons Mijn zuster gaat met haar vriendin meteen terug. En te paard zal ik nog voor hen thuis zijn. Jij volgt ons snel, als je voor hem hebt gezorgd.

Antonio Hij komt.

Alfons Hij komt. Vaarwel.

5.2

Alfons Ik wens je geluk bij je reis en hoop dat je opgeruimd en helemaal genezen naar ons terug zult komen.

Tasso Ik ga heen met vol vertrouwen en hoop dat de kleine tussentijd me zal genezen van alles wat me nu beklemt. De genade, die je me zo vaak hebt bewezen, verschijnt me vandaag in het volle licht.

Alfons Ik geef je brieven aan mijn mensen, aan vrienden, naar Rome en wens zeer, dat je overal vertrouwelijk zult staan jegens de mijnen. Zoals ik je zeker, hoewel ver weg, als van mij beschouw.

Tasso In plaats van dank kom ik met een verzoek. Mijn gedicht ligt me het nauwst aan het hart. Ik heb veel gedaan en geen moeite en vlijt gespaard. Alleen, het blijft me nog te veel achter. Ik zou terug naar die school willen gaan, waar de geest van de grote mannen nog zweeft werkzaam zweeft. O geef me de blaren terug, die ik nu enkel maar beschaamd in je handen weet.

Alfons Je zult me op deze dag niet nemen wat je me op deze dag nauwelijks hebt gebracht. Laat mij als bemiddelaar optreden tussen jou en je gedicht. Luister niet naar raad van alle kanten. De duizendvoudige gedachten van veel verschillende mensen, die elkaar in het leven en in de opinie tegenspreken, vat de dichter verstandig in een. Hij is niet schuw menigeen te mishagen, zodat hij velen des te meer zou bevallen. Maar ik zeg niet, dat je niet hier en daar bescheiden je vijl zou moeten gebruiken. Ik beloof je tegelijk, binnen korte tijd ontvang je je gedicht afgeschreven. Het blijft van jouw hand in mijn handen. Dan kan ik er mij eerst, met mijn zusters, echt over verheugen. Als je het dan volkomener terugbrengt, zullen we ons verheugen over het hogere genot en je bij veel plaatsen enkel als vrienden waarschuwen.

Tasso Ik herhaal maar beschaamd het verzoek. Laat mij het afschrift dringend hebben. Mijn gemoed rust nu helemaal op dit werk. Nu moet het worden wat het kan worden.

Alfons Ik keur de drang, die je bezielt, goed. Goede Tasso. Maar, als het mogelijk was, zou je eerst een korte tijd van de vrije wereld moeten genieten. Je verstrooien. Je bloed door een kuur verbeteren. Dan zou de mooie harmonie van de gemaakte zinnen opleveren wat je nu in drieste ijver tevergeefs zoekt.

Tasso Mijn vorst, zo lijkt het. Maar ik ben gezond, als ik me aan mijn vlijt kan overgeven. En zo maakt de vlijt me weer gezond. Je hebt me lang gezien. Ik voel me niet goed in vrije weelderigheid. Mij laat de rust het minst rust. Dit gemoed is niet door de natuur voorbestemd, ik voel het helaas, om op het weke element van de dagen vrolijk in de wijde zee van de tijden af te drijven.

Alfons Jou voert alles wat je denkt en doet diep in jezelf. Om ons heen liggen veel afgronden, die het noodlot groef. Maar in ons hart is de diepste. En het is opwindend, zich erin te storten. Ik vraag je, ontruk je aan jezelf. De mens wint wat de dichter verliest.

Tasso Ik houd tevergeefs die drang tegen, die in mijn borst dag en nacht wisselt. Als ik niet moet denken of dichten, is het leven voor mij geen leven meer. Verbied de zijdeworm te spinnen, al spint hij zichzelf dichter naar de dood. Het kostelijke weefsel ontwikkelt hij uit zijn binnenste en laat niet af, tot hij zich in zijn doodkist heeft ingesloten.

5.3

Tasso Je triomfeert te vroeg. Daar komt ze aan. O wat een gevoel!

5.4

Prinses Je gaat naar Rome?

Tasso Als ik daar mijn gedicht niet voltooi, kan ik het nooit voltooien. Helaas, ach, ik voel al – ik zal bij geen enkele onderneming geluk hebben. Veranderen zal ik het, voltooien nooit. Ik voel, ik voel het wel, de grote kunst zal me te gronde richten. Verjagen zal ze me. Ik ijl weg. Naar Napels wil ik vlug. Ik ga verkleed, de arme jas van de pelgrim of de schaapherder trek ik aan. Ik sluip door de stad, waar de beweging van duizenden de ene licht verbergt. Ik haast me naar de oever, vind daar meteen een schuit met bereidwillige goede mensen. Met boeren, die naar de markt kwamen, nu naar huis terugkeren. Mensen van Sorrento. Want ik moet me haasten naar Sorrento, aan de overkant. Daar woont mijn zuster, die met mij de smart en vreugde van mijn ouders was. Op het schip ben ik stil en treed dan ook zwijgend aan land. Ik ga zacht naar boven op het pad en aan de poort vraag ik: waar woont Cornelia? Wijs het me aan. Cornelia Sersale? Vriendelijk legt een spinster me de straat uit, ze beschrijft het huis voor me. Dan stijg ik verder. De kinderen lopen mee en kijken naar het wilde haar, de duistere vreemdeling. Dan kom ik aan de drempel. Open staat de deur al. Dan ga ik het huis binnen –

Prinses O Tasso, kijk op als het mogelijk is. Herken het gevaar, waar je in zweeft. Is alles dan in weinig ogenblikken veranderd? Tasso!

 

(Tasso wendt zich af.)

Prinses Hoe troostend is het een vriend, die voor korte tijd wil verreizen, een klein geschenk te geven. Al is het maar een nieuwe mantel of een wapen. Jou kan men niets meer geven want je gooit onwillig alles weg wat je bezit. Je kiest de pelgrimschelp en de zwarte kiel, de lange staf en gaat daar vrijwillig arm heen en neemt van ons weg, waar je met ons alleen van kon genieten.

Tasso Verdedig me! Neem me op in je bescherming. Laat me op Belriguardo hier, verplaats me naar Consandoli, waarheen je wilt. De vorst heeft zoveel mooie kastelen, zoveel tuinen, die het hele jaar onderhouden worden en jullie betreden ze amper een dag, misschien maar een uur. Ja kies de verst afgelegen uit, die jullie in hele jaren niet gaan bezoeken en die misschien nu zonder verzorging ligt. Stuur me daarheen! Laat me daar van jullie zijn. Hoe zal ik je bomen verzorgen. De citroenen in de herfst met planken en dakpannen afdekken en veilig opbergen met gebonden riet. Mooie bloemen moeten in de bloembedden hun brede wortels slaan. Zuiver en sierlijk moet elk pad en elk vlekje zijn. En laat me ook de zorg voor het paleis. Ik zal op de juiste tijd de vensters openen, dat vochtigheid de schilderijen niet schaadt. De mooie met pleisterwerk versierde wanden zal ik met een lichte plumeau schoonmaken. De vloer moet blank en proper glanzen. Er moet geen steen, geen dakpan verschuiven. Er moet geen gras uit een spleet kiemen.

Prinses Ik vind geen raad. Ik vind geen troost voor jou en ons. Ik moet je laten en verlaten kan mijn hart je niet.

Tasso Nee nee, jij bent het en nu ik ben het ook. Wat moet ik doen, dat je broer me zou kunnen vergeven, dat jij zelf me graag zou willen vergeven. Dat ik me weer met vreugde bij de uwen zou mogen tellen. Vertel het me.

Prinses We willen niets van je wat je niet bent. Als je nu maar eerst met jezelf uitkomt. Je doel ons plezier als je plezier hebt.

Tasso Jij bent het zelf zoals je me de eerste keer tegemoet kwam, een heilige engel. Zij is het, ze staat voor me. Wat een gevoel! Is het dwaling wat me naar je toe trekt? Razernij? Is het een verheven zin, die pas de hoogste zuiverste waarheid begrijpt? Ja het is het gevoel dat mij alleen op deze aarde gelukkig kan maken. Die hartstocht dacht ik te bekampen. Streed en streed met mijn diepste zijn, vernietigde brutaal mijn eigen zelf, waartoe jij zo totaal behoort.

Prinses Als ik nog langer naar je moet luisteren, Tasso.

Tasso Met elk woord verhoog je mijn geluk. Bij elk woord glanst je oog lichter. Ik voel me in mijn binnenste veranderd. Ik voel me ontlast van elke nood. Vrij als een god en alles dank ik aan jou! Onzegbaar geweld, dat me beheerst. Ja je maakt me helemaal eigen van jou. Niets van mijn hele ik hoort me voortaan toe. Mijn oog wordt troebel in het geluk en het licht, mijn zinnen wankelen. Mijn voet houdt me niet meer. Onweerstaanbaar trek je mij naar je toe en onafgebroken dringt mijn hart naar jou. Je hebt me helemaal voor eeuwig gewonnen voor je. Neem dan ook mijn hele wezen.

Prinses Weg!

Leonore Wat is er gebeurd? Tasso ! Tasso !

Alfons Hij wordt gek, houd hem vast.

(…)

Alfons Als iets onverwachts gebeurt,
Als onze blik
Iets monsterachtigs ziet,
Staat onze geest
Stil voor een tijd.
We hebben niets
Waar we dat mee vergelijken.

5.5

Tasso En jij Sirene
Die me zo zacht
Zo hemels heeft aangelokt,
Nu zie ik je plots.
Hoe lang verborg
Je heilig beeld voor mij
De hoer
Die kleine kunsten doet Het masker valt. Armida

Antonio Ongelukkige, ik bekom nog nauwelijks.

Tasso Ik zie dat jij het bent. Voltooi je ambt maar. Mijn staf is gebroken. Voltooi je ambt maar en martel me nog langzaam ter dood. Trek maar aan de pijl, dat ik de weerhaak grimmig voel, die me verscheurt. Trek! Ja ga maar tyran. Je kon niet veinzen tot het laatst, triomfeer. Ga maar, ik haat je. De mensen kennen elkaar niet. Alleen de galeislaven kennen elkaar. En die geslepen kleine bemiddelaarster. Hoe diep vernederd zie ik ze voor me. Ik hoor haar zachte stappen ruisen. Ik ken nu de kring, waar ze omheen sloop. Zo heeft men mij bekranst. Me nog op de laatste dag met gladde woorden mijn enig eigendom afgelokt, mijn gedicht, en het vastgehouden. Mijn enig goed is nu in jullie handen. Dat zou me op elke plaats hebben aanbevolen, dat bleef me nog om me van de honger te redden. Nu zie ik wel waarom ik moet rusten. Dat mijn gedicht maar niet volmaakter wordt. Dat mijn naam zich maar niet meer verspreidt. Dat wie me benijden duizend zwakten vinden. Dat men mij op het eind helemaal vergeet! Je hebt de slaaf goed geketend. Je hebt hem goed gespaard voor uitgedachte kwellingen. O waarde vriendschap, dierbare bezorgdheid, Antonio Ik luister met verbazing naar je. Je lastert. Je veroorlooft je woord op woord, dat je lijden te vergeven is maar jij jezelf nooit kunt vergeven.

Tasso Laat me geen verstandig woord van je horen. Laat me dat dof geluk. Ik voel mijn binnenste gebeente verpletterd en ik leef om het te voelen. Wanhoop met al zijn razernij. En in de hellepijn die me vernietigt, is lastering maar een stil geluid.

Antonio Het zal me aan geduld zeker niet ontbreken.

Tasso Ze gaan weg. O God daar zie ik het stof al, dat oprijst door de wagens. De ruiters zijn voorop. Daar rijden ze. Ze zijn weg. Ze zijn boos op mij. Ik wil toch gaan. Laat me alleen afscheid nemen, alleen afscheid nemen. Misschien genees ik terug. Nee ik ben verstoten, verbannen, ik heb mezelf verbannen. Ik zal die stem niet meer horen, die blik niet. Niet meer ontmoeten.

Antonio Je bent niet zo ellendig als je denkt.

Tasso Ben ik niets, helemaal niets geworden? Nee, alles is daar en ik ben niets. Ik ben aan mezelf ontvreemd en zij aan mij. Nee alles is daarheen. De natuur heeft ons de traan gegeven. Mij liet ze in mijn pijn de melodie en de woorden om mijn nood te klagen. Mij nog voor alles. En als de mens in zijn kwelling verstomt, gaf een god me te zeggen hoe ik lijd.

Antonio Und wenn der Mensch in seiner Qual verstummt,
Gab mir ein Gott zu sagen, wie ich leide.

Tasso Edele man. Je staat vast en stil. Ik lijk de golf, bewogen door de storm. De golf vlucht en wankelt en zwelt en buigt schuimend over. De zon spiegelde zich zo mooi in deze golf, de sterren rustten aan deze borst. Ik ken me in het gevaar niet meer. Het stuur is gebroken en het schip kraakt aan alle kanten. De bodem onder mijn voeten scheurt barstend open. Ik grijp je met mijn beide armen.
Zo klemt eindelijk nog
De schipper
Zich vast aan de rots
Waar hij
Schipbreuk op moest lijden.

Tekening Johan Daenen

Je leest onze artikels gratis omdat we geloven in vrije, kwalitatieve, inclusieve kunstkritiek. Als we dat willen blijven bieden in de toekomst, hebben we ook jouw steun nodig! Steun Etcetera.

theatertekst
Leestijd 50 — 53 minuten

#1

15.01.1983

14.04.1983

Jan Decorte