Iphigenia – De Roovers
Geef mij maar het verzet van Klytamnestra
Mia Vaerman
Stadstheaters die vervallen zijn tot overnachtingsplaat-sen voor daklozen. Dat is wat er volgens de driedelige serie Aufstand des Alten van de Duitse zender ZDF in 2030 te gebeuren staat. Is dat de trieste toekomst van de Europese theaterinstellingen indien ze zich niet gaan concentreren op het aanspreken van nieuwe bevolkingsgroepen? Dat lijkt in elk geval te zijn wat de essaybundel Theater und Migration. Herausforderungen für Kulturpolitik und Theaterpraxis suggereert. De demografie liegt immers nooit. De samenstelling van de Europese bevolking – vooral in de grote steden – is grondig aan het wijzigen ten gevolge van de naoorlogse economische en politieke migratie, en de globalisering. Toch wordt dit onweerlegbare statistische gegeven nog steeds nietals zodanig aanvaard. Het wordt ofwel gemarginaliseerd ofwel gehysteriseerd: de consequenties van deze demografische verschuiving worden ontkend of ze worden tot een algemene crisis uitvergroot. Terwijl het er precies om gaat dit nieuwe gegeven met de nodige nuchterheid en redelijkheid te benaderen. Kunnen de kunsten, in casu het theater, daarin een rol spelen? Volgens de antropoloog Victor Turner kunnen de performatieve kunsten een cruciale rol spelen in de dialoog met andere culturen, omdat ze zowel de verbale als de niet-verbale (fysieke) codes van een cultuur creatief verwerken. Toch heeft dit inzicht nog niet geleid tot een diepgaande heroriëntatie van de theatersector. Dat blijkt ook uithogergenoemde bundel opstellen die zich concentreren op de situatie in Duitsland en Oostenrijk. Bijna een vierde van de Duitse bevolking heeft een migratieachtergrond. In grote steden loopt dat percentage op tot bij na vijftig procent. Toch vertaalt zich dat niet in representatieve cijfers voor het theater. De Duitse theaterwetenschapper Christoph Bahne vat het kort en krachtig samen: ‘Interkulturalität wirkt in der Theaterlandschaft wie ein Fremdwort.’
De vragen die in de bundel gesteld worden, lopen parallel met de vragen die ook in Vlaanderen gesteld worden met betrekking tot de relatie tussen theater en ‘migratie’. Er wordt op vele niveaus een deficit geconstateerd: een terminologisch deficit (intercultureel, multicultureel, transcultureel, post-migratoir theater,…), een thematisch deficit, een opieidingsdeficit, een personeelsdeficit, een publieksdeficit, een institutioneel deficit, etcetera. De teneur van de bundel laat er geen misverstand over bestaan: ‘Wir brauchen eine umfassende Reform des Theatersystems!’, luidt het in de inleiding. Het gaat niet om een ‘thema’ dat zou ontbreken in het theater, maar om een grondige hervorming van het theatersysteem en de cultuurpolitiek in het algemeen.
Buiten het gesubsidieerde theater is de aandacht voor migratie als thema, als mogelijk nieuw publiek en als bron voor nieuwe theatermakers reeds aanwezig sinds de jaren zeventig van vorige eeuw. Al vanaf de jaren zestig organiseerden migranten zich in amateurtheatergezel-schappen. De Duitse cultuurpolitiek liet de initiatieven over aan de migrantengemeenschappen zelf. Het gevolg daarvan was dat de professionalisering lang uitbleef en dat de meeste initiatieven zich vooral in de ‘freie Szene’ afspelen, de alternatieve theaterscène die zich in de jaren zestig en zeventig buiten de grote instellingen ontwikkelde. Een aantal uit de migratie afkomstige theatermakers hebben zich wel een vaste plek kunnen verwerven in het Duitse theaterlandschap, zoals bijvoorbeeld de Italiaan Robert Ciulli en zijn Theater an der Ruhr. Intussen groeit ook het aantal grote gesubsidieerde theaters in Duitsland dat zich aangesproken voelt door de interculturele uitdagingen, maar slechts weinige trekken daaruit de conclusies die Schauspiel Köln, bij monde van artistiek leider Karin Beier, trok: ‘Es ist aburd, dass so viele Theater den Anspruch haben, sich damit auseinander zu setzen, dass sich das aber auf der Bühne so wenig wieder spiegelt. Deshalb habe ich nach Schauspielern mit Migrationshintergrund gesucht.’ Theaters nemen ook steeds vaker initiatieven om schrijvers en acteurs met een migratieachtergrond te vormen en te begeleiden. Geen toeval natuurlijk dat dit vooral gebeurt in steden met een grote migrantenpopulatie. Het besef dat de stad of de straat niet ophoudt bij de ingang van het theater, begint door te dringen in steeds meer hoofden.
Al wordt het snel duidelijk dat goede bedoelingen niet altijd tot de juiste resultaten leiden. De groeiende aandacht voor de interculturaliteit heeft ook paternalistische, stereotypebevestigende en louter commerciële uitwassen.
Alle bijdragen zijn het erover eens dat kunst, in casu theater, het potentieel heeft om voorbij de taal- en de cultuurgrenzen te communiceren, omwille van zijn inherente openheid en meerduidigheid. Kunst creëert een nutsvrije, afgeschermde en utopische ruimte waarin met cultuurverschillen geëxperimenteerd kan worden. Tegelijkertijd wordt ook niet ontkend dat kunst zelf het obstakel kan zijn. Kunst kan ook een middel tot exclusie en distinctie zijn, lees er Bourdieu maar op na. Wat uit onderzoek blijkt, is dat bij dit laatste in hoofdzaak factoren als sociale afkomst en opvoeding een beslissende rol spelen. Etnische afkomst speelt geen rol in de belangstelling voor cultuur. Wat wel belangrijk is, is dat migranten zich willen herkennen in de culturele en artistieke productie, en dat kan via verhalen of via acteurs uit de eigen cultuur. Maar ook de ‘autochtonen’ (een term die in het Duitse discours volledig ontbreekt) worden door dit ‘migrantentheater’ aangesproken. In haar bijdrage verbindt Annett Israel Brechts idee van de vervreemding met een aantal inzichten van de socioloog Simmel over de vreemdeling tot een theorie over de blik van buiten naar binnen die de blik van beneden naar boven heeft vervangen. Vroeger was het de blik van beneden naar boven (de plaats van de macht) die zorgde voor de dialectiek in het theater. Nu is het volgens Israel de blik van buiten naar binnen die gesloten (denk) systemen openbreekt. Het theater is niet alleen een plek waar andere verhalen verteld en andere perspectieven getoond kunnen worden, het is ook een plek waar nieuwe, hybride maatschappelijke en culturele identiteiten gesmeed kunnen worden.
Al snel wordt duidelijk dat ook het Duitse theater en de Duitse critici worstelen met de terminologie, en dus met de in zet van de zaak zelf. In dat opzicht zijn de opstellen evenzoveel analyses van een crisis, van een overgangsfase, van een diepgaande verandering die zich (nog) niet precies laat articuleren, maar die al op zoveel plekken voelbaar en zichtbaar is. Hoe dit nieuwe theater en hoe deze nieuwe theatermakers te benoemen? Zo wordt er gesproken over ‘migrantisches und postmigrantisches theater’, maar die termen zijn door de aard van de zaak maar beperkt houdbaar. In haar bijdrage over kinder- en jeugdtheater (die terecht een cruciale rol toebedeeld krijgen in de hele interculturele discussie) hanteert Bianca Michaels het aan de Britse kunstcritica Claire Bishop ontleende begrip ‘the social turn’, dat verwijst naar het mee betrekken van sociale processen in en hun verandering door artistieke activiteiten. In dit begrip ligt een groot kritisch en artistiek potentieel vervat, maar het bevat tegelijk ook het meest heikele discussiepunt in deze discussie: de zogenaamde artistieke autonomie. Hoe verhoudt zich de autonomie, een van de grote verworvenheden van de moderne kunst, zich tot de sociologisch en politiek gekleurde vragen naar diversiteit, publieksbereik en participatie? Hoewel niet zo expliciet en brutaal geformuleerd, is het deze vraag die als een rode draad door alle bijdragen loopt of er als een schaduw over hangt. De bundel zoekt een antwoord – zo blijkt uit de laatste bijdrage van Graham Ley – in het Britse model van de Cultural Diversity en het community theater. Maar niet alleen Claire Bishops ‘social turn’, ook de ‘relationele esthetica’ van Nicolas Bourriaud, het ‘Erweiterter Kunstbegriff’ van Joseph Beuys en de ‘geëngageerde autonomie’ van Charles Esche zijn pogingen om met deze grote vraag in het reine te komen.
De ‘umfassende Reform’ van het theatersysteem en de cultuurpolitiek waartoe de essays oproepen heeft hier alles mee te maken. En als die er niet komt dan kunnen theaters nog altijd dienst doen als opvang voor daklozen.
Wolfgang Schneider (Hg.), Theater und Migration. Herausforderungen für Kulturpolitik und Theaterpraxis, Transcript Verlag, Bielefeld, 2011
KRIJG JE GRAAG ONS PAPIEREN MAGAZINE IN JOUW BRIEVENBUS? NEEM DAN EEN ABONNEMENT.
REGELMATIG ONZE NIEUWSTE ARTIKELS IN JOUW INBOX?
SCHRIJF JE IN OP ONZE NIEUWSBRIEF.
JE LEEST ONZE ARTIKELS GRATIS OMDAT WE GELOVEN IN VRIJE, KWALITATIEVE, INCLUSIEVE KUNSTKRITIEK. ALS WE DAT WILLEN BLIJVEN BIEDEN IN DE TOEKOMST, HEBBEN WE OOK JOUW STEUN NODIG! Steun Etcetera.