Leestijd 3 — 6 minuten

The Crucible – Ivo Van Hove

If I can make it there, I can make it anywhere zingt Frank Sinatra over New York. Dat moet Van Hove ook gedacht hebben toen hij naar Broadway trok, waar hij intussen aan zijn negende productie toe is.

The Crucible is Arthur Millers klassieker uit 1953 over de Salem Witch Trials uit de 17e eeuw, een episode van heksenvervolgingen in de Amerikaanse geschiedenis waarbij valse beschuldigingen van een aantal jonge meisjes een ware klopjacht en serie ophangingen veroorzaakte. De tekst is geen onbekende in het doorgaans erg traditionele en vooral commerciële Broadway-theatercircuit en wordt regelmatig opgevoerd. Spannend dus wat een Europese regisseur, met zowat een eigen traditie in teksttheater, komt bijdragen aan dit veld. Dat blijkt helaas bitter weinig te zijn en de kijker die Van Hoves werk met Toneelgroep Amsterdam gewend is, blijft met veel vragen achter. Ja, er is een sterrencast met onder andere Ben Wishaw en Saoirse Ronan, en ja het is met muziek van Philip Glass, maar deze Crucible doet Van Hoves werk met TGA haast avant-garde lijken. Jan Versweyveld maakte een somber decor geïnspireerd op een klaslokaal – de omgeving voor de jonge meisjes in schoolkostuum – dat zich laat aanpassen aan de verschillende locaties die in de tekst passeren.

De tekst wordt in blokken gekapt, die telkens toewerken naar een soort emotionele climax, waarbij de muziek aanzwelt en zo een zelfde intensifiëring suggereert. Het doet denken aan de manier waarop in soaps naar cliffhangers wordt toegewerkt of hoe in musicals een song-structuur gevolgd wordt. Het spel is degelijk, maar erg klassiek dramatisch, de kleine bewegingssequenties en groepsopstellingen ten spijt. Er zijn een aantal tricks die het horrorkarakter en het spectaculaire aspect van het paranormale in de verf moeten zetten: een vliegscène, een hond, een vallende lamp, wind en een schoolbord waarop geprojecteerd wordt. Ondanks de melodramatische opbouw en effecten, blijft de spanning vooral op het podium, net als de grote emoties vertolkt door de acteurs.

Miller schreef The Crucible met een concrete politieke context in het achterhoofd: het McCarthyisme dat in de jaren vijftig een hetze en vervolging van vermeende communisten in de Verenigde Staten veroorzaakte. Van Hove plaatst het gebeuren door middel van kostuums dan wel in de jaren vijftig, de waanzin, hysterie en machtswellust die aan het politieke spel ten grondslag liggen, worden compleet van elke politiek gestript en gereduceerd tot entertainment. In Millers Crucible schuilt daarnaast een commentaar op acteren en theatraliteit: het gaat om de angst dat iemand iets verbergt en zich anders voordoet dan hij of zij is – in het geval van het McCarthyisme gaat het om communistische sympathieën. Van Hove laat ook deze kelk aan zich voorbij gaan en creëert eerder eendimensionale personages in een vierde wand naturalistisch theater. De rol van de vrouw als onderdanig, verdacht, jaloers of listig – om nog maar te zwijgen van het latente racisme in de tekst – wordt omwille van diezelfde drang naar “drama” alleen maar uitvergroot. Het zijn de mannen die beslissen, ook al staat er een intelligente vrouw naast, maar dat wordt op geen enkele manier geproblematiseerd. De tekst heeft het potentieel om vragen te stellen bij de rol van religie en religieus geïnspireerde groeperingen in het huidige politieke landschap in de VS, wanneer het bijvoorbeeld gaat om de klimaatontkenning, de anti-abortuscampagnes of het verzet tegen het homohuwelijk en andere irrationele gevolgen van een systeem waarin de scheiding tussen kerk en staat eerder theorie dan praktijk is. Een potentieel dat jammer genoeg onbenut blijft, ten ‘voordele’ van sentimenteel spektakel.

Op zich lijkt het dat Van Hove’s Crucible prima past in de Broadway-context, maar dan blijft de vraag: waarom heeft hij dit gemaakt? Immers, hij heeft in Nederland een eigen, zéér goed gesubsidieerd gezelschap met zijn eigen steracteurs én een pracht van een zaal ter beschikking, net als nagenoeg alle artistieke vrijheid. Van Hoves signatuur zit hem nog het meest in de speelstijl en het decor. Een dramaturgie die poogt om het stuk in de wereld en zijn publiek te plaatsen is dit keer echter niet terug te vinden. De artistieke uitdaging lijkt nagenoeg nihil en ondergeschikt aan het commercieel belang.

JE LEEST ONZE ARTIKELS GRATIS OMDAT WE GELOVEN IN VRIJE, KWALITATIEVE, INCLUSIEVE KUNSTKRITIEK. ALS WE DAT WILLEN BLIJVEN BIEDEN IN DE TOEKOMST, HEBBEN WE OOK JOUW STEUN NODIG! Steun Etcetera.

recensie
Leestijd 3 — 6 minuten

#144

15.03.2016

14.06.2016

Kristof van Baarle

Kristof van Baarle schreef recent een doctoraat aan de Universiteit Gent over het posthumanisme in de podiumkunsten. Momenteel is hij verbonden aan de Universiteit Antwerpen en werkzaam als dramaturg voor Kris Verdonck (A Two Dogs Company).

NIEUWSBRIEF

Elke dag geven wij het beste van onszelf voor steengoede podiumkunstkritiek.

Wil jij die rechtstreeks in je mailbox ontvangen? Schrijf je nu in voor onze nieuwsbrief!